HOOFDSTUK VIJFENTWINTIG
Jade wachtte tot het stil en donker was, precies zoals hij tegen haar had gezegd, pakte haar tas en sloop de trap af. Carlo was weg en Francesca nam een bad. Ze nam afscheid van de honden, kuste hun zachte koppen en wreef met haar neus over hun oren. Ze zou ze missen. Maar de rest – de heilige Francesca, Carlo de internationale playboy en de niet zo engelachtige Angelica – tja, die konden allemaal naar de hel lopen. Deze keer gaf ze de honden lamskoteletjes te eten. Ze bleef even kijken terwijl ze zich te goed deden aan de familiemaaltijd, wat haar een warm gevoel gaf. Daarna liep ze, net als ze eerder deze week had gedaan, het huis uit en de tuin dooien klom ze over de muur.
De auto stond op de parkeerplaats, zoals hij had gezegd. Ze vond de sleutels op het achterwiel, waar hij ze had neergelegd, en stapte in de auto. Jade bleef glimlachen terwijl ze over de Moyenne Corniche Monaco uit reed. Ze gingen er samen vandoor. Weg van de LaFata’s, weg van haar verleden, weg van de pijn.
Ze parkeerde de auto aan de voet van de berg waarop het dorp Eze lag en begon het steile pad naar de kasteelruïne op de top op te lopen. Het dorp was verlaten, nu alle dagjesmensen naar huis waren en Jade liep ongemerkt met haar tas over het steile pad naar vrijheid en hoop en haar toekomst. Ze had in de Jardin Exotique met hem afgesproken, de plek waar ze al veel vaker waren geweest om elkaar te kussen en te praten en hun ontsnapping te plannen. Nu zouden hun dromen werkelijkheid worden.
Ze wachtte op de rand van de klif en keek naar de twinkelende lichtjes van de vissersboten op zee, die binnenvoeren met hun avondvangst. Hij zou hier zo meteen zijn en dan zouden ze het steile muilezelpad aflopen, tussen de olijfbomen en pijnbomen door, naar de Basse Corniche. Daarna zouden ze samen wegrijden. Om het even waarheen. Overal behalve hier…
‘Jade!’ riep een stem in de verte. ‘Jade! Hier ben ik!’
Jade draaide zich om en zag iemand in de duisternis staan, een stukje verder op de rots. Zijn stem klonk gesmoord. Was hij het? Natuurlijk. Wie zou het anders moeten zijn? Ze haastte zich naar hem toe, maar plotseling stopte ze terwijl de glimlach op haar gezicht bevroor.
‘Ben jij het?’ vroeg ze, één moment verward. ‘Maar… Hoe? Waarom? Ik begrijp het niet. Ik dacht…’
Het maakte echter niet meer uit wat Jade dacht. Zijn sterke handen grepen haar schouders beet en duwden haar naar de rand van de rots. Ze probeerde terug te vechten, maar hij was te sterk. Ze probeerde uit alle macht om haar hakken in de grond te begraven, maar de losse stenen glipten weg onder haar voeten. En terwijl ze één moment op de rand van de afgrond wankelde, realiseerde Jade zich dat ze gelijk had gehad. Het was niet veilig om iemand in je hart toe te laten. Liefde bestond niet. Ze zou nooit een gelukkig einde meemaken. En terwijl ze naar beneden viel en de wind langs haar oren suisde, flitste haar leven aan haar voorbij, precies zoals ze altijd zeiden. Het was geen fijn leven geweest. Ze was niet erg verdrietig dat het voorbij was.
Robbie kon de onnozele glimlach niet van zijn gezicht krijgen. Fran was alles waarover hij had gefantaseerd en nog veel meer. Wat een vrouw! Wat een prachtige, sexy, slimme, fantastische, verbazingwekkende vrouw! Hij lag op zijn hotelbed en beleefde de heerlijke middag opnieuw. Hij deed zijn ogen dicht en stelde zich voor dat hij bij haar was, haar zachte, gebruinde huid tegen de zijne, haar prachtige, lange benen rond zijn dijbenen geslagen, haar…
Zijn mobiel ging en onderbrak zijn dagdroom op het moment dat het interessant werd. Verdorie! Hij pakte zijn mobiel en zag dat er ‘lord en lady Onbenul’ op het verlichte scherm stond.
‘Hallo,’ riep Robbie vrolijk in de verwachting dat het een van zijn dochters was.
‘Robbie!’ blafte Heathers stem. De moed zonk hem in de schoenen. Ze was de laatste met wie hij op dit moment wilde praten.
‘We moeten praten over Ruby’s gedrag,’ zei ze grimmig.
‘Wat is er met Ruby’s gedrag?’ vroeg hij verward. Ruby was een schatje. Soms een beetje brutaal misschien, maar ze was een fijne meid. Slim. Populair. Sportief. Ze had altijd fantastische rapporten. Robbie vond het gezelschap van zijn jongste dochter heerlijk. Hij moest altijd om haar lachen.
‘Ze gedraagt zich de laatste tijd steeds onbeleefder, moeilijker en onhebbelijker, vooral tegenover Fraser…’
Aha, dat was het dus; Ruby viel niet voor Frasers charmes. Ze keek dwars door hem heen. Zoals hij al had gezegd, was ze een slimme meid.
‘Is Fraser niet sterk en volwassen genoeg om zijn eigen zaakjes op te knappen?’ vroeg Robbie. Het amuseerde hem dat Heather het zo serieus nam. ‘Ze is acht jaar, hoe moeilijk kan dat zijn?’
‘Hmm. Ik had kunnen weten dat je me niet zou steunen,’ zei Heather boos. ‘Fraser bevindt zich in een heel lastige positie. Hij is een bijzonder gevoelige man en hij is zich ervan bewust dat hij voorzichtig te werk moet gaan bij het straffen van zijn stiefkinderen, maar ze gedraagt zich echt onmogelijk, Robbie.’
‘Op wat voor manier?’ vroeg hij. Hij vond het nog steeds moeilijk om Heather serieus te nemen.
‘Ze heeft hem…’ Heather aarzelde en schraapte haar keel. ‘Ze heeft hem…’
‘Wat?’ drong Robbie aan. Hij begon ongeduldig te worden.
‘Ze heeft hem Onbenul genoemd!’ zei Heather met afschuw. ‘Ik bedoel, dat is toch niet te geloven? Waar ter wereld heeft ze zo’n woord opgepikt?’
Oeps. Robbie wist meteen waar Ruby het vandaan had. Ze had hem vast met zijn moeder aan de telefoon horen praten. ‘Ik zal met haar praten als ik terug ben,’ zei hij. Hij voelde zich een beetje schuldig dat Ruby problemen had door zijn kinderachtige gedrag.
‘Dat zal enorm helpen,’ snauwde Heather.
‘Wat stel jij dan voor?’ vroeg Robbie vermoeid. ‘Haar opsluiten in de kolenkelder? Haar mond met zeep en water wassen?’
‘Ze mag twee weken geen televisiekijken,’ verkondigde Heather zelfingenomen. ‘Fraser vond dat een geschikte straf en ik ben het met hem eens. Als je dus terug bent van je korte vakantie en je weer aan je ouderlijke verantwoordelijkheden denkt, dan eis ik dat je onze beslissing om Ruby te straffen steunt en dat die regel ook in jouw huis geldt.’
‘O, moet ik dat?’ foeterde Robbie. ‘Luister, Heather, ik heb tegen je gezegd dat ik met haar zal praten, en ik zal ervoor zorgen dat ze beseft dat ze Fraser niet zo mag noemen. Ik zal tegen haar zeggen dat ze On… ik bedoel Fraser met rust moet laten. Maar ik straf mijn dochters op mijn eigen manier, begrepen?’
‘Op die manier win je hun respect niet, Robbie,’ zei Heather spottend. ‘Je denkt altijd dat ze meer van je houden als je alles goedvindt. Je laat ze laat opblijven en geeft ze junkfood, maar dat is geen liefde, dat is gewoon onverantwoordelijk gedrag.’
Robbie zuchtte; hij had zo’n goed humeur, waarom moest Heather altijd alles voor hem verpesten? Ze was onredelijk. Hij was een goede vader. Hij zorgde er altijd voor dat de meisjes hun huiswerk op tijd maakten, hij streek hun uniformen, ook als hij geen tijd had om zijn eigen overhemd te strijken. Hij maakte spaghetti bolognese voor hen en ging warme chocolademelk met slagroom en marshmallows met hen drinken. Hij las de gedichten van Burns aan hen voor en liet hen oude Billy Connolly-video’s kijken. Hij nam hen mee naar voetbalwedstrijden als Heart speelde en naar de dierentuin, ook al was het min drie graden en was Corstorphine Hill de koudste en winderigste plek op aarde. En, het allerbelangrijkste, hij hield meer van hen dan van het leven zelf. Heather kon hem van alles verwijten, maar die beschuldiging kon ze niet waarmaken. Robbie liet zich echter niet uit zijn tent lokken. Normaal gesproken wel, maar vandaag niet. Vandaag voelde hij zich alsof hij licht gaf. Hij had zijn dochters en nu had hij Francesca ook in zijn leven. Niets kon hem raken.
‘Tja, dan moeten we het daar gewoon maar oneens over zijn,’ zei hij kalm tegen Heather. ‘Ik heb je oude vriendin Francesca trouwens ontmoet.’ Hij kon het niet helpen, het was gewoon te verleidelijk.
‘O?’ Hij kon de nieuwsgierigheid in haar stem horen. “Wat heeft ze over me gezegd?’
Robbie glimlachte. Heather vroeg niet hoe haar ‘vriendin’ zich hield nu haar vader werd vermist en of het goed met haar ging. Nee, Heather vroeg wat Francesca over haar had gezegd. Alles draaide altijd alleen om haar. Goed, ze had erom gevraagd.
‘Ze zei dat je alleen haar vriendin wilde zijn omdat je dan in haar vaders auto mocht rijden. Ze zei ook dat ze bang voor je was, en het interessantste was dat ze leek te denken dat je getrouwd bent geweest met een CEO uit de mediawereld. Ik kan me niet voorstellen waar ze dat idee vandaan heeft, jij wel, Heather?’ Robbie lachte. Heather was duidelijk sprakeloos. ‘Zijn de meisjes er?’ vroeg hij vrolijk. ‘Kan ik met ze praten?’
‘Ze zijn op pianoles,’ snauwde Heather, waarna ze de hoorn op de haak gooide.
Robbie lachte weer. Heather moest zich heel klein voelen op dit moment. Ha! Hij ging achterover op zijn kussens liggen en keerde terug naar zijn dagdroom over Francesca.