•38•

Ze vlogen met een particulier vliegtuigje naar Dayton, Ohio, en van daaruit reden ze naar een openbaar psychiatrisch ziekenhuis dat ongeveer een halfuur van de stad lag. Joan had al gebeld en ze hadden toestemming om Sidney Morse te bezoeken.

‘Het was niet zo moeilijk als ik had gedacht,’ zei ze tegen King toen ze in de auto zaten. ‘Hoewel de vrouw die ik aan de lijn had begon te lachen toen ze hoorde wie ik wilde spreken. Ze zei dat we langs mochten komen als we daar behoefte aan hadden, maar dat het ons niet veel zou opleveren.’

‘Hoe lang zit Morse daar nu al?’ vroeg King.

‘Een jaar of zo. Zijn familie heeft hem laten opnemen. Of liever gezegd: zijn broer, Peter Morse. Meer familie zal hij wel niet hebben.’

‘Ik dacht dat Peter Morse gezocht werd door de politie. Het was toch een drugsgebruiker?’

‘Wás is het juiste woord. Hij heeft nooit gevangenisstraf gehad, waarschijnlijk doordat zijn broer zijn invloed heeft aangewend. Kennelijk heeft hij zijn leven gebeterd en toen zijn oudere broer krankzinnig werd, heeft hij hem laten opnemen.’

‘Waarom in Ohio?’

‘Het schijnt dat Sidney daar voor zijn opname bij zijn broer heeft ingewoond. Hij zal wel zo ver heen zijn geweest dat hij niet meer alleen kon wonen.’

‘Het kan toch verkeren. Dat zie je maar weer. Binnen tien jaar van de absolute top naar permanente opname in een gekkenhuis.’

Een tijdje later zaten King en Joan in een kamertje in de kille en grimmige inrichting. Gejammer, gehuil en gekrijs weergalmden door de gangen. Mensen die al lang geleden hun geestelijke vermogens hadden verloren, zaten diep voorovergebogen in rolstoelen die door de gangen werden geduwd. In een recreatieruimte naast de foyer zat een klein groepje cliënten tv te kijken. Verpleegsters, artsen en algemeen assistenten liepen langzaam door de gangen, ieder in hun eigen uniform. De deprimerende omgeving leek ook hen van hun energie beroofd te hebben.

King en Joan stonden op toen de man door een van de assistenten de kamer binnen werd gereden. De jongeman knikte hen toe en zei: ‘Dit is Sid.’

Hij liet zich voor Morse op zijn knieën zakken en gaf hem een schouderklopje. ‘Oké, Sid, deze mensen hier willen met je praten. Heb je me gehoord? Leuk, man. Je hoeft alleen maar te praten.’ De man grinnikte toen hij dat zei.

Hij stond op en Joan zei: ‘Eh, is er iets wat we moeten weten, onderwerpen die we maar beter kunnen vermijden?’

De man glimlachte, zodat er een rij scheve tanden zichtbaar werd. ‘Niet met Sid. Dat maakt echt niet uit.’

Al die tijd was King niet in staat geweest om zijn blik los te rukken van deze man, die acht jaar geleden op het punt had gestaan een van de meest indrukwekkende wapenfeiten in de geschiedenis van de Amerikaanse politiek op zijn naam te brengen. Morse had wat gewicht verloren, maar was nog steeds tamelijk mollig. Zijn hoofd was kaalgeschoren, al had hij een kort, met grijs doorschoten baardje. King herinnerde zich dat de man ogen zo scherp als lasers had gehad, ogen die niets ontgingen. Maar nu was de blik in die ogen dof en levenloos. Het was Sidney Morse, maar in zekere zin ook weer niet. Het was niet meer dan een lege huls.

‘Wat is de diagnose?’ zei hij.

‘Hij gaat hier nooit meer weg,’ zei de assistent, die zich nu voorstelde als Carl. ‘Zijn geest is helemaal verdwenen en die komt nooit meer terug. Hoor eens, ik ben een eindje verderop in de gang bezig. Roept u maar even als u klaar bent.’ Carl liep weg.

Joan keek King snel even aan. ‘Ik kan gewoon niet geloven dat hij het is,’ zei ze. ‘Ik weet dat zijn reputatie en zijn carrière een flinke dreun hebben gehad nadat Ritter was vermoord, maar dat het hem zó hard geraakt zou hebben…’

‘Misschien is het wel in verschillende stadia gegaan. En ik neem aan dat er in tien jaar een hoop kan veranderen. Kijk maar eens naar mij. Na dat debacle met Ritter was Morse nergens meer. Niemand wilde ook maar iets met hem te maken hebben. Hij raakte gedeprimeerd. En toen hij bij zijn jongere broer was ingetrokken, heeft die hem, net in een fase waarin hij heel kwetsbaar was, misschien wel eens wat drugs gegeven. Ik kan me herinneren dat Sidney tijdens de campagne wel eens heeft verteld dat zijn broer door zijn drugsgebruik een hoop problemen met de politie had gekregen en dat zijn broer heel creatief was als het om manieren ging om aan geld te komen waarmee hij zijn verslaving kon bekostigen. Echt een oplichter.’

King liet zich voor Morse op zijn knieën zakken. ‘Sidney, Sidney, weet je nog wie ik ben? Ik ben Sean King. Agent Sean King.’

Geen reactie. Er droop een beetje speeksel uit Sidneys mond. Het bleef aan zijn lip hangen. ‘Zijn vader was een bekende advocaat,’ zei King met een blik op Joan. ‘En zijn moeder een rijke erfgename. Ik vraag me af waar al dat geld is gebleven.’

‘Misschien wordt het wel gebruikt om zijn verblijf hier te bekostigen.’

‘Nee, dit is een openbare inrichting, geen dure particuliere kliniek.’

‘Misschien wordt het geld nu wel door zijn broer beheerd. Ik neem aan dat ze allebei de helft hebben geërfd en dat hij nu het beheer heeft over beide delen. Maar wat kan het ons eigenlijk schelen hoe de gebroeders Morse hun zaken hebben geregeld? Ik ben op zoek naar John Bruno.’

King draaide zich om en keek nog eens naar Morse. De man zat nog steeds doodstil. ‘Shit, moet je die littekens in zijn gezicht zien.’

‘Zelfverminking, dat hoort bij sommige stoornissen.’

Hoofdschuddend stond King op.

‘Hé, hebben jullie het spelletje al met hem gespeeld?’ vroeg een piepstemmetje.

Ze draaiden zich om en zagen een kort mager mannetje achter hen staan. Hij had een rafelig pluchen konijn in zijn hand en hij zag eruit als een soort elf of kabouter. Hij had een aftandse badjas aan en verder niets. Joan wendde snel haar ogen af.

‘Het spelletje,’ zei het mannetje, dat hen aankeek met een kinderlijke uitdrukking op zijn gezicht. ‘Hebben jullie het al gespeeld?’

‘Wat? Met hém?’ King wees naar Morse.

‘Ik ben Buddy,’ zei het mannetje. ‘En dit is ook Buddy.’ Hij hield het gehavende konijn omhoog.

‘Aangenaam, Buddy,’ zei King. ‘En jij ook, Buddy. Kennen jullie Sid?’

Buddy begon energiek te knikken. ‘Het spelletje!’

‘Het spelletje? Waarom doe jij het niet voor? Kun je dat?’

Buddy glimlachte en begon opnieuw druk te knikken. Hij holde naar de hoek van de kamer, waar een doos met spullen stond, haalde er een tennisbal uit en liep daarmee naar hen terug. Hij ging voor Morse staan, en hield de bal omhoog. ‘Oké, ik gooi de…’

Buddy’s aandacht leek af te dwalen en met de bal in zijn ene hand en het konijn in de andere bleef hij daar staan, met zijn mond wijdopen en een lege blik in zijn ogen.

‘De bal,’ drong King aan. ‘Jij moet de bal gooien, Buddy.’

Buddy kwam weer tot leven. ‘Oké. Ik gooi de bal.’ Met veel vertoon voerde hij een soort professionele warming-up uit, waarbij hij King en Joan veel meer van zijn anatomie liet zien dan hun lief was. Toen hij de bal wierp, deed hij dat echter langzaam en onderhands.

De bal vloog recht op Morses hoofd af. Een seconde voordat hij werd geraakt, schoot Morses rechterhand omhoog en ving hij de bal op. Daarna viel de hand weer omlaag, maar nu met de hand om de bal geklemd. Buddy maakte een rondedansje en toen een buiging. ‘Het spelletje,’ zei hij.

Hij liep naar Morse toe en probeerde de bal los te wrikken, maar Morses vingers bleven er strak omheen geklemd. Buddy draaide zich om en zei met een zielig gezicht: ‘Hij geeft hem nóóit terug. Hij is gemeen! Geméén. Geméén!’

Carl stak zijn hoofd om de deurpost. ‘Alles in orde hier? O, dag, Buddy.’

‘Hij wil de bal niet teruggeven!’ riep Buddy.

‘Geen punt. Rustig maar.’ Met lange passen liep Carl naar de rolstoel toe, hij trok Morse de bal uit de hand en gaf die terug aan Buddy. Buddy draaide zich om naar King en hield hem de bal voor. ‘Nou ben jij aan de beurt!’

King keek eens naar Carl, die glimlachte en zei: ‘Het is in orde. Gewoon een reflex. De artsen hier hebben er een lange naam voor, maar dit is het enige wat Sid nog doet. De anderen hebben er veel pret mee.’

King haalde zijn schouders op en gooide de bal zachtjes naar Morse toe, die hem opving.

‘Krijgt Sid wel eens bezoek?’ vroeg Joan aan Carl.

‘In het begin kwam zijn broer wel, maar die hebben we hier al een hele tijd niet gezien. Volgens mij is Sid jaren geleden een belangrijk iemand geweest, want toen hij hier pas was opgenomen, kwamen er wel eens verslaggevers langs. Maar toen ze zagen hoe hij eraan toe was, was dat snel voorbij. Nu komt er nooit meer iemand. Hij zit hier alleen maar in die stoel.’

‘En hij vangt ballen,’ zei Joan.

‘Precies.’

Toen ze weggingen, kwam Buddy achter hen aan gehold. Hij had de tennisbal in zijn hand. ‘Jullie mogen deze hebben als je wilt. Ik heb er nog een heleboel.’

King nam de bal aan. ‘Dank je wel, Buddy.’

Buddy hield zijn konijn omhoog. ‘Je moet Buddy ook bedanken.’

‘Dank je wel, Buddy.’

Hij keek Joan aan en hield het konijn nog hoger. ‘Buddy kusje?’

King gaf Joan een por. ‘Vooruit. Hij is toch schattig?’

Joan zuchtte even, maar gaf het konijn een kusje op zijn wang en zei toen: ‘Dus jullie zijn vriendjes met Sidney, ik bedoel Sid?’

Buddy knikte zo hard dat zijn kin tegen zijn borst stootte.

‘Zijn kamer is naast die van mij. Wil je hem zien?’

King keek Joan eens aan. ‘We zijn hier nu toch.’

Ze haalde haar schouders op. ‘Dus laten we het dan maar goed doen ook.’

Buddy gaf Joan een hand en liep met hen een gang in. King en Joan wisten niet goed of ze hier eigenlijk wel mochten komen zonder begeleiding van iemand van het personeel, maar niemand hield hen tegen.

Buddy bleef voor een van de kamers staan en gaf een bons op de deur. ‘Dit is mijn kamer. Willen jullie hem zien? Hij is gaaf!’

‘Ja, hoor,’ zei Joan. ‘Misschien heb je daar nog wel meer Buddy’s.’

Buddy maakte de deur open en deed hem toen meteen weer dicht. ‘Ik hou er niet van als mensen naar mijn spullen kijken,’ zei hij en hij keek hen angstig aan.

King slaakte een geërgerde zucht. ‘Oké, Buddy. Het is jouw huis, dus jij bepaalt wat er gebeurt.’

‘Is dit Sids kamer?’ Joan wees naar de deur links van die van Buddy.

‘Nee, deze.’ Buddy maakte de deur rechts open.

‘Mag dit wel, Buddy?’ vroeg King. ‘Mogen we naar binnen?’

‘Mag dit wel, Buddy?’ kauwde Buddy hem na. ‘Mogen we naar binnen?’ Hij keek hen aan met een brede glimlach op zijn gezicht.

Joan speurde de gang af en zag dat er niemand keek. ‘Volgens mij is het wel goed, Buddy. Waarom blijf jij niet even hier?’ Ze stapte snel de kamer binnen, King kwam achter haar aan en een plotseling heel paniekerige Buddy bleef naast de deur staan wachten.

Ze keken het uiterst Spartaans ingerichte kamertje rond. ‘De val van Sidney Morse is lang en diep geweest,’ zei Joan.

‘Dat gebeurt wel vaker als iemand valt,’ zei King verstrooid. Het rook er sterk naar urine en hij vroeg zich af hoe vaak het bed werd verschoond. In de hoek stond een tafeltje. Er lagen verschillende foto’s op, zonder lijstje. King pakte ze op. ‘Hij zal wel geen scherpe voorwerpen mogen hebben, geen glas en metaal.’

‘Morse lijkt me anders niet in staat om zelfmoord te plegen of wat dan ook te doen.’

‘Je weet maar nooit. Straks slikt hij nog een tennisbal in en stikt hij.’ King bekeek de foto’s. Er zat er een bij van twee tieners. Jongens. De ene hield een honkbalknuppel vast. ‘De gebroeders Morse,’ zei hij. ‘In hun middelbareschooltijd zo te zien.’ Hij hield nog een foto omhoog. ‘En volgens mij zijn dit hun ouders.’

Joan kwam naast hem staan en keek naar de foto’s. ‘Hun moeder was niet erg knap.’

‘Niet erg knap maar wel rijk, en dat maakt voor veel mensen een groot verschil.’

‘Die vader kijkt niet vriendelijk.’

‘Zoals ik al zei, het was een vooraanstaand advocaat.’

Joan nam de foto van hem over. ‘Sidney was ook toen al stevig gebouwd, maar hij zag er wel goed uit. Peter was ook best leuk om te zien… een stevig lijf en dezelfde ogen als zijn broer.’ Ze keek naar de van zelfvertrouwen blakende manier waarop hij de honkbalknuppel vasthield. ‘Waarschijnlijk heeft hij op de middelbare school enorm veel aan sport gedaan en al op zijn achttiende zijn persoonlijke top bereikt. Daarna is het vermoedelijk alleen maar bergafwaarts met hem gegaan. Drugs en andere narigheid.’

‘Hij zou de eerste niet zijn.’

‘Hoe oud is Peter nu, denk je?’

‘Ietsje jonger dan Sidney. Begin vijftig, misschien.’

Ze keek eens naar Peters gezicht. ‘Een soort Ted Bundy. Mooi en charmant en als je even niet oplet, snijdt hij je je strot af.’

‘Net als sommige vrouwen die ik ken.’

In een hoek van de kamer stond een kistje. King liep ernaartoe, keek wat erin zat en vond een paar oude, vergeelde krantenknipsels, die voor het grootste deel betrekking hadden op de carrière van Sidney Morse.

Joan keek mee over zijn schouder. ‘Aardig van zijn broer om hem een soort plakboek mee te geven. Zelfs als Sidney het niet kan lezen.’ King gaf geen antwoord. Hij bleef de knipsels doorbladeren.

Hij hield een heel sterk vergeeld krantenknipsel omhoog. ‘Dit gaat over het begin van Morses loopbaan, toen hij toneelstukken regisseerde. Ik weet nog dat hij me daarover vertelde. Het waren echt heel omvangrijke producties. Maar ik denk niet dat hij er ooit een cent mee heeft verdiend.’

‘Waarschijnlijk kon hem dat ook niet schelen. De zoon van een rijke moeder kan zich dat soort dingen veroorloven.’

‘Nou, op een gegeven moment is hij ermee opgehouden en echt gaan werken voor de kost. Al zou je kunnen zeggen dat hij Ritters campagne als een groot toneelstuk behandelde.’

‘Verder nog iets voordat we Sidney Morse officieel tot doodlopend spoor verklaren?’

‘Zouden we niet eens onder het bed moeten kijken?’ vroeg King.

Joan keek hem vol minachting aan. ‘Dat is iets voor jongens.’

King zuchtte en keek voorzichtig onder het bed. Hij stond snel weer op.

‘Nou?’ vroeg ze.

‘Dat wil je niet weten. Laten we maken dat we hier wegkomen.’

Toen ze de kamer uit kwamen, stond Buddy op hen te wachten.

‘Bedankt voor je hulp, Buddy,’ zei Joan. ‘Echt heel aardig van je.’

Hij keek Joan opgewonden aan. ‘Buddy kusje?’

‘Dat heb ik toch al gedaan, Buddy?’ zei ze beleefd.

Plotseling leek het of Buddy elk ogenblik in tranen kon uitbarsten. ‘Nee, déze buddy.’ Hij wees naar zichzelf.

Joans mond viel open en ze keek hulpeloos naar King.

‘Sorry, maar dat is iets voor meisjes,’ zei hij grinnikend.

Joan keek even naar de meelijwekkende Buddy, vloekte binnensmonds, greep hem toen beet en gaf hem een grote smakkerd, recht op zijn mond.

Ze draaide zich om, veegde haar mond af en mompelde tegen King: ‘Wat ik niet allemaal doe voor een miljoen dollar.’ Daarna liep ze met lange passen de gang uit.

‘Dag, Buddy,’ zei King en hij liep achter haar aan.

Buddy stond heel gelukkig verwoed te zwaaien en zei: ‘Dag, Buddy.’

Onbewaakt ogenblik / druk 1
titlepage.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_0.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_1.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_2.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_3.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_4.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_5.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_6.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_7.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_8.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_9.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_10.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_11.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_12.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_13.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_14.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_15.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_16.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_17.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_18.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_19.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_20.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_21.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_22.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_23.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_24.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_25.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_26.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_27.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_28.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_29.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_30.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_31.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_32.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_33.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_34.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_35.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_36.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_37.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_38.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_39.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_40.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_41.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_42.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_43.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_44.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_45.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_46.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_47.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_48.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_49.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_50.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_51.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_52.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_53.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_54.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_55.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_56.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_57.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_58.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_59.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_60.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_61.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_62.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_63.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_64.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_65.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_66.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_67.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_68.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_69.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_70.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_71.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_72.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_73.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_74.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_75.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_76.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_77.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_78.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_79.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_80.xhtml