•58•
Donald Holmgren was een weduwnaar van een jaar of zeventig. Hij had een hoofd vol grijs haar, ging gekleed in een lichte trui en een pantalon en woonde in een herenhuis aan de rand van Rockville, Maryland, dat tot aan de nok toe was volgepropt met boeken, tijdschriften en katten. Om plaats te maken voor King en Michelle had hij zelfs een paar katten en boeken van de bank in zijn woonkamer moeten tillen.
‘We stellen het op prijs dat u op zo’n korte termijn tijd voor ons kunt vrijmaken,’ zei King.
‘Geen punt. Zo druk heb ik het niet meer, hoor.’
‘Ik weet zeker dat u het heel wat drukker hebt gehad toen u nog bij de politie werkte,’ zei Michelle.
‘O, reken maar. Ik heb daar interessante tijden beleefd.’
‘Zoals ik over de telefoon al zei,’ begon King, ‘zijn we bezig met een onderzoek naar de dood van een lid van de Nationale Garde in mei 1974 of in elk geval omstreeks die tijd.’
‘Ja, die zaak herinner ik me nog heel goed. Het komt niet elke dag voor dat er iemand van de Nationale Garde wordt vermoord, godzijdank, en dat was een dag om niet snel te vergeten. Ik stond te pleiten voor het federale hof toen de demonstratie stopte. De zitting werd geschorst en iedereen liep naar de tv om te kijken wat er gebeurde. Ik had nog nooit zoiets gezien en ik hoop het ook nooit meer te zien ook. Ik dacht dat ik midden in de bestorming van de Bastille was beland.’
‘We hebben gehoord dat er een verdachte is aangehouden en dat die in staat van beschuldiging is gesteld wegens moord.’
‘Inderdaad. Het begon als moord met voorbedachten rade, maar naarmate er meer details bekend werden, begonnen we erover te denken om te proberen dat terug te brengen naar doodslag of zoiets.’
‘Dus u weet wie de zaak behandelde?’
‘Dat heb ik zelf gedaan,’ luidde het antwoord, en King en Michelle keken elkaar verrast aan. ‘Ik heb een jaar of zestien voor de Public Defender’s Service gewerkt,’ legde Holmgren uit. ‘Ik ben begonnen in de tijd dat het nog gewoon de Legal Aid Agency was en ik heb in een paar heel geruchtmakende zaken gepleit. Al moet ik daaraan toevoegen dat ik niet denk dat er veel andere advocaten waren die er trek in hadden.’
‘Omdat het bewijsmateriaal tegen de verdachte zo overtuigend was?’ vroeg Michelle.
‘Nee, het bewijsmateriaal was helemaal niet zo overtuigend. Als ik me niet vergis, was degene die in staat van beschuldiging werd gesteld, opgepakt omdat hij uit het steegje kwam waar het misdrijf was gepleegd. Een lijk, en dan nog een in uniform, en een stel hippies die met stenen lopen te gooien, dat is een recept voor een ramp. Volgens mij hebben ze gewoon de eerste de beste opgepakt die ze maar onder ogen kregen. U moet goed begrijpen dat de stad toen min of meer in staat van beleg verkeerde en dat iedereen tot het uiterste gespannen was. Als ik me niet vergis, was de beklaagde een student. Ik was er niet van overtuigd dat hij de dader was, of als hij het toch gedaan bleek te hebben, dat het dan opzet was geweest. Misschien is er een worsteling geweest waarbij de gardist is gevallen en met zijn hoofd ergens tegenaan is geslagen. De medewerkers van het Openbaar Ministerie waren in die tijd berucht om de manier waarop ze allerlei zaken rond wisten te krijgen met behulp van vervalst bewijs. Godallemachtig, politiemensen legden onder ede valse verklaringen af, er werden valse aanklachten opgesteld, bewijsmateriaal werd vervalst, je kunt het zo gek niet bedenken of er was wel iemand die het deed.’
‘Herinnert u zich de naam van de beklaagde nog?’
‘Al vanaf dat u belde, probeer ik me die te herinneren, maar nee, ik weet het niet meer.’
King besloot maar eens een poging te wagen. ‘Heette hij soms Arnold Ramsey?’
Holmgrens mond opende zich een heel klein beetje. ‘Ik durf er geen eed op te doen, maar dat zou best eens kunnen. Hoe wist u dat?’
‘Dat zou nu te ver voeren. Arnold Ramsey is degene die acht jaar geleden Clyde Ritter heeft neergeschoten.’
Holmgrens mond zakte nu wijd open. ‘Dat was een en dezelfde?’
‘Ja.’
‘Tjonge, misschien vind ik het dan eigenlijk wel jammer dat hij buiten vervolging is gesteld.’
‘Maar dat vond u toen niet?’
‘Nee. Zoals ik al zei, in die tijd was het sommige mensen er helemaal niet om begonnen om te achterhalen wat zich werkelijk had afgespeeld. Ze waren er alleen maar op uit om zo veel mogelijk veroordelingen te krijgen, ongeacht wat ze daarvoor moesten doen.’
‘Maar bij Ramsey is hen dat niet gelukt?’
‘Nee, Hoewel de openbare aanklager naar mijn mening alleen maar over indirect bewijs beschikte, moest ik toch werken met de feiten waarover ik beschikte, en die waren niet veelbelovend. Bovendien waren de mensen van het OM echt heel gebeten op die zaak. Ze wilden dat die een voorbeeldfunctie zou krijgen. Dat viel hen, denk ik, niet eens zo heel kwalijk te nemen. En toen werd ik van de zaak af gehaald.’
‘Waarom?’
‘De beklaagde kreeg een andere raadsman. Een firma uit het westen, geloof ik. Volgens mij was dat waar Ramsey, gesteld dat het inderdaad Ramsey was, vandaan kwam. Ik ging ervan uit dat zijn familie erachter was gekomen wat er aan de hand was en hem nu te hulp schoot.’
‘Herinnert u zich de naam van die firma nog?’ vroeg Michelle.
Hij dacht even na. ‘Nee, ik heb sindsdien te veel jaren en te veel andere zaken voorbij zien gaan.’
‘En die firma is erin geslaagd om de aanklacht ingetrokken te krijgen?’
‘Niet alleen dat, ik heb gehoord dat ze zelfs alle gegevens over de arrestatie uit de archieven hebben laten verwijderen. Die lui moeten echt goed zijn geweest. Mij is dat in die tijd maar zelden gelukt.’
‘Nou, u zei zelf dat sommige mensen destijds maar heel weinig scrupules hadden,’ zei King. ‘Misschien is er wel iemand omgekocht. Een openbare aanklager of iemand van de politie.’
‘Dat zou het geval kunnen zijn,’ zei Holmgren. ‘Als je bewijsmateriaal gaat vervalsen, neem ik aan dat je er ook niet voor terugdeinst om geld aan te nemen om een verdachte zonder veroordeling te laten lopen. De zaak werd toegewezen aan een enorm ambitieuze aanklager. Ik vond het maar een gladjanus. Het was echt iemand die elke kans greep die hij maar kreeg om hogerop te komen. Ik heb hem nooit over de schreef zien gaan, maar er waren mensen op zijn afdeling die dingen deden die echt niet door de beugel konden. Ik had erg te doen met zijn chef, want toen het een paar jaar later allemaal uitkwam, heeft die de volle laag gekregen. Billy Martin was een goede kerel en dat had hij niet verdiend.’
King en Michelle keken de man verbijsterd aan. Toen King eindelijk iets wist uit te brengen, vroeg hij: ‘En hoe heette die openbare aanklager in de zaak tegen Arnold Ramsey?’
‘O, die zal ik nooit vergeten. Het was die ontvoerde presidentskandidaat. John Bruno.’