HOOFDSTUK 24

CAMI

Jake is opgefokt en gespannen wanneer hij me naar zijn Range Rover brengt die geparkeerd staat in een steegje vlakbij. Hij ontspant niet eens wanneer ik eenmaal veilig in de auto zit. Hij is alert en kijkt om zich heen, terwijl hij door achterafstraatjes rijdt in de richting van de buitenwijken van de stad.

Zijn gedrag maakt mij ook steeds achterdochtiger en ik let goed op of ik geen politieauto’s zie. Mijn vader heeft echt een dieptepunt bereikt. Die stunt van hem, het feit dat hij Sebastian heeft betaald om een aanklacht in te dienen tegen Jake, maakt me gewoon misselijk. Het zorgt er ook voor dat ik me afvraag wat hij verder nog voor inspanningen zal doen om Jake van me weg te houden. Ik probeer zijn gedachtegang te begrijpen en een snippertje compassie te vinden voor mijn vader, dat ervoor kan zorgen dat ik de haat die ik nu voel minder wordt, maar ik kan het niet vinden. Hij zal er nooit in slagen om ons uit elkaar te drijven. Ik zweer het, als hij zo doorgaat met die dwaze acties van hem, dan zeg ik nooit meer een woord tegen hem. Dan is hij dood voor mij.

Ik draai me om om Jake aan te kunnen kijken. ‘Wat gaan we met mijn vader doen?’

‘Laat mij me daar maar zorgen over maken,’ zegt hij cool. Hij lijkt nu rustig, kalm zelfs. Waarom lijkt hij zich niet zo veel zorgen te maken als ik?

‘Jake, hij wil je in de gevangenis laten gooien om je zo bij me uit de buurt te houden!’

‘Dat zal niet gebeuren.’

Mijn mond valt open van verbazing. Is hij vergeten waartoe mijn vader in staat is? ‘Hoe kun je dat zo zeker weten?’

‘Geloof me maar,’ zegt hij en hij legt zijn hand zachtjes op mijn knie. ‘Hij gaat niet winnen, Cami.’

Ik kijk naar Jakes grote hand op mijn knie. Zijn aanraking voelt warm en troostend. Toch neemt het niet al mijn zorgen weg. ‘Je bent een ex-soldaat,’ mompel ik. ‘Jij wilde de wereld redden en hij wil hem alleen maar overheersen.’ Ik strek mijn arm uit en streel zijn wang. Even doet hij zijn ogen dicht, haalt zijn hand van mijn knie en legt hem over de mijne op zijn wang. Plotseling ziet hij er moedeloos uit, verzonken in gedachten.

‘Ik hou van je, engel,’ zegt hij zachtjes en hij brengt mijn hand naar zijn mond en kust hem. ‘Meer dan wat dan ook.’

Ik glimlach en wou dat ik hem kon laten weten hoe belangrijk hij voor me is. Er zijn geen woorden. Ik breng zijn hand naar mijn mond en kus zijn knokkels. ‘Waar gaan we eigenlijk naartoe?’

‘Ik heb een huisje op het platteland. Niemand weet ervan.’

‘En hoe lang wil je me daar dan verborgen houden?’

‘Net zo lang tot je vader bij zinnen is gekomen.’

Ik laat een kille lach horen. ‘Nooit dus,’ mompel ik en ik leun ontspannen achterover.

Hij kijkt me half glimlachend aan. ‘Dan houd ik je daar voor altijd vast.’

Onaangedaan haal ik mijn schouders op. ‘Ik vind het best.’

#

Nadat we twee uur hebben gereden, draaien we een klein landweggetje op, met aan weerszijden een dichte heg. Twintig minuten later rijden we nog steeds op dezelfde weg die eindeloos lang lijkt door te gaan, alsof er nooit een einde aan komt. Het weggetje is maar breed genoeg voor één auto en we zijn geen andere auto’s tegengekomen. Dat is maar goed ook want niemand zou ons kunnen passeren, niet eens op de fiets. Ik zie alleen maar velden tot aan de horizon. Lege velden… geen koeien, geen schapen, geen leven. Ik ben stil terwijl Jake met speels gemak de Range Rover over het smalle weggetje navigeert. Hij lijkt precies te weten waar elk gat, elke bobbel en elke kuil zit. Dan rijden we een steile heuvel op en de wolken lijken steeds dichterbij te komen totdat we de top bereiken en we langzaamaan weer naar beneden gaan, in de richting van de aarde. Ik gluur vanuit mijn ooghoek naar Jake en zie dat hij een stuk relaxter is en dat de spanning in zijn spieren weg is. Dan glimlacht hij en ik kijk naar wat dit geluk bij hem veroorzaakt. En ik staar met open mond.

Een huisje op het platteland? Het huis staat trots in de verte, omgeven door een paar andere kleinere gebouwen: een garage, een vrijstaand gebouw, en een paar schuren. Het is crèmekleurig, met donkere ramen die met hout zijn omlijst en een massief houten voordeur.

‘Huisje?’ vraag ik en ik vraag me af wat ik eigenlijk verwachtte. Een hutje, misschien? Jake zou niet eens in een hutje passen.

‘Het heeft maar vier slaapkamers. Het ziet er imposanter uit dan het in feite is.’ Hij neemt een scherpe bocht zodat ik genoodzaakt ben om mijn nek uit te steken om het huis te kunnen blijven zien. ‘De dichtstbijzijnde buren wonen vijfentwintig kilometer verderop.’

‘Gezellig,’ mompel ik. Weer neemt hij een bocht. We bevinden ons letterlijk in de onbewoonde wereld. ‘Je lijkt me helemaal geen plattelandstype.’

‘Ben ik ook niet.’

‘Dus hoe zit het dan met die velden en varkensstallen?’

‘Het was de meest afgelegen en geïsoleerde plek die ik kon vinden.’

‘Waar heb je zo’n afgelegen en geïsoleerde plek voor nodig?’ vraag ik terloops hoewel ik vanbinnen brand van nieuwsgierigheid.

Hij stopt, zet de motor uit en draait zich naar me toe. Ik kan aan de glimlach op zijn gezicht zien dat hij heeft gemerkt dat ik op het punt sta een heleboel vragen op hem af te vuren. ‘Omdat ik wist dat ik op een dag een mooie prinses zou ontmoeten die ik zou moeten beschermen tegen haar boze vader.’

Ik knijp mijn ogen toe. ‘Dat is niet grappig.’

‘Vind je het niet goed dat ik probeer om onze situatie wat te verlichten?’

Onze situatie? Ik haat het dat we in een situatie zitten. Ik haat mijn vader. ‘Ik haat het dat ik weg heb moeten lopen.’

Jake springt uit de auto, loopt eromheen en houdt het portier voor me open. Hij pakt mijn hand vast bij het uitstappen. ‘Je vader heeft de politie op me afgestuurd, Cami. Ik blijf niet in Londen rondhangen totdat ze me te pakken hebben. We blijven hier totdat ik weet wat er aan de hand is.’

‘En hoe ben je van plan dat aan te pakken?’ vraag ik en ik laat me schoorvoetend door hem in de richting van de deur duwen.

‘Ik ben ermee bezig.’ Hij doet de deur van het slot en duwt hem open. Ik kijk naar binnen en zie een enorme vierkante hal met deuren die naar verschillende kamers leiden en een trap die naar de eerste verdieping gaat.

Het besef van de hele situatie raakt me plotseling. Misschien vind ik het wel niet zo erg dat ik weg heb moeten rennen. Ik en Jake. Alleen. Helemaal afgesloten van de buitenwereld. Misschien moet hij het maar niet proberen op te lossen, want hier opgesloten zitten de komende tijd lijkt plotseling heel aantrekkelijk.

‘Is er veel te doen hier?’ vraag ik en ik loop naar binnen en kijk rond.

‘Ik kan genoeg dingen bedenken om te doen.’ Hij raakt met de voorkant van zijn lichaam mijn achterkant en ik moet stiekem lachen. ‘Alleen jij en ik. Niemand die ons stoort.’ Hij kust mijn nek waardoor het begint te kriebelen tussen mijn benen. Trillend val ik tegen hem aan. ‘Maar eerst ga ik met je uit eten.’

Ik kijk hem fronsend aan want ik heb in de hele omtrek geen enkel teken van leven gezien. ‘Waar dan?’

‘Laat mij dat maar regelen.’ Hij draait me om en kijkt me aan, zijn donkere ogen glijden over mijn gezicht. Hij neemt me helemaal in zich op. Ik laat hem, want ik neem hem ook graag in me op. Hij ziet er zo tevreden en ontspannen uit, iets wat ik nog niet vaak bij hem heb gezien. ‘Vanavond vergeten we alles en zijn we alleen maar saampjes.’ Hij bukt en raakt zachtjes mijn lippen aan en duwt voorzichtig mijn mond open. Ik kreun en ontspan me en ben meer dan gewillig om te doen wat hij zegt. Maar na vanavond? Wat gaat er dan gebeuren?

#

Jake leidt me naar een enorme slaapkamer, met een hoog plafond en gedetailleerde versieringen. Er hangt een glazen kroonluchter laag boven het bed en de muren zijn bedekt met een warm behang. Er is een open haard met houten blokken erin. Het is weelderig, maar niet overdreven en dus gezellig en uitnodigend. Het staat in schril contrast met de minimalistische inrichting van zijn fabrieksappartement.

Nadat hij me achter heeft gelaten om zich voor te bereiden op het eten, loop ik de badkamer in en zie daar een bekende tas staan. Ik kijk erin en vind mijn kleding en diverse toiletartikelen. Ik glimlach. Hoe…

Ik kijk naar mijn eigen spiegelbeeld, verzonken in gedachten. Alleen Jake en dit enorme landhuis, omgeven door vele hectaren land. Ik zie mijn glimlach weer, maar deze verdwijnt snel wanneer ik me realiseer dat ik Heather niet eens heb laten weten waar ik ben. Ze zal zich ontzettend zorgen maken. Mijn telefoon staat uit en ik weet zeker dat ze zal hebben geprobeerd me te bellen.

‘Shit.’ Ik loop snel de slaapkamer weer in en zie mijn mobiel op bed liggen. Zodra ik hem aanzet zie ik meteen ik weet niet hoeveel gemiste oproepen van Heather. Ik negeer die van mijn vader en bel meteen mijn beste vriendin.

Ze neemt meteen op. ‘Cami, er staat een foto van jou en Jake in de bladen!’ zegt ze met urgentie in haar stem.

Dat is oud nieuws. Ik kijk ervan op want meestal is ze zeer goed op de hoogte van alles wat er gebeurt in Londen. ‘Ik weet het.’

‘Echt?’

‘Ja, mijn vader weet het ook.’

‘O, fuck.’

‘Ja, hij is niet blij.’ Ik vertel haar wat ze waarschijnlijk al weet, maar vertel haar ook nog iets wat ze zeker niet zal weten. ‘Hij heeft Sebastian betaald om een klacht tegen Jake in te dienen.’

‘Wat?’ Haar gegil doet me huiveren. ‘Waarom zou hij dat doen?’

‘Omdat hij Jake weg wil hebben,’ mompel ik. ‘En ik niet.’

‘Dus je bent niet voor je bodyguard gevallen?’

‘Kappige grut.’

‘Inderdaad,’ zucht ze. ‘Waar ben je?’

Ik kijk om me heen en zie een raam. Ik loop ernaartoe en kijk uit over de velden. ‘Ik weet het niet,’ geef ik toe.

‘Hoe bedoel je?’

‘Ik ben bij Jake. De politie is naar hem op zoek dus we zijn weggegaan uit Londen totdat dit is opgelost.’

‘Ben je op de vlucht?’

Ik lach stiekem. ‘Ik denk het wel ja.’ Maar ik weet niet goed voor wie ik nu eigenlijk op de vlucht ben.

‘O shit, Cam,’ roept ze. ‘Waarom is je vader toch ook zo’n lul?’

‘Ik weet het niet.’ Ik zucht en grijp naar mijn voorhoofd. ‘Luister, als iemand iets vraagt, heb je me niet gesproken, oké? Vooral niks tegen mijn vader zeggen.’

‘Natuurlijk niet!’ Ze klinkt beledigd dat ik het zelfs maar durf te suggereren.

‘Dank je. Ik bel je morgen.’

‘Wel doen hoor.’

Ik hang op, zet mijn telefoon weer uit en gooi hem op bed. Dan haast ik me naar de badkamer want ik wil opschieten zodat ik snel weer bij Jake ben. We hebben de afgelopen vijf uur bijna aan elkaar vastgeplakt gezeten. Als we nu iets meer dan een paar meter van elkaar vandaan zijn, dan voelt dat al verkeerd.

#

Ik heb geen idee wat ik aan moet trekken. Hij neemt me mee uit eten, maar waarheen? Heb ik onderweg een restaurant over het hoofd gezien, dat ergens tussen de bosjes lag verstopt? Ik loop de houten trap af, mijn zwarte sleehakken hangen aan mijn vingers. Ik luister of ik Jake ergens hoor. Ik draag een grijze parachute-achtige jurk met dunne bandjes en versiering rond de zoom. Ik bedacht me dat ik het wat chiquer zou kunnen maken, of juist niet, afhankelijk van waar hij me mee naartoe wil nemen.

‘Jake,’ roep ik en ik loop om de trap heen, in de richting van de landelijk uitziende keuken. Maar Jake is niet in de keuken. Ik frons en loop weer terug in de richting van de woonkamer, maar die is ook leeg. ‘Waar ben je?’ vraag ik en ik loop de hal weer in. Ik kijk even rond en vraag me af waar ik verder nog kan zoeken en bedenk me dat hij misschien wel buiten zit te wachten in de auto. Dus ik draai me om en loop naar de deur.

Er zit een stukje papier op geplakt. Nieuwsgierig loop ik ernaartoe en lees de eerste regel.

Pak dit papiertje en volg de instructies.

Ik glimlach en trek het los voordat ik verder lees.

Loop naar de oprijlaan. Er is een ruimte tussen twee eikenbomen. Volg het pad tot je aankomt bij de grote stam van een omgevallen boom. Daar zul je je volgende instructie vinden.

Jake x

Er gaat een opwindende rilling door me heen. De gedachte om op schattenjacht te gaan windt me op. Want de schat is Jake.

Ik laat mijn schoenen op de vloer vallen en trek mijn ballerina’s aan die bij de deur staan. Snel loop ik het huis uit. Ik zie de twee eikenbomen al staan aan het einde van de oprijlaan. Precies zoals hij zei.

Ik ren met een enorme grijns op mijn gezicht. Zodra ik tussen de bomen door ben gelopen, kom ik terecht in een dichtbegroeid bos, maar ik zie wel een pad. Ik loop het pad af en vermijd zorgvuldig de grotere takken die her en der liggen.

Het voelt alsof ik deel uitmaak van een sprookje. Het bladerdak van de bomen boven me laat niet veel meer van een streepje avondzon door. Ik haast me en kom uiteindelijk uit bij een grote ronde open plek met een enorme boomstam in het midden, de schors valt eraf. Het lijkt wel alsof hij er al honderd jaar ligt. Er zit een papiertje op vastgeprikt.

Mijn opwinding wordt groter want ik kom steeds dichter bij Jake. Ik spring naar voren en trek het los.

Op een dag ga ik je neuken op deze eeuwenoude boomstam.

Kijk naar rechts. Er staat een zilveren berk. Loop erlangs en volg het nieuwe pad totdat je aankomt bij een rode rozenstruik. Daar zul je je volgende instructie vinden. Pas op voor de doorns.

Jake, x

Ik hou het papiertje tegen mijn mond en bijt op het hoekje en weersta de drang om naar de zilveren berk toe te rennen die ik al heb zien staan. Ik weet niet waar hij is, maar misschien wordt hij het wel zat als ik lang genoeg hier blijf en komt hij me zoeken. Dan kan hij van ‘Op een dag’ vandaag maken en me neuken op deze oude boomstam.

Ik loop langzaam een rondje en neem de omgeving in me op. Ik ben onder de indruk van hoe mooi het hier is. Een vergeten stuk bos, omgeven door enorme bomen, waarvan sommige honderden en honderden jaren oud zijn. Het is rustig en vreedzaam. De enige geluiden zijn die van de natuur. Pure, ongerepte natuur. Geen auto’s, geen gebouwen, geen vervuiling. Ik zou hier voor altijd kunnen blijven. Waarom kunnen we niet voor eeuwig hier blijven? En gaan trouwen en kinderen krijgen en ze op laten groeien in dit vreedzame toevluchtsoord, weg van de grote stad en de buitenwereld? Ik bijt op mijn lip, denkend dat ik veel te hard van stapel loop. Of toch niet?

Snel loop ik de zilveren berk voorbij en kom dan bij nog een pad. Ik voel amper de takjes die onder mijn blote voeten kraken, zo graag wil ik naar hem toe om mijn armen om hem heen te slaan en in hem op te gaan. Jake. Niets anders dan Jake. Zijn kracht, zijn passie, alles.

Ik zie de rozenstruik verderop. Het prachtige rood trekt me aan als een magneet. Hij is enorm, een toonbeeld van Engelse schoonheid midden in het bos. Ik ga langzamer lopen en zie een wit stukje papier tussen de doorns en bloemen zitten. Ik stop en vraag me af wat er op dit briefje zal staan. De rode bloesem geeft een bedwelmende geur af die ervoor zorgt dat ik het wil strelen en eraan wil ruiken. Ik snuif de geur diep in en adem dan weer uit en doe mijn ogen dicht. Ik voel me warm, rustig en sereen. Ik laat de roos weer los en pak het papiertje beet. Voorzichtig, om me niet te prikken aan de doorns. Ik trek het papiertje los van de bladeren en lees dan de volgende woorden.

Deze plek is mijn veilige haven. Nu is het ook de jouwe. Alles wat ik bezit is van jou.

Ik hou van je. Meer dan ik ooit had kunnen denken van iemand te houden.

Pak een roos en steek hem in je haar. Volg dan het pad van sneeuwklokjes totdat je bij de prachtige rode esdoorn komt.

Jake. x

Ik houd het papiertje tegen mijn neus en adem diep in, alsof ik zijn geschreven woorden zou kunnen inademen. Hij houdt van me. Alles wat hij bezit is van mij, maar het enige wat ik echt wil en nodig heb is zijn hart. Zijn vrede.

Voorzichtig strek ik mijn arm uit en pak de grootste roos die ik kan vinden. Met gemak komt hij los van zijn tak, alsof hij me behulpzaam wil zijn. Ik pak een paar losse lokken vast en duw de rode blaadjes achter mijn oor.

Dan draai ik me om, zie de sneeuwklokjes en loop glimlachend langs het pad, tussen de bomen door. Ik volg zijn bevelen op en blijf het pad volgen. De enorme rode boom ontneemt me de adem. De bladeren zijn zo rood als de roos die ik achter mijn oor heb zitten. Op de stam van de boom zit weer een briefje geprikt. Ik vraag me af hoeveel het er in totaal zijn want ik ben een beetje ongeduldig. Ik ren ernaartoe en trek het papiertje los.

Wat je ook voor kleren aangetrokken hebt, trek ze uit. Trek alles uit.

Mijn adem stokt in mijn keel en mijn lichaam komt tot leven.

Voorbij deze esdoorn is een opening die je naar mij zal leiden. Haast je.

Jake. x

Ik slik en laat mijn schoenen en tas vallen en het papiertje ook. Ik kijk om me heen en pak de zoom van mijn jurk vast. Heel raar want er is hier helemaal niemand die me kan zien. Maar toch voelt het spannend. Het is warm, de avondzon schijnt nog steeds boven de bomen en de frisse lucht van de nacht laat nog even op zich wachten.

Maar toch worden mijn tepels stevig en hard wanneer ik mijn jurk over mijn hoofd trek. Ik laat hem op de grond vallen en bijt op mijn lip wanneer ik mijn slipje uittrek. Nog steeds kijk ik automatisch om me heen, alsof iemand me stiekem zou kunnen bespieden. Ik giechel en durf te wedden dat de eekhoorns en vogels zich af zullen vragen wat er in hemelsnaam aan de hand is. Wie is dit mens dat zomaar haar kleren uittrekt in ons bos?

Ik stap uit mijn slipje en laat hem bij mijn voeten liggen. Ik kijk langs de esdoorn of ik de opening tussen de vele struiken en bomen door kan zien. Ik zie haar en glimlach. Ik doe de roos achter mijn oor nog even goed en loop in de richting van het open gebied. Bij elke stap die ik neem worden mijn borsten gevoeliger en mijn ademhaling gaat sneller bij elke stap die ik zet.

Voorzichtig loop ik verder want het gebladerte is dik en dreigt mijn blote lichaam te bekrassen. Ik schuifel langs de struiken en takken totdat ik zonlicht zie, nu niet langer een paar streepjes meer. Ik ga sneller lopen en houd mijn adem in wanneer ik eindelijk bij de opening kom en de dichte begroeiing achter me kan laten.

‘O mijn god,’ fluister ik en weer kom ik terecht in een betoverend stukje natuur. Ik bevind me nog steeds in het bos maar hier is het meer open. De stammen van de bomen zijn dunner, gladder, en ze zijn op grote afstand van elkaar geplant. Ik kijk naar beneden en glimlach, betoverd door wat ik zie. De grond voor mijn ogen is als een zee van blauw. Wilde hyacinten. Ik neem het allemaal in me op. Ik probeer het in elk geval, want het is bijna niet te bevatten hoe mooi het is, dit verborgen toevluchtsoord van Engelse natuurpracht.

Ik hoor iets achter me en draai me om. Even vergeet ik waarom ik hier ben. Ik houd mijn hand voor mijn borst en even huiver ik wanneer ik Jake zie.

Hij staat achter me en zijn slanke lichaam is ook naakt. Op zijn knappe gezicht staat een glimlach.