•48•

Van de secretariële medewerkers van het advocatenkantoor in Philadelphia kreeg Joan een paar interessante dingen te horen over John Bruno. Geen van hen had ook maar een goed woord over voor zijn vrouw Catherine.

‘Die loopt zo hoog met haar neus in de lucht dat het een wonder mag heten dat ze niet verdrinkt als het regent,’ zei een secretaresse over de uiterst chique mevrouw Bruno.

Joan wist ook een vrouw te spreken te krijgen die al voor Bruno had gewerkt toen hij nog openbare aanklager in Washington was. De vrouw kon zich Bill en Mildred Martin nog herinneren en had gelezen over de manier waarop ze aan hun eind waren gekomen.

‘Het is toch niet geloven dat zo iemand wordt vermoord!’ zei ze met een angstig gezicht. ‘Bill was zo’n aardige man en zo goed van vertrouwen.’

Joan maakte onmiddellijk van de gelegenheid gebruik. ‘Misschien wel iets te goed van vertrouwen?’

‘Nou, ik hou er niet van om uit de school te klappen.’

‘We zijn allebei volwassen mensen. We kunnen zeggen wat we willen, waar en wanneer we maar willen,’ zei Joan. ‘En al helemaal als het ertoe kan bijdragen dat het recht zijn loop krijgt.’

De vrouw bleef zwijgen.

‘Dus u hebt bij het Openbaar Ministerie van Washington zowel voor Bill Martin als voor John Bruno gewerkt?’

‘Ja. Ja, inderdaad.’

‘En wat dacht u van ze?’

‘Bill was te aardig voor het werk dat hij deed. Dat zeiden we allemaal, maar niet waar hij bij was, natuurlijk. Wat Bruno betreft: als u het mij vraagt, was die maar al te geschikt voor zijn werk.’

‘Hard en meedogenloos zeker? Iemand die het niet zo nauw nam met de regeltjes als het om resultaten ging?’

De vrouw schudde van nee. ‘Dat zou ik niet zeggen. Hij was hard, maar ik heb nooit gemerkt dat hij de regels overtrad.’

‘En toch heb ik gelezen dat zich bij het OM in Washington een hoop problemen hebben voorgedaan.’

‘Dat is ook zo. Zoals ik al zei, Bill Martin was soms gewoon te aardig en sommige openbare aanklagers gingen inderdaad wel eens te ver. Maar neemt u maar van mij aan dat dat in die tijd schering en inslag was, vooral bij de politie. Er moesten aan de lopende band integriteitsonderzoeken worden gehouden. Ik kan me tientallen gevallen herinneren van politiemensen die bewijsmateriaal hadden vervalst, mensen hadden opgepakt wegens misdrijven die nooit waren gepleegd om ze vervolgens te intimideren en chanteren. Het was echt heel, heel erg. Een schande.’

‘En toch zegt u dat Bruno daar niet bij betrokken was?’

‘Als het wel zo was, dan heb ik er in elk geval nooit iets over gehoord.’

‘Hebt u Bill Martins vrouw gekend? Mildred?’

‘Een vervelend mens was dat. Ze had echt een gat in haar hand, en ze was beslist geen fan van John Bruno, dat kan ik u wel vertellen.’

‘Dat had ik al gehoord. Dus het zou u niet verrassen als ze roddels over Bruno vertelde en leugens over hem verspreidde?’

‘Helemaal niet. Zo was ze. Ze wilde dat haar man ook zo’n keiharde, openbare aanklager was. Ze hoopte stiekem dat hij het ver zou brengen en dat dat hem, en haar, veel geld zou opleveren. Maar zo was Bill niet. Bruno wel. Ik denk dat ze jaloers was.’

Joan leunde naar achteren en liet die nieuwe informatie langzaam tot zich doordringen. Ze nam de vrouw aandachtig op. Zo te zien sprak ze de waarheid. Als dat zo was, dan bleken de zaken er nu toch anders voor te staan dan ze had gedacht.

‘Zou het u verbazen als Mildred op de een of andere manier betrokken was bij de dood van haar man of bij de verdwijning van John Bruno?’

‘Het zou me verbazen als ze iets met Bills dood te maken heeft gehad. Ik denk wel dat ze echt van hem heeft gehouden. Maar Bruno?’ Ze haalde haar schouders op. ‘Mildred kon heel wraaklustig zijn.’

‘Wat bedoelt u daar precies mee?’

‘Als ze de kans had gekregen, is het best mogelijk dat ze hem zonder aarzelen had neergeschoten.’

Joan vloog terug naar Virginia en liep naar het parkeerterrein om haar auto op te halen. Net toen ze wilde starten, ging de telefoon. Het was iemand van kantoor met de stand van zaken in het onderzoek naar Bob Scott en Doug Denby. Het was een verbazingwekkend rapport. Het machtige The Agency, met al zijn dure apparatuur en al zijn contacten op hoog niveau, was niet in staat gebleken om Bob Scott te vinden. Ongeveer een jaar geleden leek de voormalige agent van de Secret Service van de aardbodem verdwenen te zijn. Ze hadden zijn spoor weten te volgen tot in de staat Montana, waar hij kennelijk had geleefd van wat hij zelf wist te verbouwen, maar verder ontbrak elk spoor. Hij was al jaren gescheiden en had geen kinderen. Zijn ex was hertrouwd en had geen idee waar haar gewezen echtgenoot uithing. The Agency had zelfs navraag gedaan bij bronnen binnen de Secret Service, maar ook die hadden geen hulp kunnen bieden. De naar Scotts adres in Montana gestuurde pensioencheques waren het afgelopen jaar geretourneerd.

Doug Denby was gemakkelijker te vinden geweest. Hij had een flinke erfenis gehad en was teruggekeerd naar zijn geboortestaat Mississippi, waar hij tegenwoordig een soort landjonkersbestaan leidde, ver van de smoezelige wereld van de politiek. Het was duidelijk dat hij niet op grote schaal mensen aan het vermoorden was.

Joan verbrak de verbinding en wilde net starten toen de telefoon opnieuw ging. Het was Jefferson Parks.

‘Tjonge,’ zei de deputy-marshal, ‘jij hebt nog steeds een heleboel bewonderaars bij de Secret Service. Ik heb alleen maar te horen gekregen hoe geweldig je wel bent. Ik werd er kotsmisselijk van.’

Joan lachte. ‘Die uitwerking heb ik nou eenmaal op veel mannen.’

‘Nog geluk gehad?’

‘Tot nu toe niet. Bruno’s advocatenkantoor en zijn voormalige campagnemedewerkers hebben niet veel opgeleverd.’

‘Wat ga je nu doen?’

‘Dat weet ik nog niet. Ik heb Bob Scott nog niet kunnen vinden. Die vent is al een jaar spoorloos.’

‘Luister, ik weet dat de US Marshal’s Service gewoon maar een ouwe, krakkemikkige federale organisatie is en dat ons budget veel te klein is, zodat we ons niet al die mooie spulletjes kunnen veroorloven die jullie in de particuliere sector hebben, maar zal ik eens proberen om die vent te vinden?’

‘Alles wat je kunt doen wordt zeer op prijs gesteld,’ zei Joan vriendelijk.

‘King lijkt te denken dat Scott hier niets mee te maken kan hebben. Scott mag dan misschien wel boos zijn op King omdat die Ritter niet beter heeft beschermd, maar de man had geen enkele reden om zijn eigen carrière te verwoesten door Ritter te vermoorden. En dan is er dat gedoe met dat wapen.’

‘Ik heb daarover zitten denken. Sean heeft me verteld dat het wapen dat hij in Loretta’s achtertuin heeft gevonden een revolver met extra korte loop van kaliber .38 was.’

‘Dus?’

‘Dat is geen standaardwapen van de Secret Service. Het zou geen argwaan hebben gewekt als Scott een pistool of revolver bij zich had, maar men zou het wel vreemd hebben gevonden als hij twee wapens bij zich had gehad, zeker als een daarvan een revolver met korte loop was.’

Parks was niet overtuigd. ‘Maar waarom zou hij twee wapens nodig hebben? Als hij van plan was geweest om Ritter neer te schieten, had hij daar zijn eigen wapen voor kunnen gebruiken.’

‘En als iemand anders die van plan was een aanslag te plegen – Ramseys partner – zich op het laatste moment heeft bedacht, géén schot heeft gelost en vervolgens het wapen heeft doorgegeven aan een mol bij de Secret Service, zodat die het weg kon werken? Als Bob Scott de mol was, zou niemand hem verdenken. Misschien is Scott nerveus geworden toen het tot hem doordrong dat hij nu met twéé wapens rondliep en heeft hij een ervan verstopt in de voorraadkast. Dan zou híj degene zijn die door Loretta is gezien.’

‘En toen is Loretta hem gaan chanteren.’ Joan knikte. ‘Dat zou Scott een reden geven om haar te vermoorden. Maar Ritters dood betekende het einde van zijn carrière. Waarom zou Scott dat dan gedaan hebben?’

Joan zuchtte. ‘Waarom doen mensen dingen? Om geld! En het feit dat hij verdwenen is, spreekt niet bepaald in zijn voordeel.’

‘Wat weet je nog meer van hem?’

‘Voordat hij bij de Secret Service kwam, had hij in Vietnam gediend. Misschien had hij daar nog een trauma van. Hij schijnt ook nogal een vuurwapenfreak geweest te zijn. Misschien is hij wel overgelopen. Dat is allemaal nooit echt goed uitgezocht. De officiële conclusie was dat Ramsey de aanslag in zijn eentje had gepleegd. We zijn de eersten die deze zaak echt vanuit alle invalshoeken onder de loep nemen.’

‘Nou, dat wordt dan hoog tijd. Ik bel je wel als ik iets te weten kom. Ga je naar Kings huis?’

‘Ja, of naar het hotel waar ik logeer. Het Cedars Hotel.’

‘Dan zie ik je nog wel.’

Diep in gedachten verzonken reed Joan weg.

Ze was zelfs zo in gedachten verzonken dat ze de auto die haar volgde niet opmerkte, en de bestuurder die zijn ogen zo strak op haar gericht hield al evenmin.

Onbewaakt ogenblik / druk 1
titlepage.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_0.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_1.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_2.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_3.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_4.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_5.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_6.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_7.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_8.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_9.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_10.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_11.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_12.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_13.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_14.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_15.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_16.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_17.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_18.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_19.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_20.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_21.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_22.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_23.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_24.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_25.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_26.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_27.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_28.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_29.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_30.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_31.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_32.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_33.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_34.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_35.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_36.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_37.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_38.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_39.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_40.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_41.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_42.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_43.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_44.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_45.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_46.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_47.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_48.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_49.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_50.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_51.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_52.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_53.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_54.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_55.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_56.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_57.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_58.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_59.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_60.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_61.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_62.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_63.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_64.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_65.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_66.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_67.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_68.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_69.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_70.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_71.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_72.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_73.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_74.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_75.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_76.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_77.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_78.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_79.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_80.xhtml