Hoofdstuk 38
Met de kleren, accessoires en make-up die Charlotte me van Haines and Hampton had gebracht, en de kleren die mevrouw Barclay had ingezameld, had ik meer dan genoeg materiaal om de make-overstudio te starten. In de loop van de eerste vijf dagen nam ik twaalf vrouwen – stuk voor stuk weifelende proefkonijnen – onder handen die er bovendien in toestemden om in het weekend mee te werken aan een bescheiden modeshow in de gymzaal. Het showen was zo’n succes, en de vrouwen waren zo opgetogen over wat de kapsters en ik voor hen hadden gedaan, dat op het einde van de tweede week iedereen mijn vriendin wilde zijn. Het duurde niet lang voor het nieuwtje van mijn make-overs de wereld buiten de gevangenismuren had bereikt en een onafhankelijke televisiezender uit Soho contact zocht met mevrouw Barclay met het voorstel om, binnen de gevangenis, een zesdelige serie, de ‘make-over van bajesmeiden’, te filmen. Mevrouw Barclay liet hun weten geen interesse te hebben. Ze wilde iets voor de vrouwen doen om ze zelfverzekerder te maken, en dat was niet hetzelfde als ze op de televisie te laten verschijnen voor vijf minuten vluchtige roem.
Inmiddels was het al begin december, en was het moment aangebroken waarop ik vrij zou komen. Marion Barclay had me gevraagd of ik mijn project als vrijwilligster wilde voortzetten, en ik had beloofd dat ik er na Kerstmis mee verder zou gaan. Maar eerst moest ik mijn leven weer op de rails zien te krijgen – er was een aantal belangrijke dingen waar ik een oplossing voor moest zien te vinden.
Nummer één: waar moest ik wonen?
Nummer twee: hoe moest ik, als ex-veroordeelde, voor mijn lichamelijke en geestelijke gezondheid zorgen? En dan bovendien nog een ex-veroordeelde die, over niet al te lange tijd, deel zou gaan uitmaken van de grote, onbeminde groep van ongehuwde moeders.
Ja ja, je kon rustig stellen dat ik een ernstige vergissing had begaan toen ik, die eerste avond in Vlads flatje, mijn pillen door de wc had gespoeld.
Tijdens de eerste weken van mijn gevangenschap weet ik mijn misselijkheid ’s ochtends aan angst – en als het geen angst was, dan kwam het natuurlijk door het gevangeniseten dat ik niet gewend was. Toen ik niet lang daarna opeens onbedwingbare trek kreeg in een bepaald soort snoep met chocolade dat ik sinds mijn jeugd niet meer had gegeten – Wispas, Munchies en Chrunchie Bars – hield ik mezelf voor dat dit was om mijn verdriet weg te eten, hetgeen gegeven de omstandigheden nog helemaal niet zo vreemd was. Ik propte me vol met elk beetje chocola dat ik maar te pakken kon krijgen of van mijn medegevangenen kon bietsen, en natuurlijk werd ik dikker en dikker. Kon mij dat iets schelen? Nee. Had ik ergens een vermoeden van? Aanvankelijk niet, en ook niet toen mijn menstruatie uitbleef, want ik was altijd al onregelmatig geweest. En ik zocht er zelfs niets achter toen mijn borsten zo groot werden dat ze begonnen uit te puilen over de bovenkant van de B-cups van de katoenen Agent Provocateur-beha, die Norma me ter vervanging van de Rigby and Peller met zijn beugels had gestuurd.
Dus tegen de tijd dat ik het eindelijk doorhad – of liever, toen een medegevangene me er attent op maakte door te vragen wie me zwanger had gemaakt – was ik waarschijnlijk al drie maanden onderweg, hoewel ik eruitzag alsof ik al in de vijfde maand was.
Als ik naar de gevangenisarts was gegaan had ik er misschien nog iets aan kunnen doen, maar op de een of andere manier voelde ik me te loom en te futloos om daar de nodige energie voor op te kunnen brengen. De enigen aan wie ik het vertelde waren Clarissa en Norma, toen ze me, twee weken voor mijn vrijlating, samen kwamen bezoeken.
‘Gefeliciteerd, schat!’ Mijn stiefmoeder keek me stralend aan, alsof ik haar het fijnste nieuws van de wereld had verteld. Maar het volgende moment betrok haar gezicht, en riep ze uit: ‘O god, ik word oma!’
Clarissa keek van mij naar haar en terug. ‘Geweldige timing, Annie,’ zei ze.
‘Hm, ja, dat kun je wel zeggen, hè?’
‘Ik bedoel, al die jaren zeurt Mark je aan je hoofd dat hij kinderen wil, en jij zegt maar steeds dat je daar niet aan toe bent, en dan wacht je tot vier dagen voor de uitspraak van je echtscheiding om zonder voorbehoedsmiddelen met hem naar bed te gaan!’
‘O, jongens, dat wil ik allemaal niet weten.’ Norma drukte haar oren dicht, maar het was te laat.
‘Ja hoor, wrijf het er nog maar even lekker in,’ zei ik tegen Clarissa.
Mijn beste vriendin onderdrukte een giechel. ‘Het spijt me, maar je zult moeten toegeven dat het behoorlijk stom is.’ Maar toen reikte ze over de tafel heen, pakte mijn hand en voegde er ernstig aan toe: ‘En wat ben je van plan eraan te doen, lieverd?’
‘Wat zou ze eraan moeten doen?’ riep Norma geschokt uit terwijl ze mijn andere hand vastpakte. ‘Daarmee wil je toch hoop ik niet suggereren dat ze het zou moeten laten aborteren, wel?’
‘Ik suggereer niets, Norma,’ zei Clarissa terwijl ze mijn hand steviger vastpakte. ‘Ik heb Annie alleen maar gevraagd wat ze eraan wil doen.’
‘Nou, ik stel geen vragen. Ik zég dat ze dit kind moet krijgen!’ verklaarde Norma fel, en ze kneep zo hard in mijn hand dat ik vreesde dat ze de botjes zou verpulveren.
‘Hé, jongens, geen ruziemaken alsjeblieft,’ smeekte ik. ‘Ik wil best bekennen dat ik niet weet wat ik moet doen. Eerst wil ik hier uit en dan zie ik wel verder.’
‘O ja? Tegen die tijd ben je, wat, dertien, veertien weken ver, dus je kunt een beslissing echt niet lang uitstellen,’ zei Norma.
Clarissa liet mijn hand los en leunde naar achteren. ‘Lieverd, als je wilt weten hoe ik erover denk…’
‘Nee, dat wil ik niet. Dankjewel.’
‘Zoals ik al zei, als je wilt weten hoe ik erover denk –’
‘Dat wíl ze niet weten!’ riep Norma. ‘Hoor je dan niet wat ze zegt?’
Clarissa negeerde ons en sprak gewoon verder. ‘– en dat wíl je, omdat je niet buiten mijn mening kunt, dan zeg ik je dat ik het met Norma eens ben.’
Norma keek geschokt. ‘Meen je dat?’
‘Ja, natuurlijk.’ Clarissa wendde zich weer tot mij. ‘Lieverd, je bent eenenveertig nu.’
‘O, doe me een lol, zeg! Bespaar me die onzin over de biologische klok, wil je?’
‘Goed, maar het is wel waar.’
‘En geloof me nu maar, Annie,’ zei Norma, ‘het moederschap is een zegen. Het mag dan niet altijd even gemakkelijk zijn, maar het is een zegen. Er is niets beters op de wereld dan het hebben van kinderen.’
Ik dacht aan wat Marion Barclay me had gezegd, dat ze er spijt van had dat ze geen kinderen had gekregen. En toen dacht ik aan mijn moeder, en er gleed een verdrietig glimlachje over mijn gezicht. ‘In mijn familie zijn we niet echt goed in het moederschap. Of in het in stand houden van ons huwelijk.’
‘Hé, ho, ho!’ riep de toekomstige mevrouw Osborne uit. ‘Ik ben van plan om daar verandering in te brengen.’
‘En daarbij ligt het heus niet aan je genen of je een slechte of goede moeder zult zijn,’ zei Clarissa. ‘Ik bedoel, kijk naar mij. Ik mag dan wel niet volmaakt zijn, maar ik ben zonder twijfel een betere moeder voor mijn kinderen dan mijn moeder voor mij is. Annie, ik weet zo goed als zeker dat je er verschrikkelijke spijt van zult krijgen als je dit kind niet laat komen, want in dat geval hou je echt helemaal niets aan je huwelijk over.’
‘Je vergist je,’ zei ik somber. ‘Je vergeet mijn strafblad.’
Clarissa aarzelde even, en toen zei ze: ‘Goed, goed, je hebt gelijk. Afgezien daarvan dan.’ En we moesten alle drie lachen.
Het krijgen van een baby was evenwel geen grapje. En het krijgen van het kind van de man van wie je zojuist was gescheiden, ging een mens niet in de koude kleren zitten. Goed, Norma had toegezegd dat ze me zo veel mogelijk zou helpen. Ze had zelfs aangeboden om mee te gaan naar het een of andere prijzige restaurant om me daar, onder het genot van biefstuk, patat en een dure fles rood van het een of ander, terzijde te staan wanneer ik het nieuws aan mijn vader vertelde. En verder had Mark, de vader van de baby, sinds de uitspraak een ietwat beschaafdere kant van zichzelf laten zien. Hij had me zelfs, toen ik in de gevangenis zat, geschreven en zich geëxcuseerd voor wat hij omschreef als ‘de onuitsprekelijke ellende die mijn advocate je heeft bezorgd door Holtby op te laten draven’. Hij had eraan toegevoegd dat hij er ‘werkelijk geen idee van had gehad dat jij daardoor zo in moeilijkheden zou komen. Had ik dat wel gedaan, dan zou ik dat echt nooit hebben toegelaten, ook al betekende dat dat jij Fluffy zou krijgen. Ik zweer je, ik ben echt kapot van de hele geschiedenis.’
Bij de brief zat een cheque voor al het geld dat hij op grond van de regeling van de scheiding toegewezen had gekregen, na aftrek van de vijftigduizend pond die hij Holtby had toegezegd voordat Fluffy was overreden. ‘En dat geld zal ik je, zodra ik kan, terugbetalen,’ besloot hij. ‘Verdomme, Annie, wat een botte ellende allemaal!’
En daar kon ik het alleen maar roerend mee eens zijn.
Maar niets van dat alles maakte het krijgen van Marks baby er gemakkelijker op.
Ik had zijn brief niet beantwoord.