HOOFDSTUK TWEEËNTWINTIG
Francesca had haar normaal gesproken onberispelijke nagels tot op het vlees afgebeten. Hoe hard ze het ook probeerde, ze kon de gedachte aan Dubrovski niet verdringen. Zijn gezicht was het laatste dat ze ’s nachts zag als ze ging slapen, hij spookte in haar dromen en als ze ’s ochtends wakker werd loerde hij nog steeds naar haar. William had tegen haar gezegd dat ze zich geen zorgen hoefde te maken, maar hoe moest ze dat doen als ze werd bedreigd door een Russische reus? Stel dat William het bij het verkeerde eind had? Wat zou er gebeuren als ze het geld niet bij elkaar kregen? Waar zou Dubrovski stoppen? Zou hij haar pijn doen? Zou hij William pijn doen? En het ergst van alles, zou hij de kinderen iets aandoen? Je hoorde voortdurend over kinderen die werden ontvoerd. Hoe ver zou Dubrovski gaan als Francesca hem niet gaf wat hij wilde? Ze dacht aan de onschuldige gezichtjes van Benito en Luca, aan hun enorme, zekere bruine ogen, vol liefde en vertrouwen. Stel dat ze hen in gevaar bracht? Als er iets met hen gebeurde, ging ze dood. Ze waren haar leven en zonder hen… O god, ze moest die gedachte verdringen. Het was ondraaglijk.
Ze moest William aan haar kant krijgen. Ze moest met hem praten, haar angsten aan hem vertellen en ervoor zorgen dat hij begreep dat ze deze keer één front moesten vormen. Francesca voelde zich verschrikkelijk kwetsbaar en alleen, ze voelde zich hulpeloos. Hoe kon ze de kinderen beschermen als ze zichzelf niet eens kon helpen? Maar als zij en William een team waren, zouden ze sterker staan. Eendracht maakt macht, tweedracht breekt kracht, enzovoort. En misschien was deze crisis de katalysator die haar huwelijk zou redden. Soms groeiden er goede dingen uit verschrikkelijke omstandigheden. Ja, ze zou William vandaag mee uit lunchen nemen en hem uitleggen hoe ze zich voelde. Ze zou hem vertellen dat ze hun huwelijk een nieuwe kans wilde geven. Ze zou echt haar best doen, zich mooi maken voor hem en ervoor zorgen dat hij zich speciaal voelde. Misschien had ze dat jaren geleden moeten doen.
Ze stond in haar ondergoed voor haar inloopkast en inspecteerde de inhoud ervan kritisch. Hij hing vol strenge zakenkostuums. Honderd variaties op hetzelfde thema – rij na rij zwarte kokerrokken, witte blouses, keurige jasjes en zwarte pumps. Gaap. Francesca wilde er vandaag anders uitzien, meisjesachtig, ze wilde geen verstandig, saai uiterlijk meer. Ze wilde William bewijzen dat ze meer was dan alleen een collega. Ze was een vrouw en ze was van hem.
De slaapkamerdeur werd opengegooid en Angelica kwam zonder kloppen binnenlopen. Francesca was nog steeds boos op haar om haar gedrag van de vorige avond. Het bleek dat ze helemaal geen date had gehad met de mooie Christian, maar dat ze zich op haar jacht had misdragen met een stel Australische rugzaktoeristen. Ze had zich zo schandalig gedragen dat de kapitein van haar jacht ontslag had genomen en een van de Australiërs in het ziekenhuis was beland. Niet dat Angelica dat aan Francesca had verteld. Natuurlijk niet. Nee, Francesca had in de krant over haar zusjes capriolen moeten lezen.
‘Wat wil je?’ vroeg ze Angelica met haar strengste ‘ik ben nog steeds heel, heel erg boos op je, jongedame’-stem.
‘Ik wil alleen zeggen dat het me spijt,’ zei Angelica met getuite lippen en een onschuldige blik in haar ogen.
‘Kijk niet zo naar me, Angel,’ waarschuwde Francesca haar. ‘Je weet dat dat niet helpt. Ik heb tegen je gezegd dat het geen zin heeft om spijt te hebben als je niet teruggaat naar de ontwenningskliniek. Tot je daarin toestemt, wil ik het niet horen, begrepen?’
Angelica ging op Francesca’s bed zitten en krulde zich op als een kat. ‘Ik kan nergens naartoe zolang papa vermist is,’ zei Angelica. ‘Stel dat hij terugkomt en ik ergens in een kliniek zit? Dat is niet goed.’
‘Angel,’ zei Francesca geduldig. ‘We hebben dat al honderd keer besproken. Papa komt niet terug. Niet op de manier zoals jij dat wilt. Je zult het moeten accepteren, liefje.’
Angel klemde haar knieën tegen haar kin en schudde haar hoofd als een koppige peuter die weigert te accepteren dat het bedtijd is. ‘Dat doe ik niet,’ zei ze eenvoudig. ‘Ik kan het niet, Frankie. Als ik ga geloven dat papa…’ Haar stem stierf weg, niet in staat het gevreesde woord uit te spreken.
Ondanks alles voelde Francesca haar hart week worden. Hoe lukte het Angel toch altijd om dat te doen?
‘Goed, liefje,’ zei ze vriendelijk. ‘Laten we er niet meer over praten. We wachten gewoon af en handelen als er iets gebeurt.’
Angelica knikte.
‘Maar alsjeblieft, Angel, beloof me dat je vanaf nu geen drank en drugs meer neemt.’
Angelica knikte, maar ze keek Francesca niet aan.
‘Waarom draag je nooit korte rokjes,’ veranderde ze plotseling van onderwerp terwijl ze haar zus van top tot teen in haar ondergoed bekeek. ‘Hmm?’
‘Korte rokjes. Je draagt nooit iets boven de knie, maar je hebt fantastische benen. Ze zijn prachtig. Het is gewoon verschrikkelijk zonde,’ zei Angel.
‘Ik ben vijfendertig,’ antwoordde Francesca. ‘Je moet geen korte rokjes dragen als je ouder dan dertig bent.’
‘Waarom niet?’ vroeg Angelica. ‘Wie zegt dat?’
‘Ik weet het niet, het is gewoon een regel,’ zei Francesca.
‘Ik hou niet van regels,’ zei Angelica. ‘Regels zijn er om verbroken te worden.’
Dat was geen verrassing. Ze wisten allemaal dat Angelica nooit deed wat haar werd gezegd. Voor één keer moest Francesca echter toegeven dat haar zus een punt had. Waarom zou ze geen kort rokje dragen? Geen minirok natuurlijk. Geen piepklein, strak rokje dat haar billen net bedekte, zoals Angel droeg. Maar een stukje boven de knie zou leuk zijn voor de verandering. Het enige probleem was dat ze zoiets niet bezat.
‘Angel?’ vroeg Francesca. ‘Heb je veel kleren meegenomen? Of zijn ze allemaal in je appartement?’
‘Ik heb de kleren die ik in Miami heb gedragen bij me. Ik ben rechtstreeks met mijn koffer van het vliegveld hiernaartoe gekomen, weet je nog? Waarom?’
‘Ik vroeg me gewoon af of ik iets van je kan lenen,’ zei Francesca een beetje schaapachtig.
Het leek op haar leeftijd belachelijk om aan haar twintigjarige zusje te vragen of ze kleren van haar mocht lenen, maar ze voelde zich klaar voor een verandering en haar garderobe was een prima plek om mee te beginnen. Angelica vond het een geweldig idee. Ze ging rechtop zitten en schonk haar voor het eerst deze week een echte glimlach.
‘O mijn god, ik zou het hélemaal geweldig vinden om je te stylen, Frankie. Mag ik? Alsjeblieft? Ik zorg ervoor dat je er prachtig uitziet, dat beloof ik.’
Het maakte Francesca gelukkig om te zien dat Angel enthousiast was over iets anders dan feesten. ‘Goed,’ zei ze. ‘Zorg er alleen voor dat het niet te jeugdig wordt.’
‘Ik zet de krommetenenmeter nu aan,’ giechelde Angel. ‘Als hij afgaat, weten we dat we te ver zijn gegaan.’
Ze sprong van het bed, rende de kamer uit en kwam een paar minuten later terug met haar armen vol jurken, schoenen, riemen en sjaals.
‘O mijn god, dit wil ik al jaren doen, Frankie,’ gilde ze. ‘Ik ga je jaren jonger maken. Jaren! Ik kan gewoon niet wachten tot William je ziet. Je zult eruitzien alsof je zijn dochter bent.’
Francesca grinnikte, maar ze wilde er niet uitzien als Williams dochter. Ze wilde hem er gewoon aan herinneren dat ze zijn vrouw was.
Een uur later stond Francesca verbijsterd in de spiegel naar zichzelf te staren. Ze zag eruit als…
‘Een heel aantrekkelijke vrouw,’ zei Angel, die achter haar stond om haar werk te bewonderen.
Zelfs Francesca moest toegeven dat ze er goed uitzag. En de krommetenenmeter was niet één keer afgegaan! Ze droeg een luchtig, gebloemd Luella-jurkje tot net boven haar knie, dat haar lichaamsvormen benadrukte en een flink decolleté had. Angel wilde dat ze cowboylaarzen bij de jurk zou dragen, maar Francesca had besloten dat ze zich daar ongemakkelijk bij voelde. Dus werden ze het in plaats daarvan eens over een paar crèmekleurige Miu Miu-sandaaltjes met plateauzool, en een bijpassende clutch.
‘Daar krijg ik nooit al mijn spullen in,’ zei Francesca terwijl ze kritisch naar het tasje keek.
‘Waarom niet?’ vroeg Angel. ‘Er is voldoende ruimte voor je lippenstift, je portemonnee en je mobiel. Wat heb je verder nog nodig?’
Normaal gesproken nam Francesca haar agenda, pennen en notitieblokken mee, plus de documenten waar ze op dat moment aan werkte, maar vandaag had ze niet echt iets nodig, dus was de clutch perfect.
‘Waar ga je trouwens naartoe, Frankie?’ vroeg Angelica plotseling. ‘Met zo’n verdomd aantrekkelijk uiterlijk.’
‘Het is een verrassing voor William,’ zei Francesca. ‘Ik neem hem mee naar een leuk tentje om te lunchen.’
Angel keek teleurgesteld. ‘Saai!’ pruilde ze. ‘Waarom zou je al die aantrekkelijkheid aan William verspillen? Alsof hij naar je benen kijkt.’
‘Omdat hij mijn echtgenoot is,’ antwoordde Francesca.
‘Brr,’ zei Angel. ‘Ik heb nooit begrepen waarom je met hem bent getrouwd. Hij is zó saai…’
‘Angelica,’ zei Francesca waarschuwend.
‘Wat? Dat is hij! Ik hoopte dat je een geheime minnaar of zo had. Ik dacht dat je je daarom wilde optutten.’
‘Nee,’ antwoordde Francesca. ‘Ik wil gewoon een fijne lunch met mijn echtgenoot en ik wil er mooi uitzien voor hem.’
‘Ik geef het op, Frankie,’ zuchtte Angel. ‘Je vergooit jezelf aan hem. Je bent veel te goed voor hem.’
Francesca haalde haar schouders op. ‘Wat? Net zoals jij te goed bent om je leven weg te gooien aan drank en drugs? Ik weet niet zeker of je daar een oordeel over mag vellen, Angel.’
‘Misschien niet,’ zei Angel. Ze klonk plotseling heel ernstig. ‘Maar ik ben geen compleet leeghoofd, wat je ook van me denkt. En ik zeg tegen je dat William helemaal verkeerd voor je is. Je bent niet gelukkig, Frankie. Jullie houden niet van elkaar. Er is geen vreugde tussen jullie. Het is gewoon pijnlijk om te zien. Jezus, je neemt jezelf gewoon in de maling! Jouw leven is niet echter dan het mijne is.’
Na die woorden stond ze op van het bed en liep de kamer uit.
Francesca staarde naar de vrouw in de spiegel. Ze herkende zichzelf nauwelijks. Angel had gelijk, ze was niet gelukkig met haar leven zoals het was, maar daar probeerde ze iets aan te doen. En bruggen bouwen met William was een stap in de goede richting. Wat had ze voor alternatief?
William Hillier controleerde de bankrekeningen nog één laatste keer. Hij was bijna klaar, na maanden van plannen maken, begroten en fondsen van de ene bankrekening naar de andere verplaatsen. Fatty’s verdwijning had de zaken op een bepaalde manier veel ingewikkelder gemaakt, omdat de aandelenkoersen van het bedrijf waren gedaald en de investeerders waren plotseling voorzichtig, sommigen dreigden zelfs eruit te stappen. Het was William echter gelukt om de meesten van hen tevreden te houden. Hij had ze ervan overtuigd dat dit gewoon een dip was en dat de situatie al snel zou stabiliseren. Aan de andere kant was het allemaal aanzienlijk gemakkelijker geworden nu Fatty weg was.
Hij douchte, genoot van het gevoel van de krachtige waterstraal op zijn huid, en trok daarna zijn elegantste kostuum aan. Het was belangrijk dat hij gepast gekleed was, de juiste indruk gaf, het spel bleef spelen. William was altijd heel goed geweest in het spel spelen. Hij pakte een reservebroek, wat schone sokken en schoon ondergoed, een paar overhemden en zijn toilettas. Hij was klaar om te gaan.
Hij klopte op Francesca’s deur en liet zijn koffer in de gang staan. Ze droeg een belachelijk zomerjurkje dat veel te strokerig en frivool was. Hij vond het absoluut ongepast voor een vrouw van haar leeftijd, maar dit was niet het moment om kritiek te leveren op de smaak van zijn vrouw. Wat Francesca deed of niet deed was niet belangrijk. Daar had hij niets meer mee te maken.
‘Francesca, ik moet naar een spoedvergadering in Londen,’ zei hij tegen haar.
‘O?’ Ze keek verrast en teleurgesteld. ‘Dat wist ik niet.’
‘Nee,’ zei hij geduldig. ‘Zoals ik al zei, is het een spoedvergadering. Het is net afgesproken. Er zijn een paar problemen met onze aandelenindex. De hedge-fondsmanagers willen bespreken wat we daaraan gaan doen.’
‘Maar ik wilde samen gaan lunchen.’ Ze zag er geschokt uit maar William voelde niets. Geen schuld. Geen spijt. ‘Ik dacht dat we konden praten.’
‘Ik denk eigenlijk niet dat we veel hebben om over te praten, Francesca,’ antwoordde hij. Hij wist dat hij harteloos klonk, maar het kon hem niet meer schelen.
Hij zag dat de tranen in haar ogen schoten.
‘Alsjeblieft, William,’ zei ze terwijl ze een stap naar hem toe deed. ‘Kun je geen latere vlucht nemen? Het spijt me dat ik de dingen zo ver heb laten komen tussen ons, maar ik wil het goedmaken. Je bent mijn echtgenoot. Ik…’
‘Alsjeblieft, doe niet zo melodramatisch, Francesca,’ onderbrak hij haar terwijl hij haar hand van zijn arm haalde. Nu wilde ze dat hij haar echtgenoot was? Nu ze bang was en de controle kwijtraakte? Tja, dan had ze hem jaren geleden moeten waarderen en niet nu het veel te laat was. Ze probeerde wanhopig haar tranen weg te knipperen. Het zag er pathetisch uit.
‘Hoelang blijf je weg?’ vroeg ze met een wanhopige klank in haar stem. ‘Er is hier zoveel aan de hand, ik weet niet of ik het red zonder jou.’
Francesca zou moeten leren om het zonder hem te redden. ‘Maar een paar dagen,’ antwoordde hij. ‘Het lukt je wel. We kunnen telefonisch vergaderen als er iets belangrijks gebeurt.’
Er viel plotseling een schaduw over Francesca’s gezicht en er begonnen dikke tranen over haar wangen te stromen. ‘Je bent toch voor vrijdag terug?’ snikte ze. ‘We moeten Dubrovski dat geld betalen.’
‘Ja, ja,’ zei hij ongeduldig. ‘Maak je geen zorgen over Dubrovski. Ik heb tegen je gezegd dat ik maar een paar dagen weg ben.’
‘Hoe ga je naar het vliegveld?’ vroeg Francesca hoopvol. ‘Zal ik je brengen? Misschien kunnen we in de auto praten.’
‘Nee, dank je. Dat is niet nodig. Ik rij zelf,’ antwoordde hij. ‘Ik laat de auto daar.’
‘Maar je hebt een hekel aan autorijden,’ zei Francesca.
‘Ik ben een grote jongen, Francesca,’ antwoordde William. ‘Het lukt me wel.’
Waarom toonde ze plotseling zoveel interesse in hem?
‘Ik moet gaan,’ zei hij abrupt. ‘Tabee.’
‘Oké, goed dan, dag.’ Ze zwaaide even naar hem. Haar ogen waren nog steeds vochtig van de tranen. Hij voelde nog steeds niets, hoewel hij wist dat het de laatste keer was dat hij haar zag.
William had lang geleden al afscheid van Francesca genomen, niet abrupt maar op zijn eigen kalme manier. Hij had ooit van haar gehouden, heel veel zelfs. Maar hij had nooit goed geweten hoe hij haar zijn gevoelens moest tonen. Hij had gedacht dat zijn carrière opgeven en het bedrijf van haar vader leiden voldoende zou zijn, maar dat was niet zo. Ze was steeds afstandelijker geworden, had zich met de kinderen en het bedrijf beziggehouden, en had hem steeds verder weggeduwd. Hij had altijd geweten dat ze het niet prettig vond om met hem te vrijen. Het had hem jarenlang veel pijn gedaan. En toen, op een avond, had hij de blik in haar ogen gezien. Het was een blik van pure desinteresse. Voor William was dat het begin van het eind geweest. Hij was de volgende dag naar een andere kamer verhuisd.
Hij had afscheid willen nemen van de jongens, maar ze waren op school en hij kon de aandacht niet trekken door daar langs te gaan. Hij had ze vanochtend een kus gegeven toen ze weggingen. Ze waren verbaasd geweest, maar blij met het teken van genegenheid. Normaal gesproken gaf hij ze geen kus.
Terwijl hij over de oprit reed, keek William in de achteruitkijkspiegel nog één keer naar het huis. Hij zou Le Grand Bleu niet missen. Het was nooit een thuis voor hem geweest. Het was een zielig, oud gebouw, gevuld met geheimen en leugens. De LaFata’s mochten het hebben. Dat vond hij prima.
Francesca zat op haar bed met haar mobiel te spelen. Ze had haar tranen gedroogd en haar pijn om Williams onverschillige afwijzing had plaatsgemaakt voor boosheid. Hoe haalde hij het in zijn hoofd om in een tijd zoals deze te vertrekken en haar en de jongens alleen te laten? Ze hadden verdriet en ze waren in gevaar. Het leek hem gewoon niets te kunnen schelen. Het was duidelijk dat hij niet van Francesca hield. En als ze helemaal eerlijk tegen zichzelf was, wist ze dat ze ook niet van hem hield. Misschien had Angel gelijk. Misschien was haar leven één grote leugen.
Haar vinger zweefde nog even boven de zendknop en toen deed ze het. Ze zag hoe haar antwoord in cyberspace verdween en vroeg zich af waar het allemaal zou eindigen. Ze had de doos van Pandora opengemaakt en ze wist niet of het volslagen krankzinnig of volslagen verstandig was wat ze op het punt stond te gaan doen. Het enige dat ze wist was dat de regels die ze altijd in acht had genomen niets meer betekenden, dus waarom zou ze die blind blijven volgen? Wat had het haar opgeleverd om een goede dochter van het gezin te zijn, om iedereen tevreden te stellen, om altijd het juiste te doen? Was ze gelukkig? Absoluut niet! Maar misschien kon ze dat worden. Als ze een andere weg insloeg…