•22•
Lusteloos wierp King zijn lijn uit en hij haalde die daarna langzaam weer in. Het was nog maar een uur na zonsopgang, maar hij stond al op zijn steiger. De vissen wilden niet bijten, maar dat deerde hem niet. De weidse bergketen leek somber peinzend toe te kijken op zijn ongeïnspireerde pogingen.
Joan had ongetwijfeld verschillende ingewikkelde motieven voor haar aanbod. Bij welke daarvan speelde hij meer dan alleen een financiële rol? Waarschijnlijk bij geen enkele. Over het algemeen waren Joans plannen alleen maar gericht op het bevorderen van haar eigenbelang. In elk geval wist hij nu waar hij aan toe was met de vrouw.
Bij Jefferson Parks was King minder zeker van zijn zaak. De marshal leek oprecht, maar dat hoefde niet meer dan een façade te zijn. Dat was bij politiemensen vaak zo, wist King. In zijn tijd als rechercheur bij de Secret Service had hij dat spelletje zelf ook wel gespeeld. King twijfelde er niet aan dat degene die schuldig werd bevonden aan de moord op Howard Jennings, wie het ook mocht zijn, de volle laag zou krijgen, en hij wilde er heel zeker van zijn dat hem dat niet zou overkomen.
Een rimpeling in het water spoelde tegen een van de pijlers van de steiger en hij keek op om te zien waar die vandaan kwam. De vrouw trok hard aan de riemen, zodat de scull snel over het wateroppervlak schoot. Ze had een topje aan en was nu zo dicht genaderd dat King de spieren van haar schouders en armen goed kon zien. Toen ze vaart minderde en de boot langzaam naar hem toe liet drijven, kreeg hij ineens sterk het idee dat hij haar kende.
Verbaasd keek ze even om, alsof ze niet had geweten dat ze al zo dicht bij de kust was.
‘Hallo,’ zei ze en ze zwaaide.
Hij zwaaide niet terug maar volstond met een knikje. Hij wierp zijn lijn nog eens uit, met opzet vlak naast haar.
‘Ik hoop dat ik u niet stoor bij het vissen,’ zei ze.
‘Dat hangt ervan af hoe lang u blijft.’
Ze trok haar knieën op. Ze had een zwart lycra sportbroekje aan en haar lange dijbeenspieren tekenden zich als kabels af onder haar huid.
Ze trok haar paardenstaart los en veegde haar gezicht droog met een handdoek.
Ze keek om. ‘Tjonge, wat is het hier mooi.’
‘Daarom komen de mensen hier,’ zei hij achterdochtig. ‘En waar komt u vandaan, als ik vragen mag?’ Waar kende hij haar toch van?
Ze wees naar het zuiden. ‘Ik ben naar het natuurreservaat gereden en daar het water op gegaan.’
‘Dat is meer dan 10 kilometer!’ riep hij uit. De vrouw leek niet eens buiten adem.
‘Ik doe dit wel vaker.’
De scull dreef nog dichter naar de steiger toe. En toen zag King eindelijk wie het was. Hij kostte hem de grootste moeite om zijn verbazing niet te laten blijken.
‘Wilt u soms een kopje koffie, agent Maxwell?’
Even verscheen er een verraste uitdrukking op haar gezicht, maar toen leek het tot haar door te dringen dat het onder deze omstandigheden niet alleen onnodig was om de schijn op te houden, maar zelfs een beetje raar.
‘Als het niet ongelegen komt.’
‘Ach, voor een andere in ongenade geraakte agent is dat echt geen moeite.’
Hij hielp haar de scull uit het water te tillen. Ze keek even naar de overdekte, schuin aflopende dokken voor de boten, elk met een schuurtje eraan vast. Kings boten en kajaks, de jetski en de andere vaartuigen waren allemaal blinkend schoon. Gereedschap, tuigage, los beslag en andere scheepsbenodigdheden waren keurig opgestapeld, opgehangen of op andere wijze ordentelijk opgeborgen.
‘Een plek voor alles en alles op zijn plek?’ zei ze.
‘Zo heb ik het graag,’ zei King.
‘In mijn privé-leven ben ik erg slordig.’
‘Wat jammer. Zullen we elkaar trouwens maar tutoyeren?’
‘Ja, dat praat wel wat gemakkelijker, hé?’
Ze liepen naar het huis toe.
Nadat hij koffie had ingeschonken, gingen ze aan de keukentafel zitten. Michelle had intussen een sweater en een bijpassende broek over haar roeikleding aangetrokken. De sweater was voorzien van een Harvard-logo.
‘Je had toch in Georgetown gestudeerd?’ zei King.
‘Ik heb dit trainingspak gekregen toen we aan het roeien waren op de Charles River in Boston, tijdens de training voor de Olympische Spelen.’
‘Nou weet ik het weer. De Olympische Spelen. Je hebt een druk leven.’
‘Zo heb ik het graag.’
‘Maar nu zal het toch wel een stuk minder druk zijn. Ik bedoel, als je zo vroeg op de ochtend tijd hebt voor watersport en bezoekjes aan voormalige Secret Service-agenten.’
Ze glimlachte. ‘Dus je wilt niet geloven dat ik hier gewoon bij toeval ben gekomen?’
‘Dat trainingspak, daarmee heb je je verraden. Daaruit maak ik op dat je van plan was om een tijdje uit je boot te gaan voordat je weer in de auto stapte. En olympiër of niet, ik denk niet dat je 10 kilometer hiernaartoe zou hebben geroeid als je niet zeker had geweten dat ik thuis was. Ik ben vanochtend een paar keer gebeld door iemand die ophing als ik opnam, en daar zat telkens ongeveer een halfuur tussen.’
‘Eens een rechercheur, altijd een rechercheur, denk ik.’
‘Ik ben gewoon blij dat ik thuis was om je te ontvangen. Ik zou niet hebben gewild dat je hier rondzwierf. Dat is hier de afgelopen tijd een paar keer gebeurd en ik kan niet zeggen dat ik daar blij mee ben.’
Ze zette het kopje op tafel. ‘Ik heb ook wat rondgezworven.’
‘Werkelijk? Wat leuk voor je.’
‘Ik ben naar North Carolina geweest, naar een plaatsje dat Bowlington heet. Volgens mij heb je daar wel eens van gehoord.’ Hij zette nu ook het kopje neer. ‘Het Fairmount staat er nog, maar het is inmiddels gesloten.’
‘Wat mij betreft, zouden ze het gewoon met een kogel uit zijn lijden moeten verlossen.’
‘Er is iets wat ik me altijd al heb afgevraagd. Misschien kun jij het me vertellen.’
‘Ik zal mijn best doen,’ zei King sarcastisch. ‘Ik heb verder toch niet veel om handen, dus ik zal mijn best doen om jou uit de brand te helpen.’
Ze liet zich niet van de wijs brengen. ‘De manier waarop de agenten die dag stonden opgesteld… Je had maar weinig mensen tot je beschikking, dat begrijp ik denk ik wel. Maar de manier waarop jullie stonden opgesteld was een ramp. Jij was de enige agent binnen 3 meter van de presidentskandidaat.’
King nam een slokje koffie en tuurde naar zijn handen.
‘Ik weet dat dit erg opdringerig van me is. Ik kom gewoon binnenvallen en ga lastige vragen stellen. Je hoeft het maar te zeggen en dan ga ik.’
King haalde zijn schouders op. ‘Ach, wat maakt het ook uit? Jij krijgt het met de ontvoering van Bruno ook voor je kiezen. Dat maakt ons bloedbroeders, in zekere zin.’
‘In zekere zin.’
‘Wat bedoel je daarmee?’ zei hij geïrriteerd. ‘Dat ik grotere fouten heb gemaakt en dat je niet in één adem met mij genoemd wilt worden?’
‘Nou, eigenlijk vind ík dat ik veel grotere fouten heb gemaakt dan jij. Ik had de leiding over het detachement. Ik heb toegelaten dat degene die ik moest beschermen zich afzonderde op een plek waar ik hem niet in de gaten kon houden. Er werd niet op me geschoten. Ik heb niemand hoeven neerschieten terwijl overal om me heen de hel losbrak. Jij was even afgeleid. Voor een Secret Service-agent is dat waarschijnlijk onvergeeflijk, maar ik heb het echt van begin tot eind verknoeid. Ik denk dat jij er verstandig aan doet om niet in één adem met mij genoemd te willen worden.’
De blik in Kings ogen werd zachter en zijn stem klonk nu rustiger. ‘We hadden maar de helft van het gebruikelijke aantal agenten. Dat was deels Ritters eigen keuze en deels ook een beslissing van de regering. Hij was niet geliefd en iedereen wist dat hij kansloos was.’
‘Maar wilde Ritter dan niet zo goed mogelijk beveiligd worden?’
‘Hij vertrouwde ons niet,’ zei King. ‘We waren vertegenwoordigers van de overheid. Insiders. Hij mocht dan wel congreslid zijn, maar hij was een buitenstaander, en niet zo’n klein beetje ook. Hij vertegenwoordigde een halvegare partij en zijn aanhang bestond uit fanatici. Hij dacht zelfs dat we hem bespioneerden. Ik zweer het je! En dus hielden ze ons overal buiten. Op het allerlaatste moment veranderden ze hun tijdschema en routeplanning. De detachementleider, Bob Scott, werd er helemaal gek van.’
‘Dat kan ik me voorstellen, maar in het officiële verslag is daar niet veel over terug te vinden.’
‘Waarom zouden ze dat er ook in zetten? De schuldige was bekend en daarmee uit.’
‘Maar dat verklaart toch niet helemaal waarom de beveiliging die dag zo slecht was.’
‘Ritter leek redelijk goed met me overweg te kunnen. Politiek gezien dachten we heel verschillend, maar ik toonde respect voor hem, we maakten zo nu en dan eens een geintje en ik denk dat, voorzover hij ook maar iemand van ons vertrouwde, ik degene was in wie hij het meeste vertrouwen had. Daarom was ik als ik dienst had, altijd degene die hem rugdekking gaf. Buiten dat had hij liever geen agenten om zich heen. Hij was ervan overtuigd dat de mensen dol op hem waren en dat niemand hem kwaad zou willen doen. Dat valse gevoel van veiligheid stamt waarschijnlijk uit zijn tijd als dominee. Zijn campagneleider, een zekere Sidney Morse, was heel intelligent en alert, en hij was dan ook niet erg tevreden met de manier waarop de beveiliging geregeld was. Morse was een stuk reëler in die dingen. Hij wist dat er mensen rondliepen die een aanslag op zijn kandidaat zouden willen plegen. Morse wilde dat er altijd minstens één agent vlak naast Ritter stond, maar de rest van de jongens werd altijd aan de buitenrand geplaatst, ver op de achtergrond.’
‘En daar stonden ze dus vrijwel machteloos toen er een schot werd gelost en de menigte in paniek raakte.’
‘Je hebt de videoband gezien, neem ik aan.’
‘Ja. De manier waarop de agenten stonden opgesteld, viel jou dus niet te verwijten, maar ik zou gedacht hebben dat de detachementleider wel wat meer druk had kunnen uitoefenen.’
‘Bob Scott had in het leger gediend. Hij was een Vietnam-veteraan. Hij was zelfs een tijdje krijgsgevangen geweest. Het was een goede kerel, maar volgens mij had hij de neiging om de verkeerde conflicten aan te gaan. In zijn persoonlijk leven had hij het in die tijd zwaar te verduren. Een paar maanden voor de aanslag had zijn vrouw een echtscheidingsprocedure in gang gezet. Hij wilde stoppen met beveiligingswerk en terug naar de afdeling Recherche. Ik denk dat hij er spijt van had dat hij het leger had verlaten. Een uniform paste hem beter dan een pak. Soms salueerde hij zelfs en hij maakte altijd gebruik van Amerikaanse militaire tijdsaanduidingen, terwijl we bij de Secret Service de gewone kloktijden gebruiken. Hij vond het militaire leven gewoon prettiger.’
‘Wat is er na de aanslag met hem gebeurd?’
‘Hij heeft ontslag genomen. Ik heb het leeuwendeel van de kritiek over me heen gekregen, maar zoals je zelf inmiddels ook hebt ontdekt, is de detachementleider toch degene die de eindverantwoordelijkheid draagt. Hij had voldoende dienstjaren om verzekerd te zijn van zijn pensioen. Sindsdien ben ik hem uit het oog verloren. Onze verhouding was nou ook weer niet zo innig dat hij me kerstkaarten zou gaan sturen.’ Hij zweeg even en zei toen: ‘Hij was ook een wapenfreak.’
‘Dat is toch niet zo ongewoon voor een ex-militair? Bij de meeste politiediensten lopen een heleboel van dat soort mensen rond.’
‘Met Bob was het een beetje ziekelijk. Hij was echt zo iemand die het grondwettelijke recht om wapens te dragen als de basis van alle vrijheid en democratie beschouwde.’
‘Was hij tijdens de aanslag in het hotel?’
‘Ja. Soms ging hij met het voorbereidingsteam alvast naar de volgende stad, maar hij besloot deze keer in Bowlington te blijven. Ik weet eigenlijk niet waarom. Er was daar niets van enig belang te vinden.’
‘Ik heb Sidney Morse op de videobeelden gezien. Hij stond vlak naast Ritter.’
‘Hij stond altijd vlak naast Ritter. Ritter had de slechte gewoonte om de tijd te vergeten en Morse hield strak de hand aan het schema.’
‘Ik heb gehoord dat het een heel dynamische man was.’
‘Inderdaad. Toen de campagne van start ging, fungeerde Ritters chef-staf, een zekere Doug Denby, feitelijk ook als campagneleider. Toen de campagne steeds meer vaart kreeg, had Ritter een fulltime campagneleider nodig, een ervaren kracht, en Morse was precies wat hij nodig had. Toen Morse erbij kwam, kreeg de hele campagne ineens veel meer energie. Het was een dikke man die altijd druk in de weer was. Heel zwierig en theatraal. Hij at voortdurend Mars-repen en intussen liep hij dan druk te commanderen, bewerkte hij de pers en wist hij zijn kandidaat overal in de schijnwerpers te plaatsen. Ik denk niet dat hij ooit sliep. In zijn aanwezigheid speelde Denby altijd tweede viool. God, ik denk dat hij zelfs Ritter wist te intimideren.’
‘Konden Morse en Bob Scott goed met elkaar overweg?’
‘Ze waren het niet altijd met elkaar eens, maar dat was niet erg. Zoals ik al zei, Bob was in een vervelende echtscheidingsprocedure verwikkeld en Morse had een jongere broer – Peter heette die, geloof ik – die ook op de een of andere manier in de problemen zat, en daar maakte hij zich ook behoorlijk druk over. Dus ze hadden in elk geval iets gemeen. Ze konden best goed met elkaar opschieten. Maar Morse en Doug Denby, die konden echt niet samen door één deur. Doug was degene die zich echt om de standpunten bekommerde. Hij was een soort zuiderling van de oude stempel, met denkbeelden over gelijke rechten voor zwart en blank die vijftig jaar geleden misschien gemeengoed waren geweest, maar nu zeker niet meer. Morse was de snelle jongen van de Westkust, de showman die Ritter onder de aandacht van het publiek wist te brengen door hem alle talkshows binnen te loodsen. Hij maakte er echt iets bijzonders van. Het duurde niet lang voordat de mediahype veel belangrijker was geworden voor de campagne dan de programmapunten. Ritter kon toch niet winnen, maar hij was ontzettend mediageil en kon schmieren als de beste. Van een voormalige tv-dominee viel dat ook wel te verwachten. Hoe meer hij zijn naam en zijn gezicht in de media wist te krijgen, des te leuker hij het vond. Voorzover ik kon zien kwam hun strategie er voornamelijk op neer dat ze probeerden de grote jongens uit hun evenwicht te brengen – en dankzij Morse lukte hun dat nu maar al te goed – zodat ze naderhand allerlei deals met ze zouden kunnen sluiten. Uiteindelijk deed Ritter alleen nog maar wat hem door Morse werd gezegd.’
‘Dat beviel Denby zeker helemaal niet? Wat is er verder van hem geworden?’
‘Geen idee. Waar gaan voormalige chefs van staven naartoe? Ik zou het echt niet weten.’
‘Jij had ochtenddienst, dus ik neem aan dat je ’s avonds vroeg naar bed bent gegaan?’
King keek haar indringend aan. Het was maar een paar seconden, maar het leek veel langer te duren. ‘Toen mijn dienst erop zat, ben ik met een paar jongens uit mijn ploeg naar de sportzaal van het hotel gegaan. Ik heb vroeg gegeten en, ja, daarna ben ik vroeg naar bed gegaan. Wat interesseert jou dat eigenlijk?’
‘Ik heb je op tv gezien nadat Jennings was vermoord. Bij de Secret Service had ik al over je gehoord. Na alles wat mij is overkomen, had ik het gevoel dat ik je beter wilde leren kennen. Ik voelde een band.’
‘Mooie band is dat.’
‘Wie waren de andere agenten die deel uitmaakten van het detachement?’
Opnieuw keek hij haar onderzoekend aan. ‘Hoezo?’
Met een onschuldig gezicht zei ze: ‘Nou, misschien ken ik er wel een paar. Dan kan ik eens met ze gaan praten om te horen hoe zij de gebeurtenissen hebben verwerkt.’
‘Ik weet zeker dat het ergens in een verslag staat. Zoek het maar op.’
‘Het zou tijd besparen als je het me gewoon vertelt.’
‘Ja, dat zal wel.’
‘Goed, maakte Joan Dillinger deel uit van het detachement?’
King stond op, liep naar het raam en keek even naar buiten. Toen hij omkeek, lag er een boze uitdrukking op zijn gezicht. ‘Heb je een radiozendertje bij je? Of je kleedt je uit en laat me zien dat dat niet zo is, of je kunt nú weer in je scull springen en opsodemieteren.’
‘Ik heb geen zendertje bij me, maar als je dat nodig vindt, wil ik mijn kleren wel even uittrekken,’ zei ze. En na een korte stilte voegde ze er met een vriendelijk gezicht aan toe: ‘En ik kan ook in het meer springen als je dat wilt. Elektronica en water gaan niet goed samen.’
‘Wat wil je van me?’
‘Antwoord op mijn vraag. Was Joan ingedeeld bij hetzelfde detachement?’
‘Ja! Maar in een andere ploeg dan ik.’
‘Was ze die dag in het hotel?’
‘Ik krijg de indruk dat je het antwoord op die vraag al kent, dus waarom vraag je dit?’
‘Ik neem aan dat dat ja is.’
‘Neem maar aan wat je wilt.’
‘Hebben jullie die nacht samen doorgebracht?’
‘Volgende vraag en die kan maar beter goed zijn, wat het is de laatste.’
‘Goed. Wie stond er in de lift, vlak voordat het schot werd gelost?’
‘Ik weet niet waar je het over hebt.’
‘Ja hoor, dat weet je wél. Vlak voordat Ramsey zijn schot loste, hoorde ik het belletje van een lift. Daardoor werd je afgeleid. Die liften werden verondersteld afgesloten te zijn. Wie of wat er ook in die lift stond toen die openging, heeft je aandacht volledig in beslag genomen. Dat is de reden waarom Ramsey zijn schot kon lossen zonder dat jij het zelfs maar opmerkte. Ik heb ernaar geïnformeerd bij de Secret Service. De mensen die de band bekeken, hebben ook een geluid gehoord. Ze hebben je er vragen over gesteld en je zei dat je wel iets had gehoord, maar niets had gezien, en je hebt gezegd dat het mogelijk een liftstoring geweest kon zijn. Omdat ze al iemand hadden die ze verantwoordelijk konden stellen, hebben ze verder niet aangedrongen, maar ik ben ervan overtuigd dat je naar iets – of liever gezegd, naar iemand – stond te kijken.’
In reactie daarop maakte King de achterdeur open en gebaarde dat ze naar buiten moest gaan.
Ze stond op en zette het kopje neer. ‘Nou, in elk geval heb ik mijn vragen kunnen stellen. Al heb ik niet op alles antwoord gekregen.’
Toen ze langs hem liep, bleef ze even staan. ‘Je hebt gelijk. Jij en ik zullen in de geschiedschrijving voor altijd met elkaar in verband worden gebracht als twee agenten die ernstige fouten hebben gemaakt. Ik ben daar niet aan gewend. In alles wat ik ooit heb gedaan ben ik altijd uitzonderlijk goed geweest en ik durf te wedden dat het voor jou niet anders ligt.’
‘Dag, agent Maxwell. Het beste verder.’
‘Het spijt me dat onze eerste ontmoeting zo moest verlopen.’
‘Hopelijk is het ook de laatste.’
‘O, en dan nog iets. Hoewel daar niets over in het officiële verslag staat, neem ik aan dat je je bewust bent van de mogelijkheid dat de persoon in de lift is gebruikt om je af te leiden terwijl Ramsey zijn pistool trok en het schot loste.’
King zei niets.
‘Interessant,’ zei Michelle terwijl ze om zich heen keek.
‘Jij vindt wel erg veel interessant, hè?’ zei hij kortaf.
‘Deze plek,’ zei ze en ze wees naar de hoge plafonds, de glimmende dakbalken, de blinkende vloeren… alles even netjes. ‘Het is práchtig, echt héél mooi.’
‘Je bent heus niet de eerste die dat zegt.’
‘Ja,’ zei ze alsof ze hem niet had gehoord. ‘Het is mooi en het zou er warm en gezellig moeten zijn.’ Ze draaide zich om en keek hem aan. ‘Maar dat is het niet. Het is eigenlijk heel Spartaans ingericht, vind je niet? Alles is heel keurig neergezet. Het lijkt wel een decor, een decor dat is gebouwd door iemand die er behoefte aan heeft om alles in bedwang te houden en die daardoor al het leven eruit heeft geperst, of er in elk geval niets van zichzelf in heeft gestopt.’ Ze sloeg haar armen om zich heen. ‘Kil. Heel kil.’ Ze wendde haar blik af.
‘Dat vind ik prettig,’ zei hij nors.
Ze wierp hem een scherpe blik toe. ‘Werkelijk, Sean? Nou, volgens mij was dat vroeger niet zo.’
Hij keek haar na toen ze met haar lange benen en energieke tred snel naar de steiger liep. Ze trok haar scull het water in en al snel was ze niet meer dan een vlekje op het meer. Pas toen sloeg hij de deur dicht. Toen hij langs de tafel liep, zag hij het liggen, onder haar koffiekopje. Het was haar visitekaartje van de Secret Service. Op de achterkant had ze haar telefoonnummer thuis en haar mobiele nummer genoteerd. Zijn eerste reactie was om het weg te gooien, maar dat deed hij niet. Hij bleef het vasthouden en zag het vlekje op het meer kleiner en kleiner worden, tot Michelle Maxwell volledig uit het zicht verdween in een bocht in de rivier.