•42•

De politie bracht Mildred Martin naar huis en zette haar af voor de deur. Een eindje verder, aan het eind van het huizenblok, stond een zwarte sedan, die in het donker vrijwel onzichtbaar was. In de auto zaten een paar alerte fbi-agenten.

De oude vrouw strompelde het huis binnen en deed de deur achter zich dicht. Ze was echt heel hard aan een borrel toe. Waarom had ze dit toch gedaan? Het was allemaal zo gesmeerd gegaan en toen had ze het verknoeid. Maar ze had de schade weer hersteld. Ja, ze had de schade weer hersteld. Alles was in orde. Ze pakte de gin en schonk zich een groot glas in, met maar een heel klein beetje tonic erbij.

Ze dronk het glas half leeg en merkte dat ze haar zenuwen weer enigszins de baas werd. Het zou allemaal wel goed komen. Alles was in orde. Ze was al oud. Wat kon de fbi haar nu nog maken? Ze hadden geen enkel bewijs. Het zou allemaal wel goed komen.

‘Mildred, hoe gaat het?’

Ze liet het glas vallen en gaf een gil.

‘Wie is daar?’ Ze ging met haar rug tegen de drankkast staan.

De man stapte een eindje naar voren, maar bleef in de schaduw.

‘Je oude vriend.’

Met half dichtgeknepen ogen keek ze hem aan. ‘Ik ken u niet.’

‘Natuurlijk wel. Ik ben de man die je heeft geholpen bij het vermoorden van je echtgenoot.’

Ze rechtte haar rug. ‘Ik heb mijn man níét vermoord.’

‘Nou, Mildred, al die methylalcohol die je hem in zijn lijf hebt gespoten, is wel zijn dood geworden, hoor. En je hebt Bruno gebeld, zoals ik je heb gevraagd.’

Ze keek wat aandachtiger. ‘Dat… dat was u?’

Hij deed nog een stap naar voren. ‘Ik heb gezorgd dat je wraak kon nemen op John Bruno en nog een flinke smak geld kreeg van de levensverzekering, én ik heb een manier gevonden om die arme, zieke man van je uit zijn lijden te verlossen. En het enige wat ik daarvoor terug wilde, was dat je je aan de regels zou houden. Meer verwachtte ik niet van je, maar toch heb je mijn vertrouwen beschaamd.’

‘Ik weet niet waar u het over hebt,’ zei ze met trillende stem.

‘De regels, Mildred. Míjn regels. En nog een bezoekje aan het politiebureau en een nader verhoor door de fbi waren niet volgens die regels.’

‘Het kwam door die mensen die hier vragen kwamen stellen.’

‘Ja, King en Dillinger. Dat weet ik. Ga verder,’ zei hij vriendelijk.

‘Ik… Ik zat gewoon met ze te praten. Ik heb hun gezegd wat ik van u moest zeggen. Over Bruno, bedoel ik. Precies wat u had gezegd.’

‘Je bent duidelijk méér dan eerlijk geweest. Kom nou, Mildred, vertel het me nou maar.’

De vrouw stond te trillen als een espenblad.

‘Kalm aan,’ zei hij sussend. ‘Schenk jezelf nog iets in.’

Ze deed wat hij haar gezegd had en sloeg het glas in één teug achterover. ‘Ik… we hadden het over whisky. Ik heb hem verteld dat Bill graag whisky dronk, meer niet. Echt waar.’

‘En je hebt de methylalcohol in een fles whisky gestopt?’

‘Ja. In Bills speciale whisky. De Macallan’s.’

‘Waarom heb je dat gedaan, Mildred? We hebben je methylalcohol gegeven. Het was de bedoeling dat je die in een injectienaald zou doen en die in het slangetje van zijn intraveneuze voeding zou spuiten. Heel eenvoudig. Je hoefde alleen maar te doen wat je was gezegd.’

‘Dat weet ik, maar… zo kon ik het gewoon niet opbrengen. Dat kón ik gewoon niet. Ik wilde dat het zou lijken alsof hij gewoon zijn glaasje whisky van me kreeg, net als anders. Dus heb ik het in de fles gegoten en hem dat toen ingespoten.’

‘Prima, maar waarom heb je dan die fles naderhand niet leeggegoten of weggegooid?’

‘Dat was ik ook van plan, maar ik was bang dat iemand me zou zien. Die buren hier zijn zo nieuwsgierig dat ze mijn vuilnis wel eens zouden kunnen doorzoeken. Ik dacht dat ik alles maar beter kon laten staan waar het stond. En toen wilde ik er gewoon niet in de buurt komen. Ik… Ik voelde me schuldig vanwege Bill.’ Ze begon zachtjes te snikken.

‘Maar je hebt er wel iets over gezegd en King en Dillinger hebben daar hun conclusies uit getrokken. Waarom heb je ze niet gewoon de whisky laten zien die je hier in de kast hebt staan?’

‘Het was geen Macallan’s. Bill dronk alleen maar Macallan’s. Ik… Ik was bang. Ik dacht dat ze argwaan zouden krijgen als ik ze de fles niet kon laten zien.’

‘Dan zouden ze ongetwijfeld argwaan hebben gekregen, ja. Allemachtig zeg, je hebt een paar volslagen vreemden wel heel veel verteld.’

‘Hij was een echte heer,’ zei ze, in de verdediging gedrongen.

‘Dat geloof ik graag. Dus ze hebben de fles meegenomen, de inhoud laten onderzoeken en zo zijn ze erachter gekomen dat er vergif in zat. En wat heb je tegen de politie gezegd?’

Mildred keek heel zelfvoldaan. ‘Dat er een vrouw aan de deur is gekomen, een verpleegster, en dat ik haar heb ingehuurd om op Bill te passen. En dat zij degene was die vergif in die fles heeft gestopt. Ik heb hun zelfs een naam opgegeven.’ Ze liet een korte stilte vallen en voegde er toen met een theatraal gebaar aan toe: ‘Elizabeth Borden. Snap je wel? Lizzie Borden, de moordenares.’ Ze liet een krassend lachje horen. ‘Slim, hè?’

‘Ongelooflijk, en heb je dat allemaal bedacht op weg naar het politiebureau?’

Ze stak een sigaret op en blies wat rook uit. ‘Ik heb altijd al snel kunnen denken. Ik zou vast een betere jurist zijn geweest dan mijn man.’

‘En de manier waarop je die vrouw hebt betaald? Wat heb je hun daarover verteld?’

‘Betaald?’

‘Ja, hoe je haar hebt betaald. Je hebt hun toch niet gezegd dat ze het voor niets deed? Zulke inschikkelijke mensen kom je in het echte leven maar heel zelden tegen.’

Ze tikte de as van haar sigaret, zodat die op de vloer viel, en haalde haar schouders op. ‘Nee, daar hebben ze niet naar gevraagd. Ze geloofden me. Ik ben een oude, treurende weduwe. Dus alles is prima in orde.’

‘Mildred, zal ik je eens vertellen waar die lui op dit moment mee bezig zijn? Ze pluizen al je bankrekeningen na om erachter te komen hoe je die “Lizzie” hebt betaald. En uit die rekeningen zal niets blijken over welke betaling dan ook. Daarnaast gaan ze bij die “nieuwsgierige” buren van je navraag doen over die vrouw, en omdat die niet bestaat, zullen de buren zeggen dat ze haar nog nooit hebben gezien. En dan komt de fbi jou weer opzoeken en je kunt er zeker van zijn dat het een heel naar bezoekje wordt.’

Ze keek ongerust. ‘Denkt u nou echt dat ze dat allemaal gaan natrekken?’

‘Ze zijn van de fbi, Mildred. Ze zijn heus niet achterlijk. Niet zo achterlijk als jij.’

Hij nam nog een stap. Ze zag nu wat hij in zijn hand had: een metalen stok.

Ze begon te gillen, maar hij sprong op haar af, propte een lap stof in haar mond en plakte een paar stroken breed en sterk plakband om haar polsen en over haar mond. Daarna greep hij haar bij haar haar, trok haar met zich mee door de gang en duwde een deur voor haar open. ‘Ik ben zo vrij geweest om een bad voor je klaar te maken, Mildred. Ik wil dat je lekker schoon bent als je gevonden wordt.’

Hij duwde haar in de volle badkuip, zodat het water over de zijkant gutste. Ze probeerde zich eruit te hijsen, maar met de stok duwde hij haar weer onder water. Met haar mond dichtgeplakt en haar longen vol rook duurde het nog niet half zo lang als bij Loretta Baldwin. Toen ze gestorven was, griste hij een fles whisky uit de kast, goot die leeg in het bad en sloeg hem toen kapot op haar hoofd. Als laatste trok hij het plakband van haar mond, maakte die open en propte hem vol bankbiljetten die hij uit haar tasje had gehaald.

Waar haal je tegenwoordig toch betrouwbare hulp vandaan?

Hij keek op haar neer en zei: ‘Wees nou maar blij dat je dood bent, Mildred. Wees maar blij dat je niet mijn volle woede over je heen krijgt, want die is nu zo groot dat alle stoppen bij mij op springen staan!’

Terwijl hij plannen aan het maken was, had hij erover gedacht om Mildred ook uit de weg te ruimen, maar na rijp beraad besloten dat zoiets te veel argwaan zou wekken. Dat verzuim was hem nu lelijk opgebroken. Maar toch was er geen enkele manier om haar met hem in verband te brengen. Het zou duidelijk genoeg zijn dat Loretta Baldwin en Mildred Martin door een en dezelfde dader waren vermoord, maar dat zou de autoriteiten vermoedelijk eerder van de wijs brengen dan op het juiste spoor zetten. Het beviel hem niet, maar er viel nu niets meer aan te doen. Vol minachting keek hij op haar neer. Idioot wijf!

Hij ging weg door de achterdeur en keek naar het eind van de straat, waar, zo wist hij, de fbi op de loer lag. ‘Kom haar maar halen, jongens,’ mompelde hij. ‘Jullie mogen haar hebben.’

Een paar minuten later startte hij de motor van de oude Buick en reed langzaam weg.

Onbewaakt ogenblik / druk 1
titlepage.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_0.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_1.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_2.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_3.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_4.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_5.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_6.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_7.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_8.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_9.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_10.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_11.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_12.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_13.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_14.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_15.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_16.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_17.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_18.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_19.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_20.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_21.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_22.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_23.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_24.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_25.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_26.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_27.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_28.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_29.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_30.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_31.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_32.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_33.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_34.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_35.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_36.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_37.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_38.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_39.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_40.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_41.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_42.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_43.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_44.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_45.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_46.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_47.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_48.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_49.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_50.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_51.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_52.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_53.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_54.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_55.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_56.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_57.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_58.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_59.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_60.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_61.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_62.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_63.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_64.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_65.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_66.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_67.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_68.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_69.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_70.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_71.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_72.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_73.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_74.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_75.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_76.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_77.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_78.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_79.xhtml
awb_-_onbewaakt_ogenblik_split_80.xhtml