•63•

Toen ze terugkwam in het hotel waar ze logeerde, keek Michelle aandachtig naar de doos achter in haar auto. Daar zaten de dossiers over Bob Scott in die ze hadden weggehaald uit Joans kamer in het Cedars Hotel. Ze liep ermee naar haar kamer om alles nog eens door te lezen, voor het geval dat Joan iets over het hoofd had gezien. Terwijl ze de stukken doorbladerde, merkte ze dat Joans aantekeningen er ook bij zaten.

Het weer was inmiddels alweer een stuk killer, en dus stapelde ze een paar houtblokken en wat aanmaakhoutjes op in de open haard en stak de stapel daarna aan met wat lucifers en een opgerolde krant. Ze bestelde een pot thee en iets te eten, maar na wat Joan was overkomen, hield ze de ober die het eten kwam brengen scherp in de gaten, en ze lette er goed op dat haar hand op haar pistool bleef rusten totdat hij weer de kamer uit was. Ze had een ruime hotelkamer, die was ingericht in een stijl die niet alleen duur aandeed, maar ook nog smaakvol was, en die een goedkeurende glimlach op het gezicht van Thomas Jefferson zou hebben gebracht. Het knapperende haardvuur maakte de sfeer nog behaaglijker. Het hotel was echter zo duur dat ze inmiddels iets anders zou hebben moeten zoeken als de Secret Service niet had aangeboden minstens voor een paar dagen haar verblijfkosten te vergoeden. Daar werd ongetwijfeld iets voor terug verwacht, namelijk een oplossing voor deze grillige en bizarre zaak, en de Secret Service was zich er zeker van bewust dat zij – samen met King – tot nu toe de beste ideeën voor een oplossing had aangedragen. Ze was echter niet zo naïef om niet te beseffen dat het betalen van haar hotelrekeningen voor de Secret Service ook een handige manier was om in de gaten te houden waar ze uithing.

Ze ging in kleermakerszit op de vloer zitten, sloot haar laptop aan op de splinternieuwe kabelaansluiting in de wand achter de in achttiende-eeuwse stijl gemaakte secretaire, en begon met het onderzoek dat King haar had gevraagd te doen, ook al was het dan nog zo ongebruikelijk. Zoals ze al had voorspeld, was de informatie niet te vinden in de databank van de Secret Service, en daarom belde ze een paar collega’s. Bij de vijfde keer bellen trof ze iemand die haar iets wijzer kon maken. Ze gaf de man de informatie die King haar had gegeven.

‘Ja zeker,’ zei de man. ‘Dat weet ik omdat mijn neef in hetzelfde gevangenkamp heeft gezeten en er vel over been uit is gekomen.’

Michelle bedankte hem en hing op. Onmiddellijk daarna belde ze King, die tegen die tijd al thuis was.

‘Oké,’ zei ze, terwijl ze haar gevoel van triomf nauwelijks verborgen wist te houden. ‘Eerst moet je zeggen dat ik de allerbriljantste detective ben op Miss Marple na.’

‘Miss Marple? Ik dacht dat je Sherlock Holmes of Hercule Poirot zou zeggen,’ zei hij.

‘Die waren niet slecht, voor mannen. Maar Jane Marple staat echt op eenzame hoogte.’

‘Goed, je bent de beste detective op Miss Marple na, wijsneus. Wat ben je te weten gekomen?’

‘Je had gelijk. De naam die je me hebt gegeven, was de naam van het dorpje waar hij gevangen is gehouden en waaruit hij is ontsnapt. En wil je me dan nu vertellen wat er aan de hand is? Waar heb je die naam vandaan?’

King aarzelde even, maar zei toen: ‘Die stond in de wand van de gevangeniscel gekrast, in die bunker in Tennessee.’

‘Mijn god, Sean. Betekent dat wat ik denk?’

‘Er stond een Romeins cijfer II achter. Dat kan wel kloppen. Dit was zijn tweede gevangenkamp. Ik denk dat dat de manier is waarop hij daartegenaan keek. Eerst Vietnam, en daarna Tennessee.’

‘Dus Bob Scott heeft daar gevangengezeten en die inscriptie daar achtergelaten om ons dat te laten weten?’

‘Zou kunnen. Maar vergeet niet dat die inscriptie ook bedoeld kan zijn om ons op een dwaalspoor te brengen.’

‘Dan hebben ze daar wel een heel vreemde manier voor gekozen.’

‘Dat is waar. En dan is er nog iets.’

‘Wat?’ zei ze snel.

‘Dat briefje op het lijk van Susan Whitehead.’

‘Jij denkt dat Scott dat niet geschreven zou kunnen hebben? Maar waarom dan niet?’

‘Een aantal redenen, maar ik kan er nog steeds niet zeker van zijn.’

‘Maar als we ervan uitgaan dat Scott hier niet bij betrokken is, wie in vredesnaam dan wel?’

‘Daar ben ik nog mee bezig.’

‘Wat ben je dan aan het doen?’

‘Ik heb wat juridisch onderzoek gedaan in de universiteitsbibliotheek.’

‘Heb je gevonden wat je zocht?’

‘Ja.’

‘En kun je mij dat vertellen?’

‘Nog niet. Ik moet er nog wat over denken, maar bedankt voor de informatie. Tot gauw… Miss Marple.’ Hij verbrak de verbinding en Michelle legde de telefoon neer. Ze was er niet erg blij mee dat hij opnieuw had geweigerd haar in vertrouwen te nemen.

‘Als je iemand helpt, dan verwacht je toch dat hij je in vertrouwen neemt, maar nee hoor!’ mopperde ze tegen de lege kamer.

Ze gooide nog wat hout op het vuur en begon Joans aantekeningen en de doos met dossiers door te kijken.

Het gaf haar een beetje een vreemd gevoel om Joans persoonlijke opmerkingen over deze zaak door te lezen. Het mens kon wel dood zijn. Maar ze moest toegeven dat Joan de voortgang van haar onderzoek nauwgezet had bijgehouden en terwijl ze de aantekeningen doorlas, begon ze een steeds hogere dunk te krijgen van Joan Dillingers professionalisme en haar vaardigheden als rechercheur. Michelle dacht na over wat King haar had verteld over het briefje dat Joan op de ochtend van de moord op Ritter had ontvangen. Wat een schuldgevoel moest ze al die jaren met zich meegedragen hebben, doordat ze zag hoe een man om wie ze gaf te gronde werd gericht terwijl ze zelf steeds hoger op de maatschappelijke ladder klom. Maar hoeveel kon ze werkelijk van hem gehouden hebben als ze ervoor had gekozen om te zwijgen? Want in wezen kwam het erop neer dat ze haar eigen carrière belangrijker had geacht dan haar gevoelens voor Sean King. En hoe moest King zich hebben gevoeld?

Wat was dat toch met mannen? Hadden ze een soort dominant gen dat hen ertoe aanzette om nobel te lijden, hoe dom dat dan ook mocht zijn, als een vrouw gewoon over hen heen liep? Een vrouw kon ongetwijfeld even hopeloos smachten naar een man, en het kwam ook maar al te vaak voor dat haar seksegenoten voor een foute man vielen en hem niet alleen hun hart lieten breken maar soms ook hun benen. Maar een vrouw zou toch op een gegeven moment haar verlies hebben genomen en verder zijn gegaan. Zo waren mannen echter niet. Ze bleven gewoon koppig met hun hoofd tegen de muur lopen, hoe kil het hart onder de fraaie rondingen in dat welgevulde bloesje ook mocht zijn. God, wat was het toch frustrerend dat zo’n man als King zich zo in de luren kon laten leggen door een vrouw als Joan.

Toen kreeg ze in de gaten wat ze eigenlijk dacht en ze vroeg zich af waarom ze zich zo druk maakte. Ze werkten samen aan een zaak. Meer niet. En King was bepaald niet volmaakt. Goed, hij was intelligent, beschaafd, knap en geestig, maar hij was ook meer dan tien jaar ouder en bovendien humeurig, afstandelijk, en soms ronduit onbeleefd en neerbuigend. En zo verdomde keurig! Ze had zelfs haar auto uitgemest om hem te plezieren…

Toen het tot haar doordrong wat ze nu weer had zitten denken, begon ze te blozen, en snel richtte ze haar aandacht weer op de documenten die voor haar op tafel lagen. Ze las het aanhoudingsbevel voor Bob Scott door, het aanhoudingsbevel dat door Joan was gevonden en dat de enige aanwijzing was geweest die hen naar die bunker in Tennessee had gebracht. Wat King haar zojuist had verteld, maakte de conclusie dat Scott hierachter zat echter een stuk minder aannemelijk.

Maar toch, het was zíjn blokhut en dat aanhoudingsbevel was uitgevaardigd wegens verboden wapenbezit. Ze bekeek het document eens wat aandachtiger. Wat hield die overtreding nou precies in? En waarom was de Secret Service er niet in geslaagd het bevel uit te voeren? Helaas stond dat niet in de documenten.

Geërgerd gaf ze het op en ze bladerde verder tot ze op een naam stuitte die haar even deed aarzelen. Voor haar was het feit dat Joan daar een streep door had gezet en daarmee diegene duidelijk als verdachte buiten beschouwing had gelaten, niet doorslaggevend. Want hoewel ze het waarschijnlijk niet openlijk zou toegeven, beschikte ze als het om vaardigheden als rechercheur en detective ging over net zoveel zelfvertrouwen als King.

Langzaam sprak ze de naam uit, en ze rekte daarbij de laatste twee lettergrepen.

‘Doug Denby.’ Ritters chef-staf. In Joans aantekeningen stond te lezen dat Denby er na de aanslag op Ritter juist op vooruit was gegaan en dat hij land en grond had geërfd in Mississippi. Om die reden had Joan besloten dat Denby niet degene kon zijn die ze zochten, maar Michelle was daar nog niet zo zeker van. Waren die paar telefoontjes die Joans mensen hadden gevoerd en dat kleine beetje algemene achtergrondinformatie dat ze hadden opgevraagd wel voldoende om die conclusie te rechtvaardigen? Joan was niet naar Mississippi gegaan om met eigen ogen te kijken. Ze had Doug Denby nooit gezien. Had hij zich werkelijk als een soort landjonker in Mississippi gevestigd? Kon hij niet net zo goed hier in de buurt rondhangen, terwijl hij wachtte op een gelegenheid om zijn volgende slachtoffer te vermoorden of te ontvoeren? King had gezegd dat Denby als campagneleider volkomen voorbijgestreefd was door Sidney Morse en dat hij dat Morse diep kwalijk had genomen. Misschien was Denby ook Ritter wel gaan haten. Maar wat zou hij te maken gehad kunnen hebben met Arnold Ramsey? Gesteld natuurlijk dat die twee werkelijk iets met elkaar te maken hadden gehad. Of met Kate Ramsey? Had hij zijn rijkdom gebruikt om een soort wraakcampagne op touw te zetten? Tot dusverre had Joans onderzoek die vragen niet kunnen beantwoorden.

Michelle pakte een pen en schreef Denby’s naam onder de naam die Joan had doorgestreept. Ze vroeg zich af of ze King zou bellen om hem te vragen wat hij zich over de man herinnerde. Misschien moest ze maar eens met Joans aantekeningen naar King toe gaan, en hem dan dwingen met haar om de tafel te gaan zitten en die aantekeningen samen met haar door te werken. Ze zuchtte. Misschien wilde ze gewoon graag bij hem zijn. Ze schonk zich nog een kopje thee in, keek eens uit het raam en zag dat het bewolkt begon te raken. Zo te zien kon het elk ogenblik gaan regenen. Toen ging de telefoon.

Het was Parks. ‘Ik zit nog in Tennessee,’ zei hij, en het klonk niet of hij daar erg blij mee was.

‘Nog nieuws?’

‘We hebben een paar mensen verhoord die hier in de buurt wonen, maar die konden ons niet verder helpen. Ze kenden Bob Scott niet, hadden hem nooit gezien enzovoort, enzovoort. Die blokhut was eigendom van Bob Scott. Hij heeft hem overgenomen uit de nalatenschap van een ouwe vent die daar een jaar of vijf heeft gewoond, maar die volgens zijn familie nooit heeft geweten dat er een bunker onder lag. Die bunker is behoorlijk grondig uitgekamd, maar heeft niets opgeleverd, op die oorbel die jullie hebben gevonden na.’

‘Sean heeft die gevonden. Ik niet.’ Ze aarzelde even en zei toen: ‘Hoor eens, hij heeft nóg iets gevonden.’ Ze vertelde hem over de naam van het dorpje in Vietnam die in de wand van die andere gevangeniscel was gekrast.

Parks was woedend. ‘Waarom heeft hij me dat dan niet verteld terwijl hij daar in die bunker was?’

‘Dat weet ik niet,’ zei ze, en toen dacht ze aan de manier waarop King ineens afstand van haar had genomen. ‘Misschien durfde hij op dat moment niemand te vertrouwen.’

‘Dus je hebt kunnen bevestigen dat dat het plaatsje was waar Scott tijdens de oorlog in Vietnam gevangen heeft gezeten?’

‘Ja, ik heb een Secret Service-agent gesproken die het hele verhaal kende.’

‘Wil je daarmee zeggen dat iemand hierheen is gekomen, de bunker heeft overgenomen en Scott in zijn eigen huis gevangen heeft gezet?’

‘Sean zei dat het misschien een truc was om ons op een dwaalspoor te brengen.’

‘En waar is die briljante detective van ons nu?’

‘Thuis. Hij trekt een paar andere onderzoekslijnen na. Hij is niet erg spraakzaam op het moment. Kennelijk wil hij alleen zijn.’

‘Wat kan mij het nou schelen wat hij wil!’ brulde Parks. ‘Hij heeft deze hele zaak inmiddels misschien al opgelost en hij vertelt het ons niet!’

‘Hoor eens, Jefferson. Hij doet zijn best om achter de waarheid te komen, maar hij doet dat op zijn eigen manier.’

‘Nou, ik begin anders pis- en pisnijdig te worden over die manier van doen van hem.’

‘Ik zal wel eens met hem praten. Misschien kunnen we dan binnenkort iets afspreken.’

‘Ik weet niet hoe lang ik hier nog ben. Waarschijnlijk ben ik morgen pas klaar. Praat maar met King en maak hem duidelijk dat het niet verstandig is om informatie achter te houden. Als ik erachter kom dat hij over nog meer bewijsmateriaal beschikt waarover hij ons niet heeft verteld, gooi ik hem in een cel die heel erg lijkt op de cel die jullie daar in die bunker hebben gezien. Is dat duidelijk?’

‘Volkomen.’

Michelle verbrak de verbinding en trok de telefoonlijn van haar laptop uit de muur, rolde die op en stopte hem weer in het koffertje. Daarna stond ze op en liep naar de andere kant van de kamer om iets uit haar rugzak te pakken. Ze werd zo in beslag genomen door haar eigen gedachten dat ze niet keek waar ze liep, struikelde en languit op de vloer viel. Ze krabbelde weer overeind en keek met een boos gezicht naar de roeiriem die half onder het bed uit stak, waar ze hem samen met alle andere rommel uit haar auto onder had geschoven. Er lagen nu zoveel spullen onder haar bed dat er telkens weer dingen onderuit rolden en haar slaapkamer soms wel een stormbaan leek. Dit was al de derde keer dat ze over iets was gestruikeld. Ze besloot er iets aan te doen.

Terwijl Michelle strijd leverde tegen de rommel werd het gesprek dat ze zojuist met Jefferson Parks had gevoerd, opgeslagen in een klein hoopje printplaatjes en kabeltjes. Zonder dat de hoteleigenaren daar weet van hadden, zat er in de stekkerdoos van haar telefoonaansluiting een uiterst geavanceerd afluisterapparaatje verborgen, dat niet alleen alle gesprekken kon afluisteren die in de kamer werden gevoerd, maar ook alle telefoongesprekken, inclusief de reacties van degene aan de andere kant van de lijn.

Achthonderd meter van het hotel stond een bestelwagentje langs de straatkant. In dat bestelwagentje luisterde de Buick-man voor de derde keer het gesprek af en hij zette daarna de recorder uit. Hij pakte zijn telefoon, toetste een nummer in en belde een paar minuten met iemand. Hij beëindigde het gesprek met: ‘Ik ben echt onuitsprekelijk teleurgesteld.’

Bij die woorden liepen degene aan de andere kant van de lijn de rillingen over de rug.

‘Doe het,’ zei hij. ‘Vannacht nog.’

De Buick-man verbrak de verbinding en keek naar het hotel. Michelle Maxwell had eindelijk de eerste plaats op zijn lijstje weten te bereiken. In stilte feliciteerde hij haar daarmee.

Onbewaakt ogenblik / druk 1
titlepage.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_0.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_1.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_2.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_3.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_4.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_5.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_6.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_7.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_8.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_9.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_10.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_11.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_12.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_13.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_14.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_15.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_16.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_17.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_18.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_19.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_20.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_21.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_22.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_23.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_24.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_25.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_26.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_27.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_28.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_29.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_30.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_31.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_32.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_33.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_34.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_35.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_36.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_37.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_38.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_39.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_40.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_41.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_42.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_43.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_44.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_45.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_46.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_47.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_48.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_49.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_50.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_51.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_52.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_53.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_54.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_55.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_56.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_57.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_58.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_59.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_60.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_61.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_62.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_63.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_64.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_65.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_66.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_67.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_68.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_69.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_70.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_71.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_72.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_73.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_74.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_75.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_76.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_77.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_78.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_79.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_80.xhtml