HOOFDSTUK 1

JAKE

Zijn grote angstige ogen staren me aan, zijn lichaam ligt verstijfd onder het mijne. De hitte, het stof, het geluid van geschreeuw om me heen: het zorgt er allemaal voor dat het vrijwel onmogelijk is me te concentreren. Maar ik moet wel. Ik ben ver buiten mijn comfortzone, maar ik moet me concentreren. Ik knipper met mijn ogen en probeer hem op zijn plaats te houden door hem in de gravel en de modder te duwen. Ik zou hier eigenlijk helemaal niet moeten zijn. De omliggende heuvels, de struiken en de rotsen, dat is waar ik zou moeten zijn. Uit het zicht. Onzichtbaar. Een mysterie. Een angst. De onbekende, onzichtbare bedreiging.

De man die ik gevangen houd met mijn stevige lichaam is tenger, dun en ondervoed en het wit van zijn ogen is geel gekleurd. Het is nog amper een man, eerder een tiener. Deze kleine gehersenspoelde rukker heeft twee van mijn kameraden omgelegd. De intense pijn in mijn schouder herinnert me eraan dat ik zelf ook bijna het loodje had gelegd. Ik had in positie moeten blijven. Ik heb het verkloot. Een onbezonnen, egoïstische behoefte om deze gestoorde klootzakken het leven zuur te maken heeft geleid tot de dood van twee soldaten. Eigenlijk zou ik daar een paar meter verderop ook dood in de modder moeten liggen. Ik verdien het.

Zijn hart gaat als een waanzinnige tekeer onder de dunne stof van zijn smerige T-shirt. Zo hard dat ik het zelfs door mijn kleding en kogelvrije vest heen voel. Hij is versteend en mompelt wat tegen me in een vreemde taal.

Hij is aan het bidden.

Dat mag ook wel.

‘Zie je in de hel.’ Ik haal de trekker over en schiet een kogel door zijn kop.

Met een schok kom ik overeind. De dunne lakens plakken aan mijn lichaam. ‘Klootzak.’ Ik adem in en geef mijn ogen de tijd om zich aan te passen aan het vroege ochtendlicht. Vanachter het panoramaraam van mijn slaapkamer zie ik de skyline van Londen. Het is zes uur ’s ochtends. Ik weet het zonder dat ik ook maar op de wekker hoef te kijken en het is niet alleen de opkomende zon die me dat zegt. Het alarm in mijn hoofd dat elke ochtend om dezelfde tijd explodeert is zowel een last als een zegen.

Ik zwaai mijn benen over de rand van het bed en pak mijn telefoon. Geen berichten, geen gemiste oproepen, ik kijk er niet van op. ‘Goeiemorgen wereld,’ mompel ik en ik gooi de telefoon weer op het kastje. Dan strek ik mijn armen uit zodat ook mijn spieren wakker worden. Ik rol met mijn schouders, adem diep in en vervolgens langzaam weer uit door mijn neus. Ik leun voorover, leg mijn armen over mijn knieën, staar naar de stad voor me. Ik probeer de nachtmerrie weg te stoppen in een veilig plekje ergens in mijn gedachten. Ik haal langzaam adem. In en uit. In en uit. Dan doe ik mijn ogen dicht en dank de kracht van opgelegde sereniteit. Ik ben er een meester in.

Onder mijn blote kont voel ik het bed bewegen en mijn gestage hartslag stopt heel even. Mijn hand glijdt onder het matras en haalt mijn VP9 tevoorschijn nog voordat ik mezelf daartoe opdracht heb gegeven.

Impuls.

Het wapen richt zich op het doelwit dat net wakker aan het worden is, zelfs nog voordat ik mezelf daartoe opdracht heb gegeven.

Instinct.

Ik kom overeind, naakt als op de dag waarop ik ben geboren, armen stil en recht voor me uitgestrekt. Het 9mm pistool past perfect in mijn hand.

‘Hmmmmm.’ Ik hoor een zacht gekreun en een wirwar van lange, naakte ledematen strekt zich uit. Mijn gedachten gaan terug naar de bar waar ik gisteravond was. Net voordat ze haar ogen opent laat ik mijn wapen zakken. Ze glimlacht lui naar me en strekt kreunend haar slanke, strakke lichaam uit. Het is een berekende zet van haar, bedoelt om me te laten kwijlen en mijn pik omhoog te laten komen. Jammer voor haar. Ik denk nu maar aan één ding. En dat is niet aan haar.

Ze komt omhoog, leunend op een elleboog. Haar kin rust in haar hand en haar lange vingers trommelen tegen de gladde huid van haar wang. Ze heeft een prachtig lichaam en dat weet ze maar al te goed. Gevaarlijk mooi. Net als elke andere vrouw die ik heb geneukt. En elke andere vrouw die ik uit bed heb gegooid. Ik geef haar niet de aandacht waar ze om vraagt. Snel verstop ik mijn wapen weer onder het matras want ik ben me zeer bewust van het feit dat ze me in de gaten houdt. Ze kijkt aandachtig naar me en likt waarschijnlijk haar lippen, hopend dat ik ze ook zal likken. Ik verwacht een zeer teleurgestelde vrouw. Zelfde verhaal, andere dag. Ik heb vanmorgen alleen geen zin in een klap in mijn gezicht.

Terwijl ik langzaam opsta, rolt zij op haar rug en glimlacht verleidelijk naar me. Ze laat haar donkerbruine ogen over mijn lichaam glijden. ‘Kom terug naar bed,’ fluistert ze terwijl we elkaar aankijken.

Zij heeft maar één ding in gedachte. Maar ik ook. Hardlopen, net als iedere ochtend. Ik draai me om en voel dat ze me vuil aankijkt. En ik heb nog niet eens iets gezegd. Dit kan nog interessant worden.

‘Sorry, maar ik heb dingen te doen,’ roep ik bot over mijn schouder zonder verder ook maar enige aandacht aan haar te schenken. Ik heb hier geen tijd voor. ‘Neem gerust een banaan mee voor onderweg.’

Ik loop de badkamer in. De ramen, die van het plafond tot de vloer lopen, geven me een uitzicht van 180 graden over de stad. Toch houden ze mijn aandacht veel minder lang vast dan ik had gewild, want achter me hoor ik een harde gil. Ik zucht, draai me om en draai ondertussen de kraan open en kijk in de spiegel, wachtend op wat komen gaat. Ik zie er net zo belabberd uit als ik me voel. Klote Jack Daniel’s ook. Ik glijd met mijn hand over mijn ruwe kaak en hoor haar zeggen ‘Je bent een gore klootzak’ en zie dan de contouren van een naakte vrouw mijn badkamer in komen stommelen.

Ik kan het niet oneens zijn met haar. Ik ben ook een klootzak. Een gespannen, wraakzuchtige klootzak. Ik wou dat ik wat vrede en rust kon vinden, maar dat lukt niet. Telkens wanneer ik mijn ogen dichtdoe zie ik hun gezichten. Danny. Mike. Ze waren als broers voor me en zelfs nu nog, vier jaar later, besef ik dat het mijn schuld is dat ze dood zijn. Mijn stommiteit. Mijn egoïsme. Ik kan er niet aan ontsnappen. Ik kan wel afleiding zoeken. Werk, drank en seks: het is het enige wat ik nog heb. En zonder een opdracht op dit moment, zijn er nog maar twee afleidingen over. Vermoeid kijk ik naar haar in de spiegel. Ze ziet er net zo woedend uit als ik had gedacht. ‘Fuck you!’ bijt ze me verontwaardigd toe, haar kaken op elkaar geklemd van woede. Ik wou verdomme eens dat ze wat anders zeiden. Het is altijd fuck you. Pakkend ja, maar ontzettend saai als je het al meer dan een miljoen keer hebt gehoord. Ik vraag mezelf ’s ochtends regelmatig af waarom ik er toch steeds weer aan begin. De drank, de vrouwen, de afwijzing zodra ik klaar ben met ze. Mijn antwoord komt altijd ’s avonds wanneer ik probeer me te ontspannen… en daar niet in slaag omdat ik dan weer een verleden voor me zie dat ik maar niet kan vergeten. Gelukkig kan ik mezelf wel wat afleiding bezorgen en de onverdraaglijke flashbacks beperken. Omdat ik de laatste weken geen opdrachten heb gehad, zijn mijn bezoekjes aan de bar het enige wat ik heb. Drank is alles wat ik heb. Vrouwen zijn alles wat ik heb. Het is saai ja, maar saai is beter dan ondraaglijk.

Ze staat in de deuropening te koken van woede. Tenminste, zo probeert ze het te laten overkomen. Want ik zie ook verlangen. Haar tepels zijn hard en haar boze ogen kijken me nog steeds hongerig aan.

Ik draai mijn hoofd opzij en zie dat ze begerig naar me kijkt, haar lippen uit elkaar. Maar mijn pik blijft slap. Ik heb niet eens een ochtenderectie.

‘Doe de deur achter je dicht als je gaat,’ commandeer ik bot en ik kijk haar aan met een uitdrukkingsloos gezicht. Elk beetje aantrekkingskracht dat ervoor zorgde dat ze daar bleef staan verdwijnt nu als sneeuw voor de zon. Goed zo. Hopelijk rot ze dan nu echt op.

En dan zie ik het. Het voornemen.

‘Daar gaan we dan,’ mompel ik in mezelf en ik ga rechtop staan en zet mezelf schrap. Ik ben toch eerlijk geweest gisteravond. Ik heb haar verteld dat ze niets meer moest verwachten dan een goeie neukpartij. Ze is zo’n ontgoochelde vrouw die denkt dat ze meer van me kan krijgen.

Ze stormt op me af, met opgeheven hand. ‘Klootzak!’ Ze geeft me een flinke pets op mijn wang. En ik laat haar. Klootzak? Nog zo’n fantasieloze belediging.

Ik knars met mijn tanden en wacht tot de pijn verdwijnt. Dan strek ik mijn nek en doe mijn ogen open. Ze is er verdomme nog steeds. Dit is een koppige. Ik strek mijn arm uit en wijs naar de deur en zie nog net de vluchtige en verwachtingsvolle blik op haar gezicht. Ze dacht dat ik haar beet zou pakken en zou nemen. Jee, wat zal ze teleurgesteld zijn zeg.

‘De deur is daar,’ zeg ik en ik wijs langs haar heen.

We staren elkaar even aan. Zij is verbijsterd omdat ze waarschijnlijk terugdenkt aan die geweldige beurt die ik haar vannacht heb gegeven. Ik wil alleen maar dat ze verdomme vertrekt zodat ik verder kan gaan met mijn dag.

‘Bedankt voor de gastvrijheid,’ sneert ze. Dan draait ze zich eindelijk om en stormt weg.

‘Ik heb nooit gastvrijheid beloofd. Ik heb beloofd je suf te neuken.’ En dat moet gelukt zijn, want ze heeft er pijnlijk lang over gedaan om de signalen te herkennen. Ik heb geen interesse. De mazzel.

De deur slaat zo hard dicht dat de muren ervan trillen. Ik loop terug naar de spiegel en poets mijn tanden. Daarna trek ik een korte broek en mijn loopschoenen aan en ga naar buiten.

#

De ochtendlucht voelt goed. Ik loop het park in en luister naar de kalmerende geluiden van Londen tijdens het ochtendgloren, het weinige verkeer, de vogels, het geluid van andere voeten die neerkomen op het wegdek. Het zorgt allemaal voor het kalmerende effect dat ik nodig heb om mijn dag goed te laten beginnen. De dauw ligt nog op het gras en een vochtige mist kleeft aan mijn naakte torso. Ik heb een flink tempo en haal alle andere lopers in Hyde Park in. Mijn benen beginnen gevoelloos te worden. Zo heb ik het graag. Het zegt me dat ik precies hard genoeg loop. Het zegt me ook dat ik die zestien kilometer nog voor half acht zal hebben volbracht.

Mijn aandacht is automatisch naar voren gericht, alsof ik de route al duizenden keren heb gelopen. En dat is misschien ook wel zo. Dezelfde gezichten, veelal vrouwen, glimlachen hoopvol wanneer ze me tegemoet rennen. Ze rechten hun rug en proberen hun ademhaling enigszins consistent te laten lijken. Vandaag zou wel eens de dag kunnen zijn dat ik stop om ze gedag te zeggen, of misschien zelfs even naar ze zal glimlachen. Zoals ik al zei… enorme teleurstelling. Het zijn gewoon gezichten in een zee van vele betekenisloze gezichten, mensen die ik tegenkom. Mijn lichaam ontwijkt ze allemaal automatisch en vakkundig, zodat ik tegen niemand aan bots.

Na een half uur wordt mijn hoofd wat helderder. Het zweet zorgt ervoor dat de alcohol uit mijn lichaam verdwijnt. De laatste anderhalve kilometer stroomt het van mijn lichaam totdat mijn longen beginnen te branden.

Klaar.

Ik begin langzamer te lopen en kom tot stilstand bij Nero’s en kijk omhoog naar de hemel. Ik knik tevreden. Tien voor half acht precies. Ik loop naar binnen, pak een servetje en veeg mijn voorhoofd af terwijl ik naar de toonbank loop. Ik pak een flesje water uit de koeler, draai de dop eraf en drink het hele flesje in een keer leeg. De medewerkster heeft het al aangeslagen nog voordat ik de kans heb gehad om geld uit mijn zak te halen.

‘Uw zwarte koffie komt eraan,’ zegt ze en ze pakt het biljet aan. Ze kijkt nog even snel over haar schouder terwijl ze spreekt.

‘Dank je,’ mompel ik en ik gooi het lege waterflesje rechtstreeks de prullenbak in. Mijn zwarte koffie staat al klaar tegen de tijd dat ik mijn aandacht weer op het meisje achter de toonbank richt. Ze heeft het wisselgeld ook al in haar hand.

Ik pak de beker, neem het wisselgeld aan en vertrek onmiddellijk. Het verkeer wordt al drukker terwijl ik door Berkeley Street loop en een krant koop bij mijn vaste verkooppunt. Hij heeft hem al in zijn hand wanneer hij me ziet, een glimlach op zijn gezicht. ‘U bent er vroeg bij vandaag, meneer.’

Ik knik, pak de krant aan en werp hem een pond toe terwijl ik vlug de voorpagina bekijk. Woede neemt bezit van me wanneer ik de kop zie.

19 DODEN BIJ SCHIETPARTIJ VAKANTIEGANGERS TURKIJE

‘Klootzakken.’ Ik slik de woede en de hulpeloosheid weg en lees verder. Evacuaties zijn gaande, toeristen zijn gewaarschuwd niet naar Turkije te reizen. Het land is toegevoegd aan de lijst met andere gevarenzones in Europa. De hele wereld is tegenwoordig verdomme een gevarenzone. Nergens is het veilig. Nergens ben je beschermd tegen die hersenspoelende rukkers die de wereld op zijn kop zetten. Ik vouw de krant weer op en gooi ’m in een prullenbak waar ik net langsloop. Ik weet niet waarom ik het mezelf aandoe. Er is niets wat ik kan doen om te helpen. Niet nu. Ze hebben me niet nodig, willen me niet. Mijn destructieve uitbarsting in Afghanistan heeft daar wel voor gezorgd. De gezichten van mijn kameraden, mijn vrienden, breken de verdedigingsmuur in mijn gedachten af. Gelukkige gezichten. Dode gezichten. Ik knipper de flashback weg voordat die in mijn hoofd blijft zitten. Ik moet verdomme nog een keer zestien kilometer gaan lopen.

#

Ik draai de douchekraan open en laat de temperatuur precies zoals-ie is: ijskoud. Druppels ijswater raken me vanuit alle vier de richtingen en zorgen ervoor dat mijn lichaam een flinke afstraffing krijgt en het zweet en de gevolgen van mijn drankgelag van gisteravond van me afspoelen. Het voelt goed. Echt. Ik laat mijn hoofd achterovervallen en laat de stralen op mijn gestoppelde gezicht neerkomen. Ik denk na over mijn werkzaamheden voor die dag. Mijn pistool schoonmaken… voor de vierde keer deze week. Mijn e-mail checken. En misschien Abbie bellen.

Zij staat al vier jaar lang elke dag op mijn lijstje. Maar ik heb er nog steeds niks mee gedaan. Bel haar gewoon. Laat haar gewoon weten dat je nog leeft. Dat is het enige wat ze wil horen. Alles wat ik kan geven. En toch kan ik mezelf er niet toe brengen om terug te keren naar het verleden. Mijn ademhaling komt tot rust. Geweervuur, explosies, geschreeuw.

E-mails!

Ik wrijf over mijn wangen. Het lukt me om een paniekaanval af te weren en ik pak de douchegel. Ik moet verder met de rest van de dag. Nadat ik me gewassen heb en een handdoek om mijn middel heb geslagen, pak ik mijn pillen. Ik stop er een paar in mijn mond en loop de open ruimte van mijn appartement in, naar de panoramaramen en het enorme bureau. Ik ga in de enorme zwart lederen bureaustoel zitten, zet mijn laptop aan en kijk uit over de stad. Terwijl mijn laptop aan het opstarten is, verzink ik in gedachten.

Sms haar dan. Laat haar weten dat je nog leeft. Binnensmonds lach ik om mijn trieste realiteit. Abbie is waarschijnlijk de enige op deze planeet die om me geeft. Of misschien wel niet meer. Ik ben verder helemaal alleen. Geen familie. Geen vrienden. Geen ouders.

Vanaf het moment dat mijn ouders omkwamen tijdens de vlucht van Pan Am 103, had ik maar één doel voor ogen. Oorlog. Ik was elf jaar. Ik snapte niet eens goed wat er was gebeurd, maar ik wist wel dat er slechte mensen bestonden en dat ze tegengehouden moesten worden. Die brandende behoefte om te strijden tegen het kwaad werd alleen maar sterker naarmate ik ouder werd. Mijn grootmoeder, oud en fragiel, zorgde voor mij totdat ze overleed aan ouderdom. Er was nu niemand meer die zich zorgen om me maakte. Ik kon het leger in gaan en een bijdrage leveren. Alles om te helpen.

Mijn akelig accurate doel werd al snel opgemerkt en ik werd weggehaald bij de cadetten. Ze gaven me een geweer en ik heb nooit meer omgekeken. Ik richtte, ik schoot, en het was raak. Steeds maar weer had ik het gevoel dat ik iets presteerde. Geen schuldgevoel. Slechts prestatie. Omdat er weer een gehersenspoelde klootzak minder in de wereld was om ons zorgen om te maken.

Ping!

De ping van een e-mail schudt me wakker uit mijn gedachten. ‘Hallo, lekker ding,’ zeg ik in mezelf wanneer ik haar naam op het scherm zie verschijnen. Plotseling heb ik weer hoop. Ik heb twee weken zonder opdracht gezeten en ik word onderhand helemaal gek. Twee weken lang alleen maar drinken, neuken en proberen de herinneringen die door mijn hoofd spoken op afstand te houden. Zoals altijd komt Lucinda meteen ter zake… en dat is ongetwijfeld ook de reden dat ze de enige vrouw ter wereld is die ik wel mag.

Maar mijn tevreden glimlach verdwijnt algauw wanneer ik verder lees.

CLIËNT: Trevor Logan – zakenmagnaat en bezitter onroerend goed

ONDERWERP: Camille Logan – jongste kind cliënt en enige dochter

MISSIE: Schaduwen

DUUR: Onbepaald

WAARDE: £100.000 p/w

Ik leun achterover in mijn stoel en vouw mijn vingers voor mijn mond. Ik lees het mailtje nog wel vier keer door. Een ton per week? Daar zit vast iets achter. Schaduwen? Dat heb ik al heel lang niet meer gedaan en ik weet ook niet zeker of dit wel zo’n goed idee is, al is het maar omdat de cliënt de dochter is van Trevor Logan: een meedogenloze zakenman die op weg naar de top alles en iedereen om zich heen heeft vermorzeld. Ik heb over hem gelezen in de krant, onlangs nog toen hij voor de rechter stond omdat hij werd beschuldigd van het onderdrukken van minderheidsaandeelhouders van een bedrijf waar hij zich had ingekocht. Uiteraard won hij die zaak. Hij wint altijd alles. En de pers staat altijd achter die klootzak. De man is verschrikkelijk schijnheilig en ik kan me niet voorstellen dat zijn dochter heel veel anders zal zijn. Lucinda moet dit toch ook hebben overwogen. Ze zou in elk geval beter moeten weten. Ze kent mijn verleden. De verschrikkelijke verhalen, elk smerig klein detail. Voor deze klus is 24 uur bewaking nodig. En dan voor een vrouw als zij? Vergeet het maar. Ik zou haar wurgen… of, erger: de constante herinneringen aan een andere vrouw met dezelfde karaktertrekken zouden mijn flashbacks kunnen verergeren. Ik probeer mijn kop erbij te houden. Nee. Ik kan het niet. Zelfs niet voor zo’n bedrag. ‘Ik begon je net aardig te vinden, Lucinda,’ mompel ik zachtjes terwijl ik een antwoord tik en haar precies dat vertel. Ik vervloek haar omdat ze me in de verleiding brengt om juist die ene regel te veranderen. Ze weet dat ik het moeilijk heb wanneer ik me nergens op kan richten. Maar drinken en neuken zijn ook niet alles meer nadat ik me er wekenlang aan te buiten ben gegaan bij gebrek aan een klus. Ik sta net op het punt om op ‘verzenden’ te klikken wanneer ik de uitnodigend glimmende Google-werkbalk zie.

‘Fuck,’ mompel ik en ik tik een paar woorden in.

Ik heb meteen een hekel aan wat ik zie. Een vrouw, zoals ik wist, van midden twintig ongeveer, met lange benen en een gevaarlijk verleidelijke glimlach. Haar lange blonde haar hangt in een rommelige vlecht over haar schouder terwijl ze champagne staat te drinken tijdens een tuinfeest. Ze is omgeven door kwijlende mannen. Dit ene beeld, samen met het feit dat ze de dochter is van de beruchte Trevor Logan, zegt me alles wat ik weten moet.

Verwend kreng.

Het ergste soort vrouw.

En toch. Op het moment waarop ik eigenlijk zou moeten wegklikken en mijn mailtje naar Lucinda zou moeten versturen, merk ik dat ik zonder na te denken klik op ‘meer afbeeldingen’. Op sommige komt ze net een club uit, duidelijk dronken. Andere foto’s laten haar zien op feestjes, of terwijl ze over straat loopt in Londen met tientallen winkeltasjes aan haar armen. Er zijn ook professionele foto’s, met name voor modemerken en ontwerpers. Ik frons wanneer ik Wikipedia ineens voor mijn neus krijg. Heeft ze verdomme een Wikipedia-pagina? Ik zucht, maar klik toch op de link en lees verder.

Camille Logan, jongste kind van zakentycoon Trevor Logan en berucht feestbeest. Camille is geboren op 29 juni 1990 en heeft kortstondig mode gestudeerd aan London College voordat ze werd gespot door Elite Models. Ze woont in Londen en is vaak te zien op feestjes. Ze heeft een relatie gehad met Sebastian Peters, erfgenaam van Peters Communications. Camilles maten zijn typisch voor een model: 172 cm lang, 86 cm binnenkant been, 70 C bh-maat en 63,5 cm tailleomvang. Blond haar, blauwe ogen. Haar relatie met Sebastian Peters eindigde vorig jaar op nogal onprettige wijze, waarna ze zich op heeft laten nemen in The Priory Clinic om van haar cocaïneverslaving af te komen. Sinds die tijd heeft ze haar carrière als model weer opgepakt en werkt ze voor merken als Karl Lagerfeld, Gucci en Boss.

Geschokt val ik achterover in mijn stoel. ‘Staan al haar maten er verdomme bij?’ Vol ongeloof ga ik verder met mijn e-mail en voeg er nog een PS aan toe.

Nog niet voor een miljoen! Ik doe het niet.

Ik voeg niet eens een bedankje toe. Lucinda moet verdomme gek zijn geworden. Ik sla mijn laptop hard dicht en loop naar de kledingkast.

#

Ik draai de amberkleurige vloeistof in het rond en kijk hoe het tegen de binnenkant van het glas aan slaat. De hoeveelste van de avond is dit nu? De tiende? Elfde? Ik sla het drankje achterover en zet het glas met een harde klap op de bar neer. De barkeeper vult mijn glas meteen weer bij en ik knik dankbaar naar hem, mijn ellebogen rustend op de bar. Ik weet dat er naar me gekeken wordt door de aanwezige vrouwen. Allemaal willen ze maar wat graag oogcontact maken. Maar als ik een van hen ook maar enige aandacht geef, dan weet ik dat de avond zal gaan zoals het de afgelopen tijd steeds is gegaan. Neuken, afscheid en een klap. En nog een keer. Alleen maar wat drinken vanavond. Alleen maar wat drinken.

Ik wrijf stevig met mijn knokkels in mijn ogen. Bij een gebrek aan afleiding, of het nu om een opdracht gaat of een vrouw om te neuken, is het gevecht tegen de demonen uit mijn verleden een ware strijd. Gezichten schieten door mijn gedachten, gezichten die dagelijks door mijn gedachten spoken. Explosies doen mijn brein trillen en mijn hartslag schiet omhoog. ‘Godverdomme,’ stamel ik. Ik kijk op en zie onmiddellijk een paar wellustige wimpers vanaf de andere kant van de bar naar me knipperen. Ze is een uitstel van de persoonlijke kwelling die ik moet ondergaan, maar net als ik opsta om naar haar toe te lopen klinkt het oorverdovende geluid van kapotvallende glazen in mijn oren en moet ik de bar vastpakken om mezelf staande te houden. Mijn hart klopt in mijn keel en er schieten bekende scènes door mijn hoofd. Uit elkaar knallende ramen, explosies door vijandelijk vuur, angstkreten. Ik probeer mezelf tot kalmte te manen. Mijn ogen schieten alle kanten op in een poging mezelf eraan te herinneren waar ik ben. De barkeeper vloekt en ik zie hoe hij staat te kijken naar het gebroken glas dat rond zijn voeten ligt.

‘Hé, lekker stuk.’

Ik kijk op en zie hoe de vrouw die aan de andere kant van de bar zat, verleidelijk naar me glimlacht. Het idee dat ik haar mee zou kunnen sleuren naar mijn appartement en haar zou kunnen neuken tot ik niet meer kan, brengt me dit keer niet tot rust. Ik kan haar gezicht niet zien. Ik zie alleen mijn verleden. Deze vrouw die me in stilte smeekt om haar te neuken is slechts een tijdelijke afleiding. Ik heb een onderbreking nodig die langer duurt. Ik knipper met mijn ogen en haal mijn pillen uit mijn zak. Terwijl ik het dopje losdraai, strompel ik de bar uit. Ik moet me ergens op kunnen richten en snel ook. De flashbacks worden steeds frequenter en mijn pillen worden steeds minder effectief. Als ik zo door blijf gaan, zit ik straks net als Camille Logan in The Priory Clinic. Dan ben ik weer terug op het punt waar ik vier jaar geleden was: verloren, verslaafd en met niets anders te doen dan constant mezelf kwellen en steeds mijn nachtmerries opnieuw beleven. Ze zijn me altijd blijven achtervolgen, maar ik weet hoe ik ze in toom moet houden. Ik moet mijn persoonlijke shit gewoon aan de kant schuiven en Camille Logan gewoon als een nieuwe klus beschouwen. Me concentreren op de missie. Dat is het. Dat is alles wat ik heb. Ik pak mijn telefoon en bel mijn hulplijn.

‘Ik stond net op het punt je te bellen,’ zegt Lucinda ter begroeting terwijl ik de bar uit strompel en me tegen de muur staande houd.

‘De klus. Ik doe het.’ Het maakt me geen reet uit wie de klant is. Een vrouw, een kind, een fucking aap.

‘Goed,’ zegt ze zonder er veel ophef over te maken. ‘Blij dat je ervoor zorgt dat ik je geen schop onder je kont hoef te geven.’

Mijn hart ontspant zich enigszins. ‘Iemand moet het doen,’ mompel ik.

‘Waar ben je?’

‘Chelsea.’

‘In een bar?’

‘Ga net weg.’

‘Met?’

‘Niemand.’

Ze lacht ongelovig. ‘Zorg ervoor dat je goed slaapt, Jake. En zorg ervoor dat je morgen om drie uur bij Logan Tower bent. Er zal morgen een ton op je rekening worden overgeschreven.’ Ze hangt op en ik ga naar huis. Ik denk nu alleen nog maar aan de klus en nergens anders meer aan. Ik ben de beste bij het beveiligingsbedrijf waar ik voor werk. Ik steek mezelf geen veren in mijn reet, het is simpelweg een feit. Als je ervoor wilt zorgen dat iemand veilig is, dan huur je mij in. Ik heb een schone lei en ben van plan dat zo te houden. Ik ben weer helemaal terug.