images

15

FRUITYOGHURT

Oktober 2005

‘KIJK EENS UIT JE doppen, debiel!’ Een blond meisje van een jaar of vijfentwintig kijkt mij geïrriteerd aan en likt de fruityoghurt waar ze mee rondliep en die ik kennelijk half heb omgestoten, van haar vingers. Ik kijk haar onschuldig aan en mompel dat het me spijt. Ik heb net een lange dag college gehad en wil naar huis. Ik keek inderdaad niet uit mijn doppen. Ze wuift even nonchalant met haar rechterhand en loopt dan weg. Als het niet zo’n lekker wijf was geweest was ik het hele toeval waarschijnlijk vergeten, maar de volgende ochtend fiets ik naar college en daar staat hetzelfde blonde meisje met rood aangelopen gezicht naast haar fiets te stampvoeten. Ik ga langzamer fietsen en zie hoe ze een trap tegen de fiets geeft. Ik stop naast haar en vraag wat er aan de hand is.

Ze veegt snel een traan weg en zegt: ‘Die kutketting ligt er nu alweer af en ik kom zo te laat bij mijn verplichte tutorgroep en dat is al de derde keer. En ik krijg die ketting er niet op en laatst lukte het wel en toen zat ik helemaal onder de smerige zwarte troep.’ Mooie vrouwen krijgen alles gedaan in het leven. Ze kijkt me nu beteuterd aan en zij weet net zo goed als ik dat deze situatie maar op één ding kan uitlopen: dat ik nu haar fiets ga maken. In twee minuten heb ik de ketting erop en ze vliegt me om de hals en geeft me een zoen. Ik voel haar borsten tegen mijn borstkas. Ze kijkt me aan met een grote lach, steekt haar hand uit en zegt: ‘Ik ben Roos.’

Ik schud haar plechtig de hand en zeg dat ik de debiel ben die niet uit zijn doppen kijkt.

Ze moet even nadenken en begint dan keihard te lachen: ‘O, ben jij dat, nou net goed, dan staan we nu weer quitte!’

Boem! Zo komt Roos mijn leven binnen. We wonen vlak bij elkaar en als het even kan fietsen we voortaan samen richting de faculteit. Het enige dat tussen Roos en mij in staat is Edwin, haar vriendje met wie ze al drie jaar verkering heeft. Alles in mij verlangt naar Roos en wat mij betreft heeft Edwin zijn beste tijd gehad. Het is echter een lastige situatie, want ze hebben al zo lang een relatie en ik weet helemaal niet of Roos mij ook wel ziet zitten op die manier. Voorzichtig vraag ik Roos op een dag hoe het met Edwin en haar gaat. Ze kijkt me nonchalant aan en haalt haar schouders op: ‘Dat weet ik niet zo goed, Marten, ach het gaat wel.’

Laatst haalde ik haar thuis op om samen te gaan lunchen en wie doet er open? Edwin in zijn badjas en in mijn beleving met een sufgeneukt hoofd. Ai! ‘Roos die gast van je studie staat op je te wachten!’ Edwin draait zich om en laat de deur open. Die gast die binnenkort naast jouw vriendin wakker wordt, sukkel! denk ik, maar ik zeg niets.

Een paar weken later komt ze tijdens een geneeskundefeest op me af, kijkt me ondeugend aan en zegt: ‘Kom hier jij!’ De volgende ochtend word ik naast haar wakker in mijn bed. Ze streelt door mijn haren en klimt boven op mij. Ze sabbelt aan mijn oorlel en fluistert: ‘Ik heb het vorige week uitgemaakt met Edwin. Ik ben nu jouw vriendinnetje.’

‘Geneukt?’ vraagt Reinier die middag.

Ik heb een glimlach van oor tot oor en zeg dat dat hem niets aangaat.

De volgende avond zijn we weer samen, maar nu bij haar thuis. Roos is meer dan een mooi blond meisje. Ze heeft over de hele wereld gereisd en laat me foto’s zien van Mongolië tot Bolivia. Ze houdt van avontuur en zit bomvol met ongeremde passie. Als ik vertel dat ik tropenarts wil worden, begint ze te juichen: ‘Joehoe! Ik ga mee!’

Met Roos belandt mijn leven in een stroomversnelling. Ik heb bijna niet eens tijd om helemaal verliefd te worden op haar. Een week voordat ik tentamens heb, komt ze naar me toe en zegt: ‘Deze week slaap je bij mij!’ Ik kan alleen maar ja zeggen. Overdag studeer ik en ’s avonds vrijen we de engelen uit de hemel. Mijn tentamens haal ik met gemak. Nog iets later zegt ze dat ze een appartement heeft gevonden in de binnenstad, groot genoeg voor twee en met een balkon.

‘Het lijkt inderdaad prachtig, maar ik wil het wel even zien, Roos,’ antwoord ik.

‘Dan hoop ik dat je het leuk vindt,’ zegt Roos speels, ‘want ik heb het contract al getekend.’

Ik moet lachen, ze kent me goed. Natuurlijk wil ik met haar samenwonen en als zij het mooi vindt, wat kan mij het dan nog verder schelen? Ik geef Roos een zoen en bedenk plotseling dat ik haar het grote nieuws nog niet heb verteld: ‘Ik mag voor een aantal maanden op stage naar Kenia!’

Roos kijkt me glunderend aan: ‘Wat leuk, vertel je dat nu pas!’ Ze denkt even na en zegt dan vastberaden: ‘Dan kom ik ook langs!’