•50•

Aan het eind van de middag troffen ze elkaar in Kings huis. Parks zette een grote archiefdoos op de keukentafel. ‘Dit is het resultaat van onze speurtocht naar Bob Scott,’ zei hij tegen Joan.

‘Dat is snel,’ zei ze.

‘Hé, met wie denk je dat je te maken hebt? De een of andere flutorganisatie?’

King keek haar even strak aan. ‘Heb je Scott laten natrekken? Ik zei toch dat hij hier niet bij betrokken kan zijn geweest.’

Zonder ook maar met haar ogen te knipperen zei Joan: ‘Ik laat zoiets toch liever even natrekken. Niemand is onfeilbaar.’

‘Jammer genoeg,’ zei Parks een beetje verlegen, ‘is de reden dat ze zo snel met zo’n dik dossier zijn gekomen, dat die sufferds er bijna alles in hebben gestopt wat ze maar konden vinden over iedereen die Bob Scott heet. Een groot deel ervan is dus waardeloos. Maar hier is het dan.’ Hij zette zijn hoed op. ‘Ik ga weer. Als ik iets te weten kom, laat ik het jullie weten, en ik verwacht van jullie hetzelfde.’

Toen hij weg was aten ze snel met zijn drieën iets op het achterbalkon. Joan vertelde over haar onderzoek naar Doug Denby.

‘Die kunnen we dus buiten beschouwing laten,’ zei Michelle.

‘Kennelijk wel.’

‘En volgens de vrouw die je bij dat advocatenkantoor hebt gesproken, heeft Bruno als openbare aanklager in Washington niets gedaan wat niet door de beugel kon?’ vroeg King verbaasd.

‘Volgens haar niet. En ik ben geneigd haar te geloven.’

‘Dus misschien heeft Mildred tegen ons gelogen over Bruno.’

‘Dát geloof ik graag,’ zei Joan. Ze keek snel even naar binnen, waar Parks’ doos nog op tafel stond. ‘We moeten die dossiers van Parks maar eens doorkijken.’

‘Ik kan er wel mee beginnen,’ zei Michelle. ‘Omdat ik hem niet heb gekend, lees ik misschien niet al te snel over dingen heen die voor jullie al gesneden koek zijn.’ Ze stond op en liep naar binnen.

Joan keek naar het meer. ‘Het is hier echt mooi, Sean. Je hebt een fijne plek gekozen om een nieuw leven te beginnen.’

King dronk zijn bier op en leunde naar achteren. ‘Nou, misschien moet ik binnenkort weer naar een andere plek.’

Joan keek hem snel even aan. ‘Hopelijk niet. Een mens moet in zijn leven eigenlijk niet meer dan één keer helemaal opnieuw beginnen.’

‘Hoe zit het met jou? Je zei toch dat je weg wilde bij The Agency?’

‘Om me met mijn miljoenen terug te trekken op een eiland.’ Ze glimlachte berustend. ‘Dromen gaan maar al te vaak niet in vervulling. Zeker als je zo oud bent als ik.’

‘Maar als je Bruno weet te vinden ben je toch binnen?’

‘Het geld was maar een deel van die dagdroom.’

Toen King haar aankeek, wendde ze snel haar blik af.

‘Ga je hier vaak zeilen?’

‘In het najaar, als de speedboten weg zijn en het wat harder gaat waaien.’

‘Nou, het is najaar. Dus misschien is dit wel een goede gelegenheid.’

King keek naar de heldere hemel en voelde de zoele wind over zijn huid strijken. Het zou nog een paar uur duren voordat het donker werd. Hij nam Joan even aandachtig op. ‘Ja, dit zou wel een geschikt moment kunnen zijn.’

Ze voeren weg en King liet Joan zien hoe ze met de helmstok moest omgaan. Voor het geval de wind ging liggen, had hij een 5pk-buitenboordmotor achter de zeilboot gehangen. Ze zetten koers naar de vaargeul en voeren voor de wind verder.

Joan keek bewonderend naar de bergen rondom het meer. Hoewel het duidelijk herfst begon te worden, trilde de lucht boven de stille groene hellingen nog van de hitte.

‘Had je ooit gedacht dat je na al die jaren de hele nacht op wacht staan in hotels en op luchthavens hier zou terechtkomen?’ vroeg ze.

King haalde zijn schouders op. ‘Eerlijk gezegd niet, nee. Ik keek nooit zo ver vooruit. Ik was altijd meer iemand die in het heden leefde.’ Hij dacht even na en zei toen peinzend: ‘Tegenwoordig ben ik meer een langetermijndenker.’

‘En wat is het resultaat van die langetermijngedachten?’

‘Tot dit raadsel is opgelost helemaal niets. Het probleem is dat de schade al is aangericht, ook al weten we de daders te vinden. Het zou best kunnen dat ik hier weg moet.’

‘Weglopen? Dat vind ik niets voor jou, Sean.’

‘Soms is het gewoon beter om je tent ergens anders op te slaan, Joan. Een mens kan het tegen de stroom oproeien moe worden.’

Hij ging naast haar zitten en nam de helmstok over. ‘De wind draait. Ik ga overstag. Dadelijk komt de giek over. Ik zeg wel wanneer je moet bukken.’

Nadat hij zijn manoeuvre had voltooid, liet hij haar de helmstok weer overnemen, maar hij bleef wel naast haar zitten. Ze droeg een broekpak, maar ze had haar schoenen uitgetrokken en haar broekspijpen opgestroopt tot over haar knieën. Ze had kleine voeten en haar teennagels waren roodgelakt.

‘Acht jaar geleden had je toch liever paarse?’

Ze lachte. ‘Rood is altijd in, maar paars zou wel eens een comeback kunnen maken. Ik ben gevleid dat je dat nog weet.’

‘Paarse teennagels en een pistool van kaliber .357.’

‘Dat was een heel verleidelijke combinatie, geef het maar toe!’

Hij leunde achterover en tuurde in de verte.

Het bleef een paar minuten stil. Joan zat hem zenuwachtig aan te kijken en King deed zijn best om oogcontact te vermijden. ‘Heb je er ooit over gedacht me ten huwelijk te vragen?’ vroeg ze.

Hij keek haar stomverbaasd aan. ‘Ik was destijds getrouwd, Joan.’

‘Dat weet ik. Maar jullie stonden op het punt van scheiden.’

Hij keek naar het dek. ‘Oef, ik besefte misschien wel dat mijn huwelijk niet meer te redden viel, maar ik wist echt niet of ik het nou meteen nog eens wilde proberen. En ik denk dat ik ook nooit werkelijk heb geloofd dat twee agenten van de Secret Service het samen zouden kunnen rooien in een huwelijk. Daarvoor is het een veel te ongeregeld bestaan.’

‘Ik heb erover gedacht om het jou te vragen.’

‘Om me wat te vragen?’

‘Of je met me wilde trouwen.’

‘Je blijft me toch ook verbazen. Jij ging mij ten huwelijk vragen?’

‘Er staat toch nergens geschreven dat een vrouw moet wachten tot de man een aanzoek doet?’

‘Nou, en als die regel er wel was, dan zou jij je daar toch niets van aantrekken?’

‘Ik meen het, Sean. Ik was verliefd op je. Zo erg dat ik midden in de nacht wakker schrok en lag te trillen van angst bij de gedachte dat het allemaal op de een of andere manier niet door zou gaan, en dat je vrouw en jij weer opnieuw zouden beginnen.’

‘Dat wist ik niet,’ zei hij zachtjes.

‘Wat voelde je toen voor me? Ik bedoel: wat voelde je écht?’

Hij voelde zich nu duidelijk niet op zijn gemak. ‘Eerlijk? Ik was verbaasd dat ik je kon krijgen. Je was volkomen ongenaakbaar, zowel binnen de Secret Service als op het persoonlijke vlak.’

‘Dus ik was een jachttrofee, een soort gewei om aan de muur te hangen?’

‘Nee, ik dacht eigenlijk dat ík dat was.’

‘Ik was geen slet, Sean. En zo stond ik ook niet bekend.’

‘Nee, inderdaad niet. Je stond bekend als de ijzeren dame. Er was geen enkele agent die ik kende die je niet wist te intimideren. Een heleboel heel harde jongens waren echt bang voor je.’

Joan sloeg haar ogen neer. ‘Wist je dan niet dat juist die meisjes die overal de beste in zijn vaak heel eenzame levens leiden? Toen ik bij de Secret Service kwam, werkten daar nog bijna geen vrouwen. Om me te handhaven moest ik nog veel stoerder zijn dan die harde jongens. Ik moest echt voortdurend improviseren. Het is nu allemaal een beetje anders, maar destijds kon ik echt niet anders.’

Hij raakte even haar wang aan en keek haar aan. ‘Waarom heb je het dan niet gedaan?’

‘Wat niet gedaan?’

‘Me ten huwelijk gevraagd?’

‘Dat was ik ook van plan, maar er kwam iets tussen.’

‘Wat dan?’

‘Clyde Ritter werd doodgeschoten.’

Nu was King degene die zijn blik afwendde. ‘Toen was ik niet interessant meer?’

Ze legde haar hand op zijn arm. ‘Dan ken je me toch niet goed. Het was een heleboel meer dan dat.’

Hij keek haar weer aan. ‘Wat bedoel je daarmee?’

Joan keek nu zenuwachtiger dan King haar ooit had gezien… behalve dan op die ochtend om twee over halfelf, toen Ritter werd neergeschoten. Langzaam stak ze haar hand in haar zak en trok er een velletje papier uit.

King vouwde het open en las de woorden die erop stonden.

Dat was een heerlijke nacht. Verras me maar eens, doortrapte dame. In de lift. Liefs, Sean.

Het was een velletje briefpapier van het Fairmount Hotel.

Hij keek op en zag dat ze hem strak aankeek.

‘Waar heb je dit vandaan?’

‘Het werd onder de deur van mijn kamer in het Fairmount geschoven, die ochtend om een uur of negen.’

Hij keek haar aan met een nietszeggende uitdrukking op zijn gezicht. ‘De ochtend van de aanslag?’ Ze knikte. ‘En jij dacht dat ík dit had geschreven?’ Ze knikte opnieuw. ‘Heb je al die jaren gedacht dat ík misschien iets met Ritters dood te maken zou kunnen hebben gehad?’

‘Sean, begrijp het nou. Toe. Ik wist niet wát ik ervan moest denken.’

‘En dat heb je nooit aan iemand verteld?’

Ze schudde van nee. ‘Net zoals jij nooit aan iemand hebt verteld dat ik daar in die lift stond.’ En met zachte stem voegde ze daaraan toe: ‘Jij dacht toch zeker dat ík iets met Ritters dood te maken had?’

Hij likte zijn lippen af en keek de andere kant op. Er lag een boze blik in zijn ogen. ‘Ze hebben ons dus allebei genaaid?’

‘Ik heb het briefje gezien dat op het lijk in jouw huis is aangetroffen en zodra ik dat zag, wist ik dat we allebei gemanipuleerd zijn. Degene die dat briefje heeft geschreven, wie het ook mag zijn, heeft ons tegen elkaar opgezet en wel op zo’n manier dat hij er zeker van kon zijn dat we daar met niemand over zouden praten. Maar er was één verschil. Ik kon de waarheid niet vertellen omdat ik dan zou moeten uitleggen wat ik daar in die lift uitspookte. En als ik dat zou moeten opbiechten, kon ik mijn carrière wel vergeten. Ik zweeg uit eigenbelang. Maar jij hebt om een andere reden je mond gehouden.’ Ze legde een hand op zijn mouw. ‘Vertel me eens, Sean, waarom heb je dat gedaan? Je moet toch hebben gedacht dat ik werd betaald om je af te leiden. En je hebt alle schuld op je genomen. Waarom?’ Ze ademde diep en angstig in. ‘Dat móét ik echt weten.’

Het schrille gepiep van een mobieltje deed hen allebei opschrikken.

King nam op. Het was Michelle.

‘Kate Ramsey heeft net gebeld. Ze heeft ons iets belangrijks te vertellen. Maar ze wil het in eigen persoon doen. Ze komt ons halverwege tegemoet. In Charlottesville.’

‘Goed, we komen eraan.’ Hij verbrak de verbinding en voer zonder verder nog iets te zeggen terug naar de kust. Hij ontweek Joans blik en die wist
– voor het eerst in haar leven – niets te zeggen.

Onbewaakt ogenblik / druk 1
titlepage.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_0.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_1.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_2.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_3.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_4.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_5.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_6.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_7.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_8.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_9.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_10.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_11.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_12.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_13.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_14.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_15.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_16.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_17.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_18.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_19.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_20.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_21.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_22.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_23.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_24.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_25.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_26.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_27.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_28.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_29.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_30.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_31.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_32.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_33.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_34.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_35.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_36.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_37.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_38.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_39.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_40.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_41.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_42.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_43.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_44.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_45.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_46.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_47.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_48.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_49.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_50.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_51.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_52.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_53.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_54.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_55.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_56.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_57.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_58.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_59.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_60.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_61.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_62.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_63.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_64.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_65.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_66.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_67.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_68.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_69.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_70.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_71.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_72.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_73.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_74.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_75.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_76.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_77.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_78.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_79.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_80.xhtml