images

13

TUTORGROEPJE

September 2001

‘IK BEN HARKO, IK woon in Katwijk bij mijn ouders, ben negentien jaar en ik wil graag neurochirurg worden.’ Harko heeft stekeltjeshaar, hij draagt een spijkerjack en een broek die hij bijna tot zijn middel heeft opgetrokken. Hij praat enigszins nasaal. Het blijft even stil in mijn tutorgroep. De geneeskundestudie zit vol met groepjesonderwijs. Een trimester lang maak je samen met je groepje van ongeveer tien mensen en een begeleider (de tutor) opdrachten en voordrachten. De groepjes heten tutorgroep. Je moet aanwezig zijn en als je al je opdrachten braaf maakt, kun je daarmee bijna de helft van je studiepunten verdienen. Het is een heel schools systeem en gericht op actief leren in plaats van passief in de collegebanken zitten en luisteren. Zelf prefereer ik het laatste, want ik heb een hekel aan verplichte groepjes.

‘En stel dat je geen neurochirurg kunt worden, Harko, wat zou je dan willen gaan doen?’ De tutor kijkt hem vriendelijk glimlachend aan.

Harko draait wat heen en weer op zijn stoel, kijkt naar de grond, haalt zijn schouders op en fluistert: ‘Geen idee.’

‘Ik ben Jonathan, ik woon op kamers, ben twintig jaar en wil tropenarts worden.’ Jonathan kijkt vastberaden de groep rond.

‘En waar wil je dan naartoe als tropenarts, Jonathan?’

‘Naar Afrika,’ antwoordt hij meteen.

‘Afrika is een groot continent,’ antwoordt de tutor afgemeten.

Jonathan glimlacht. ‘Het kan me niet schelen waar in Afrika, maar het liefste naar Malawi, daar ben ik vorig jaar geweest met een organisatie en dat was fantastisch!’

‘Met welke organisatie ben je geweest en wat heb je daar gedaan?’ vraagt de tutor belangstellend.

‘De organisatie heet Shepherd en we hebben een weeshuis gebouwd. Heel erg leuk en leerzaam.’

‘Ik ben Anne-Fleur, tweeëntwintig jaar oud, twee keer uitgeloot, ik woon al twee jaar in een studentenhuis en ik wil graag kinderarts worden.’ Anne-Fleur is gaan staan en heeft een roze lamswollen truitje waar haar rondingen goed in te zien zijn. Verder heeft ze blond haar in een staartje, twee grote gouden oorbellen en een sjaaltje om. Ze draagt een strakke spijkerbroek waar haar billen goed in uitkomen. Ik denk dat ze weet dat ze er goed uitziet. Ze praat bekakt en heeft een lieve glimlach. Ik vind haar heerlijk.

‘En zit je nog bij een studentenvereniging?’ vraagt de tutor met een glimlach.

Ik vind de tutor een irritante vent. Hij is waarschijnlijk zelf nog student en zit in zijn laatste studiejaar of is net begonnen met zijn coschappen. Hij heeft iets wijsneuzerigs en vraagt eigenlijk de hele tijd naar de bekende weg. Zelf is hij zeker geen lid geweest van een studentenvereniging, dat zie je aan hem, en natuurlijk heeft Anne-Fleur bij een studentenvereniging gezeten, dat ziet, ruikt en voelt iedereen hier in dit groepje. En aan Jonathan zijn gereformeerde hoofd kun je ook meteen zien dat hij de Here mee naar Afrika wil nemen.

‘Ik ben Evert-Jan en ik word chirurg.’ Evert-Jan heeft een knappe kop en is atletisch gebouwd. Hij heeft een baard van drie of vier dagen en net iets te lang haar. Er is aan hem te zien dat hij gisteren tot ver voorbij de grenzen van het redelijke in een kroeg heeft gehangen. Hij heeft een schorre stem en zegt met zoveel overtuiging dat hij chirurg gaat worden dat ik geneigd ben hem te geloven.

De tutor slikt en vraagt: ‘Wat denk jij dat jou geschikt maakt voor de chirurgie?’

Evert-Jan lacht en zegt: ‘Dit is toch geen sollicitatiegesprek! Kom op, man, en wat wil jij dan worden?’ De tutor lijkt even van zijn stuk gebracht, kijkt hem geschrokken aan en mompelt dan dat hij onderzoek aan het doen is bij de interne geneeskunde. Ik mag Evert-Jan wel, al is hij een soort karikatuur van zichzelf. Hij heeft zelfs zijn hockeystick meegenomen naar de tutorgroep omdat hij straks moet trainen voor heren 1.

‘Ik ben Marten, eenentwintig jaar, twee keer uitgeloot voor geneeskunde. Ik heb rechten en psychologie gedaan hiervoor en ik wil ook graag tropenarts worden.’

Jonathan kijkt mij geschrokken aan. Hij lijkt te willen zeggen: ‘Nee, nee, jij niet. Ik ga tropenarts worden, ik ben daarvoor in de wieg gelegd. Maar wat moet jij daar?’

‘En wat denk je te gaan doen als je terugkomt uit de tropen?’ antwoordt de tutor met een minachtende blik in zijn ogen.

‘Dan word ik ook chirurg!’ zeg ik vrolijk.