Dankwoord
Mensen zijn serieus als ze het over het Tweede-Roman-Syndroom hebben (denk aan het Tweede-Album-Syndroom, maar dan zonder het extraatje van vijf maanden duimendraaien in een studio op de Bahama’s, wachtend op inspiratie). Het was een unieke uitdaging, die ik niet tot een goed einde gebracht zou hebben zonder de hulp en de steun van veel getalenteerde mensen.
Eerst en vooral mijn fantastische redacteur bij Doubleday, Marianne Velmans, die me constant heeft gestimuleerd en op de vriendelijkste toon de lastige dingen heeft gezegd die gezegd moesten worden. Dit boek zou zonder haar het licht niet gezien hebben. Ik dank ook haar assistente, Suzanne Bridson, die me suggesties van onschatbare waarde aan de hand heeft gedaan, en die vaker alle conceptversies heeft gelezen dan misschien goed voor haar was. Dank ook aan het hele team van Transworld, met name Lynsey Dalladay, Kate Samano en Larry Finlay, en aan Janine Giovanni voor haar perfect getimede blijk van vertrouwen.
Felicity Blunt, mijn geweldige agente, heeft me tijdens spannende momenten in haar eigen leven bijgestaan. Dank aan haar en aan Katie McGowan en alle anderen van Curtis Brown voor hun permanente steun.
Ik bedank ook commissaris Mary Doyle voor het beantwoorden van verschillende politiegerelateerde vragen, en Nicky Steward voor zijn advies over wetsaangelegenheden. Eventuele ongerechtigheden met betrekking tot een van deze onderwerpen zijn geheel voor mijn rekening.
Als een boek een paar keer herschreven wordt, zoals met dit boek gebeurd is, moet je wel zeer loyaal zijn om elke versie te lezen, en ik ben Rikki Finegold dan ook bijzonder dankbaar voor haar lankmoedigheid en geduld. Dank ook aan mijn maatje en lezeres van het eerste uur Mel Amos voor haar inzicht.
Ten slotte bedank ik Michael, die heel wat met me te stellen heeft gehad tijdens de totstandkoming van dit boek, en mijn drie fantastische kinderen die me, ook al word ik soms gek van ze, zonder twijfel gezond van geest houden.