HOOFDSTUK 4

CAMI

Logan Tower. Een plek die me met afschuw vervuld want wanneer ik daar word ontboden, betekent dat meestal dat ik het niet leuk ga vinden wat hij me te vertellen heeft. Wat het ook is, ik beschouw het als een inbreuk op mijn tijd. Mijn vader zal echter zeggen dat het zaken zijn. Daarom ben ik ook hier op zijn hoofdkwartier. Zijn werkplek. Het centrum van waaruit hij handelt. Als het om een oprecht vader-dochtermoment was gegaan, dan zou ik zijn uitgenodigd bij zijn landhuis aan de rand van de stad. Dan zou ik knarsetandend moeten luisteren naar zijn alomtegenwoordige huidige vrouw Chloe terwijl hij me verhalen vertelt over mannen die volgens zijn normen geschikt zijn. Zijn normen, maar niet de mijne. Dat wil dus zeggen dat ze rijk zijn, ongelooflijk saai, en op sociaal gebied een totaal gebrek aan persoonlijkheid hebben.

Ik haat het dat ik nog steeds alle moed bij elkaar moet schrapen om hierheen te gaan. Ik zal nooit toegeven aan zijn onredelijke eisen, waar het ook om gaat, zoals die keer toen hij probeerde me zo ver te krijgen dat ik rechten ging studeren in plaats van mode, of toen hij me wilde inschrijven bij de University of London en ik tegen hem in ging en mezelf inschreef bij London College. Of die eerste keer toen hij me Fabien Fiddler door de strot wilde duwen en ik in plaats daarvan de nogal moeilijke Sebastian Peters ging daten. Al zijn vrouwen zijn keurig achter hem gaan staan, zonder vragen te stellen, ook mijn moeder. Maar dat zal ik niet doen en hij kan me er ook niet om scheiden. Hij is mijn vader en ik houd van hem, maar hij is ook een wrede man.

Ik duw de deur open en loop zijn kantoor binnen. Pete en Grant staan aan weerskanten van zijn bureau. Ze staan er niet voor de show. Mijn vader is een meedogenloze zakenman die veel mensen tegen de haren in heeft gestreken op weg naar de top. Zoals die keer toen hij de negentigjarige voorzitter van een keten bejaardenhuizen eruit schopte na een vijandige overname. De man overleed een week later en de week daarna werd een van mijn vaders gebouwen in brand gestoken. Of die keer toen een concurrerende bieder tijdens het opkopen van een hotelketen werd gearresteerd wegens seksuele intimidatie van een medewerker, als gevolg waarvan hij zich genoodzaakt zag zijn bod te moeten intrekken. Er werd toen gezegd dat mijn vader de vrouw had betaald om met de beschuldigingen te komen. De verdachtmaking werd ongegrond verklaard, hoewel ik tot aan de dag van vandaag van mening ben dat mijn vader er iets mee te maken had. Ik zie hem niet door een roze bril. Hij is hardvochtig en meedogenloos.

Ik werp zijn twee beveiligers een geforceerde glimlach toe en ze glimlachen uit gewoonte terug. Dan richt ik mijn aandacht op de man die tussen hen in achter zijn bureau zit. ‘Pap,’ zeg ik met een zucht waarmee ik hem meteen laat weten wat hij moet weten. Ik weet dat ik hier met een reden ben – een reden die ik niet leuk ga vinden – met als gevolg dat de vonken er wel eens af zouden kunnen vliegen.

‘Mijn kleine ster!’ Voor een man met zijn omvang komt hij verrassend snel uit zijn stoel omhoog en loopt meteen op me af. ‘Geef me eens een knuffel!’

Ik ben toegeeflijk, maar achterdochtig over al dit enthousiasme en begin me met de seconde meer zorgen te maken. ‘Wat is er aan de hand?’ vraag ik en ik kijk naar Pete en Grant. Allebei ontwijken zij mijn blik. Geen goed teken.

‘Niets, lieverd.’ Hij laat me los en pakt mijn bovenarmen beet en glimlacht liefdevol. Hij heeft zijn haar weer zwart geverfd. Ik wou dat hij nu eens toegaf aan het feit dat hij grijs is. Hij zou er veel gedistingeerder uitzien en veel minder alsof hij zijn huidige vrouw bij probeert te houden. Iets wat overigens vrijwel onmogelijk is omdat hij dit keer een vrouw is getrouwd die een jaar jonger is dan ik.

Ik huiver wanneer beelden van Chloe, echtgenote nummer drie en de vrouw voor wie hij mijn moeder heeft gedumpt, zich als een bosbrand door mijn gedachten verspreiden. Ze is een echte schoonheid, maar niet bepaald snugger. Arme ziel, ze wil alleen maar vrienden met me zijn. Ik steek echter liever mijn vingers in haar ogen.

‘Ga zitten.’ Hij duwt me bijna de stoel in. Dan zorgt hij ervoor dat ik me nog meer zorgen ga maken want hij gaat niet, zoals gebruikelijk, achter zijn enorme buitenproportionele bureau staan, waarvandaan hij regeert. In plaats daarvan pakt hij een stoel en komt naast me zitten, friemelend aan het gouden speldje van zijn stropdas. ‘Je ziet er prachtig uit vandaag.’ Hij pakt een lok van mijn haar beet en houdt nadenkend zijn hoofd scheef. ‘Ik ben zo trots op je, lieverd.’

‘Echt waar?’ vraag ik behoedzaam. Wat is er aan de hand? Ik gluur nog eens naar Pete en Grant, maar die laten niks merken.

‘Ik zou er alles voor overhebben om te zorgen dat je veilig bent.’

O fuck, is er soms weer een of andere klootzak van een fotograaf geweest die me uit een auto heeft zien vallen? Heb ik, zeer onvrouwelijk, mijn onderbroek laten zien, terwijl ik een taxi instapte? Het maakt niet uit of het onschuldig is of niet. Duizenden jonge vrouwen gaan elke avond van het jaar feesten. Helaas voor mij kunnen de paparazzi ervoor zorgen dat het enorm lomp en onbehouwen lijkt. Sinds mijn tijd in rehab hoef ik maar aan een fles wodka te ruiken of ernaar kijken, of ze melden meteen dat ik weer op weg ben naar zelfvernietiging. Die dagen zijn voorbij en hoewel ik het nog wel eens moeilijk heb, hoeft mijn vader dat niet te weten. Hij is toch al onuitstaanbaar.

‘Pap…’ Ik leun voorover, klaar om mijn onschuld te bepleiten en hem wederom gerust te stellen dat ik nooit meer terug wil naar dat duistere bestaan. ‘Ik ben niet…’

‘Luister gewoon even naar me.’

Tot mijn eigen verbazing, en ongetwijfeld ook die van mijn vader, doe ik wat hij zegt. Ik hou mijn mond en laat hem zijn zegje doen, want iets zegt me dat het serieus is. ‘Ik heb gisteren iets ontvangen,’ begint hij en hij slikt.

‘Wat?’

Hij zucht en pakt mijn handen beet, als teken van steun. Het zint me niks, absoluut niet. Ik ken mijn vader op vele manieren, maar niet op deze. Hij maakt zich zorgen. ‘Een boodschap.’

‘Een boodschap?’ vraag ik. ‘Wat voor boodschap?’

‘Een dreigende.’

Mijn lach klinkt koud. Mijn vader wordt dagelijks bedreigd. Daarom staan Pete en Grant ook constant naast hem. Waarom is het nu dan zo zorgwekkend? ‘En?’ vraag ik nonchalant.

‘Ze hebben jóú bedreigd.’

Ik schrik en kan geen woord meer uitbrengen of iets vragen. Want zijn woorden, plus het feit dat hij zo gestrest is en mijn hand vasthoudt en me met verontschuldigende ogen aankijkt, zegt me dat het dit keer ernstig is.

Ik voel boosheid opkomen en hij weet het. Ik probeer altijd zo veel mogelijk afstand te houden van mijn vaders zaken. Ik werk hard, verdien mijn eigen geld en probeer mijn eigen weg te vinden. De enige greep die hij op me heeft – en toegegeven, het is een behoorlijke – is mijn appartement. Of zíjn appartement. Het is van hem, maar ik sta erop dat ik huur betaal. Het feit dat het van mijn bankrekening komt en terechtkomt op een van mijn andere rekeningen, plus de vijftigduizend die hij elke maand stort, is niet relevant. Ik heb er nog geen cent van gebruikt en ik ben dat ook niet van plan.

Mijn halfbroer TJ daarentegen werkt voor onze vader. Hij heeft te maken met alle zakelijke deals en is net als mijn vader een hardcorezakenman, hoewel hij wel veel aangenamer is dan mijn vader. Dat zegt iedereen. En ik hou heel veel van hem, maar hij vindt het geweldig dat hij de zoon is van een van de rijkste en machtigste mannen van Londen. Hij wíl er deel van uitmaken. Hij is echt een zoon van onze vader. Waarom is hij niet degene die wordt bedreigd? Niet dat ik dat zou willen, echt nooit, maar het zou wel logischer zijn.

‘Nu moet je even goed luisteren, lieverd.’ Mijn vader kiest zijn woorden voorzichtig uit, waarschijnlijk omdat hij een uitbarsting van krachttermen van me verwacht. Als het me zou lukken een zin te vormen, dan zou ik het ook doen, maar ik kan het niet. Ik weet niet wat ik moet denken. Wat heeft dit te betekenen? ‘Het zijn vast en zeker loze bedreigingen,’ gaat hij verder. ‘Maar ik heb toch een aantal voorzorgsmaatregelen getroffen.’ Hij neemt mijn gezicht in zijn handen en streelt zachtjes mijn wang met zijn duim. ‘Ik kan toch niet voorzichtig genoeg zijn met mijn kleine sterretje, of wel?’

Door de verwarring en de shock kan ik hem alleen maar aanstaren, maar één ding besef ik heel goed. Hij is niet van mening dat het een loze dreiging is. ‘Oké,’ zeg ik.

Hij kan zijn verbijstering amper verbergen. Zijn dochter, degene naar wie hij altijd openlijk verwijst als ‘opstandig schrikdraad’, heeft zojuist toegegeven aan zijn voorzorgsmaatregelen. Maar behalve verbijstering zie ik ook opluchting en dat benadrukt alleen maar hoe ernstig hij denkt dat de situatie is.

‘Goed zo.’ Hij leunt voorover en geeft me liefkozend een zoen op mijn voorhoofd. Dan staat hij op en wijst naar Pete. ‘Haal hem maar.’

Ik kijk Pete fronsend aan en zie dat hij kort knikt met zijn grote hoofd en dan de kamer uit loopt.

Hem? Haal hém? ‘Wat is er aan de hand?’ vraag ik en ik ga rechtop zitten terwijl mijn vader achteroverleunt in zijn stoel.

Hij zegt niets en begint in plaats daarvan op zijn iMac te tikken. Hij kijkt geconcentreerd naar het scherm. ‘Grant, zorg ervoor dat mijn auto over een half uur klaarstaat.’

‘Ja, meneer.’ Grant loopt me voorbij zonder een woord te zeggen of naar me te kijken en vertrekt vlug. Mijn vader en ik blijven alleen achter in zijn kantoor. Ik kan me de laatste keer dat ik alleen was met mijn vader niet eens herinneren. Hij heeft altijd zijn bewakers bij zich of zijn domme nieuwe vrouw.

Ik leun achterover in mijn stoel en kijk naar de man achter het bureau, mijn vader, en probeer zijn gedachten te lezen. Het lukt me niet. Al zijn zorgen en stress lijken te zijn verdwenen. ‘Pap, kun je…’

De deur van zijn kantoor zwaait open en ik draai me om. Pete vult vrijwel de gehele deuropening. Er staat een diepe frons op zijn gezicht. Waar is hij zo pissig om?

Hij stapt naar binnen. ‘Meneer,’ mompelt hij en hij doet een stap opzij, en daar staat…

Een man.

Mijn mond wordt plotseling droog. Kurkdroog. Hierdoor lukt het me niet meer de woorden uit te spreken die op mijn tong lagen.

Wie is dat verdomme?

Hij?

Mijn ogen branden van genot en nieuwsgierigheid. O mijn hemel, wat een lekker ding. Zo groot en sterk in dat grijze pak, maar niet log en zijn lange benen staan een beetje gespreid. Hij ziet er sterk uit. Krachtig. Fucking zalig.

Ik open mijn mond maar er komt niets uit. Ik kan alleen maar naar zijn knappe gezicht kijken. Zijn vierkante kaken zijn bedekt met donkere stoppels, zijn korte ongekapte haar is een beetje grijs bij de slapen. En zijn ogen. Donker, donkerbruin. Ze kijken mij aan met net zo veel intensiteit. Ik verschuif wat in mijn stoel en alles in me schreeuwt dat ik iets moet zeggen. Maar ik kan alleen nog maar deze belachelijk prachtige man bewonderen die op de drempel van mijn vaders kantoor staat.

Met slechts een paar stappen staat hij voor me. Ik til mijn hoofd op, want zijn ogen werken als een magneet. Hij kijkt me aan met een uitgestreken gezicht en een uiterst serieuze blik. Hij steekt een grote hand naar me uit. ‘Jake Sharp,’ zegt hij en deze twee woorden doen de hele lengte van mijn rug kriebelen en zorgen ervoor dat ik kaarsrecht overeind ga zitten. Het is hier verdomme bloedheet.

Ik pak zijn hand beet en zie hoe mijn slanke vingers worden omsloten door zijn sterke greep. Ik krijg een heel vreemd gevoel over me heen. Mijn hand. Hij voelt zo veilig in de zijne. Een idiote gedachte natuurlijk.

De hand blijft daar niet lang. Hij trekt hem snel terug. Ik kijk hem aan en zie nog net een frons en een verward schudden van zijn hoofd voordat hij zich weer tot mijn vader richt. ‘Kunnen we?’ vraagt hij.

De aanwezigheid van deze vreemde man is voelbaar. Pete en Grant met hun opschepperige spierkracht vallen erbij in het niet.

‘Zorg goed voor haar,’ zegt mijn vader.

‘Ze is in veilige handen,’ antwoordt Sharp en hij kijkt met een vreemde blik naar zijn grote handen.

Ik wil ze vastpakken en naar de vele lijnen op zijn handpalmen kijken. In veilige handen. Een van die handen voelde zeer veilig toen hij hem om de mijne had geslagen, dus hoe veilig zou ik me wel niet voelen als hij zijn hele lichaam om me heen zou hebben geslagen?

Wie is deze Jack Sharp? Ik voel mijn spieren slap worden en mijn lichaam zakt weg in de stoel. Misschien ga ik vanaf nu wel vaker bij mijn vader op kantoor langs nu deze man voor hem werkt. Nogmaals, wie is hij? Misschien stuurt mijn vader Pete of Grant wel de laan uit. Misschien beseft hij dat hij snelheid en behendigheid nodig heeft in plaats van opgepompte spieren. Misschien…

Mijn gedachten dwalen af en steeds maar weer schieten dezelfde woorden weer door mijn hoofd.

Zorg goed voor haar.

Ik sta op voordat ik het weet, maar mijn benen zijn er nog niet helemaal klaar voor. Ik bots tegen het grote lijf van Sharp op. Hij beweegt niet eens en blijft keurig rechtop staan. Het enige wat beweegt zijn zijn armen, waarmee hij me snel beetgrijpt.

‘Voorzichtig,’ mompelt hij zachtjes en hij houdt me vast totdat ik weer op mijn eigen voeten kan staan. ‘Oké?’ Hij kijkt me aan maar laat verder niets blijken.

Ik mis meteen de warmte van zijn brede borst. Hij is zo’n beetje de meest perfecte man die ik ooit heb gezien en dat wil heel wat zeggen, gezien het feit dat ik shoots heb gedaan met meer mooie mannen dan ik me zou willen herinneren. Maar hij is een echte man: groot, sterk, volwassen. De helderwitte kraag van zijn overhemd en de perfect geknoopte das kunnen de oerkracht die van hem afstraalt niet verbergen.

O god!

Ik probeer mijn verstand erbij te houden en draai me om naar mijn vader. Alle woorden die gezegd zijn sinds ik zijn kantoor binnenstapte schieten door mijn hoofd.

‘Wat bedoel je met “Zorg goed voor haar”?’ vraag ik.

‘Ik heb Sharp ingehuurd om je in de gaten te houden,’ legt hij uit. Sharp staat naast me en kucht zachtjes. Mijn vader herstelt zich snel. ‘Hij zal voorlopig je bodyguard zijn. De beste bescherming die er maar te koop is.’

‘Pardon?’ sputter ik tegen. ‘Hij…’ Ik wijs in de richting van Sharp en sla met mijn hand tegen zijn harde biceps aan en schrik. Godsamme zeg, het lijkt Action Man wel. ‘Mijn bodyguard?’

‘Ja.’ Mijn vader knikt vastbesloten.

‘Nee.’ Ik lach en kijk omhoog naar Sharp. ‘Niet lullig bedoeld hoor.’

‘Ook niet zo opgevat,’ zegt hij, totaal niet onder de indruk. Het lijkt alsof hij wel verwachtte dat hij te maken zou krijgen met dit kleine familiedrama. Ik kijk weg, niet in staat om hem te lang aan te kijken zonder in wellust uit te barsten.

Mijn vaders gezicht staat strak van de spanning. Iets wat ik nog niet had gezien sinds ik hier ben. ‘Camille Logan, hier valt niet over te discussiëren. Ik heb Sharp ingehuurd om je te beschermen en je gaat hier niet moeilijk over lopen doen!’

‘Ik ben een volwassen vrouw,’ zeg ik rustig en ik onderdruk mijn temperament dat op het punt van uitbarsten staat. ‘Ik heb een volle agenda; modellencontracten waar ik aan moet voldoen, besprekingen waar ik bij aanwezig moet zijn.’

Zoals altijd laat hij een afwijzend gesnuif horen wanneer hij een dergelijke minachting toont voor mijn carrière.

‘Je bedoelt er mooi uitzien voor de camera?’

‘En onderhandelen over een deal met betrekking tot mijn nieuwe modelijn en dat van de grond krijgen en een carrière opbouwen buiten mijn modellencarrière.’

‘Camille, hoe vaak moet ik het je nog zeggen?’ Mijn vader zucht. ‘Jij en die rare vriendin van je verspillen je tijd. Er zijn al genoeg modemerken.’

Ik klem mijn kaken op elkaar. Hij snapt het gewoon niet. ‘Dan kan er nog wel eentje bij, of niet soms?’ Ik kijk naar de man die naast me over me heen hangt. ‘Ik betwijfel of meneer Sharp zin heeft om de eenvoud van mijn nutteloze carrière te moeten doorstaan.’

Sharp kijkt me vanuit zijn ooghoek aan. ‘Ik doorsta wat ik moet doorstaan.’

‘Hoe doe je het op de catwalk?’ vraag ik hem met ernst. Laten we maar eens zien of hij begrijpt waar hij mee te maken zal krijgen. ‘Misschien kan ik je wel gebruiken in mijn campagne.’ Ik kan aan de manier waarop hij lichtjes zijn wenkbrauw optrekt wel zien wat hij daarvan vindt. Goed.

‘Misschien kun je me een paar lessen geven.’ Zijn gezicht staat net zo ernstig als het mijne. ‘Jij bent per slot van rekening de expert.’

‘Bied je je nu aan?’

‘Vraag jij mij?’

Ik slaag er nog maar net in om hem niet met open mond aan te staren. Hij is sarcastisch. Ik snuif in mezelf. Dat spelletje kunnen we allebei spelen. ‘Strike a pose.’

‘Zou je willen,’ zegt hij zachtjes en hij recht zijn schouders.

Ik pers mijn lippen op elkaar en probeer een weerwoord te vinden en dat lukt ook nog tot mijn grote plezier. ‘Volgens mij zou je er wel goed uitzien in een rok.’

‘Ik heb gehoord dat ik geweldige benen heb.’

Ik kijk naar zijn lange, sterke benen en stevige dijen. Snel wend ik mijn blik weer af. Hoe is dit nu weer gebeurd? Waarom laat ik me met hem in? Ik richt mijn blik weer op mijn vader. ‘Ik wil niet te pas en te onpas gevolgd worden door een bodyguard en dat is ook niet nodig.’

Sharp schraapt zijn keel. ‘Het zal niet te pas en te onpas zijn,’ zegt hij zonder veel emotie en hij kijkt me weer aan. ‘Het zal constant zijn.’

Als ik hem niet beter kende zou ik nog denken dat hij hiervan geniet. ‘Constant?’

‘24 uur per dag.’ Ik bespeur een kwalijke glinstering in zijn donkere ogen die ik er plotseling wel uit zou willen slaan. ‘Ik zal elke beweging die je maakt in de gaten houden.’

Ik doe alsof het me niet interesseert en richt mijn aandacht weer op mijn vader terwijl ik een verwoede poging doe het brandende verlangen dat me bijna van slag brengt te negeren. ‘Ik wil niet dat mijn privacy wordt geschonden,’ zeg ik kalm en ik pak mijn tas op van de vloer. ‘En als je maar niet denkt dat je me kunt vertellen wat ik moet doen.’

‘Dit pik ik niet!’ schreeuwt mijn vader. Ik geef geen centimeter toe. Zijn geduld is aan het opraken en het mijne ook.

Ik heb geen idee wat ik verwachtte toen mijn vader me vertelde dat hij voorzorgsmaatregelen had getroffen in het licht van de dreiging, maar deze vent was níét wat ik in gedachten had. Misschien een chauffeur of een avondklok. Daar zou ik wel mee kunnen leven. Geef me een avondklok!

Maar hij? Vanuit mijn ooghoek werp ik hem snel een blik toe en ik zie dat Sharp hetzelfde doet. Ik kijk snel weer weg. Nee, het gaat niet gebeuren. Hem 24 uur per dag bij me hebben? Alle mannen met wie ik ooit heb gewerkt, moeten hard werken om intensiteit in een foto over te brengen, maar Sharp heeft dit van nature. Het is verleidelijk. Het is een soort van oer-iets. Het is meer dan mannelijk. En het is… zo fucking geil.

‘Ik weiger om te worden geschaduwd door een van jouw slaafjes.’ Ik draai me om en loop weg terwijl ik ondertussen zowel mijn telefoon hoor overgaan in mijn tas als mijn vader uit frustratie hoor kreunen. Ik rommel wat in mijn enorme tas terwijl ik vastberaden verder loop, en haal mijn telefoon tevoorschijn en zie een berichtje van Heather.

Sebastian is weer terug.

Mijn hart slaat over en mijn voeten komen tot stilstand bij de deur. Ik staar naar het berichtje op mijn telefoon, in de hoop dat ik het niet goed gelezen heb en er eigenlijk iets anders staat. Maar nadat ik het voor de vijfde keer lees, zie ik nog steeds dezelfde afschuwelijke woorden voor me. Dit kan niet waar zijn.

Mijn ex is terug? Ik word zweterig en draaierig. Ik heb er alles aan moeten doen om mezelf weer te vinden en nu is hij terug in Londen en al mijn zekerheden waar ik dagelijks aan werk worden plotseling wankel. Ik vervloek de tranen die in mijn ogen prikken en adem diep in en uit. Maar terwijl ik mezelf tot rede probeer te brengen en steeds probeer te vertellen dat ik nu sterker ben dan ooit tevoren, bekruipt me een gedachte.

Ik draai me om, om mijn vader te confronteren, maar dan valt alles op zijn plaats. Hij weet natuurlijk allang dat Sebastian Peters weer terug is. Natuurlijk weet hij het. Dit hele bodyguardgedoe is alleen maar een omslachtig plan om me uit de buurt van Sebastian te houden. Inwendig moet ik lachen om zijn creativiteit, maar zijn slinksheid is niet bepaald een verrassing. Door me te laten volgen door een bodyguard die verslag bij hem uit moet brengen, kan hij mijn leven nauwgezet volgen; iets wat hij van plan is dagelijks te doen.

Ik klem mijn kaken op elkaar en werp mijn vader een woedende blik toe. Heeft hij geen vertrouwen in me? Denkt hij nou echt dat ik me weer in de armen van Seb stort en dat ik hem toesta meteen een gram coke in mijn neus te stoppen?

‘Je kent me ook echt totaal niet, hè?’ bijt ik hem toe en ik loop weg.