Hoofdstuk 25
In Londen deed Douglas Mullraine zijn best om zich te verdedigen tegenover zijn woedende vrouw. De Britse roddelpers had Rileys verhaal uit Junket overgenomen. The Sun had het op de cover gezet, met als kop 'Geheim tienervriendinnetje van theaterkoning'. Er was die dag verder weinig nieuws. Douglas vond 'theaterkoning' wel mooi, maar 'tienervriendinnetje' beviel hem minder. Amanda was in alle staten.
'Hoe durf je!' krijste ze. Ze zocht iets in de keukenkastjes en gooide elk deurtje een beetje harder en woester dicht dan het vorige. 'Het is overduidelijk dat ik in het verleden van alles door de vingers heb gezien, maar dit is wat anders. Je staat verdomme in de krant, Douglas. Hoe kan ik de mensen nog onder ogen komen? Leg me dat eens uit.'
'Ik heb het je al gezegd,' zei hij. 'Er is niets van waar. Kijk dan, ze ontkent het zelf.' Hij sloeg de betreffende pagina van de krant open, waar na een opruiend verhaal van drie bladzijden eindelijk een quote stond van Serena die een romance ontkende.
'De mensen lezen de tekst niet, Douglas! Ze kijken alleen naar de plaatjes.' Amanda wees naar de bladzijde. 'Hiér kijken ze naar.' De foto die The Sun had uitgekozen voor bij het artikel, was er een waarop Douglas Serena op de achterbank van een auto hielp. Haar rok was omhooggeschoven en liet kilometers bruin been zien, en ze glimlachte naar Douglas. Zijn hand lag op haar schouder en hij lachte ergens om. Het was een intiem plaatje dat duidelijk op een zeer hechte vriendschap wees. Er stond nog een foto bij van Douglas (waarop hij er behoorlijk gezet uitzag) en een van Serena die ze van de cover van Junket hadden gehaald. Dat laatste plaatje van Serena vond Amanda het allerergste. Dat kind was bloedmooi. Amanda kon zich niet herinneren ooit zo'n gezicht te hebben gezien. Zelf gaf ze een klein fortuin uit om het beste te maken van wat God haar had gegeven, maar geen schoonheidsbehandeling ter wereld kon haar zo mooi maken dat ze daarmee kon concurreren.
'Dus je hebt al maanden iets met haar?' vroeg ze.
'Ik zeg je toch dat ik niks met haar heb.'
'Maar je kent haar al maanden.'
'Eh... ja,' zei Douglas.
'Ze is pas veertien!' gilde Amanda.
'Bijna vijftien.'
'Dat doet er niet toe, Douglas! Dadelijk staat de politie hier voor de deur om je te arresteren wegens... Hoe noemen ze dat? Seksuele betrekkingen met een minderjarige. O mijn god, schat, je bent toch niet...?' Ze dwong zichzelf om het te zeggen. 'Je bent toch niet ziek?'
'Amanda! Mijn god, nee zeg. Ik ben nooit met dat meisje naar bed geweest. En dat zal ook nooit gebeuren.' Helemaal waar, dacht Douglas. Het zal nooit gebeuren. 'Ik help haar alleen, meer niet. Echt waar, Amanda, wat zou zo'n kind nu in mij zien?'
'Daar zit wat in.'
Ze ging op de keukentafel zitten. Woede was dodelijk vermoeiend, en nadat ze een glimp van zichzelf in de spiegel had opgevangen, realiseerde ze zich dat het ook nog eens zwaar onflatteus was. Ze drukte haar vingers tegen haar wenkbrauwen om de frons weg te masseren.
De bel ging, zoals hij al de hele dag ging, en daar was de frons weer. 'En wat doen we met die lui?' vroeg ze. Aan het eind van de oprit stonden al sinds de vorige avond laat een stuk of tien paparazzi. Het werd nu weer donker, maar ze leken niet van plan te zijn te vertrekken. Amanda had zich eerder die dag tot in de puntjes opgemaakt om de kinderen naar een vriendin te brengen. De camera's hadden enthousiast geklikt toen ze de oprit afreed, maar ze vertrouwde erop dat ze weinig konden zien door de getinte ramen van haar nieuwe jeep. Nu zag het ernaar uit dat de kinderen bij haar vriendin moesten blijven logeren, tenzij ze die meute nog een keer onder ogen wilde komen.
'Ik weet niet hoe het met jou zit,' zei Douglas, 'maar ik kan wel een borrel gebruiken.'
Hij schonk voor zichzelf een flink glas whisky in en nam een versterkende slok. 'Dit is allemaal flauwekul, dat weet je best. Jij bent voor mij de enige, Dinky. Ik hou van je.' Hij gebruikte haar troetelnaampje, een gegarandeerd succes als het even niet lekker liep.
Zoals te verwachten was geweest, smolt Amanda. Ze liet zich door Douglas in de armen nemen. Hij moest alles ontkennen en zeggen dat hij van haar hield, daar had ze behoefte aan. Serena had het in zich om vrouwen onzeker te maken.
'Ze is zo mooi,' zei Amanda treurig terwijl ze de foto nog een keer bekeek.
'Niet zo mooi als jij,' zei Douglas, nu op vertrouwd terrein.
'En wat een figuurtje!'
'Pff! Vel over been, ze kan niet aan jou tippen.'
'En ze is zo jong.''Nou en?' zei Douglas, die voelde dat hij bijna zijn doel had bereikt. 'Wat moet ik met een kind wanneer ik thuis een echte vrouw heb?'
'Je houdt echt van me, hè?' zei Amanda, terwijl ze zich tegen zijn vertrouwde brede borst vlijde. Ze was het ruziemaken beu en ze wisten allebei dat ze het hem uiteindelijk toch wel zou vergeven. Gul besloot ze om daar dan maar meteen mee te beginnen. 'Schenk er voor mij ook eentje in, wil je?'
Douglas schonk een drankje in voor zijn vrouw en stond zichzelf toe zich te ontspannen. Het zag ernaar uit dat de ergste bui was overgewaaid. Hij wist dat Amanda dit voorval zo nu en dan zou oprakelen, samen met het hele arsenaal aan slippertjes dat ze als wapen tegen hem gebruikte wanneer ze ruzie hadden. Ze had een buitengewoon goed geheugen voor dat soort dingen. Hij keek discreet over haar schouder naar de krant toen ze hem omhelsde. Serena zag er fantastisch uit; dit zou wonderen doen voor zijn reputatie op de club.
De bel ging weer.
'Rot op!' schreeuwde Douglas.
'Heel charmant,' luidde het antwoord.
'O, goeie hemel!' riep Amanda uit. 'Melanie! Ik was helemaal vergeten dat ze zou komen.'
'Kan iemand me alsjeblieft binnenlaten?' riep Melanie door de brievenbus, boven het achtergrondgeluid van een huilende baby uit. 'Alsjeblieft?'
Amanda holde naar de voordeur en sleurde hen beiden naar binnen. De reis had Melanie geen goed gedaan. Haar haar zat in de war, ze had donkere kringen onder haar ogen en er zat een grote vlek op de schouder van haar blouse. Joseph was goed op dreef. Zijn gezichtje was paars van het gekrijs dat zijn hele lijfje deed schokken. Hoe kon zoiets kleins zoveel lawaai maken?
'Wat is er met hem aan de hand?' vroeg Amanda.
'Ik weet het niet,' antwoordde Melanie. 'Zo doet hij al sinds we zijn geland. Ik word er knettergek van.' Ze haalde hem uit zijn wiegje en probeerde hem tot bedaren te brengen.
Het was heel even stil toen Joseph op adem kwam voor de volgende aanval. 'Wat is daarbuiten aan de hand?' vroeg Melanie.
'Heb je de kranten niet gezien?'
Melanie schudde haar hoofd. 'We komen direct van het vliegveld.'
'Douglas staat op de voorpagina van The Sun.'
'Wat heeft hij uitgevreten?'
'Niks, zegt hij,' zei Amanda. 'En ik geloof hem,' voegde ze eraan toe toen ze Melanies bedenkelijke gezicht zag. 'Ik wil het er nu niet over hebben. Kom, neem wat te drinken en vertel me hoe het met je gaat. Hoe is het met die verrukkelijke Fabien?'
Melanie liet de vraag onbeantwoord en liep achter Amanda aan naar de keuken. Douglas keek met een quasizielig lachje naar haar op en zei hallo.
'Wat heb je uitgehaald?' vroeg Melanie.
'Begin jij nu ook al?' zei Douglas, toen Joseph met nieuwe kracht begon te brullen, en hij richtte zijn aandacht weer op zijn whisky. De vergiffenis was ook iets te soepel verlopen. Hij pleegde een paar telefoontjes en plande zijn ontsnapping van de avond die voor hen lag.
Uiteindelijk viel Joseph in slaap. Melanie kon wel huilen van dankbaarheid. Amanda, die in ieder geval vanavond kinderloos was, zat op haar gemak beneden en had geen idee van de strijd die zich boven in haar logeerkamer afspeelde. Melanie voelde zich een slechte moeder. Hadden andere vrouwen het ook zo moeilijk met hun kinderen? Ze had wel verwacht dat het lastig zou zijn, maar zo eindeloos uitputtend... Je moest ze voortdurend in de gaten houden. Het was al een hele toer om een kind zo ver te krijgen dat het wilde slapen, eten of ophouden met huilen. Hij was verdorie pas drie maanden en zij, een volwassen vrouw, ze mocht toch wel verwachten dat ze zo nu en dan een meningsverschil won?
De plotselinge afwezigheid van Josephs gekrijs veranderde het huis in één keer. De hel was verdwenen. Melanie sloop op haar tenen de trap af.
'Wat een schatje,' zei Amanda met een stalen gezicht.
Melanie glimlachte. Amanda drukte haar een glas met iets kleurloos in de hand en begon te lachen. 'Drink op,' zei ze, 'en vertel me hoe het met je gaat.'
Melanie wist dat ze niet de waarheid zou vertellen. Ze zou tegen Amanda precies hetzelfde zeggen als tegen al die anderen die het haar vroegen. Het ging goed, uitstekend, een beetje moe, maar wel gelukkig. De waarheid was dat ze zich constant ellendig voelde, doodop en doodsbang omdat ze niet van dit ding... deze baby hield, terwijl ze wist dat dat wel de bedoeling was.
De vlucht vanuit Los Angeles was een van de ergste ervaringen in haar leven geweest. Het was de eerste keer dat ze alleen was met de baby, zonder Fabien of de kraamverpleegster die hij had ingehuurd, of zijn fantastische, onmisbare huishoudster. Melanie had nooit beseft hoe vermoeiend dat hele babygedoe was. Ze had alles zelf moeten doen. Vanaf het moment dat haar vooraf bestelde huurauto hen afzette bij het vliegveld, had ze moeite gehad met de eenvoudigste taken. Ze had gedacht dat het wel beter zou gaan als ze eenmaal aan boord waren. Er was vast een vriendelijke stewardess die voor Joseph zou zorgen, als een soort gratis oppas, terwijl zij het zich gemakkelijk maakte. Er zou iemand in de buurt zijn om dat gevaarlijk uitziende vliegtuigwiegje te demonstreren en om Joseph vast te houden wanneer zij naar de wc moest. Ze zou een voorkeursbehandeling krijgen. Ze was per slot van rekening een ster - en ook nog eens een ster met een baby.
Maar in werkelijkheid had ze niet alleen te maken gekregen met de onverschilligheid van het cabinepersoneel, maar ook met de onverholen vijandigheid van haar medereizigers. Joseph hoefde maar een kik te geven en overal om hen heen wendden de passagiers zich afkeurend af, en zodra hij begon te huilen zuchtten ze vol afkeer. Toen hij moest overgeven, had de man in de stoel naast haar om een andere plaats gevraagd. Vlak voor de landing had Joseph zijn longen pas echt goed gebruikt en het op een brullen gezet. Iedereen was het vliegtuig uit gesneld om bij hen vandaan te zijn, met vuile blikken in Melanies richting. En ze voelde zich de slechtste moeder op aarde.
'Hou je kop,' had ze hem zachtjes toegebeten. Maar zoals gewoonlijk had hij zich niets van haar aangetrokken.
Ze hadden geen band met elkaar. Melanie had gewacht op het moment dat ze overmand zou worden door liefde, maar dat was nooit gekomen. De eerste paar maanden was ze nog optimistisch geweest. Ze had ontdekt dat een bevalling een buitengewoon traumatische ervaring was, en anderen hadden haar verteld dat het heel gewoon was wanneer je in de eerste dagen een zekere antipathie voor de baby voelde. Het ging vanzelf over, zeiden ze. Niet dus. Wacht maar tot je hem borstvoeding geeft, hadden ze gezegd. Na zes weken was Melanie ermee gestopt. Te pijnlijk. Telkens wanneer hij lang genoeg stopte met krijsen had ze haar enorme tepel voor zijn mond gehouden, maar het enige wat hij deed was zó hard zuigen dat ze het uitschreeuwde van de pijn, waarna hij in tranen uitbarstte vanwege het piepkleine beetje melk dat eruitkwam. Alsof het hem verbaasde. Tegenwoordig kreeg Joseph de fles en kolfde Melanie. Haar mislukking als moeder knaagde onafgebroken aan haar.
'Goed hoor,' zei ze tegen Amanda. 'Uitstekend, alleen een beetje moe. Maar wel gelukkig.'
Amanda leek tevreden met dat antwoord. Trouwens, hadden de zussen voorheen niet soortgelijke gesprekken gehad, maar dan met omgekeerde rollen? Melanie was nooit erg onder de indruk geweest van Amanda's vaardigheden als moeder, een houding waarvan ze nu vreselijk veel spijt had. Ze had altijd gevonden dat Amanda een hoop ophef maakte over iets wat zo gemakkelijk en natuurlijk leek. Nu besefte ze dat Amanda wel eens bij uitstek degene zou kunnen zijn die ze in vertrouwen kon nemen.
'Ik geloof niet dat ik er erg goed in ben,' zei ze. 'In het moederschap.'
'Ik ook niet, lieverd. Ik ben een ramp. Het zal me verbazen als een van mijn kinderen ook maar een beetje stabiel opgroeit.'
'Maar maak je je daar geen zorgen om dan?'
'Welnee. Douglas komt uit een ongelooflijk liefhebbend, warm gezin en die is alleen maar verwend. Volgens mij is het nooit goed. Eens worden ze toch dertien en dan kunnen ze je bloed wel drinken, wat je ook doet. Tegen die tijd heb je geen greintje invloed meer. Goede kinderopvang, dat is het toverwoord. Opvoeden is tegenwoordig een kwestie van de juiste hulp inschakelen.'
Melanie keek om zich heen alsof ze verwachtte dat de ouderpolitie ieder moment kon binnenkomen om Amanda te arresteren. 'Eerlijk gezegd,' zei Melanie, maar de babyfoon die ze op schoot had koos haar moment van eerlijkheid uit om luidruchtig tot leven te komen. Het display aan de voorkant ging snel van groen en oranje door naar bloedstollend knalrood.
Melanie sprong op en de babyfoon viel op het dikke tapijt toen ze de trap op rende naar de schreeuwende baby.
Amanda grinnikte. Ze voelde zich een wijze vrouw van de wereld. Het kwam niet vaak voor dat ze ergens meer ervaring in had dan Melanie, maar nu zat ze als doorgewinterde moeder van twee kinderen stiekem naar het paniekerige gefluister van een nerveuze kersverse mama te luisteren. Amanda voelde zich een soort oermoeder, een vrouw met ervaring. Rijp en volwassen. Ze kon niet goed verstaan wat Melanie zei en zette de babyfoon wat harder. Joseph huilde nog steeds en Amanda kreeg een heerlijk superioriteitsgevoel. Eindelijk iets waarover Melanie geen controle had. Toen hoorde ze, heel zachtjes, de wanhopige stem van haar zus.
'Alsjeblieft,' zei Melanie. 'Toe nou, alsjeblieft. Ik weet niet wat je wilt. Hou toch op. Hou nou op!' En Melanie begon te huilen. 'Alsjeblieft,' zei ze nog een keer door haar tranen heen. 'Ik kan er niet tegen.'
Toen Amanda binnenkwam, zat Melanie op haar knieën, met Joseph tegen haar borst gedrukt. Ze wiegde hem hard heen en weer en keek nietsziend naar Amanda op.
'Ik kan dit niet,' zei ze. 'Ik kan het niet.'
Amanda nam de baby van haar over. Melanie leek het niet eens te merken. Ze bleef maar huilend heen en weer wiegen. Amanda keek van haar neefje naar haar zus en stelde vast dat Joseph gemakkelijker aan te pakken was dan zijn moeder.
Ze nam hem mee naar beneden, naar de keuken, waar ze hem met kirrende geluidjes geruststelde en tegen hem bleef praten terwijl ze zijn flesje uit de koelkast pakte en vlug een beetje opwarmde in de magnetron. Algauw lag Joseph zwijgend in haar armen, en Amanda keek naar zijn lieve gezichtje, dat met behulp van een beetje warme melk was getransformeerd van duivelskind naar engeltje. 'Ik ben je tante Amanda,' zei ze. 'Als je problemen hebt, kun je altijd bij mij terecht.'
Boven was Melanie gestopt met huilen, maar ze zat nog steeds op de grond. Ze voelde zich hopeloos.
'Ik geloof dat hij honger had,' zei Amanda.
'Dat kan niet. Ik had hem net de fles gegeven. Echt waar.'
'Nou ja, wat doet het ertoe? Het heeft in ieder geval geholpen.' Ze legde de baby terug in bed en richtte haar aandacht toen op Melanie. 'En wat doen we met jou?'
Het werd Melanie allemaal te veel. Ze wilde het niet toegeven, maar het was wel zo. Ze was gewoon niet geschikt als carrièremoeder. Vooral niet omdat die carrière inhield dat ze teksten moest leren die voortdurend veranderden, dat ze binnen drie maanden na de bevalling weer maat 38 moest zien te krijgen en er iedere week op prime time een oordeel over haar werd geveld door de kijkers. Nu had ze eindelijk de carrière waarnaar ze altijd had verlangd, maar het leven was nog nooit zo zwaar geweest. Melanie hield van haar werk, maar om het goed te doen had ze een toewijding nodig die ze niet meer kon opbrengen. De kraamverpleegster zou er niet meer zijn wanneer ze terugkwam. Dan was ze alleen met de huishoudster en het kind. Ze dacht de laatste tijd wel eens dat het misschien een oplossing zou zijn om te verhuizen, weg uit het huis van Fabien. Dan zou ze zich onafhankelijk voelen en kon ze zijn slechte gewoonten uit haar leven bannen, maar de gedachte om helemaal alleen te zijn met haar kind, joeg haar de stuipen op het lijf.
Haar acteerwerk zou eronder lijden, Justice zou haar natuurlijk ontslaan en dan was ze weer terug bij af, niet langer beroemd. Alleen was ze intussen wel boven de vijfendertig en moest ze een kind onderhouden. En ze was een waardeloze moeder. Zelfs Amanda deed het beter. Hoe kon hij nou honger hebben gehad? Hoe moest zij dat weten wanneer hij bij het laatste flesje vol afkeer zijn gezicht had afgewend? Hoe had Amanda hem zo ver gekregen dat hij wél dronk? Ze kreeg het gevoel dat er bij haar een belangrijk gen ontbrak, het gen dat ervoor zorgde dat zulke dingen vanzelf gingen. Was zij een medisch wonder, de enige vrouw op aarde zonder moederinstinct? Melanie vroeg zich af hoe dat moest als de opnamen weer begonnen. Soms, als hij huilde, was ze bang dat ze hem iets zou aandoen. Net als vanavond, wanneer hij gewoon niet ophield. Stel je voor dat ze op een dag zo moe en doorgedraaid zou zijn dat ze zichzelf niet meer in de hand had, wat dan? Ze kreeg koude rillingen bij de gedachte.
Roem stelde ook niets voor. Er waren nog altijd tijden dat ze zichzelf haatte.
'Kan ik iets voor je doen?' vroeg Amanda.
'Ik wil mijn oude leven terug,' antwoordde Melanie hoopvol.
De volgende ochtend kwamen Amanda's kinderen terug met Elsbeth, het onvoorstelbaar efficiënte nieuwe kindermeisje van de familie Mullraine. Het kostte Amanda steeds meer moeite om de toegewijde tante te spelen, dus nam ze Elsbeth apart en kocht ze haar om met geld en de belofte van een extra vrije middag als ze ook de zorg voor Joseph op zich zou nemen. Amanda wilde haar zus meenemen voor een verwendagje. In haar ogen was er niets wat niet kon worden opgelost met een middagje in het beautycentrum. En zo zat Melanie, nadat ze tot bijna twaalf uur 's middags had geslapen, achter in een taxi op weg naar Carramine.
'Het is daar geweldig,' zei Amanda. 'Ze hebben er wonderen verricht met mijn chakra's en de mimosa's zijn er verrukkelijk.'
Carramine was moeilijk te vinden. Het lag verscholen in een ivoorkleurige bocht in een laan in Bloomsbury, en de voordeur onderscheidde zich in niets van die van de naastgelegen panden. Amanda belde aan en wachtte af. De deur klikte open en Amanda ging Melanie voor door een hal die uitkwam op een grote binnenplaats met een glazen dak, drie verdiepingen hoger. Melanie keek vol verwondering naar de lucht. In het midden van de binnenplaats stond een fontein waarvan de fijne nevel in het zonlicht danste. In het bassin eronder zwom een dikke koikarper die zo'n lichte tint goud had dat hij bijna wit leek. Het was er stil, maar niet onaangenaam stil. De luxueuze stoffen overal om hen heen absorbeerden de echo van hun hakken op de tegelvloer.
Aan de linkerkant ging een deur open. Melanie kreeg nog net de kans om naar een paar felgroene ogen en een heleboel sproeten te kijken voordat de nieuwkomer en Amanda elkaar begroetten met een kakofonie van zoenen in de lucht en enthousiaste kreten.
'Melanie,' zei Amanda, 'dit is Maggie.'
Maggie was geen doorsnee schoonheidsspecialiste. Om te beginnen paste ze niet in maat 38, en ze lachte luidruchtig en was helemaal niet zo'n zweverig, dodelijk serieus type. Ze bekeek Melanie van top tot teen. 'Ik heb plannen met jou,' zei ze met haar zachte Ierse tongval. Tot Melanies verbazing nam Maggie haar als een kind bij de hand en leidde ze haar weg van Amanda, die nog even zwaaide. Het was onvoorstelbaar gemakkelijk om gewoon met haar mee te lopen.
Maggie ging haar voor naar beneden, waar de ruimte nog groter leek en alle kamers uitkwamen op catacombe-achtige gangen. Ze stopten voor een deur waar Maggie haar een stapeltje pistachegroene handdoeken gaf. 'Ik zie je over een uur,' zei ze. Met enige schroom duwde Melanie de deur open. Haar verwachtingen liepen uiteen van een drukke les ashtanga-yoga tot een eenzame massagetafel. Heel even had ze er spijt van dat ze Amanda de touwtjes in handen had laten nemen. Ze had behoefte aan een bezoekje aan de kapper en een manicure; waarom had haar zus haar niet gewoon getrakteerd op een middagje Daniël Galvin?
Ze liep een ruimte binnen die werd verlicht door tientallen waxinelichtjes; ze stonden op alle mogelijk plekjes. Sommige gingen schuil achter gekleurd glas, waardoor de vlammetjes in allerlei kleuren flonkerden als juwelen. Het plafond was rijkelijk bedekt met gouden draperieën die wapperden in een onzichtbare warme bries. Het middelpunt van de ruimte was een enorm verzonken bad dat bijna tot de rand toe was gevuld met dampend water in exact dezelfde tint lichtgroen als haar handdoeken. Melanie trok automatisch haar kleren uit en hing ze op het haakje bij de deur. De marmeren vloer voelde warm aan onder haar blote voeten.
Ze keek nu wat aandachtiger naar het tafeltje naast het bad, waarop een wit kaartje met gouden reliëfletters lag, als een uitnodiging voor een bruiloft. Het was een lijst klassieke componisten. Ze keek nieuwsgierig nog een keer naar het tafeltje en zag nu een rij knopjes die genummerd waren van één tot tien. Toen ze op nummer vijf drukte, vulden de tere klanken van Debussy de ruimte. Niet slecht, al had ze misschien liever Alicia Keys gehad.
Zodra ze in het bad stapte, begonnen de ultrafijne waterstraaltjes te bubbelen. Het kietelde aan haar voeten. De straaltjes hielden de watertemperatuur constant, en aan het uiteinde van het bad was een kussentje waarop ze haar hoofd kon laten rusten. Dit was zonder enige twijfel de fijnste badkamer in de hele wereld.
Ze voelde zich net Cleopatra, en dat was oneindig veel prettiger dan het gevoel dat ze had wanneer ze gewoon zichzelf was. In het warme water dobberde ze weg van het keurslijf van haar dagelijkse leven. Het tempo van haar gedachten werd draaglijker. De constante paniek van de afgelopen maanden leek opeens zo onschuldig als een vluchtige nachtmerrie.
Ik zou hier zó kunnen wonen, dacht ze. Voor eeuwig in dit bad blijven liggen. Ze liet zich dieper in het water zakken alsof ze probeerde de realiteit te verdrinken.
Een uurtje later lag ze op haar rug te luisteren naar het geluid van stromend water, waarvan ze een beetje moest plassen, en er werden warme stenen op haar voorhoofd gelegd terwijl twee potige mannen samen haar benen en voeten masseerden. Amanda lag op de tafel naast haar.
'Hierna,' zei Amanda, 'gaan we uit eten. Bij San Lorenzo, als je wilt.'
De gedachte aan haar favoriete salade met gerookte kip in haar lievelingsrestaurant in Londen was aantrekkelijk, maar uiteindelijk zou ze toch naar huis moeten. Ze was bang.
'Ik geloof dat ik bang ben voor mijn eigen baby,' zei ze.
'Dat is iedereen, schat,' zei Amanda. 'Maar niemand durft het toe te geven. Het is het laatste taboe.'
'Ik meen het.'
'Dat weet ik.'
'Ik zou willen dat er een plek was waar je je kind naartoe kon brengen als je het... druk hebt,' mijmerde Melanie.
'Hoe bedoel je? Een soort kennel?' vroeg Amanda giechelend.
Na een lekker lui etentje met te veel witte wijn keerden de gezusters terug naar Chelsea. Melanie keek toe hoe Amanda haar eigen twee kinderen kuste voordat ze bij Joseph ging kijken. Hij sliep als een roos. Achter zijn oogleden flitsten de onbekende babydromen en hij hield zijn schattige vuistjes gebald in de lucht, alsof hij salueerde. Hij zag er zo lief uit; ze deed haar best om hem ook lief te vinden. Hoe vaak had ze niet naar een slapende volwassen man gekeken en zichzelf er met behulp van een paar glazen wijn van overtuigd dat het echte liefde was? Te vaak. Maar nu, met haar eigen zoon, kon ze zichzelf niet voor de gek houden.
De volgende ochtend werd Melanie weer laat wakker. Elsbeth bleek met alle drie de kinderen naar het park te zijn.
'Ik moet met je praten,' zei Amanda. 'Ik heb met Douglas en Elsbeth overlegd, en als je wilt kun je Joseph een tijdje hier laten, tot je alles weer een beetje op de rails hebt. Misschien een paar weken.'
Het was wel het laatste wat Melanie had verwacht. Het klonk als de ideale oplossing.
'Wacht even,' zei Amanda. 'Luister nou naar me voordat je "nee" zegt.'
Melanie deed haar best om een gezicht te trekken alsof ze niet overtuigd was.
'Ma komt hierheen om me te helpen.'
'Heb je het er met ma over gehad?'
'Ik maak me zorgen om je,' zei Amanda. 'Wij allemaal. Ik heb je vannacht gehoord.'
'Hoe bedoel je?'
'Je had een nachtmerrie. Je lag te gillen.'
'Echt waar?' Melanie kon zich helemaal geen nachtmerrie herinneren.
'Je leeft onder zware druk. Het is een belangrijk jaar voor je geweest en je moet goed voor jezelf zorgen,' ging Amanda verder. 'Als dat betekent dat je Joseph een tijdje hier moet laten, dan vind ik echt dat je dat moet overwegen.'
Mag ik al 'ja' zeggen?
'We zijn familie,' zei Amanda. 'Denk er op zijn minst over na.'
Toen het moment aanbrak, was het heel makkelijk om afscheid te nemen van Joseph. Griezelig makkelijk. Melanie voelde wel iets vanbinnen toen ze vertrok, maar eerlijk gezegd was dat eerder schuldgevoel dan iets anders.
Haar moeder was meteen uit Norfolk gekomen, ervan overtuigd dat Melanie een zenuwinzinking nabij was. Melanie wist dat Linda de hele gang van zaken maar vreemd vond. En het was inderdaad een tikkeltje ongebruikelijk, ja. Misschien deden normale moeders dit niet, maar wie wilde er nou 'normaal' zijn?
Tegen de tijd dat ze in het vliegtuig terug naar Los Angeles stapte, was ze ervan overtuigd dat dit voor iedereen de beste oplossing was. Over een paar weken zou ze gewend zijn aan de routine van de nieuwe opnamereeks en dan zou ze wel weten hoe ze daar met zo min mogelijk overlast een baby in kon inpassen. Waarschijnlijk zou Joseph er op de lange termijn bij gebaat zijn dat ze hem niet op zo jonge leeftijd al had blootgesteld aan de chaos van de eerste filmdagen.
Wie kon de psychologische schade voorzien die dat misschien veroorzaakte? Ja, echt, het was beter zo.
Ze strekte haar benen in haar first class-stoel en verheugde zich al op het moment dat ze languit kon gaan liggen, na het opstijgen. Deze plek was zijn geld meer dan waard, en Lynsey had op Melanies verzoek een plaats bij de uitgang voor haar gereserveerd, waar ze nog meer beenruimte had. Zeker nu ze niet met een baby zat opgezadeld, zoals ze oorspronkelijk had gedacht.
Melanie voelde zich vrij. Maar toen ze haar ogen dichtdeed, zag ze het niet-begrijpende, bezorgde gezicht van haar moeder voor zich toen die haar had uitgezwaaid. Het schuldgevoel bekroop haar weer.
Ze keek op toen er een schaduw over de stoel naast haar viel. Tot haar verbazing zag ze het vertrouwde gezicht van Davey Black, die met die typische charmeursblik van hem naar haar glimlachte.
'Hé,' zei hij. 'Jij hier?'
En haar eerste gedachte was: godzijdank heb ik de baby niet bij me.
Davey was in Londen geweest vanwege de persvoorstellingen. Hij vertelde Melanie enthousiast over de grote aandacht die Myanmar al vóór de verschijning kreeg.
'Ga je jurk voor de Oscars maar vast uitzoeken,' zei hij. 'Voordat alle mooie exemplaren weg zijn.' ·
Melanie vond het geweldig, al probeerde ze koel te blijven. Dit was de droom. Als klein meisje had ze heel wat Oscar-toespraken gehouden. Haar hoofd tolde. Mijn dank gaat uit naar de Academy... En wie nog meer? Dat was heel belangrijk. Natuurlijk alle professionele hulp die ze had gekregen: agenten, advocaten, et cetera. Daarna moest ze een select groepje familieleden en vrienden noemen. Het viel altijd meteen op als je iemand vergat in zo'n speech. Je moest vooral het beeld oproepen van een rijk gevuld leven en veel mensen die je steunden. Maar ze moest het wel ingetogen houden, anders zouden ze zich naderhand alleen de tranen herinneren. En haar jurk was van cruciaal belang. De juiste japon kon je maken, net zoals een modeflater zelfs de meest belovende carrière kon breken. Eenvoudige belijning in een opvallende kleur, of juist iets gewaagds in simpel zwart. Wat zou het worden? En wat zou ze in haar toespraak zeggen over Davey? Dat hij haar had geïnspireerd? Of was dat een cliché? Gelukkig had ze nog de tijd om erover na te denken.
Melanie bedacht dat het in internationale jetsetkringen waarschijnlijk heel gewoon was om elkaar hoog boven de Atlantische Oceaan tegen te komen. Bovendien ging ze ervan uit dat zij, nu ze in een week tijd haar tweede intercontinentale vlucht maakte, ook tot die kringen behoorde. Dus moest ze zich er niet druk om maken dat uitgerekend Davey naast haar zat. Hij was gewoon een vriend van haar en dit was een aangenaam toeval. Het probleem was alleen dat ze zich er dan misschien met haar hoofd niet druk om maakte; haar lichaam leefde helemaal op nu hij zo dicht bij haar was, en ze was onverklaarbaar nerveus. De vlucht zou acht uur duren, er kon van alles gebeuren.
Na de start bestelde ze een glas champagne, en bij ieder bubbeltje dat op haar vermoeide tong uiteenspatte, ontspande ze zich meer. Normaalgesproken zou ze nu haar gebruikelijke vliegtuigoutfit aantrekken: elastiek in de taille, T-shirt met lange mouwen en een paar dikke sokken. Als Davey niet méér was dan een vriend, waarom kon ze zichzelf er dan niet toe zetten zich te verkleden? Waarom stond ze nu niet in dat kleine wc'tje haar gezicht dik in te smeren met dagcrème en haar haar te borstelen? Omdat ze wist dat ze er beter uitzag in haar Prada-broek en omdat ze wilde dat hij dat zou zien. Ze wilde niets liever dan een nacht flink flirten tussen de verschillende tijdzones. Het voelde als een bevrijding om het eindelijk voor zichzelf toe te geven: ik vind hem leuk.
Ze hoopte vurig dat hij niets zou vragen over Fabien of de baby en ze beet op haar tong om zelf niet over Mary Ann te beginnen. Het leek te werken.
Davey zocht de film uit die ze tijdens de vlucht zouden bekijken. Hij wees twee Oscarkandidaten en een succesvolle kinderfilm van de hand en koos uiteindelijk voor een populaire romantische komedie.
'Het cinematische equivalent van easy listening,' zei hij bij wijze van verklaring. 'Vanavond heb ik geen zin in een verantwoorde film. Ik wil het verhaal gewoon over me heen laten komen. Een beetje als vrijen met de dame bovenop.'
Melanie speelde even met dat beeld en bekeek het in gedachten van alle kanten, tot ze ermee op moest houden voordat ze iets stoms zou zeggen.
Davey haalde twee dekentjes te voorschijn en Melanie voelde zich genoeg op haar gemak om haar bruinsuède laarzen uit te trekken. Davey deed zijn schoenen ook uit, en toen hun tenen elkaar raakten tussen de stoelen in, weerstond Melanie de neiging om haar voet terug te trekken. Daar zaten ze dan, met hun tenen tegen elkaar, te kijken hoe de man in de film de vrouw kreeg, ondanks alle tegenslagen.
Het was een sentimenteel en voorspelbaar niemendalletje. Ze vonden het allebei een heerlijke film.
Toen hij afgelopen was, raakten ze vanzelf in gesprek. Ze praatten zachtjes, want de mensen om hen heen probeerden te slapen. Ze vlogen in de richting van de ondergaande zon in het westen, die het vliegtuig in een permanente, rode gloed zette, alsof er ergens brand was. Af en toe boog Davey zich naar haar toe om haar gefluister te kunnen verstaan, en dan voelde ze de warmte van zijn adem als een schroeiplek op de zachte huid van haar wang.
'Hoe ben jij eigenlijk in Californië terechtgekomen?' vroeg ze. Ze wilde hem beter leren kennen.
'Puur toeval,' zei hij. 'Ik maakte een reis van Alaska naar Peru, maar zo ver ben ik nooit gekomen, la was wel de laatste plek waar ik had verwacht te eindigen.'
Ze zag dat hij aan die tijd terugdacht en voelde de herinnering alsof ze er zelf bij was geweest. Ze kreeg het gevoel dat ze op de een of andere manier bij elkaar hoorden. Dit was niet zomaar fysieke aantrekkingskracht; het ging veel dieper. 'En toen?' vroeg ze.
'Ik zou er maar een paar uur blijven. Ik moest de tijd doden tot de volgende bus kwam. Het was 's ochtends heel vroeg en ik ben naar het strand gegaan om te slapen. Daar raakte ik aan de praat met een leuk meisje dat me voorstelde aan haar vrienden, en ik besloot een tijdje te blijven. Zo ben ik in het filmwereldje terechtgekomen.'
'En dat meisje?'
'Geen idee. Die avond heeft ze me meegenomen naar een feestje en daarna heb ik haar nooit meer gezien.'
'Hoe oud was je toen?'
'Een jaar of twintig. Mijn eerste appartement lag aan het strand. Het was één grote kamer, met een raam dat bijna een hele wand in beslag nam. Er hingen tralies voor en als ik wakker werd had ik het gevoel dat ik in de gevangenis zat, maar zodra ik het raam opengooide kwamen de golven me begroeten.'
Het was even stil. Melanie keek naar hem en stelde zich de jonge Davey voor, vol dromen, en ze voelde een bekend gebons in haar hart. Het verlangen gierde door haar lichaam en het kostte haar de grootste moeite om het in bedwang te krijgen. Ze voelde zich roekeloos, jong genoeg om zich nergens wat van aan te trekken en oud genoeg om het precies goed aan te pakken. Het zou zo lekker zijn met Davey. Ze sleurde zichzelf terug naar veilig terrein, weg van deze bedwelmende plek die haar bang maakte. Ze probeerde het oerwoudgetrommel te overstemmen met een gesprek.
'Vond je het leuk om aan zee te wonen? Ik denk er namelijk over om te verhuizen.'
Davey keek haar nieuwsgierig aan. 'Wat zag ik daar?'
'Wat?'
'Het leek wel alsof je even ergens anders was. Je had een vreemde blik in je ogen.'
'Sorry,' zei Melanie.
'Juist niet. Het was... betoverend.' Davey schudde zijn hoofd alsof hij het helder wilde maken. 'Santa Monica.'
'Ja, hoe vond je het daar?'
'Zwaar. Ik had nog geen inkomen en verhuurde de helft van mijn kamer. Aan een vreselijke jongen met heel grote tanden.'
'Ik bedoel hoe Santa Monica was, om te wonen.'
'Hoezo? Denk je er soms over om te verhuizen?'
Hij had niet geluisterd. Misschien had hij ook oerwoudgetrommel gehoord.
Het gesprek bloedde dood en de stilte was beladen. Heel even dacht Melanie dat Davey haar zou gaan kussen.
Voorzichtig. Hij is getrouwd. Getrouwd.
'Voor sommige mensen betekent het huwelijk niets,' zei Davey.
Shit! Had ze dat hardop gezegd? Ging hij haar nu een voorstel doen? Wat moest ze daar dan op zeggen?
'Ik vind je leuk, Melanie. Te leuk.'
Ja, ja, ja.
'Ik zou dolgraag met je naar bed willen,' fluisterde hij in haar oor. Oké.
'Maar dat kan niet, ik ben getrouwd.'
'Dat weet ik.'
Davey raakte haar hand aan, net lang genoeg om vlammen van verlangen te veroorzaken in haar lendenen en in haar kruis. Het was een kwelling toen hij zijn hand weghaalde.
'Nog iets drinken?' vroeg hij. De betovering was verbroken. Davey schoof zijn voet weg, zodat hij de hare niet meer raakte.
Wat gebeurde hier? Melanie voelde zich afgewezen. Had ze het er zo dik bovenop gelegd? Had Davey die druk al gevoeld sinds hij naast haar was komen zitten? Had hij zijn lot vervloekt en gehoopt dat ze hem met rust zou laten? Was haar gevoel voor hem van haar gezicht te lezen, als een veeg goedkope lippenstift?
'Ik kan bijna niet wachten tot ik weer thuis ben,' zei ze, in een poging zich weer op neutraal terrein te begeven.
'Dus dat is tegenwoordig voor jou "thuis", het huis van Fabien?'
'Ik denk erover om te verhuizen,' zei Melanie.
Daarna was de sfeer tussen hen gespannen. Zelfs de nieuwe drankjes konden de flirterige spanning niet terughalen. Het gesprek viel stil en slapen werd onvermijdelijk. Haar laatste gedachte was dat ze haar hoofd niet op zijn schouder mocht laten vallen.
Een tijdje later, in het niemandsland tussen droom en werkelijkheid, meende Melanie te voelen dat David zijn sterke arm rond haar middel sloeg en haar naar zich toe trok. Ze dacht dat hij zijn lichaam tegen het hare drukte. Het gedeelte van haar verstand dat nog enigszins helder was, spoorde haar aan om wakker te worden, om erop te reageren en dit moment vast te houden, maar ze dreef weg op een golf diepe slaap.
En voor ze het wist lag ze te schreeuwen.
Davey legde zijn hand over haar mond. 'Ssst!'
'Wat? Wat is er?' Ze likte aan haar lippen en proefde het zout van de zweetdruppeltjes op haar bovenlip. Haar hart bonsde.
'Je lag te dromen,' zei Davey, en hij veegde het zweet van haar voorhoofd. 'Hier.' Hij gaf haar een flesje water, en ze nam een paar slokjes terwijl ze langzaam terugkeerde in de werkelijkheid. Haar hoofd was nog zwaar van de slaap en even kreeg ze haar blik niet scherp gesteld. Haar armen en benen voelden aan alsof ze kilometers had gelopen. Weer een nachtmerrie? Ze deed haar ogen dicht en probeerde zich die te herinneren. Niets, alleen een onheilspellend gevoel. Toen ze haar ogen snel weer opende, keek ze recht in het bezorgde gezicht van Davey.
'Gaat het?' vroeg hij.
'Ik geloof het wel.' Ze haalde diep adem in een poging de mist uit haar hoofd te verdrijven. Een golf van misselijkheid verraste haar. Toen ze opstond om naar de wc te gaan, moest ze zich vastklampen aan een stoelleuning om niet tegen de vlakte te gaan. Haar benen voelden vreemd aan en wilden niet meewerken. Toen ze eindelijk het toilet had bereikt, hield ze zich vast aan de wasbak en leunde ze naar voren tot haar hoofd de spiegel raakte. De koele streling van glas tegen haar voorhoofd voelde als ijs. Ze draaide de koude kraan open en liet het water over haar polsen stromen. Toen ze een stapje terug deed, zag ze haar gezicht in de spiegel, grauw en moe, met daarboven haar haar als een kroezend donker vogelnest. De enorme schok van die aanblik maakte haar wakker. Ze ademde de citroenlucht van de airco in en klopte zachtjes op haar wangen om de kleur terug te halen. De misselijkheid was verdwenen, en ze probeerde na te denken terwijl ze haar haar fatsoeneerde.
Als het gegil in haar slaap Davey nog niet genoeg had afgeschrikt, zou één blik op haar vreselijke verschijning in elk geval iedere eventuele kans verpesten. Gelukkig wist ze, na hun gesprek van gisteravond, dat haar gevoelens voor hem wederzijds waren. Wat er verder ging gebeuren hing in zekere zin van haar af. Davey mocht dan schermen met zijn huwelijk, ze wist uit ervaring dat hij haar niet zou kunnen weerstaan als ze er echt haar best voor deed. Mocht ze dat willen.
Toen ze bij haar plaats terugkwam, werd net het ontbijt geserveerd. Davey klapte haar tafeltje uit en had goed geraden dat ze liever thee had dan koffie. Ze was geroerd.
'Gaat het?' vroeg hij.
'Ik voel me een beetje opgelaten, dat is alles.'
'Nergens voor nodig,' zei hij. 'Je hebt zelf geen invloed op je dromen.'
Ze nam kleine slokjes van haar warme thee en vroeg zich af hoe ze dit spelletje het beste zou kunnen spelen na de landing. Kon ze hem voorstellen om samen een taxi te nemen terwijl ze wist dat hij aan de andere kant van de stad woonde? Het was zo'n onschuldig voorstel dat helemaal verkeerd opgevat kon worden. Of gewoon kon worden afgedaan als een foutje van iemand die uit het buitenland kwam en de stad niet goed kende. Perfect.
Davey en Melanie gingen samen van boord, als een stel. Bij de paspoortcontrole zonk de moed haar in de schoenen toen ze de twee aparte rijen zag, een voor Amerikanen en een voor buitenlanders. Met tegenzin sloot ze aan achter de aanzienlijk langere rij en keek ze Davey na, die pijlsnel werd toegelaten tot zijn vaderland. Hij zwaaide naar haar. Ze hoopte maar dat het een 'tot zo'- en geen 'tot kijk'- gebaar was.
In de aankomsthal speurde ze de mensenmenigte af. Toen ze hem een eindje verderop zag staan, stak ze haar hand op, hoog boven haar hoofd. De kreet was al half haar keel uit toen ze zag wie hem stond op te wachten.
Mary Ann. Ze holde op Davey af als een cheerleader die het veld op rent.
Aan de andere kant van de hal zag Melanie hoe Davey zijn tas liet vallen en met open armen zijn echtgenote verwelkomde.
Mary Ann sprong tegen hem op en sloeg haar goudbruine benen om zijn middel terwijl ze hem overlaadde met kussen. Ze droeg een heel kort broekje dat haar stevige, volmaakte billen en de kleine, groene tatoeage liet zien.
Davey kuste haar lachend. Die lach deed nog het meeste pijn.
Melanie slikte de rest van haar kreet in en liet haar hand zakken. Wat voelde ze zich een idioot.
Ze keek toe hoe Davey Mary Ann neerzette en haar een kus op haar voorhoofd gaf. Toen pakte hij haar bij de arm en liepen ze samen door de glazen schuifdeuren naar buiten. Hij keek niet meer om.
Melanie had niet eens een chauffeur. Ze zou Lynsey erop aanspreken om ervoor te zorgen dat dat haar nooit meer overkwam.