•39•
Het particuliere vliegtuig landde in Philadelphia en dertig minuten later waren King en Joan niet ver meer verwijderd van het huis van John en Catherine Bruno in een rijke voorstad aan Philadelphia’s befaamde Main Line. Terwijl ze langs de fraaie percelen met hun met klimop begroeide landhuizen reden, keek King Joan eens aan en zei: ‘Dus hier zit veel oud geld?’
‘Alleen van haar kant. John Bruno is opgegroeid in een arm gezin in Queens. Toen zijn ze naar Washington verhuisd. Hij heeft rechten gestudeerd aan Georgetown University en is na zijn afstuderen meteen begonnen als openbare aanklager in Washington.’
‘Heb je mevrouw Bruno wel eens ontmoet?’
‘Nee. Ik wilde dat jij daarbij zou zijn. Eerste indrukken zijn altijd heel belangrijk, weet je.’
Een dienstmeisje van Latijns-Amerikaanse afkomst in een gesteven uniformpje, compleet met wit kanten schortje en onderdanige manier van doen, ging hun voor naar de grote woonkamer. Voordat ze de kamer uit liep maakte de vrouw bijna een revérence. King zag het tafereeltje, dat echt hopeloos uit de tijd was, hoofdschuddend aan en richtte zijn aandacht toen op de kleine dame die de kamer binnenschreed.
Zijn eerste indruk was dat Catherine Bruno een uitstekende presidentsvrouw zou zijn geweest. Ze was halverwege de veertig, tenger en klein van stuk, en met haar verfijning en waardigheid vormde ze het summum van blauw bloed en goede manieren. Zijn tweede indruk was dat ze zich dat allemaal veel te goed bewust was. Die indruk werd nog versterkt door haar onprettige gewoonte om naar een punt ergens achter je schouder te kijken als ze tegen je sprak. Het was alsof ze haar kostelijke gezichtsvermogen niet kon verspillen aan mensen die niet tot de aristocratie behoorden. Ze vroeg zelfs niet waarom King een groot verband om zijn hoofd had.
Joan slaagde er echter in om de aandacht van de vrouw heel snel op zich gericht te krijgen. Zoiets had ze altijd al over zich gehad. Ze was een soort ingeblikte tornado. King moest zijn best doen om niet te glimlachen toen zijn partner de deftige dame onder handen nam.
‘De tijd werkt niet in ons voordeel, mevrouw Bruno,’ zei ze. ‘De politie en de fbi hebben alles gedaan wat ze moesten doen en dat heeft vrijwel niets opgeleverd. Hoe langer uw man vermist blijft, des te kleiner de kans dat we hem ooit nog terugvinden.’
De hooghartige ogen werden nu snel op háár gericht. ‘Nou, daarvoor hebben Johns mensen u toch ingeschakeld? Om hem veilig terug te krijgen?’
‘Precies. Ik heb een paar onderzoekslijnen uitgezet, maar ik heb ook uw hulp nodig.’
‘Ik heb de politie alles verteld wat ik weet. Vraagt u het hun maar.’
‘Ik zou het liever rechtstreeks van u horen.’
‘Waarom?’
‘Afhankelijk van wat u antwoordt, heb ik misschien aanvullende vragen die de politie niet heeft gesteld.’
En, dacht King, al bent u nog zo keurig, we willen toch graag zelf zien of u staat te liegen dat u barst of niet.
‘Goed. Ga uw gang.’ Het kwam eruit met zo’n enorme tegenzin dat King plotseling het gevoel kreeg dat ze een minnaar had en dat ze haar man helemaal niet terug wilde hebben.
‘Hebt u de verkiezingscampagne van uw man gesteund?’ voeg Joan.
‘Wat is dat nou voor een vraag?’
‘Het soort waarop we antwoord willen,’ zei Joan vriendelijk. ‘We proberen erachter te komen wie er een motief zou kunnen hebben en wie niet, en we willen potentiële verdachten en veelbelovende onderzoekslijnen identificeren.’
‘Maar wat heeft dat te maken met de vraag of ik John steunde in zijn politieke carrière?’
‘Nou, als u zijn politieke ambities steunde, kent u misschien namen, hebt u onder vier ogen met uw man overlegd en hebt u ook in allerlei andere opzichten weet van de dingen waarmee hij zich in dat deel van zijn leven bezighield. Als u daar echter niet bij betrokken bent geweest, dan moeten we ergens anders naartoe.’
‘O, nou, ik kan niet zeggen dat ik erg ingenomen was met het idee dat John een politieke carrière nastreefde. Hij was per slot van rekening toch kansloos, dat wisten we allemaal. En mijn familie…’
‘Stelde het niet op prijs?’ suggereerde King.
‘We zijn geen politieke familie. We hebben een smetteloze reputatie. Mijn moeder kreeg bijna een hartaanval toen ik trouwde met een tien jaar oudere openbare aanklager die in een achterbuurt was opgegroeid. Ik hou wel van John, maar je moet dit soort dingen voortdurend tegen elkaar afwegen en dat viel niet altijd mee. Johns politieke ambities vielen in onze kringen niet in de smaak. Dus ik kan niet zeggen dat ik op dat gebied een van zijn intimi was. Als jurist had hij echter een heel solide reputatie. Hij heeft als openbare aanklager in Washington een paar van de allerzwaarste zaken daar afgehandeld, en naderhand heeft hij ook een paar heel grote strafzaken gedaan in Philadelphia, waar wij elkaar hebben ontmoet. Daarmee heeft hij zich in het hele land een grote reputatie verworven. Dat hij in Washington zoveel met al die politici in aanraking kwam, heeft hem vermoedelijk de aandrang bezorgd om zichzelf ook in de strijd te storten. Ook toen we al naar Philadelphia waren verhuisd. Ik stelde zijn politieke ambities niet op prijs, maar ik ben zijn vrouw en dus heb ik hem in het openbaar gesteund.’
Joan en King stelden de gebruikelijke vragen, waarop mevrouw Bruno de gebruikelijke antwoorden gaf, die hen over het algemeen niets wijzer maakten.
‘Dus u kunt niemand bedenken die uw man kwaad zou willen doen?’ vroeg Joan.
‘Afgezien van de mensen tegen wie hij een vervolging heeft ingesteld niet. Hij is wel eens met de dood bedreigd en zo, maar niet recentelijk. Nadat hij bij het Openbaar Ministerie in Philadelphia was weggegaan, is hij een paar jaar in de advocatuur werkzaam geweest voordat hij zich in de politieke arena waagde.’
Joan hield op met schrijven. ‘Bij welke firma?’
‘Het plaatselijke kantoor van een firma uit Washington: Dobson, Tyler & Reed. Ze zijn hier in de binnenstad gevestigd, in Market Street. Een uitermate respectabele firma.’
‘Wat waren zijn taken?’
‘John praatte nooit met me over zijn werk, en ik heb dat ook niet aangemoedigd. Het interesseerde me niet.’
‘Maar we mogen toch aannemen dat hij actief was in de rechtszaal?’
‘Mijn man was altijd pas echt gelukkig als hij een podium had waarop hij toneel kon spelen. Dus ja, ik denk van wel.’
‘En hij heeft tegen u niets gezegd waaruit bleek dat hij zich zorgen maakte? Meer zorgen dan gebruikelijk?’
‘Hij dacht dat de campagne redelijk goed verliep. Hij had niet de illusie dat hij zou winnen. Hij wilde alleen een statement maken.’
‘Wat was hij na de verkiezingen van plan?’
‘We hebben het er nooit echt over gehad. Ik ben er altijd van uitgegaan dat hij zou terugkeren naar Dobson, Tyler & Reed.’
‘Kunt u ons iets vertellen over zijn relatie met Bill Martin?’
‘Hij heeft die naam zo nu en dan wel eens laten vallen, maar dat was iemand van voor mijn tijd.’
‘En u hebt geen idee waarom de weduwe van Bill Martin uw man zou willen spreken?’
‘Nee. Zoals ik al zei, was dat iets uit de periode voor ons huwelijk.’
‘Het was voor u beiden het eerste huwelijk?’
‘Voor hem wel, maar voor mij niet,’ was het enige wat ze daarop te zeggen had.
‘En hebt u kinderen?’
‘Drie. Ze hebben het hier erg moeilijk mee. Ik ook, trouwens. Ik wil gewoon mijn John terug.’
Alsof ze een aanwijzing had gekregen van een regisseur begon ze precies op dat moment te snotteren. Joan pakte een tissue en gaf die aan haar.
‘Dat willen we allemaal,’ zei ze, en daarbij dacht ze ongetwijfeld aan de miljoenen dollars die zijn terugkeer haar zou opleveren. ‘Ik zal niet rusten voordat ik hem heb gevonden, mevrouw. Dank u wel voor dit gesprek. U hoort nog wel van ons.’
Ze vertrokken en reden terug naar het vliegveld.
‘Wat denk jij?’ vroeg Joan toen ze weer in de auto zaten. ‘Zie ik je neusvleugels trillen?’
‘Mijn eerste indruk: een snobistisch juffertje dat meer weet dan ze tegenover ons wil loslaten, maar wat ze ons níét vertelt, hoeft niet per se iets te maken te hebben met Bruno’s ontvoering.’
‘Maar het kan er ook alles mee te maken hebben.’
‘Ze lijkt niet erg enthousiast over zijn politieke avonturen, maar welke echtgenote is dat wel? Ze heeft drie kinderen en we hebben geen reden om aan te nemen dat ze niet van hen houdt, of niet van haar man. Zij is degene met het geld. Ze heeft er niets aan als ze hem laat ontvoeren, want zij is degene die voor het losgeld zou opdraaien.’
‘Maar als er geen losgeld wordt gevraagd, hoeft ze niets te betalen. Dan is ze weer single en kan ze met iemand van haar eigen stand trouwen, iemand die zich niet met die smerige politiek inlaat.’
‘Dat is zo,’ zei hij instemmend. ‘We weten gewoon nog niet genoeg.’
‘We komen er wel.’ Joan sloeg haar dossiermap open en keek erin. Terwijl ze zat te lezen, zei ze: ‘Die aanval op Maxwell en jou vond plaats om een uur of twee ’s ochtends. Ik dacht altijd dat ik een uitzondering was, maar nu blijkt dat je allerlei vrouwen uitnodigt om bij je te komen overnachten.’
‘Net zoals jij heeft ze in de logeerkamer geslapen.’
‘En waar sliep jij?’
Hij gaf geen antwoord. ‘Wie is de volgende op de lijst?’
Joan sloeg de map dicht. ‘Nu we hier toch zijn wil ik eens langs bij die advocatenfirma – Dobson, Tyler & Reed – maar daar moeten we eerst de achtergronden van natrekken, en daar hebben we nog wat tijd voor nodig. Dus nu eerst maar naar Mildred Martin.’
‘Wat weten we van haar?’
‘Haar man heeft in Washington samengewerkt met Bruno. Ze was dol op haar man en deed alles voor hem. Mijn voorbereidend onderzoek líjkt erop te wijzen dat de jonge John Bruno het als openbare aanklager niet altijd even nauw nam met de regeltjes, en dat hij Martin daarvoor heeft laten opdraaien toen het misging.’
‘Dus de weduwe Martin is geen fan van Bruno?’
‘Precies. Bill Martin had longkanker. Het was al uitgezaaid naar zijn botten. Hij had hooguit nog een maand te leven. Maar dat paste niet in het tijdschema en dus hebben ze hem een zetje gegeven.’ Ze sloeg een andere map open. ‘Het is me gelukt om het verslag van de lijkschouwing in handen te krijgen. De balsemolie was overal in doorgedrongen, zelfs tot in het glasachtig lichaam, wat over het algemeen een heel geschikte plek is om vergif op te merken, omdat het na de dood niet stolt.’
‘Het glasachtig lichaam? Dat zit toch in de oogbollen?’
Ze knikte. ‘In het monster uit de middenhersenen zat wel een erg hoog methylalcoholniveau.’
‘Als Martin een zware drinker was, dan is dat niet zo gek. Alle alcoholhoudende dranken bevatten methylalcohol.’
‘Je hebt alweer gelijk. Ik merk het alleen maar even op omdat de patholoog-anatoom het heeft vastgesteld. Ook in balsemolie zit methylalcohol.’
‘En als ze wisten dat er geen lijkschouwing zou zijn en dat het lijk gebalsemd zou worden…’
Joan maakte de zin voor hem af. ‘… dan wisten ze ook dat het balsemen alle sporen van methylalcoholvergiftiging zou verhullen als het toch tot een lijkschouwing zou komen, of dat de patholoog er in elk geval behoorlijk door van de wijs zou worden gebracht.’
‘De perfecte moord?’
‘Als wij er een onderzoek naar instellen, bestaat er geen perfecte moord,’ zei Joan en ze glimlachte.
‘Wat denk je dat Mildred ons zou kunnen vertellen?’
‘Als Bruno zijn rooster heeft gewijzigd om iemand op te zoeken die zich Mildred Martin noemde, dan moet hij hebben gedacht dat de echte Mildred hem iets belangrijks te melden had. Uit wat ik van John Bruno weet, krijg ik niet de indruk dat het iemand is die ooit iets zou doen waar hij zelf niets mee opschiet.’
‘Misschien had ze iets waarmee ze hem kwaad kon doen. Maar waarom denk je dat ze óns dat gaat vertellen?’
‘Omdat ik haar achtergronden heb nagetrokken en te weten ben gekomen dat ze een zware drinkster is, en dat ze geen weerstand kan bieden aan knappe mannen die een beetje aardig tegen haar doen. Je snapt wel wat ik bedoel, hoop ik. En als het ook maar enigszins kan, doe dan dat verband even af. Je hebt zulk mooi haar.’
‘En wat is jouw rol?’
Ze lachte vriendelijk. ‘Ik ben de harteloze bitch. Die rol heb ik helemaal in mijn vingers.’