HOOFDSTUK 5
JAKE
Ik wrijf over mijn wang en kijk hoe ze het kantoor van haar vader uit loopt. Tot mijn grote verrassing bedenk ik me dat ik helemaal geen verwend egoïstisch kreng te zien heb gekregen. Wat ik wel zag was een zeer onafhankelijke slimme jonge vrouw.
Niet wat ik had verwacht. En dat zou een opluchting moeten zijn… alleen zeggen mijn bonzende hart, mijn verwarde hoofd en mijn irritant verlangende pik me iets heel anders.
Dit is slecht. Ik voel het in mijn botten, maar wat ook slecht is zijn die verdomde flashbacks en nutteloze pogingen om mezelf af te leiden met vrouw na vrouw en drankje na drankje. Op dit moment is Camille Logan het minst slechte van twee kwaden.
Mijn voeten beginnen plotseling uit zichzelf te lopen en voeren me mee, Logans kantoor uit en zijn dochter achterna. Haar beschermen. Eenvoudig werk en het zal me voorlopig van de straat houden.
Alles gaat nu op de automatische piloot. Ik loop met lange snelle passen de gang door naar de liften. Maar dan zie ik Camille Logan plotseling een hoek omlopen en niet in de richting van de liften.
‘De kleine verdomde…’ Ik trek een sprintje en ga achter haar aan nog voordat mijn snel denkende brein me ertoe kan zetten.
Impuls.
Instinct.
Haar inhalen.
Als een wervelwind vlieg ik de gang door en zie een bordje met ‘uitgang’ flitsen boven een deuropening. Het trappenhuis. Ik duw de deur zo hard open dat het zware hout tegen de muur erachter knalt, wat een oorverdovende echo veroorzaakt die tegen de muren weerkaatst. Ik stop en moet mijn best doen om niet mijn wapen te trekken.
Ze is ’m gewoon gesmeerd, zeg ik tegen mezelf. Verder niets. Het laatste wat ik moet doen is haar de stuipen op het lijf jagen met mijn Heckler. Ik probeer mijn ademhaling tot rust te brengen en luister. Ik hoor het klikken van haar hakken.
‘Klaar of niet, ik kom eraan,’ mompel ik in mezelf en ik loop de trap af, haar achterna. Binnen de kortste keren ben ik de trap af gesprint en binnen enkele seconden zie ik haar tengere hand op de leuning. Die belachelijke dingen die ze aan haar voeten had zijn plotseling het enige waar ik nog aan kan denken. Stomme hoge hakken. Ze breekt haar nek nog, het stomme mens. Ik heb een reputatie hoog te houden. Geen enkele cliënt is tijdens mijn werk ooit gewond geraakt, ook niet per ongeluk. Stom mens!
Ik ga nog sneller lopen, de drang neemt toe, maar ook de opluchting wanneer ik haar in het oog krijg. Het is bijna verstikkend en een belachelijke reactie op een belachelijke situatie, maar ik heb nog nooit meegemaakt dat een cliënt probeerde aan me te ontsnappen. Of een vrouw. Ik race langs haar heen en onder aan de trap draai ik me om en kijk haar aan. Fuck, ik zweet. Ik race een paar trappen af en begin verdomme te zweten. Wat is er aan de hand met me?
Ze krijgt niet eens de kans zich te realiseren wie er zojuist als een ontketende stier langs haar heen is gevlogen. Haar voeten gaan maar door met als gevolg dat ze met een gilletje tegen mijn borst aan botst. Ik sla mijn armen vlug om haar heen en trek haar tegen me aan.
Ik snak ook naar adem. Ik weet niet waarom, maar haar kleine gestalte tegen mijn borst aan gedrukt zorgt voor verwarring en kippenvel op mijn hoofd en in de richting van… mijn pik.
Fuck!
Ik laat haar snel los. Zelfs nog voordat ik zeker weet dat ze weer op haar benen kan staan. Heel voorzichtig en verstandig doe ik een paar stappen terug. Mijn kaken zijn gespannen. Mijn hart is verdomme helemaal van slag. Wat de fuck is er aan de hand?
Ik duw mijn vuist tegen mijn voorhoofd, mijn ogen dichtgeknepen.
Weglopen, Jake. Gewoon weglopen, verdomme.
Ik weet niet hoe lang ik hier zo sta, mijn mantra herhalend, maar wanneer ik eindelijk mijn ogen opendoe, staat ze nog steeds voor me. Ze ziet er stabiel en beheerst uit. Dat kan ik van mezelf niet zeggen, maar haar kalmte dwingt me ertoe om mijn gedachten te verdringen.
Ze tilt vol zelfvertrouwen haar schattige kleine kin op. Haar gezicht staat vastberaden. Heel even sta ik mezelf toe te erkennen hoe ontzettend opwindend dit is. Dan doet ze haar mond open en alle gedachten over hoe sexy ze eruitziet verdwijnen bij de herinnering aan waarom ik daar ben. ‘Ik ben het er niet mee eens dat je me achtervolgt. Ik heb een leven, en daar wil ik graag verder mee.’
‘Of je het er nou mee eens bent of niet, jij en ik zullen de komende tijd heel erg close worden.’ Ik heb meteen spijt van mijn woordkeuze wanneer ik haar mond open zie vallen… want ik kan het puntje van haar roze tong zien en het enige wat ik wil doen is mijn mond op de hare drukken en het proeven. We stappen beiden naar achteren om wat afstand te creëren. Ik maak gebruik van haar behoefte om afstand te nemen en negeer dat ook ik achteruit ben gestapt. ‘Geen zorgen, ik bijt niet.’ Dat is ronduit gelogen want ik zou maar al te graag mijn tanden in haar zetten.
‘Maar ik misschien wel.’
Zonder dat ik erover kan nadenken trek ik verrast mijn wenkbrauwen op. Ze is wel gevat, dat moet ik toegeven. ‘Nou,’ zeg ik droogjes. ‘Er is me verteld dat ik heel lekker smaak.’
Ze fronst. ‘Je bent een beetje te vlezig naar mijn smaak.’
‘Natuurlijk. Jij bent meer van de mooie jongetjes, niet?’ Ik sta kaarsrecht overeind en schraap mijn keel, alsof ik zo wil benadrukken dat ik in de verste verte niet lijk op de gladde, gestroomlijnde mannen, met wie ze op foto’s staat.
Ze stapt vol zelfvertrouwen naar voren, maar haar ogen hebben absoluut moeite om niet snel naar me te kijken. ‘En wat voor type ben jij?’ Ze houdt haar hoofd scheef en wacht op mijn antwoord.
Deze ene vraag zorgt ervoor dat ik even moet slikken. ‘Dat wil je niet weten,’ antwoord ik eerlijk en ik raak niet opgewonden door de minimale vergroting van haar ogen. Ik herinner mezelf er snel aan waarom ik hier ben en dat is niet om haar te prikkelen. Ik doe weer een stap naar achteren, zodat we beiden wat meer ruimte hebben.
Camille weet zichzelf weer snel te herpakken en trekt haar tas op haar schouder. ‘Er is helemaal geen bedreiging, of wel? Mijn ex is weer in de stad en dat is de enige reden waarom mijn lieve papa jou heeft ingehuurd.’
Mijn eerste gedachte is: het drugsverslaafde ex-vriendje is weer terug? Waarom wist ik dat niet? Mijn tweede gedachte is: als hij te dichtbij komt, krijg hij een fucking kogel in zijn kop.
Die laatste gedachte is een puur professionele want het is mijn plicht om haar te beschermen. ‘De dreiging is zeer realistisch, miss Logan.’ Ik draai de professionele knop om, de knop die altijd aan is. Waarom hij nu niet goed werkt, is iets wat ik heel snel moet fixen. ‘Ik ben niet aangenomen om je weg te houden van je ex-vriendje,’ zeg ik mechanisch, en ik voeg er in gedachten aan toe dat ik echter al het mogelijke zal doen om precies dat te doen. Ik heb de foto’s gezien van Camille tijdens die kortdurende instorting. Ze was slechts een schaduw van de vrouw die nu voor me staat… deze prachtige, slimme, verleidelijke vrouw.
Verleidelijk?
De ironie ontgaat me niet. Dagelijks kom ik vrouwen tegen die proberen verleidelijk te zijn en schaamteloos hun best doen om mijn aandacht te trekken. Deze vrouw doet het zonder ook maar te proberen. En verdomme, laat dat nou net het meest aantrekkelijke, verleidelijke zijn dat er bestaat. Zachtjes schud ik al die onprofessionele gedachten uit mijn hoofd. Alweer.
‘Juist,’ snuift ze en ze duwt me op een onbewaakt moment opzij.
Binnen een nanoseconde heb ik haar tegen de muur gedrukt.
En een nanoseconde daarna, vraag ik me af wat er verdomme zojuist is gebeurd.
‘O, mijn god,’ hijgt ze met haar rug tegen de bakstenen muur achter haar. Ik voel haar frisse adem in mijn nek. Hijgend. Ik vraag me heel even af of ik haar niet bang heb gemaakt. Maar dan voel ik haar tepels tegen mijn borst aan drukken. Ik adem diep in, slik, en adem nog een keer in. Steeds maar weer. Dan buig ik mijn knieën zodat ik met haar op ooghoogte ben.
Wat doe ik? Dit is idioot. Laat haar los. Stap weg!
Haar ogen zijn groot, onzeker en…branden van verlangen. Normaal gesproken zou ik daar niet van opkijken, maar ik weet dat, heel angstaanjagend, de mijne de hare weerspiegelen.
Ze slikt. ‘Ik weet vrij zeker dat me fysiek in toom houden niet in je taakomschrijving staat.’ Ze slikt nogmaals.
Ik schrik terug.
‘Je moet geen plotselinge bewegingen maken,’ snauw ik en ik vecht tegen alle obscene gedachtes die mijn verklaring heeft uitgelokt. ‘Ik dacht dat je er weer vandoor ging.’
Ze gaat rechtop staan en kijkt me aan met haar glimmende topaaskleurige ogen. ‘Omdat het erop lijkt dat ik met je zit opgescheept wil ik een paar dingen even kortsluiten.’
Ik knik instemmend. Ik vind het een uitstekend idee. Regels vaststellen. Grenzen. ‘Ga je gang,’ zeg ik kortaf.
‘Ik wil niet dat je tegen me praat,’ zegt ze en ze kijkt weg. ‘En raak me niet aan.’
Weer knik ik en ben het helemaal met haar eens. Dat is waarschijnlijk het verstandigst.
Ik ben het helemaal eens met al haar grenzen.
Camille denkt even na. Waar denkt ze aan? ‘Prima,’ mompelt ze en ze komt aarzelend een stap dichterbij. ‘Ik loop nu langs je heen. Ik wil er alleen even zeker van zijn dat je me niet weer zult tackelen.’
Ik houd mijn mond stevig dicht en gebaar haar om voor te gaan. Ze loopt snel langs me heen en ik volg haar, maar mijn blik is nu niet op haar gericht maar op de omgeving.
Gefocust.
Voordat ik iets ontzettend stoms doe.