Hoofdstuk 17

Marks rug was om halftwee goed genoeg geweest voor seks, maar vijf uur later, toen Fluffy ons wekte omdat hij naar buiten moest, had mijn man zo’n pijn dat hij niet op kon staan. Ik schoot mijn spijkerbroek aan, trok zijn sweatshirt over mijn nachtjapon, deed Fluffy aan zijn riem en sloop, bang om de kinderen te wekken, het huis uit voor zijn ochtendloopje. Toen ik een kwartier later weer terug was en onder Clarissa’s dunne, verwassen beddengoed wilde kruipen, lagen Emily en Miranda al onder het dekbed bij Mark, die, plat op zijn rug en met het boek boven zijn hoofd, hun nog een hoofdstuk uit De Wind in de Wilgen voorlas.

‘Het spijt me dat ik zo lastig ben, liefste, maar zou je misschien kans zien om me een kopje koffie te brengen?’ vroeg hij op een verontschuldigend toontje.

‘Mag ik warme chocolademelk?’ vroeg Emily.

‘O, ik ook graag, Annie,’ smeekte Miranda. ‘Laten we met zijn allen op bed ontbijten! Mag dat? Ja? Alsjeblieft?’

In de keuken waren het aanrecht en de tafel, die ik de vorige avond alvorens naar boven te gaan keurig opgeruimd had achtergelaten, een bende van stapels vuile kommen en glazen, open dozen cornflakes en aanverwante producten en lege snoepverpakkingen, terwijl het laatste pak melk naast de Aga was blijven staan en in de loop van de nacht zuur was geworden. Tijdens het koken van het water – met Fluffy op de hielen die om eten kefte – deed ik een armzalige poging de troep op te ruimen, maar ik kon nergens heen met de kommen omdat ik de vorige avond was vergeten de vaatwasser aan te zetten en er bij Clarissa’s verzameling milieuvriendelijke schoonmaakmiddelen niet één middel zat dat sterk genoeg was om er de was van de Mini Babybel kaasjes die op de vloer was gevallen en was ingetrapt, mee weg te krijgen. Uiteindelijk deed ik het op mijn knieën – ik schraapte het spul er met mijn vingers vanaf, waarbij ik niet alleen een splinter onder de nagel van mijn duim kreeg, maar ook mijn zorgvuldig opgebrachte Chanel-nagellak beschadigde. En toen ging de telefoon.

‘Hoe gaat het?’ vroeg Clarissa.

Ik plofte op een keukenstoel en keek om me heen. ‘Heel goed. Alles nog onder controle,’ zei ik. ‘En, tussen haakjes, nog bedankt dat je me van tevoren van die logeerpartij hebt verteld.’

Haar adem stokte. ‘Lieverd, haat je me nu?’

‘Niet helemaal. Het viel wel mee.’

‘Hebben ze jou en Mark niet de hele nacht uit je slaap gehouden?’

‘Niet de héle nacht.’

Ik hoorde Clarissa kermen. ‘Annie, wat kan ik anders zeggen dan dat het me spijt en dat ik bij je in het krijt sta. Je hebt er eentje van me tegoed.’

‘Eentje maar?’

‘Weet je, ik was bang dat je van gedachten zou veranderen als ik het je vertelde. En ik snakte zo wanhopig naar dat weekendje weg.’

‘Dat kan ik me voorstellen.’ En daar was geen woord van gelogen. ‘Wil je met de meisjes praten?’

Ze aarzelde. ‘Niet echt. Als ze ons niet missen, dan liever niet.’

‘Hoe is het bij jullie? Met de massages en al het andere?’ vroeg ik op veelbetekenende toon.

‘Fantastisch. Alles. We liggen nog in bed – te ontbijten en de krant te lezen, nietwaar, liefste? En we hebben de afgelopen vijf kwartier ononderbroken naar The Archers kunnen luisteren! De culturele happening van het jaar. Jammer genoeg moeten we zometeen deze prachtige kamer uit, dus we gaan snel nog even zwemmen beneden, en daarna heeft James een afspraak voor een reiki-behandeling, ja toch, liefste?’

Ik bracht de rest van de dag door in een waas van opruimen en het maken van hapjes onder Marks toezicht. De vaatwasser hield er halverwege mee op en moest worden leeggehaald. Miranda viel en haalde haar knie open. Daarna viel Hamlets plastic trainingsbal van de trap en brak en moest ik de hamster vangen om te voorkomen dat Fluffy hem te pakken zou krijgen. Rachel liet haar mobiel in de wc vallen en ik moest rubberen handschoenen aantrekken om hem eruit te vissen. Niet lang daarna kregen de starlets ontzettende ruzie en stuurden ze Rachel haar kamer uit. Ze kwam huilend bij me en zei dat iedereen zich verveelde en dat haar vriendinnen haar haatten.

‘Waarom ga je niet met ze naar buiten? Er even lekker uit?’ stelde Supernanny vanaf zijn ziekbed voor.

‘Maar waar moet ik dan met alle zeven naartoe?’

‘Geen idee! Waarom ga je niet gewoon een eindje met ze wandelen op Primrose Hill?’

‘Nee!’ riep Rachel. ‘Dat is veel te stom! En daar vinden ze toch niks aan!’

‘Ze heeft gelijk,’ zei ik tegen Mark. ‘Het enige lopen dat ik die meiden zie doen, is paraderen als in een modeshow.’

Mark begon te stralen. ‘Hé, Annie, dat ís het! Geniaal! Hoeveel make-up heb je bij je?’

‘Wat ik altijd bij me heb. Maar dat is voldoende.’

Met behulp van alle handdoeken uit de linnenkast, een paar haarbanden, James’ kamerjas, twee dozen tissues en een heel pak wattenbollen van de winkel op de hoek was Rachels kamer in de make-overstudio van de starlets veranderd. De rest van de middag hield ik me bezig met het maken van bizarre kapsels en vertelde ik de starlets welke kleuren hun het beste stonden. Ik liet ze zien hoe ze eyeliner op moesten brengen en blusher en lipgloss. Echt verantwoord was het natuurlijk niet, maar ze genoten, en zélfs Miranda, die mijn paarse oogschaduw van Lancôme als foundation wilde gebruiken en mijn mascara om haar wenkbrauwen mee te borstelen, vond het prachtig. Tegen de tijd dat de ouders van de starlets zich aandienden om hun kroost te halen, wilde niemand met ze mee. Tegen Rachel zeiden ze dat ze nog nooit zo’n fijne middag hadden gehad en dat ze later geen chirurg wilden worden, maar styliste.

Toen iedereen weg was, sloeg Rachel haar armen om me heen. ‘Dank je, Annie! Ik hou zo veel van je!’ zei ze, en daar moest ik bijna van huilen. Alleen, er was geen tijd voor, want ik moest de boel nog opruimen voordat Clarissa en James thuis zouden komen.

Bij het verlaten van Camden Town ging het opeens een heel stuk beter met Mark. Hoe dichter we bij Islington kwamen, des te minder hij klaagde over zijn pijn – zelfs het rijden over de drempels daar, wat zonder rugpijn al onaangenaam genoeg is in die oude VW-bus van hem, kon hem amper deren. Hij zette de bus op onze parkeerplaats, sprong zo ongeveer uit de auto, pakte onze weekendtassen zonder zelfs maar een enkel woord van protest en zwaaide ze achteloos over zijn schouder. En in plaats van op de lift te wachten, zoals ik deed, rende hij, gevolgd door Fluffy, met twee treden tegelijk de trap op.

Aangezien ik te uitgeput was om ook nog maar een poot te kunnen verzetten, gaf hij Fluffy te eten en maakte hij met calvados geflambeerde appelpannenkoeken als avondmaal. Daarna liet hij een warm schuimbad voor me vollopen, zette de hele badkamer vol met kaarsen en kwam – met twee glazen rode wijn – bij me in het sop liggen. Later, na het nodige erotische gespetter, trokken we onze badjassen aan en gingen we in elkaars armen, met Fluffy aan onze voeten, op ons comfortabele bed liggen. Toen maakte Mark popcorn en zette hij een dvd op die hij bij een stalletje op Chapel Market had gekocht.

The Awful Truth was mijn favoriete soort film – een doldwaze komedie uit 1937. Gary Grant speelde Gerry Warrener, een miljonair uit de high society, en Irene Dunny was Lucy, zijn vrouw. De Warreners woonden in een prachtige villa in Manhattan, waar hun geüniformeerde dienstmeisje cocktails serveerde terwijl ze rondparadeerden in avondkledij en geestige gesprekken voerden over het vertrouwen binnen het huwelijk. Verder hadden ze een leuke foxterriër, Mr. Smith, die volgens mij de reden was waarom Mark deze film had gekozen.

Het begon allemaal vrolijk genoeg, maar het prachtige uiterlijk van het huwelijk van de Warreners was bedrieglijk, en het duurde niet lang voor ik zenuwachtig en met een akelig voorgevoel de ene hand popcorn na de andere in mijn mond begon te proppen. Gerry loog tegen Lucy over waar hij het weekend doorbracht, Lucy ging tot laat ’s avonds uit met haar gladde Franse muziekleraar, Armand Duval, en het duurde dan ook niet lang voor de Warreners in scheiding lagen en met elkaar de voogdij over Mr. Smith, van wie bleek dat hij het stel bij elkaar had gebracht, betwistten.

‘Precies zoals Fluffy jou en mij bij elkaar heeft gebracht!’ Mark drukte een zoen op mijn voorhoofd. ‘Want zonder hem hadden we elkaar nooit ontmoet.’

‘Mmm. Geen wonder dat deze film De Verschrikkelijke Waarheid heet,’ zei ik terwijl ik aan het begin van de rechtbankscène lekker dicht tegen hem aan kroop. ‘Dit is écht verschrikkelijk. Wat gaan ze doen?’

Mark pakte een hand vol popcorn. ‘Dat weet ik niet, lieveling.’

‘Ik kan het nauwelijks aanzien.’

De rechter besloot dat Mr. Smith zelf maar moest kiezen bij wie hij wilde blijven. Hij beval dat Gerry en Lucy tegelijkertijd hun hondje moesten roepen – en degene naar wie Mr. Smith dan toe rende, mocht hem houden. Maar die arme Mr. Smith kon niet kiezen – tot het moment waarop Lucy zijn favoriete speeltje uit haar witte bontmof toverde – niks designerhandtassen, als je in de jaren 1930 buitenshuis en erbinnen als vrouw wilde meetellen, moest je een mof hebben. En Mr. Smith rende naar haar toe.

‘O, maar dat is gemeen! Dat is oneerlijk!’ riep ik uit. Gerry was evenzeer van streek over het verlies van zijn hondje als over het stuklopen van zijn huwelijk.

‘Onvoorstelbaar,’ was Mark het met me eens. ‘Nou, zoiets zal Fluffy en ons nooit overkomen!’

Alsof hij wist dat we het over hem hadden, tilde Fluffy zijn slaperige kopje even van zijn voorpoten en keek Mark aan. Ik deed hetzelfde. ‘Nee, liefste?’ vroeg ik, in de hoop op zijn geruststellende woorden, ofschoon ik natuurlijk wist dat ons een drama bespaard zou blijven.

Mark kuste me. ‘Nee, lieveling,’ antwoordde hij vol overtuiging. ‘Jij en ik zullen nooit scheiden.’

‘Mooi.’ Ik kroop nog wat dichter tegen hem aan en stak mijn hand opnieuw in de bijna lege bak met popcorn.

‘Tenzij je dat eet,’ voegde Mark eraan toe. ‘Die laatste hap is van mij. Jij hebt die hele bak zowat in je eentje leeggegeten.’

Ik opende mijn vuist en liet de korrels terugvallen in de kom. ‘Dat is een hoge prijs, maar ik ben bereid het offer te maken. En kunnen we die film nu uitzetten? Ik kan het niet langer verdragen. En daarbij, ik ben doodmoe.’

‘Best.’

Mark pakte de afstandsbediening en verloste Gerry, Lucy en Mr. Smith uit hun lijden. We wurmden ons uit de badjassen en kropen, voorzichtig om Fluffy niet te wekken, onder de dekens.

‘Het was een heerlijk weekend, niet?’ fluisterde Mark in mijn nek nadat hij tegen mijn rug aan was gaan liggen.

‘Mmm,’ reageerde ik nietszeggend.

‘Is het niet heerlijk om een huis vol kinderen te hebben?’

‘Mmm!’ Heerlijk? Eerder uitputtend. Na die twee dagen bij Clarissa thuis begreep ik pas goed hoe het kwam dat ze er de laatste tijd zo afgetobd uitzag. Dat was omdat ze afgetobd wás! En ik wist nu ook waarom zij en James nooit seks hadden wanneer ze thuis waren.

‘De meisjes zijn echte schatten,’ ging Mark verder.

‘Ja, ik ben stapel op ze. Maar die starlets, hm, dat is een ander verhaal.’

‘Ach, het zijn gewoon kleine meisjes, Annie. Alle kinderen zijn zo nu en dan lastig. Ze kunnen toch niet altijd volmaakt zijn.’

‘Je bent echt goed met kinderen,’ mompelde ik.

Ik voelde Mark zijn schouders ophalen tegen mijn rug. ‘Niet speciaal. Ik heb alleen veel ervaring met mijn neefjes en nichtjes. En ik doe graag gekke dingen met ze.’ Even later zei hij: ‘Maar jij deed het ook heel goed, lieveling.’

‘Nee, niet waar. Ik ben hopeloos met al dat soort huishoudelijke dingen, en dat weet je best.’

‘Dat is helemaal niet waar!’ Mark hees zichzelf op een elleboog en draaide me naar zich toe zodat ik hem aan kon kijken. ‘Je hebt toch gehoord wat Rachels vriendinnen zeiden – ze hadden het nog nooit zo fijn gehad.’

‘Alleen maar omdat ik die make-updingen en zo met hen heb gedaan. Het is maar goed dat het geen jongens waren. Dan zou ik het echt niet hebben geweten.’

‘Annie, geef nu maar toe, je was geniaal. En echt, het spijt me heel erg dat ik alles aan jou heb moeten overlaten.’

‘Je hoeft je niet te verontschuldigen. Het was immers een ongeluk, of niet soms?’

‘Ja,’ zei Mark na een korte aarzeling. We kropen weer dicht tegen elkaar aan, maar net toen ik bijna in slaap was gevallen, streelde hij me zachtjes over mijn zij. ‘Annie?’

‘Mmm?’

‘Laten we een kindje maken,’ fluisterde hij.

Mijn ogen schoten open en ik tuurde in het donker voor me uit. ‘Wat?’ vroeg ik zacht.

‘Laten we een baby maken.’

Een vreemd gevoel, een mengeling tussen angst en weerzin, maakte zich van mij meester. ‘Wat, je bedoelt nu?’ bracht ik ademloos uit.

‘Nou, niet uitgerekend deze minuut.’ Hij drukte een kus achter in mijn nek. ‘Ik weet ook niet of ik daar na dat bad nog wel toe in staat zou zijn. Maar binnenkort. Ik wil zo dolgraag kinderen met je hebben, lieveling. Jij niet?’

‘Natuurlijk.’ Ik haalde diep adem om mijn op hol geslagen hart te kalmeren. ‘Maar we zijn nog maar net getrouwd.’

‘Ja, dat weet ik.’

‘En ik vind het heerlijk, zoals we het nu hebben,’ ging ik verder. ‘Jij dan niet? Jij, ik en Fluffy?’

‘Natuurlijk.’ En toen voegde hij eraan toe: ‘Maar zou het met een baby niet nóg volmaakter zijn?’

‘Mmm.’ Na alles wat ik de afgelopen twee dagen had meegemaakt, kon ik me dat helemaal niet voorstellen. ‘Maar ik ben op dit moment nog aan de pil.’

‘Daar zou je toch mee kunnen stoppen,’ zeurde hij.

‘Ik weet niet of dit wel het goede moment zou zijn. Met mijn werk, bedoel ik.’

‘Oké,’ zei Mark. Ik sloot mijn ogen onder het slaken van een zucht van opluchting. ‘Maar wil je me één ding beloven, Annie?’ ging hij verder.

‘Wat, liefste?’

‘Beloof je me dat je zult overwegen om met de pil te stoppen?’

Mijn ogen schoten weer open. ‘Goed,’ zei ik zacht. ‘Ik beloof je dat ik erover zal denken.’

Hij trok me heel dicht tegen zich aan. ‘Dank je, liefste.’

En gedurende de twee daaropvolgende jaren hield ik me aan die belofte.

Ik dacht erover.