HOOFDSTUK 13
JAKE
Ik voel mijn pik nog steeds nakloppen, de nawerking van een erectie die veel te lang heeft geduurd.
Ik weet niet wat ik dacht, maar Camilles gezicht toen ik haar zo afblafte, deed me bijna breken. Ik haatte mezelf echt op dat moment. Ik ben een klootzak geweest tegen vele vrouwen en heb me er nooit schuldig over gevoeld. Houd ze op afstand. Simpel.
Met Camille is het anders. Ik verlang naar haar nabijheid en voelde me een regelrechte klootzak toen ik zo bot tegen haar was. En ik haatte mezelf nog meer toen ik haar tegenhield terwijl ik had gezegd dat ze weg moest gaan. Ik zag de twijfel in haar ogen, haar gedachten die op hol sloegen. Ik kan wel raden wat die gedachten waren. Verdomme, heel even, toen ik haar vasthad, gaf ik er bijna aan toe. Had haar bijna gekust. Ik kon mezelf verdomme niet tegenhouden.
Godzijdank belde haar moeder. Ogen op de bal houden, Jake. En niet op dat perfecte gezicht en lichaam, die zijn gemaakt om aanbeden te worden.
Ik kreun en doe mijn best het kloppende gevoel in mijn pik te negeren. Het is niet mijn enige frustratie. Camilles bespottelijke idee – waarbij ze naar buiten wilde gaan zonder mij – maakte me zowel boos als gefrustreerd. Logan heeft nog steeds niks gehoord en Lucinda houdt zijn e-mails in de gaten. Wat willen ze verdomme? Geld is het meest logische antwoord. En toch, Logan heeft er zakken vol van en ze vragen er niet naar. Hij houdt iets verborgen. Ik ben ervan overtuigd.
Ik parkeer de auto in een zijstraat nadat Camille me nogal kortaf had medegedeeld waar we heen zouden gaan. Ze springt uit de auto en is al onderweg voordat ik de motor uit heb kunnen zetten. Ik loop een paar passen achter haar en volg haar rustig. Ze ziet er zonder veel moeite geweldig uit in een klein zwart jurkje, maar die rood gezoolde dingen aan haar voeten zien er dodelijk uit. Het zwarte materiaal deed haar topaaskleurige ogen even oplichten toen ik haar aankeek voordat we haar appartement verlieten. Sindsdien heeft ze me genegeerd.
Wanneer we aankomen bij de ingang van het chique hotel waar ze met haar moeder en broer heeft afgesproken, is de portier net bezig om een lading opzichtige bagage op een trolley te tillen en dus moet Camille zelf de deur opendoen. Ik zie hoe ze ermee worstelt en met haar slanke lijf tegen het gepolijste metaal aan duwt.
Ik strek mijn arm uit, pak het handvat beet en raak per ongeluk haar hand. We verstijven allebei. Dan trek ze snel haar hand terug en legt hem tegen haar borst. Ze snakt naar adem. We blijven allebei even zo staan, mijn hand nog steeds op het handvat rustend en een rilling die over mijn rug loopt. Jezus, dit wordt alleen maar erger… de spanning, de onschuldige aanrakingen… mijn reactie.
Ik kijk stiekem naar Camille en trek snel de deur voor haar open en doe meteen een stap terug zodat we elkaar niet weer aanraken. Ze haast zich langs me heen zonder een enkel woord van dank of erkenning en loopt de lobby in alsof ik er niet eens ben.
Ik haal diep adem en loop achter haar aan. Wanneer Camille plotseling stopt, op slechts een paar meter afstand van mij, doe ik dat ook. Ze draait zich naar me om, maar weigert me aan te kijken. ‘Hou me in de gaten als dat moet, maar kun je dat vanaf een afstandje doen zodat mijn moeder me niet gaat ondervragen?’
‘Ze weet van niks?’ vraag ik.
‘Nee en dat wil ik ook zo houden. Ze zal zich alleen maar zorgen maken en vervolgens mijn vader de volle lading geven. En dat doet ze al vaak genoeg.’
Ik neem snel de omgeving in me op, elk detail, elke persoon in de nabije omgeving, en sla het allemaal op in mijn geheugen. ‘Waar gaan jullie zitten?’
‘Ze heeft altijd dezelfde tafel achter in het restaurant.’ Ze weigert me nog steeds aan te kijken, maar wijst naar de ingang van het restaurant.
‘Lijkt er dus op dat ik alleen moet eten,’ zeg ik en ik gebaar haar om voor te gaan. Ze negeert mijn cynisme. Ik laat haar een paar meter voor me uit lopen en volg dan, maar blijf op afstand wanneer de gastheer haar begroet en naar een tafeltje brengt. Mijn voeten komen weer in beweging en leiden me het restaurant in, achter haar aan. Camilles moeder ziet er precies zo uit als op elke foto die ik heb gezien. Een knappe vrouw van in de veertig, met hetzelfde blonde haar en dezelfde topaaskleurige ogen, hoewel ze iets minder helder zijn dan die van haar dochter. Afgezien van het feit dat ze opvallend veel op elkaar lijken, merk ik geen andere gelijkenissen op. Ze ziet er arrogant en verwaand uit. Een diva, eigenlijk. Elke keer dezelfde tafel? Een chauffeur? Het enige wat nog mist is een roze pakje met franjes en een kraag versierd met diamanten.
Ze begroeten elkaar met omhelzingen en zoenen. Ik loop naar een tafeltje een paar meter van Camille en haar moeder vandaan, want veel verder weg wil ik niet gaan zitten. Ik ga schuin zitten zodat ik het hele vertrek goed kan overzien, maar zorg er wel voor dat ik niet opval.
‘Meneer?’
Ik kijk op en zie een keurig geklede ober naast mijn tafel voor twee staan met een vragende blik op zijn gezicht. ‘Een glas water graag,’ zeg ik en ik besluit maar niet de Jack te bestellen die ik zo hard nodig heb.
‘Het spijt me.’ Hij ziet er zenuwachtig uit. Wat is zijn probleem? Ik heb amper iets gezegd en ik was ook nog eens beleefd. ‘Heeft u gereserveerd?’
Dus dat is zijn probleem. Deze tent ziet er niet uit alsof je er zomaar even binnen kunt komen vallen om gevoed te worden. ‘Ja,’ antwoord ik gladjes en ik pak de menukaart aan. Mijn glimlach is duidelijk genoeg om te suggereren dat hij mijn antwoord maar beter kan accepteren en door moet lopen.
‘Uw naam meneer?’ vraagt hij. Hij is dapper.
Ik zucht. ‘Kijk eens in dat boekje daar vooraan.’ Ik wijs met mijn vinger naar de ingang van het restaurant. ‘De naam die bij deze tafel staat, dat ben ik.’
‘Het spijt me meneer, maar deze tafel is gereserveerd.’
Ik voel hoe Camille me behoedzaam aankijkt, want ze weet wat voor toestanden ik kan veroorzaken. En dat is de enige reden waarom ik met tegenzin toegeef. ‘Heeft u een andere tafel?’ vraag ik beleefd.
‘Ja, meneer.’ Hij glimlacht en wijst naar de andere kant van het restaurant. ‘Als u mij wilt volgen.’
Ik volg zijn vinger en zie het lege tafeltje waarnaar hij verwijst. Ik snuif. Te ver weg. ‘Ik blijf hier wel zitten, dank u.’
‘Maar meneer, ik…’ Hij zwijgt wanneer ik hem aankijk. Ik kan me de dreiging in mijn ogen wel voorstellen. Laat je niet boos maken, zeg ik tegen mezelf. ‘Meneer.’ Hij knikt en loopt weg. ‘Ik zal uw water gaan halen.’
‘Doe dat maar.’ Snel werp ik een blik op Camille en zie dat ze naar me kijkt. Haar moeder praat ondertussen honderduit. Camille mompelt af en toe wat terug. Haar lippen zien er zacht en uitnodigend uit.
Het lukt me niet om weg te kijken en ik voel haar ogen branden. Maar ze kijkt snel de andere kant op, neemt nog een slokje en richt zich dan weer op haar moeder. Ik snap het allemaal niet en geef mezelf figuurlijk een klap in het gezicht. De ober komt terug met een kan water, opgeleukt met schijfjes limoen en citroen.
‘Heeft meneer al een keuze kunnen maken?’
‘Wat u maar kunt aanbevelen,’ zeg ik. Ik haal mijn mobiel uit mijn zak maar zie geen gemiste oproepen of berichtjes.
‘De Kreeft Thermadore is beroemd, meneer.’
‘Dan neem ik dat.’ Ik haal mijn contactenlijst tevoorschijn en zie Abbies naam voorbijkomen. Ik frons en wacht op de onvermijdbare knoop in mijn maag. Maar die komt niet want ik zit nog steeds naar Camille te turen. Mijn frons wordt dieper en ik probeer te bedenken wat ik eigenlijk zou willen zeggen tegen Abbie als ik haar zou bellen. Hoi, heb je me gemist? Ik moet lachen.
Ik gooi mijn telefoon op tafel en wrijf over mijn gezicht. Dan trek ik mijn jasje uit en hang ’m over de leuning van de stoel. Ik weet niet waarom ik mezelf dag in dag uit kwel met ditzelfde dilemma. Ze wil vast niks van me horen. Ze zal toch wel gelukkiger zijn als ik wegblijf. Ze is me waarschijnlijk allang vergeten. Beter om dat zo te laten. Er zal niets goeds van komen.
Ik hoor gegiechel en schrik op uit mijn gedachten. Camille gooit lachend haar hoofd achterover en ook haar moeder zit te lachen. Wanneer het heden me zo vol in het gezicht raakt, ben ik mijn verleden plotseling totaal vergeten. Ik glimlach. Er is geen enkele vrouw die me aan het glimlachen heeft gemaakt sinds…
Ik pak mijn telefoon en bel Logan. Zoals gewoonlijk neemt hij meteen op. ‘Sharp,’ zegt hij. Ik leun achterover en kijk snel naar Camille. Ze gaat helemaal op in het gesprek.
‘Iets gebeurd?’ vraag ik.
‘Niets.’
Gefrustreerd knars ik met mijn tanden. ‘We hebben de koeriersdiensten gecontroleerd op de dag waarop u zei dat de bedreiging werd afgegeven bij Logan Tower.’ Ik laat een korte stilte vallen om hem de gelegenheid te geven wat te zeggen en om te luisteren of ik iets hoor in zijn ademhaling, zodat ik weet dat ik iets op het spoor ben. Maar ik merk niets en dus ga ik maar verder. ‘Er is die middag geen koerier geweest om de brief af te leveren.’
‘Dat moet wel,’ zegt hij stellig. ‘Heb je de bewakingsbeelden bekeken?’
‘Ja.’
‘De bestanden?’
‘Ja.’
‘Dan is het misschien wel door iemand anders afgegeven. Geen koerier.’
Zijn bewering geeft me even wat tijd. ‘U was er toch heel duidelijk over dat het een koerier was,’ wijs ik hem erop.
‘Ik… ging daarvan uit. Misschien… heb ik het verkeerd.’ Hij struikelt over zijn eigen woorden, waardoor ik alleen maar nog argwanender word.
‘Ik begrijp het,’ zeg ik snel en ik doe het voorkomen alsof zijn opmerking niet belangrijk is. Ik brand van nieuwsgierigheid, maar ik heb het gevoel dat wanneer ik te veel aandring mijn diensten binnenkort niet meer nodig zullen zijn. Dan huurt hij gewoon iemand anders in om zijn dochter te beschermen. Iemand die geen vragen zal stellen. En ik vertrouw niemand anders deze klus toe. Trouwens, het zorgt voor de nodige afleiding en voorkomt die ellendige nachtmerries. ‘Ik bel weer zodra ik een update heb.’ Ik hang bedachtzaam op. Dan schudt het zoete geluid van Camilles lach me wakker uit mijn overpeinzingen. Ze ziet er vrolijk uit. Ontspannen.
TJ arriveert een paar minuten later en begroet beide vrouwen liefdevol. Het is interessant om te zien hoe Camilles moeder haar stiefzoon knuffelt alsof hij haar eigen kind is. Het laat een onverwachte kant van haar zien. Ze is bekakt, maar duidelijk gek op haar stiefzoon. Voordat hij gaat zitten, werpt hij een blik op mij en knikt discreet naar me ter begroeting. Ik knik terug en richt mijn aandacht weer op Camille.
#
Camille heeft met lange tanden een karige salade zitten eten. Het is een vrolijke boel aan hun tafel en ik vind het fijn om haar zo gelukkig te zien met haar moeder en broer. Verder is er niets bijzonders gebeurd. Geen verdachte activiteiten of figuren en geen paparazzi.
Ik reken vast af in de veronderstelling dat Camille zo meteen ook zal vertrekken en wacht tot ze opstaat. Ik houd haar als een havik in de gaten om te zien of ze niet nu al dronken is. Maar ze lijkt nuchter. Dit in tegenstelling tot haar moeder die wel een beetje staat te wiebelen op die gouden hakken van haar en de leuning van de stoel moet beetpakken. Snel slaat ze nog even een laatste slok bubbels achterover. TJ pakt net op tijd de elleboog van zijn stiefmoeder beet om haar overeind te houden en Camille geeft haar een arm. Zo lopen ze samen het restaurant uit, met mij op hun hielen.
We lopen de stoep op en hoewel ik niet blij ben met de te grote afstand tussen ons, houd ik me afzijdig wanneer ze afscheid nemen. Ik probeer zo discreet mogelijk te zijn, maar als je zo groot bent als ik valt het niet mee om niet op te vallen.
Er komt een Bentley voorrijden en de chauffeur stapt uit. Hij loopt om de auto heen en opent het achterste portier voor Camilles moeder. ‘Schatteboutje, het was geweldig je te zien.’ Ze slaat haar armen om haar dochter heen en geeft haar en TJ een knuffel. ‘Zorg goed voor jezelf,’ beveelt ze. ‘En laten we niet zo lang wachten tot de volgende keer.’
TJ lacht. ‘Jij bent degene met het drukke sociale leven!’
‘Ik probeer gewoon bij te blijven.’ Ze geeft hem een knipoog en een zoen op zijn wang. ‘Doei schatteboutjes.’ Ze neemt gracieus plaats op de achterbank en de chauffeur doet het portier dicht.
TJ’s blitse auto komt aanrijden en de jongen van de parkeerdienst geeft hem zijn sleutel. ‘Dank je,’ zegt hij en hij geeft hem een briefje van twintig. ‘Gedraag je vanavond.’
Camille rolt met haar ogen. ‘Ik gedraag me altijd. Waarom ga je niet mee?’
Hij lacht geamuseerd. ‘Ik laat het feesten wel aan jou over.’ Hij leunt voorover, geeft haar een zoen op de wang en kijkt mijn kant op. ‘Volgens mij ben je in goede handen, maar wees wel voorzichtig, hè?’
Voorzichtig? Ik weet dat hij mijn deskundigheid om haar te beschermen niet in twijfel trekt. Hij wil haar alleen maar op een subtiele manier herinneren aan de ellende die ze eerder heeft meegemaakt. En te zien aan de zachte, bijna smekende uitdrukking in TJ’s ogen, herinnert hij er mij ook aan. Maar hij hoeft zich geen zorgen te maken. Ik bescherm haar. Tegen álles.
Camille werpt een vluchtige blik over haar schouder en bijt op haar lip. ‘Ja,’ zegt ze.
Ik wacht tot de auto’s weg zijn gereden en ga dan naast haar staan aan de kant van de weg. Het enige waar ik nu nog aan kan denken, geheel onterecht en ongepast, is hoe opgelucht ik ben dat Camille niet de karaktertrekken heeft van haar ouders. Ze heeft zich gevormd tot de persoon die ze zelf wil zijn en ondanks een paar uitglijders mag ze trots zijn op zichzelf.
‘Interessante vrouw, je moeder,’ mompel ik.
‘Je bedoelt zeker pretentieus?’ Ze kijkt me aan. ‘Je hoeft niet beleefd te zijn. Ze is oké, in kleine hoeveelheden.’ Ze pakt haar mobiel, tikt een berichtje in en drukt op verzenden. ‘De Picturedrome is een paar straten verderop. Laten we maar gaan,’ zegt ze vastbesloten en loopt in de richting van mijn auto. Ik zucht en loop haar achterna, wetende dat de avond nog lang niet voorbij is.
#
Het lawaai. Jezus, het is onverdraaglijk. Uit de speakers knalt een keiharde beat en de tent is afgeladen met honderden twintigers. Allemaal zijn ze aan de champagne. De duisternis in die tent bevalt me niks. Wanneer Camille naar binnen stapt komen er meteen gillend een paar jonge vrouwen op haar af.
Camille krijgt een glas champagne in haar handen geduwd, met dank aan Heather, en wordt bedolven onder de knuffels. Ik grom wanneer de mannen haar ook beginnen te knuffelen. Ik word van alle kanten bekeken, de vrouwen zijn geïnteresseerd, de mannen achterdochtig. Vanaf een paar meter houd ik Camille nauwlettend in de gaten. Ze is ontspannen en vrolijk. Dat zorgt ervoor dat ik ook wat meer ontspannen ben wanneer ik aan de bar ga zitten en me voorbereid op een lange nacht.
Een uur later ben ik ten einde raad. Ik heb in de vijfendertig jaar van mijn leven heel wat nare situaties meegemaakt, maar ik durf gerust te stellen, hand op mijn duistere hart, dat het afgelopen uur het ergste is geweest. Toekijkend hoe ze zich schuifelend over de dansvloer beweegt heeft fysieke pijn bij me veroorzaakt. Zo nu en dan vraag ik me zelfs af of ze het opzettelijk doet. Goed, ik ben een professional en ik kan het wel verdragen, maar ik ben ook een man, een man die het al te lang zonder moet doen.
Ik kreun zachtjes en probeer niet naar haar te kijken. Maar dat is lastig want ze is mijn cliënte. Een klus. Maar verdomme wat is ze perfect en mooi, zowel in haar schoonheid als haar karakter. Niet één man in deze bar is immuun voor de aandacht die ze opeist zonder daar echt moeite voor te doen. De andere vrouwen, allemaal bloedmooi, steken schril bij haar af. Ik glimlach stiekem en voel me op een vreemde manier trots.
Dan gaan mijn ogen in de richting van de bovenste plank van de bar. Ik heb een borrel nodig.
‘Hé!’ Cami verschijnt aan mijn zijde, giechelend. ‘Ik moet even plassen,’ zegt ze van het ene been op het andere huppelend. ‘Wil je meekijken?’ Haar brutaliteit brengt me niet van mijn stuk. Ze is dronken. Ik ben hoe dan ook blij dat ze me waarschuwt in plaats van dat ik achter haar aan moet lopen.
‘Kom.’ Ik leg mijn hand onder op haar rug en weiger hartstochtelijk toe te geven hoe goed dat voelt.
Ze loopt zonder veel moeite door maar trekt dan mijn hand weg. Ik zou het jammer vinden, ware het niet dat ze in plaats daarvan mijn hand stevig in de hare neemt. Ik weet niet hoe ik het heb. Mijn benen doen het nog steeds, maar de rest werkt niet meer. De zachtheid van haar hand voelt zo goed. Ik probeer op mezelf in te praten, maar mijn hart gaat als een bezetene tekeer. Haar blonde haar danst op en neer tegen haar sierlijke rug. De kwelling die de hele avond al voortduurt bereikt nieuwe hoogtes. Ik kan me dan wel gedragen als een professional, maar mijn pik en alle andere vitale organen doen even niet mee. Weerstand, daar gaat het om. Verstandig zijn is van groot belang.
Ik word verscheurd door conflicten, niet in staat te begrijpen hoe het kan dat dit meisje al deze gevoelens in me losmaakt; gevoelens die al die jaren dood zijn geweest. Sinds ik aan deze klus ben begonnen heb ik geprobeerd sterk te zijn, mijn best gedaan om duidelijkheid te scheppen in deze verwarrende gevoelens en om de boel in perspectief te blijven zien. Nu begin ik te vrezen dat deze gevoelens sterker zijn dan mijn vermogen om me ertegen te verzetten.
Camille draait zich om en kijkt me aan. We staan in een lange gang. Haar haar lijkt in slow motion op en neer te dansen. Ze glimlacht nog steeds. Ik heb als volwassen man nog nooit gehuild. Ik ben getraind in hardheid. Emoties zijn gevoelens die ik lang geleden ben vergeten. Ik was gelukkig op die manier. Maar deze meid schopt dit allemaal in de war. Ze is gevaarlijk voor me. Ik kan verdomme wel janken van frustratie.
‘Kom je mee naar binnen?’ vraagt ze plagend en ze maakt haar hand los van de mijne. Wat zien ze er perfect uit zo verstrengeld samen. Zachtjes knijp ik er even in. Wat is er verdomme met me aan de hand? Ik laat haar snel los en stap naar achteren, net op het moment dat Saffron bij ons komt staan.
Ze bekijkt me eens goed en begint te praten. ‘Misschien moet ik er ook maar eens zo eentje nemen.’
‘Saffron!’ zegt Camille fronsend en ze stoot haar giechelende vriendin aan.
‘Het spijt me niet hoor.’ Ze geeft me een knipoog en pakt dan Camilles hand vast. Ze is ook dronken. ‘Ga je naar het toilet?’
‘Als het mag.’ Cami kijkt me serieus aan en ik kijk haar ernstig aan.
‘Ik ga mee.’ Ik ben geen engerd maar ik mag Camille nu eenmaal niet uit het oog verliezen.
‘Dat kan niet!’ zegt ze vol afschuw. ‘Dit gaat me te ver. Ze zullen je arresteren!’
‘Camille, zie ik eruit als een man die er opgewonden van raakt om naar vrouwen te gluren in het damestoilet?’
‘Nee, maar daar denken de andere vrouwen wellicht anders over!’ Ze kijkt naar Saffron, die weer begint te dansen. ‘Kom op.’
Ik loop naar voren. ‘Ca…’
Ze legt haar hand over mijn mond en ik verstijf en kijk in haar dronken ogen. Wat is dit? Verlangen? Ze stapt snel naar achter en staart naar de grond. ‘Er is daar geen gevaar,’ mompelt ze zachtjes.
Ik probeer mezelf tot rust te dwingen. Ik kan dit niet verdragen. ‘Dan vind je het vast niet erg als ik dat even controleer, of wel?’ zeg ik met duidelijke stem. Ze schudt trillend haar hoofd. Geen bezwaar? Geen geruzie? En zelfs geen gedoe?
Dit is te veel. Ik ben een seksueel gefrustreerd hoopje ellende. Ik loop langs haar heen en duw de deur van het damestoilet open en wil naar binnen stappen… maar dan klinkt er geschreeuw. Er is heel wat voor nodig om mij aan het schrikken te krijgen, maar het blijkt dat een stelletje geschrokken vrouwen het kan.
‘Fuck!’ Ik laat de deurkruk los en zie nog net de gezichten van de dames in de wc. Vanzelfsprekend zijn ze niet blij. ‘Ga nou gewoon,’ snauw ik ongeduldig tegen Camille en ik zwaai boos naar de deur. ‘En schiet op!’
Beide dames gaan snel het toilet in en ik neem een positie in met mijn rug tegen de deur. Deze avond heeft zijn tol geëist. Ik ben verdomme uitgeput. Fysiek én mentaal. Ik weet nu al dat wanneer deze klus erop zit, ik een hele krat Jack leegdrink, een jaar lang ga slapen en zal neuken voor twee.
De deur gaat open en er komen twee dames uit met een blik die het midden houdt tussen aantrekkingskracht en walging. Niet iets waar ik niet aan gewend ben.
‘Dames,’ zeg ik terwijl ze weglopen.
Ik kijk en zie dat Camille in de spiegel kijkt en haar haar staat te borstelen. Dan valt de deur weer dicht. Ze zag er onthutst uit. Een beetje zoals ik me voel. Ik kruis mijn armen voor mijn borst en tik ongeduldig met mijn voet op de vloer. Even later komen er nog twee dames naar buiten.
Camille is nog steeds binnen, friemelend aan haar haar. Ik rol met mijn ogen en geef haar in stilte nog een minuut voordat ik haar eruit haal.
Het is de langste minuut van mijn leven want ik realiseer me maar al te goed dat ze niet blij zal zijn wanneer ik haar kom halen. Mijn hart begint onprettig hard te bonzen. Fuck. Ze komt er wel weer overheen. Ik ga rechtop staan en duw de deur open. Het hout knalt tegen de tegels aan de achterkant, maar ik weet niet of het lawaai daardoor wordt veroorzaakt of dat het het gevolg is van mijn kop die uit elkaar knalt.
Het is alsof ik een stomp in mijn maag, hart en longen tegelijkertijd krijg. Hoe de fuck is Sebastian Peters hier binnengekomen zonder dat ik het heb gemerkt? Zijn hand schiet naar voren en raakt Camille vol in het gezicht. ‘Jij stom kreng!’ gilt hij en hij smijt haar op de vloer. Haar wang raakt met een oorverdovende knal de rand van de wasbak. ‘Ben ik soms niet goed genoeg voor je? Je bent van mij!’
Ik sla door. Voordat ik het zelf doorheb, heb ik hem bij zijn strot te pakken en sleep hem door het damestoilet. De kracht waarmee hij met zijn rug tegen de muur kwakt trilt door mijn hele lichaam. Zonder het te merken heb ik hem al twee enorme dreunen gegeven, eentje op zijn oog en eentje op zijn wang. Het geeft me een goed gevoel. Zo fucking goed. Ik trek mijn pistool, haal de veiligheidspal eraf en druk ’m tegen zijn slaap. Hij weet letterlijk niet wat hem overkomt en snakt naar adem. Zijn vingers proberen mijn hand los te trekken en de angst is duidelijk zichtbaar in zijn drugsogen.
‘Laat me je even naar buiten helpen,’ snauw ik tegen hem en ik druk het pistool nog wat harder tegen zijn hoofd. ‘Ik houd momenteel een Heckler VP9 op je mooie hoofdje gedrukt. Het wordt een smerige boel wanneer ik je hersens eruit knal en ik zal er waarschijnlijk een levenslange gevangenisstraf voor krijgen, maar dat heb ik er graag voor over, met de troostende gedachte dat jij dan dood bent.’ Ik trek mijn knie op en ram hem in zijn ballen zodat de kleine rat het uitgilt van de pijn. ‘Doet dat zeer, Sebastian?’ Ik geef hem nog een knal en geniet van zijn pijn.
‘Alsjeblieft,’ snikt hij. Het snot en de kwijl druppelen triest langs zijn kin. Hij blijft maar snuiven, zijn ogen puilen uit en zijn neus is rood rond zijn neusvleugels. Ik snap het wel. Hij zal zich wel onoverwinnelijk voelen doordat hij stijf staat van de coke. Maar nu is hij even niet meer zo onoverwinnelijk.
Ik knipper met mijn ogen en weer zie ik het beeld voor me van zijn hand tegen Camilles wang. Ik word overmand door woede. Ik heb veel mannen vermoord en gedaan wat gedaan moest worden. Ik was alleen, anoniem en werd gevreesd door duizenden. Ik was de sluipschutter. Ik was het onbekende. Ik was cool en kalm. Gevaarlijk om de juiste redenen.
Dat is allemaal veranderd nadat zíj me naaide.
Ik zorgde ervoor dat ik niet meer denkbeeldig was. Ik zorgde ervoor dat iedereen die op mijn pad kwam de haat in mijn ogen zag. Het deed er niet toe dat mijn wraak misplaatst was. Buitensporig geweld was mijn enige uitlaatklep.
Ik had een uitlaat nodig voor de woede en de pijn die ik voelde. De pijn die zij had veroorzaakt.
Dus ik haalde mezelf uit de verborgen duisternis van de gevarenzone en ging het veld in. Die dag keek ik in de ogen van een man en voordat ik hem doodde zag ik zijn angst. Het maakte me niet uit. Ik werd roekeloos. Stom. Wat was ik stom. Mijn egoïstische behoefte om dat te doen heeft geresulteerd in de dood van twee van mijn mannen. Twee gezichten die me voor altijd zullen blijven achtervolgen. Twee mannen die vrouwen en kinderen hebben achtergelaten. Twee góéde mannen. Ik was geen goede man. Ik had het moeten zijn. Zelfhaat en schuldgevoel, ik word er door achtervolgd. Al sinds het is gebeurd.
Dat zal vandaag geen probleem zijn. Mijn instorting destijds kwam doordat een vrouw me gek maakte. Ik voel nu eenzelfde gevoel in me opkomen, maar dit keer zal ik er beter mee omgaan. Ik weet precies wat ik aan het doen ben.
Ik stop mijn pistool weer in mijn holster en laat Sebastians nek los. En met nog een vernietigende stomp in zijn nieren, valt hij op de grond als een zak stront, jammerend en huilend. ‘Jij zal heel lang niet kunnen werken, mooie jongen.’ Mijn voet schiet naar voren en raakt hem vol tegen zijn ribben.
Het voelt als een van de grootste uitdagingen in mijn leven om hem niet te vermoorden.