Hoofdstuk 15

‘Het hamstervoer ligt onder in de provisiekast voor het geval Rachel vergeet om Hamlet eten te geven, maar ik heb haar op het hart gedrukt eraan te denken, op straffe des doods. En op de muur ernaast heb ik het nummer van de dierenarts en de dierendoktersdienst geschreven. Dit is het nummer van de huisarts en hier heb je de gebruiksaanwijzing voor de geiser. Maar die heb je waarschijnlijk niet nodig, want zo vaak gaat het waakvlammetje nu ook weer niet uit. Alleen maar wanneer iemand een douche neemt. O, kijk niet zo ontzet Annie, het is maar een grapje. Het is heus niet echt élke keer. O ja, ik ben nog vergeten te zeggen dat de dokterspraktijk in het weekend dicht is, maar ze hebben waarnemers voor het geval een van de meisjes midden in de nacht opeens erg ziek wordt. En in echte noodgevallen, zoals een gebroken been of zo, kun je altijd nog terecht bij de eerste hulp van het Royal Free.’

‘Allemachtig, Clarissa, Mark en ik zijn echt niet volkomen achterlijk, hoor!’

Het was twaalf dagen later en Mark en ik waren terug in Clarissa’s keuken in het souterrain. James stond in een oude North Face-parka afwisselend met zijn sleutels te rammelen en met zijn voet een ritme op de tegels te tikken, ongeduldig als hij was om weg te komen naar het luxueuze hotel-met-spa in Gloucestershire dat ik ze had aangeraden. Clarissa was verschrikkelijk zenuwachtig en stond erop de instructies met me door te nemen die ze me allang per e-mail had toegestuurd, én me via de telefoon had uitgelegd. Hoewel ik, als een van die hondjes die je vroeger wel op de hoedenplank achter in auto’s zag, mechanisch ja knikte op alles wat ze me vertelde, begon ik steeds meer op te zien tegen het idee van twee dagen van volle verantwoordelijkheid voor vier jonge kinderen. Mark zat daarentegen volkomen ontspannen aan tafel zijn gitaar te stemmen. En Fluffy, die zich ook nergens druk om maakte, was bezig om de visstickkruimels en gevallen doperwten van de vloer onder de tafel te stofzuigen.

Clarissa, die zich voor de verandering had opgemaakt en haar beste donkerblauwe broekpak had aangetrokken met daarbij de roomkleurige kasjmiertrui van Nicole Farhi en de rode Hermèsceintuur die ik haar had geleend, leek sinds jaren weer eens op de beeldschone jonge vrouw die ze in werkelijkheid was – en van de huilende sloof die tien dagen eerder tegenover me aan tafel had gezeten viel gelukkig nauwelijks nog iets te bespeuren.

‘Hier heb je het nummer van ons hotel,’ ging ze verder, op een van de tientallen Post-its wijzend waarmee ze de koelkast tijdelijk in een roze-met-geel gordeldier had veranderd. ‘Dit is James’ mobiele nummer en dit is het mijne – ’

‘Denk je niet dat Annie dat van jou uit haar hoofd kent?’ viel James haar in de rede. ‘Jullie hangen immers voortdurend met elkaar aan de telefoon.’

‘Ja natuurlijk, James, je hebt helemaal gelijk,’ zei Clarissa kortaf, ‘maar Annie moet morgen werken, ja toch, Annie? En wat als er iets gebeurt wanneer Annie er niet is en Mark me dringend moet spreken?’

‘Nou, dan kan hij altijd nog –’ begon ik.

‘Lieverdje, er gebeurt heus niets,’ zei James op lijdzame toon, ‘behalve dat de meisjes er de grootste pret in zullen hebben om het Mark en Annie zo lastig mogelijk te maken, en dat Mark en Annie er spijt als haren op het hoofd van zullen krijgen dat ze zo stom zijn geweest om vrijwillig aan te bieden het weekend op hen te passen.’

Mark stak zijn hand op. ‘Voor de goede orde: ik heb niets vrijwillig aangeboden. Ik heb onder dwang moeten toezeggen.’

‘O jee,’ verzuchtte James, ‘zit je nu al onder de plak? Hoe lang ben je ook alweer getrouwd?’

Mark en ik wisselden een glimlach op die verliefde manier die onze gewoonte was. ‘Vijf weken en drie dagen,’ zeiden we in koor.

‘Jezus!’ zei James. ‘Had ik het maar niet gevraagd. Ik moet kotsen. Kom, lieverdje, rustig nu maar.’

‘Ik bén rustig, verdomme!’ beet Clarissa hem toe. ‘En hou op met me voortdurend “lieverdje” te noemen. Het is kleinerend en denigrerend.’ Ze kamde haar vingers door haar haren die ze, stelde ik tot mijn genoegen vast, gewassen en zelfs geföhnd had. ‘Luister, Mark, schat, hier, onder deze Post-it waar Rachels mobiele nummer op staat, heb je hun rooster voor morgen.’

‘Rooster?’ herhaalde mijn echtgenoot. ‘Maar morgen is het zaterdag en dan is er geen school.’

‘Nee, lieverd, dit is het rooster voor hun hobby’s. Rachel heeft om halftien viool, maar dat is hier om de hoek en ze kan er alleen naartoe. Dan, om kwart over tien, hebben Miranda en Emily ballet, maar dat is in Hampstead. Hun balletpakjes en schoentjes liggen op de gang, in tassen. En vergeet Rebecca’s Kumon-rekenles niet. Dat is om elf uur op Finchley Road.’

Mijn man legde zijn gitaar neer. ‘Wat houdt die Kumon-methode eigenlijk precies in?’

James zuchtte. ‘Dat is een goede vraag. Het is een vorm van Japanse geestelijke foltering die wordt toegepast door opgefokte Noord-Londense moeders die ervan overtuigd zijn dat hun volkomen doorsnee kroost hoogbegaafde kinderen zijn, die van de kleuterklas direct naar de middelbare school kunnen. In de praktijk betekent dat dat ze hun kindertjes stapelgek maken door ze te dwingen elke dag gedurende twintig uur dezelfde sommen te maken.’

‘O, James, dat is níét eerlijk!’ riep Clarissa uit. ‘Het is maar twintig minuten per dag – en ik ben helemaal niet opgefokt! Rebecca vindt het trouwens enig.’

Hij trok zijn wenkbrauwen op. ‘O ja? Nou, dat is anders niet wat ze me verteld heeft toen ik haar er vorige week zaterdag naartoe bracht.’

‘Daar weet ik niets van. En ik weet zeker dat ze iets gezegd zou hebben als – ’

‘Clarissa, als we het echt over dit boeiende thema moeten hebben, stel ik voor om dat in de auto te doen. Als we nú niet gaan, komen we er nooit.’

‘Wat? Ja. Natuurlijk, liefste. Nog een momentje.’ Clarissa wierp nog een laatste bezeten blik op de Post-its. ‘Ik weet zeker dat ik iets vergeten ben te vertellen,’ mompelde ze. ‘O, ja. Letten jullie er alsjeblieft op dat ze hun huiswerk maken – vooral Rachel, die verzint altijd van alles om er onderuit te komen. En voor het geval de deur achter jullie in het slot mocht vallen en de sleutels binnen liggen, achter de losse baksteen links van de afvalemmers bij de kelder ligt een reserveset.’

‘En daar hebben we nu een kostbaar alarmsysteem voor geinstalleerd,’ merkte James op droge toon op. ‘Waarom hang je die bos niet gewoon aan de voordeur met een briefje erbij met “Wie durft hier naar binnen?” O, liefste, laten we nu toch eindelijk eens gaan!’

‘Jaag me niet zo op!’ Clarissa zag er nog paniekeriger uit dan ik me voelde. ‘Ik weet zeker dat ik nog iets ben vergeten.’

‘Nou, als dat zo mocht zijn, dan kun je Annie toch altijd gewoon nog even bellen?’ zei haar man, die nu echt zijn geduld begon te verliezen. ‘En als zij en Mark iets willen weten, dan kunnen ze jou bellen. Het is heus niet zo dat we een trektocht van drie maanden door Mongolië gaan maken of zo. We gaan, verdomme nog aan toe, alleen maar een weekeindje naar Gloucestershire! Twee nachten! En als we niet opschieten, is dat er maar een!’

‘Ja, ja, goed, goed!’

‘Maak je nu maar geen zorgen. Mark en ik zullen overal voor zorgen,’ beloofde ik. ‘Zo moeilijk kan het toch niet zijn.’

Ze schonk me een grimmig glimlachje. ‘Wacht maar af.’

‘Oké, lieverdje, ik wil nú weg.’

‘James, toe! Ik heb je toch gevraagd me niet zo te noemen. Luister je eigenlijk wel eens naar wat ik zeg?’

Die toon tussen hen voorspelde weinig goeds voor hun weekendje van hartstocht, dacht ik, terwijl Mark en ik ze de krakende trap op volgden naar de hal. Maar vijf minuten later, na de allerlaatste instructie – ‘Laat ze niet te veel snoepen’ – en ik weet niet hoeveel omhelzingen en zoenen en uitzwaaien op straat, en Miranda die zich huilend vastklampte aan de benen van haar moeder en krijste dat ze niet weg moest gaan, stapten Clarissa en James ten slotte in hun bejaarde Volvo-stationcar en reden de straat uit.

‘O, Mark, wat hebben we ons op de hals gehaald?’ fluisterde ik terwijl Miranda snikkend met haar vuistjes op de binnenkant van de voordeur stond te beuken en krijste: ‘Kom terug! Kom terug!’

Mark gaf me een kusje op het puntje van mijn neus. ‘We gaan er gewoon een leuk weekend van maken.’ Hij schonk me zijn meest ontwapenende glimlach, waarna hij Miranda oppakte, haar hoog in de lucht gooide en weer opving. Ze hield op met huilen en kraaide het uit van de pret.

‘Weet je wat, Miranda?’ zei hij terwijl hij haar op zijn schouders zette en zo met haar terugging naar de keuken.

‘Wat?’

‘Volgens mij vraagt dit om een chocoladekoekjesfeest, vind je ook niet?’

Na het eten – Mark had Thaise kip in kokossaus gemaakt, met pannenkoekjes met citroen en suiker toe – stelde Mark voor om, met zaklantaarns gewapend, naar Primrose Hill te gaan om Fluffy uit te laten. Toen we het hoogste punt van de heuvel hadden bereikt en Emily verklaarde dat ze het maar saai vond, kwam Mark op het geniale idee om in het gras te gaan liggen en zich van de helling te laten rollen, en iedereen volgde zijn voorbeeld. Weer thuis verruilden we onze modderige kleren voor onze pyjama’s en kamerjassen en gingen we voor de open haard zitten. In plaats van de televisie aan te zetten, kreeg Mark iedereen zo ver dat we een potje Junior Monopoly speelden, waar we pas na elven mee klaar waren – en tegen die tijd waren Miranda van vijf en Emily van acht al in slaap gevallen. In plaats van ze te wekken, tilde Mark ze van de bank, legde ze over zijn schouders en bracht ze naar boven.

De volgende ochtend maakte Emily ons om zes uur wakker door in haar pyjama op Clarissa en James’ bed te springen. In plaats van haar weer terug te sturen naar haar eigen kamer, wat ik persoonlijk gedaan zou hebben, vond Mark het goed dat ze tussen ons in onder het dekbed kwam liggen, waarna hij haar hardop uit De Wind in de Wilgen voorlas. Toen ik om zeven uur onder de onbetrouwbare douche ging staan, waren Fluffy, Miranda en Rebecca van tien er ook bij komen liggen, en schaterden ze het uit over de malle stemmetjes waarmee Mark de tekst van de verschillende personages voorlas.

Terwijl ik me opmaakte, liet Mark Fluffy snel even uit. Om halfnegen stond hij gedoucht en wel in zijn short en rode T-shirt, dansend op de muziek van Radio 1, in de keuken bosbessenmuffins voor het ontbijt te maken. De jongste drie meisjes, met hun lange, krullende haren in een staart zodat ze niet onder het meel zouden komen, hielpen mee, terwijl Rachel van twaalf haar aardrijkskundehuiswerk zat te maken. Hamlet, ondertussen, rolde in een doorzichtige plastic trainingsbal over de keukenvloer en Fluffy zat hem achterna.

‘Weet je zeker dat je het in je eentje aankunt?’ vroeg ik schuldig vanaf de drempel alvorens naar mijn werk te gaan. Mij wachtte een gemakkelijke dag, terwijl de hele last van het gecompliceerde huishouden op Marks schouders rustte.

‘Ja, hoor.’ Hij schonk me een geruststellend glimlachje over een van de drie mengkommen die ze gebruikten.

‘Kijk uit dat Fluffy dat plastic ding niet kapotbijt en Hamlet opeet.’

‘Natuurlijk.’

‘Mooi. Hé, meisjes, zullen jullie lief zijn voor Mark?’

‘Já!’ riepen ze in koor.

‘Zullen jullie hem niet plagen?’

‘Nee!’

‘En zullen jullie goed naar hem luisteren?’

‘Ja!’

‘Mooi zo. Dan ga ik maar. Dag allemaal!’

‘Dag!’ riepen ze, zonder op te kijken van waar ze mee bezig waren.

Ik aarzelde.

‘Waarom sta je daar nog?’ vroeg Mark, toen hij even later opkeek en me nog zag staan.

‘Ik vind het gemeen van mezelf dat ik je met alles heb opgezadeld,’ bekende ik. ‘Zal ik bellen dat ik ziek ben en hier blijven?’

Vier ontzette kindergezichten keken me aan. ‘Nee!’ riepen ze in koor. ‘Niet doen!’

Mark trok zijn wenkbrauwen op. ‘Maak je nu maar geen zorgen. We redden ons best, ja toch, jongens?’

‘Ja!’ riepen ze.

En dus ging ik weg.

Pas toen ik bijna bij de metro was en Clarissa me op mijn mobiel belde, realiseerde ik me hoe van streek ik was. ‘Nou?’ vroeg ze.

‘Alles is onder controle, dank je,’ zei ik, wat kortaf.

‘Waarom zeg je dat op die manier?’ vroeg ze geschrokken. ‘Alsof er iets aan de hand zou zijn. Wat is er gebeurd?’

‘Niets. Alles is piekfijn in orde. Ik heb Mark en de meisjes net in de keuken achtergelaten waar ze bosbessenmuffins voor het ontbijt aan het maken zijn…’

‘Ooo!’

‘… en Rachel is bezig met haar aardrijkskunde.’

‘En dat hoefden jullie haar niet twintig keer te vragen?’

‘Nee.’ Om de een of andere reden had ik ineens een pestbui. ‘Ik snap echt niet waarom je zo’n toestand van alles maakt, Clarissa. Het zijn maar vier kinderen. Zo te zien stelt het moederschap niet veel voor. Alles is onder controle. Marks controle,’ voegde ik er met tegenzin aan toe.

‘Aha, dus dát zit je dwars!’

‘Dwars? Waarom zou me dat dwars moeten zitten?’

‘Precies, lieverd, waarom zit dat je dwars?’

Ik dacht even na en antwoordde toen: ‘Nou ja, je hebt gelijk. Waarschijnlijk overdrijf ik, maar ik voel me gewoon overbodig. Ik bedoel, de meisjes waren altijd stapel op mij, toch? Ze vonden het altijd heerlijk wanneer ik kwam. Maar nu Mark voortdurend met ze speelt en leuke dingen doet, hebben ze ineens geen interesse meer in me.’

‘O, Annie, ik weet zeker dat dat niet zo is!’

‘Wel waar. Mark is zo verrekte goed met kinderen, Clarissa. En hij is fantastisch in de keuken. Hij is overal fantastisch in. Hij is een kruising tussen Supernanny en Jamie Oliver.’

‘Misschien wil hij wel mijn huishoudster worden.’

Ik ging de hoek om. ‘Hoe dan ook, ik moet niet zo egoïstisch zijn om alleen maar over mezelf te praten. Hoe is het met jou?’

‘Met mij?’ herhaalde ze. ‘Ik was al bang dat je dat nooit zou vragen. Op dit moment zit ik in het prachtige designerbed, achter een blad met ecologische croissants, vers geperst ecologisch sinaasappelsap en ecologische koffie – het schijnt dat alles hier ecologisch is, en mogelijk is het wc-papier dat ook. O ja, en ik kijk naar een dvd van My Big Fat Greek Wedding op een totaal onecologische plasmatelevisie die ongeveer even groot is als dat ding op Leicester Square. Dat is voor verwende nesten als jullie waarschijnlijk niks bijzonders, maar voor ons gewone stervelingen is het hemels. O ja, en wie denk je dat hier stond in te checken toen we hier gisteravond aankwamen?’

‘Geen idee.’

‘Gwynnie! Het barst hier van de beroemdheden. Hoe heb je van deze tent gehoord?’

‘O, wij van personal shopping moeten dat soort dingen nu eenmaal weten.’

‘En straks heb ik een afspraak bij de spa voor iets dat een Cloud Nine Massage heet, gevolgd door een Cascade gezichtsbehandeling. Wat denk je dat ze daarmee bedoelen? Dat je met je gezicht onder een lopende kraan wordt gezet? Ik vind het zo heerlijk hier, dat ik denk dat ik maar blijf. Jij en Mark hebben er vast geen bezwaar tegen om nog tien jaar te blijven en de meisjes op te voeden, wel?’

‘En?’ vroeg ik met klem.

‘En wat?’

‘Dat weet je best. Kun je praten?’

‘Als je wilt weten of James naast me ligt en in het decolleté van jouw mauve La Perla-nachthemdje ligt te hijgen – nog bedankt voor het lenen, tussen haakjes – dan is het antwoord nee. Hij is de plaatselijke wandelpaden aan het inspecteren.’

Ik was geschokt. ‘Waarom ben je niet met hem meegegaan? Het is de bedoeling dat jullie dit weekend dingen sámen doen!’

‘Omdat het regent in Gloucestershire, lieverd, en ik van plan ben het hele weekend in horizontale positie te blijven.’

‘En nu we het daar toch over hebben, ik ben bij de metro. Dus zeg op,’ smeekte ik.

‘Nou,’ bekende ze, ‘het zal je plezier doen om te horen dat ik geen herboren maagd meer ben.’

‘O, dat is geweldig! Gefeliciteerd!’

‘Dank je. Ik kan niet zeggen dat het een schokkende ervaring was, maar dat het bed heeft geschokt, dat is een feit. Nou ja, een beetje dan.’