•28•
Het verhoor nam het grootste deel van de nacht in beslag. De politiemensen hadden niet willen luisteren naar Michelles smeekbeden om haar achter de man in de auto aan te laten gaan. Ze hadden duidelijk andere prioriteiten en toen ze had geprobeerd uit te leggen dat de man degene was die John Bruno had ontvoerd, was de blik in hun ogen uiterst sceptisch geworden. ‘Dat kan wel even wachten,’ had de sheriff gezegd.
Ze had ook een heel onprettig uur doorgebracht met Walter Bishop. Toen die had gehoord dat ze in North Carolina was opgepakt, was hij onmiddellijk op het vliegtuig gestapt om haar persoonlijk de les te lezen en daarmee had hij haar trots erg gekrenkt.
‘Toen ik je onder de neus wreef dat je van geluk mocht spreken dat je bij de Secret Service kon blijven, dacht ik dat ik wel tot je door had weten te dringen,’ donderde Bishop. ‘Maar nu moet ik constateren dat je je bezighoudt met dingen die je niet aangaan. Ik kan me niet voorstellen dat je een nog grotere ravage had kunnen aanrichten dan je nu hebt gedaan.’ Hij richtte zijn blik op King. ‘O, maar daar heb ik me in vergist, want nu trek je op met een van de legendarische mislukkelingen van de Secret Service. Jullie kunnen wel een club beginnen, de kneuzenclub, en de allergrootste kneus van allemaal zit hier naast je. Of niet soms, Sean?’
Toen hij bij de Secret Service zat, had King altijd een enorme hekel aan Bishop gehad en Bishop was een van de luidste stemmen geweest die hem veroordeelden. Dat er inmiddels vele jaren waren verstreken, had de wederzijdse gevoelens er niet minder heftig op gemaakt.
‘Let op je woorden, Walt,’ zei King. ‘Ik heb al eens een aanklacht ingediend wegens laster in geschrifte en die zaak heb ik gewonnen. Ik kan ook best nog een aanklacht indienen wegens kwaadsprekerij. Ik zou het echt heel fijn vinden om jou eens met je kloten op het blok te zien liggen.’
‘Ik maak je helemaal kapot!’ brulde Bishop.
‘Ik zit niet meer bij de Secret Service, dus bewaar die aanstellerij nou maar voor iemand op wie je er indruk mee maakt. Als je zo iemand kunt vinden.’
‘Zo laat ik me door jou niet toespreken!’
‘Ik praat nog liever tegen een paardenvijg dan ook maar een minuut te verspillen aan zo’n halvegare nitwit als jij!’ snauwde King.
‘Ik heb nog nooit een presidentskandidaat laten sterven omdat ik met mijn neus in mijn hol zat.’
‘Jij zit altijd met je neus in je hol. Ik kijk tenminste nog wel eens om me heen!’
En daarna was het alleen maar bergafwaarts gegaan. En wel zo snel en hevig dat bijna iedereen in het gebouw, inclusief de gevangenen, vol aandacht had staan luisteren.
Michelle had nog nooit iemand zo’n toon tegen Walter Bishop horen aanslaan en ze moest haar uiterste best doen om niet in lachen uit te barsten over sommige dingen die ze King hoorde zeggen. Het was alsof hij acht jaar lang verbale ammunitie had opgespaard.
Nadat Bishop woedend de deur uit was gestormd om terug te gaan naar Washington, en King en zij slechte automatenkoffie zaten te drinken, kwamen Jefferson Parks en de plaatselijke sheriff bij hen zitten.
‘Wat doe jij hier?’ zei King tegen Parks.
De deputy-marshal was duidelijk boos. ‘Ik heb je toch gezegd dat je je niet buiten mijn jurisdictie mocht begeven? En dan krijg ik van mijn manschappen te horen dat je je niet alleen in een andere staat bevindt, maar zelfs loopt rond te neuzen in de stad waar Clyde Ritter is neergeschoten. En dan krijg ik ook nog eens bericht dat je partner hier,’ hij knikte Michelle toe, ‘betrokken is geraakt bij de moord op een vrouw hier in Bowlington. Dus nogmaals, je hebt je buiten mijn jurisdictie begeven terwijl ik je had verzocht dat niet te doen, en ik wil weten waarom.’
‘Ik stond niet onder arrest,’ snauwde King. ‘En ik ben nou ook weer niet op een vliegtuig naar de Fiji-eilanden gestapt met mijn hele oudedagsvoorziening cash in een koffertje. Ik ben naar North Carolina gegaan in een auto vol sportspullen en half opgegeten sportrepen. Dat stelt toch niets voor!’
‘En we hebben nog de mazzel gehad dat we die ontsnapte gevangenen konden oppakken,’ zei Michelle. ‘Daar hebben we u toch maar mooi mee geholpen.’
‘Dat stel ik ook op prijs,’ zei de sheriff, ‘maar ik zou toch ook wat beter willen begrijpen wat u eigenlijk precies met mevrouw Baldwin te maken had. We hebben hier geen moord meer gehad na… tja, na Clyde Ritter, en het bevalt me helemaal niet dat we er nu weer een hebben.’
Voor de zoveelste keer vertelde Michelle over haar gesprek met Loretta.
De sheriff wreef over zijn kaak en trok zijn broek een eindje op. ‘Nou, en toch snap ik het niet. Zo te horen heeft Loretta niets tegen u gezegd wat voor wie dan ook belastend zou kunnen zijn.’
‘Juist.’ Michelle was niet helemaal eerlijk geweest en had niets verteld over het zwarte slipje en de activiteiten in Kings kamer in de nacht voor de aanslag, wat haar een dankbare blik van King had opgeleverd. ‘Dus ik ben er helemaal niet zeker van dat de moord verband houdt met mijn bezoek. Het zou gewoon enorm toevallig kunnen zijn.’
‘En dat geld in haar mond? U zei dat dat uw geld was?’
Michelle knikte. ‘Dat denk ik tenminste. Ik heb haar honderd dollar in biljetten van twintig gegeven omdat ze met me had gesproken.’ En na een korte stilte voegde ze daaraan toe. ‘Met haar dood heb ik niets te maken.’
De sheriff knikte. ‘We hebben uw alibi al nagetrokken. Er zijn mensen die zich herinneren dat ze u in Virginia hebben gezien op het moment dat Loretta werd vermoord.’
‘Maar wat was het motief dan?’ Toen ze hem aankeken, stak hij zijn handen op. ‘Wat u zojuist hebt beschreven, is een misdaad zonder motief. Tenzij de dame in kwestie vijanden had van wie u geen weet hebt. Het kan natuurlijk ook een moordenaar zijn die lukraak toeslaat, maar ik heb sterk het gevoel van niet. Dat geld in haar mond, dat is iets persoonlijks.’
De sheriff schudde het hoofd. ‘Loretta Baldwin was wel de laatste om vijanden te hebben. Ik bedoel, ze mocht dan een scherpe tong hebben en van de roddels die ze vertelde, stond je soms echt verbaasd, maar ze bleek meestal gelijk te hebben en bovendien ging het altijd maar om kleine dingen. Niet iets om haar te vermoorden.’
‘Je weet maar nooit,’ zei King. ‘Wat u niet belangrijk vindt, vindt een ander misschien wel belangrijk.’ De sheriff knikte, maar leek niet overtuigd. ‘Zou kunnen.’ Hij stond op. ‘Goed, u hebt allebei een verklaring afgelegd. U kunt gaan.’
Toen ze opstonden, stapte Michelle naar de sheriff toe.
‘Het Fairmount, weet u wie tegenwoordig de eigenaar daarvan is?’
‘De laatste keer dat ik er iets over heb gehoord, was het overgenomen door het een of andere Japanse bedrijf dat er een countryclub met golfbaan van wilde maken.’ Hij grinnikte. ‘Volgens mij hebben die jongens hun huiswerk niet goed gemaakt. Er hoort een groot stuk land bij het hotel, maar het grootste deel daarvan is heel drassig. En hier in de buurt zijn niet veel golffanaten.’
‘Kent u de naam van de beveiligingsdienst die het terrein bewaakt?’
Hij keek haar verbaasd aan. ‘Welke beveiligingsdienst?’
Michelle wist haar verbazing te verbergen en ging weer bij King en Parks staan.
‘Hoe ben jij hier zo snel gekomen?’ vroeg King.
‘Mijn manschappen zijn je gevolgd.’
‘Als ik je een goede raad mag geven: dat is zonde van hun tijd.’
‘Ja, tot nu toe is het verdomde saai.’
‘Meneer Parks,’ zei Michelle, ‘er is vanavond iets gebeurd. Het heeft niets te maken met de moord op Loretta Baldwin, maar ik denk dat het wel iets te maken heeft met de verdwijning van John Bruno.’
‘Bruno?’ Parks keek haar verbaasd aan. ‘Wat heeft Bruno hier nou weer mee te maken?’
Michelle vertelde hem over de man die ze had gezien.
Hij schudde van nee. ‘Hoe kun je er nou zeker van zijn dat híj dat was? Je hebt niet meer dan een glimp van hem opgevangen en er was maar heel weinig licht.’
‘Ik ben een Secret Service-agent. Het lezen en onthouden van gezichten is mijn werk.’
Parks keek nog steeds sceptisch. ‘Nou, goed, vertel het dan maar aan de fbi. Het is hun zaak. Ik probeer er alleen maar achter te komen wie een van mijn getuigen heeft vermoord.’ Hij keek even naar King en gromde: ‘En ik probeer in de gaten te houden waar deze vent hier uithangt, maar dat valt niet mee.’
‘Wil je soms dat ik rustig blijf wachten tot je voldoende bewijs hebt verzameld om me veroordeeld te krijgen?’
‘Ik heb nu al genoeg om jullie allebei te arresteren, als ik dat zou willen, dus breng me nou maar niet in de verleiding.’ Hij keek hen allebei woedend aan. ‘Jullie gaan terug naar dat goeie ouwe Virginia?’
‘Van dat goeie ouwe Bowlington,’ zei King, ‘heb ik nou wel genoeg gezien.’