19

Selina

Als iemand me met kerst had gezegd dat ik over een jaar niet alleen weduwe was, maar ook nog de zwangere minnares (echtgenote?) van mijn man en hun liefdesbaby zou ontvangen, zou ik ze voor compleet gek hebben uitgemaakt. Toch zouden ze gelijk hebben gehad. Belachelijk, toch? Bespottelijk, idioot, bizar, absurd, bezopen, knettergek, ben je helemaal van de pot gerukt? Het is werkelijk het toppunt, krankzinnig, te zot voor woorden, weet je het echt zeker? Heb je er goed over nagedacht? Wat een waanzin.

O god.

Het was Flora’s idee.

Of dat van Josh.

Van de een of de ander.

Vorige week hebben Flora en Felix hier weer gegeten. Het is net alsof ze hier de hele tijd zijn. Doen ze dat voor mij of voor henzelf, vraag ik me af.

‘Gaat wel een beetje raar worden, hè?’ zei Josh toen we aan de keukentafel een tamelijk mislukt gehaktbrood aten.

We staarden hem allemaal aan, wachtend op opheldering.

‘Kerst dit jaar. Wordt een rare toestand.’

We moesten toegeven dat het inderdaad raar zou worden. Natuurlijk, nu Simon dood is en de geldzorgen als het zwaard van Damocles boven ons hoofd hangen.

We zouden mensen kunnen uitnodigen, stelde ik voor – andere mensen (ik zei expres niet ‘normale mensen’). We hebben vaak gasten gehad met kerst. Hettie en Ian komen natuurlijk, aangezien hun dochter Hannah de kerst doorbrengt bij de ouders van haar nieuwste vriendje. We zouden er een feestje van kunnen maken.

De kinderen keken me aan of ik gek was, natuurlijk.

‘Lekker feestje zal dat worden,’ zei Felix, die zoals altijd met zijn maaltijd zat te spelen in plaats van hem op te eten. ‘Iedereen zal naar ons kijken alsof we aapjes in de dierentuin zijn. We zijn niet meer zoals andere mensen, madre. Of had je dat nog niet in de gaten? We zijn een aparte soort.’

Natuurlijk had hij gelijk. Genus Volslagen Knotsus.

Ik heb niet tegen mijn kinderen gezegd dat ik het niet erg zou vinden als er dit jaar geen kerst was, als de dagen vanaf 24 december naadloos overgingen in 26 december. Ik heb niet gezegd dat ik het niet erg zou vinden als ik er niet meer was. Ik heb niet gezegd dat verdriet en woede me hebben uitgehold als een rots.

‘De enige mensen die net zo zijn als wij, zijn zij,’ zei Flora.

Ze droeg een roze poloshirtje. Roze, nota bene! Bij haar teint! Ze had kringen onder haar ogen en keek triest. Ze was afgevallen, zag ik ineens. Het beroemde ellende-dieet.

‘Sadie en Lottie, bedoel ik,’ voegde ze er ten overvloede aan toe. We wisten allemaal wie ze met ‘zij’ bedoelde. ‘Ik vind dat we ze moeten uitnodigen voor kerst. Ik bedoel, ze zullen niet ineens van de aardbodem verdwijnen, toch? Dus dan kunnen we ze net zo goed wat beter leren kennen.’

We staarden haar allemaal stilzwijgend aan. Was ze nou helemaal gek geworden?

‘Tja, jij zegt altijd tegen ons dat je met kerst iets voor anderen moet doen,’ voegde ze er ter verdediging aan toe.

‘O, maar daar denk ik nu heel anders over,’ zei ik. ‘Andere mensen kunnen voor mijn part in de stront zakken.’

Felix pakte geagiteerd zijn vork en begon ermee in de lucht te prikken. ‘Niet te geloven dat je dat serieus voorstelt,’ zei hij tegen zijn zusje. Zijn smalle gezicht was een en al scherpe hoeken en holle wangen. ‘Na wat dat meisje jou heeft aangedaan.’

Wat? Wat had dat meisje gedaan?

Toen kwam het allemaal aan het licht. Josh blijkt niet de enige die zijn nieuwe zusje heeft ontmoet. Ook Flora heeft een afspraak met haar gehad.

‘Het leek me een goed idee...’ probeerde Flora me met ogen vol tranen uit te leggen. ‘Ze is ook een kind van papa...’

Ryan was er natuurlijk op tegen geweest. Die armetierige familie van Flora. Maar Flora had het toch gedaan. Ik voelde ondanks mezelf iets van trots.

Ze hadden elkaar ontmoet in een chique patisserie in Soho, op een doordeweekse middag. Het meisje, Sadie, had Flora verteld dat ze studieverlof had en Flora was bang dat ze een stommiteit had begaan door tegen haar te zeggen: ‘Ik weet zeker dat wij nooit studieverlof hadden toen ik nog op school zat. Maar ja, misschien is dat anders als je op een staatsschool zit.’

‘Is dat erg?’ wilde ze van ons weten. ‘Is “staatsschool” net zoiets als “gehandicapt”, zo’n woord dat je gewoon niet zegt omdat het ineens zomaar kwetsend zou kunnen zijn?’

Flora had blijkbaar geprobeerd haar kartonnen zusje tot leven te wekken. Maar het was alsof ze door stroop waadde (haar eigen woorden). ‘Ze zei geen stom woord. Dus toen heb ik voor twee zitten praten,’ zei ze. We knikten allemaal. Het was zo goed voor te stellen. Toen het meisje ineens verkondigd had: ‘Ik heb iets voor je meegebracht,’ had Flora zich vreselijk opgelaten gevoeld.

‘Ik dacht dat ze een cadeautje voor me had meegebracht,’ vertelde ze nu, en de angst stond op haar gezicht te lezen. ‘Ik kon mezelf wel wat doen omdat ik niets voor haar had gekocht, maar toen ik dat zei, giechelde ze een beetje en zei ze: “Maar het is geen cadeau!” Natuurlijk was het geen cadeau, ik ben ook zo’n stommeling!’

Het bleek een brief te zijn, van Simon aan zijn dochter – zijn andere dochter, vergeet dat niet – Sadie. Het was zelfs een heel stapeltje brieven. Voordat het tot Flora was doorgedrongen dat dit geen zoenoffer was van het ene zusje aan het andere, maar juist iets waarmee ze haar pijn wilde doen, was het al te laat. Ze pakte er willekeurig een uit de stapel.

‘Ik herkende het handschrift niet eens,’ riep ze. ‘Vind je het gek, mij heeft hij nooit een brief geschreven.’

De brief was typisch Simon. Dat gezwollen taalgebruik. ‘Krijgsprinses’ noemde hij zijn dochter (zijn andere dochter). Echt iets voor hem! De blaaskaak! Hij schreef dat hij haar van school zou halen, dat hij op de speelplaats zou wachten, en dat hij haar thuis voor het slapengaan zou voorlezen.

‘Is hij mij ooit van school komen halen?’ wilde Flora weten.

Toen herinnerde ik me weer dat ik altijd op de speelplaats op haar wachtte, meestal gewapend met een klembord om andere moeders ertoe te bewegen plaats te nemen in een of andere schoolcommissie, of geld in te zamelen voor een of ander goed doel. Dan zag ik haar uit de klas komen met haar haar dat was losgeraakt uit de vlecht die ik zo netjes had gemaakt, of met een blauwe verfvlek op haar trui. Simon niet, natuurlijk. Simon nooit.

Flora las het van mijn gezicht af.

‘Nee,’ zei ze. ‘Ik geloof het niet. Ik heb geprobeerd me te herinneren of hij me ’s avonds ooit heeft voorgelezen, maar er komt niets boven. Het enige wat ik nog weet is dat ik in bed lag en tegen jou zei dat ik hem in gedachten een nachtkus gaf. Hij noemde haar lieve lady Sadie,’ zei Flora ineens. ‘Ik wou dat hij voor mij ook een koosnaampje had gehad. Rare Rolmops, zei hij af en toe. En toen ik klein was en op zijn knie zat heeft hij me ook weleens Papzakje genoemd – totdat jij daar een einde aan maakte.’

Natuurlijk had ik daar een einde aan gemaakt. Ze had er een complex aan over kunnen houden. Op die leeftijd! Zo’n lekker mollig kindje!

‘Maar weet je, mam.’ Flora keek me aan. Die ogen, zo blauw. Met zoveel verdriet. ‘Ik vond dat Papzakje niet erg. Het was in elk geval iets. Het was in elk geval alleen voor mij. Ik weet dat het rare namen waren – Rolmops en Papzakje. Ik weet dat jullie allemaal een beetje om me lachten, maar dat was mijn rol. Zo gaat dat in families, toch? Iedereen heeft een rol en daardoor weet je dat je erbij hoort.’

Was het echt zo gegaan? Zoals Flora het beschreef? Ik probeer het me te herinneren, maar ik begin steeds meer aan mijn eigen geheugen te twijfelen. Mijn gezamenlijke verleden met Simon is later kennelijk met een rode pen herschreven. Als ik nu terugkijk, zoals ik constant doe, heb ik zo mijn vraagtekens bij elke beslissing, elk motief. Het is uitputtend om voortdurend het verleden te herschrijven.

‘Mensen zeggen altijd dat je het verleden niet kunt veranderen, maar dat is onzin,’ zei ik een paar dagen geleden tegen Hettie.

Maar ik heb me niet goed uitgedrukt. Wat ik wilde zeggen was dat het verleden niet de som is van de feiten, zoals ik altijd geloofde. Het is niet iets wat gebeurd is en daardoor niet ongedaan gemaakt kan worden. Het is een illusie, een huis gebouwd op drijfzand dat van vorm verandert met het getij. Simons bedrog heeft herinneringen meegenomen waarvan ik dacht dat ze in steen gehouwen waren, en heeft de betekenis eruit weggenomen zodat ze nu als lege zakken nutteloos voor mijn geestesoog wapperen.

Maar dit is wat Flora zich herinnert, en haar verdriet is echt. Nu stak het schuldgevoel de kop op en stolde tot beton in mijn aderen. Heb ik dat echt gedaan? Heb ik mijn dochter de band met haar vader, waar ze zo naar hunkerde, ontzegd? Arme Flora. Arm Papzakje.

Ik voelde me daarna zo verschrikkelijk dat ik waarschijnlijk met alles had ingestemd. Dat doen kinderen met je, toch? Je slaat door hun vermeende minachting enorm aan het overcompenseren, en je verliest elk gevoel van perspectief. Als ze me had gevraagd mijn eigen hoofd af te hakken zou ik dat waarschijnlijk gedaan hebben. En daarom hoorde ik mezelf instemmen met haar voorstel Sadie en Lottie met kerst uit te nodigen. Niet dat ik ook maar een moment heb gedacht dat ze de uitnodiging zouden accepteren. En die zussen dan? Na het drama van de afgelopen drie maanden wachtte haar vast een feestelijke kerst in de boezem van haar familie.

Felix ging natuurlijk helemaal over de rooie. Hij zei dat we al het zilver achter slot en grendel moesten opbergen als die parasieten zouden komen. Hij viel uit tegen Flora en daarna tegen Josh omdat die niets verkeerds zag in die bizarre uitnodiging. Normaal gesproken zouden ze allebei toegegeven hebben onder druk van Felix’ afkeuring. Zo was het altijd gegaan – een dominante oudste zoon tegenover gemakkelijk te manipuleren kinderen die het de oudste graag naar de zin maakten. Als kind vochten Flora en Josh om Felix’ aandacht en ze konden hun geluk niet op als ze met hem mochten spelen – altijd een spel dat hij koos natuurlijk, en meestal met regels die alleen hij kende – waarna ze ontroostbaar waren als hij hen in de steek liet voor iets wat hem meer boeide. Zelfs nu nog buigen ze voor zijn grillen en nukken, maar tot mijn verbazing hielden ze deze keer stand. Felix ging op hoge poten naar boven en liet zijn bord vrijwel onaangeroerd staan. Ik was bang dat het nu afgelopen was, dat Felix een voortijdig einde aan het avondje zou maken door naar huis te gaan. ‘Ik bepaal wat ik wil en ik stop ermee,’ zei Felix vroeger altijd als het erop leek dat hij een spel ging verliezen. Ik was dan ook opgelucht toen hij met een beter humeur weer beneden kwam.

‘Waarom ook niet?’ zei hij terwijl hij steeds rondjes om de tafel heen liep. ‘We kunnen best de gelukkige familie uithangen. Wie weet is het zelfs wel leuk.’

 

Later, toen Flora naar huis was en Josh naar zijn kamer was verdwenen (om voor een proefwerk te leren, zei hij, wat Felix de reactie ‘Ja ja, zeker om een joint te roken vanuit je raam’ ontlokte), zaten Felix en ik aan de keukentafel, een beetje ongemakkelijk nu we ineens alleen waren.

‘Hoe gaat het nou echt met je, Felix?’ vroeg ik mijn oudste zoon. Ik boog me in een impuls naar voren om een van zijn handen te pakken. Ik tuurde naar zijn vingers, die zo op die van zijn vader leken – lang en elegant, van die vingers die zich om een sigaret heen schaarden, hoewel ze gelukkig geen van beiden rookten.

We staarden allebei even naar onze handen die in elkaar op de tafel lagen, alsof die elk moment tot leven konden komen om een of ander dansje uit te voeren.

‘Niet zo goed, madre,’ zei Felix uiteindelijk. Zijn stem klonk onvast.

‘Je mist hem. Dat is logisch.’

‘Nee, dat is het nou net. Hoe kun je iemand missen die het grootste deel van je leven niet aanwezig is geweest? Maar ik mis wel... het beeld van hem dat ik me van hem had gevormd.’

‘En je weet zeker dat je er geen moeite mee hebt als die twee hier met kerst komen?’

Ik ken Felix. Van alle drie de kinderen is hij degene die wil dat alles bij het oude blijft, die mokt bij elke verandering, die terug wil hebben wat er niet meer is.

‘Natuurlijk.’ Zijn stem klonk weer normaal. ‘Ik ben blijkbaar de enige die niet heeft meegedaan aan de grote verbroedering met Sister Sadie. Dan heb ik nu de kans om dat goed te maken!’

Ik nam hem even oplettend op, en herinnerde me hoe hij zich altijd gedroeg als de andere twee iets hadden wat hij niet had, hoe competitief hij kon worden als het ging om spullen of aandacht van anderen. Zou hij zich over Sadie gaan ontfermen, alleen om de andere twee voor te zijn, net zoals hij vroeger altijd de beste wilde zijn bij alles wat ze deden – hoger springen, grappiger zijn – alleen om hun te laten zien dat hij het kon? Die kans was groot, en ik had even medelijden met het meisje. Felix heeft de gewoonte lukraak mensen te kiezen als producten uit het schap van een supermarkt, waarna ze het karretje weer uitgegooid worden als zijn oog op iets anders valt.

‘Felix,’ zei ik, ‘vergeet niet dat ze nog heel jong is.’

Ineens vouwde zijn gezicht zich in elkaar als origami, waaronder in een flits het gezicht uit zijn kinderjaren te zien was, en mijn hart bloedde.

‘O madre mia,’ zei hij, en hij trok zijn hand weg. ‘Sinds wanneer wordt er in onze familie rekening gehouden met jongeren?’

Dus ik heb haar, Lottie, uitgenodigd. Tja, hoe kon ik nou weten dat ze ja zou zeggen? Wat mankeert die vrouw? Ze kon aan de telefoon toch zeker wel aan mijn stem horen dat het niet een serieuze uitnodiging was, dat ik het alleen maar voor de vorm deed?

Ryan heeft gelijk. We zijn tegenwoordig een armetierige familie. We gaan naar de goedkoopste supermarkt. Twee voor de prijs van een, koopje van de week, kortingsbonnen, alle beetjes helpen. We waren altijd een eenheid, maar nu is Simon er niet meer en dat meisje en haar moeder zijn aan ons leven vastgeniet als een verkeerde rekening.

Ik ben er zo moe van. Ik heb het helemaal gehad.

Waarom heeft ze ja gezegd? Wat bezielde haar in vredesnaam?

Lotte

‘Wat bezielde je in vredesnaam?’

Mijn zussen staan allebei op mijn schoot. Een groepsgesprek via Skype. Twee beelden op het scherm, twee gezichten, allebei boos.

Het heksenclubje, noemde Simon hen altijd. Ons. ‘Hebben jullie weer heksenkring?’ vroeg hij als ik aan onze glazen eettafel in Dubai probeerde de volgende Skype-bijeenkomst te organiseren.

‘Wat bezielde je in vredesnaam?’ wil Emma weten.

Wat moet ik zeggen? Dat ik niet weet wat me bezielde? Dat ik er helemaal niet over nadacht? Dat ik eigenlijk niet meer heb nagedacht sinds dit hele gedoe is begonnen?

Ik was met stomheid geslagen toen ze het vroeg aan de telefoon. Kerst doorbrengen bij Simons andere gezin? Wat een belachelijk, bespottelijk idee. Ik stierf bijna ter plekke toen ze het zei, ik zweer het. We hadden eerst ruzie over geld. Ik kan niet geloven dat ik echt gedacht heb dat zij mijn hypotheek had betaald. Wat ben ik soms toch een idioot. Toen ik er nog eens goed over had nagedacht besefte ik dat er maar één mogelijkheid is: Simon. Die geheimzinnige rekening. Die moet hij voor Sadie en mij hebben geopend. Hij weet hoe hopeloos ik met geld ben, dus heeft hij iemand benoemd om daar zicht op te houden en geld naar me over te maken als het nodig is. Het klopt helemaal, maar ik ga er niets over zeggen. Ik wil niet dat zij er de hand op legt.

Dus toen ze ineens met die uitnodiging voor kerst kwam, stond ik helemaal op het verkeerde been. Ik zei dat ik het zou bespreken met Sadie, omdat ik totaal van de kaart was.

Het verbaasde me dat Sadie niet direct vol afgrijzen reageerde.

‘Wie zijn daar dan?’ wilde ze weten.

‘Zij. Selina, de kinderen...’

‘Alle kinderen?’

‘Ik denk het wel. Het is de eerste kerst zonder...’

‘Ja. Laten we gaan. Beter dan hier alleen blijven.’

Op dat moment betreurde ik het feit dat ik haar had verteld dat ik kerst dit jaar zonder mijn zussen wilde vieren, alleen met ons tweetjes. Geen wonder dat ze enthousiast reageerde bij de eerste de beste uitnodiging.

‘Als je dat zo vervelend vindt, kom ik op mijn besluit terug,’ zei ik. ‘Dan gaan we naar Emma, zoals altijd.’

Maar voor Sadie stond het al vast. En als voor Sadie eenmaal iets vaststaat...

‘Het heeft geen zin om te doen wat we altijd doen. Het wordt toch nooit meer zoals vroeger.’

Probeer dat maar eens aan mijn zussen uit te leggen! Het zal duidelijk zijn dat ze er niet blij mee waren.

‘Lieve schat, ben je jezelf nu niet aan het ondermijnen?’ Dat was Jules, natuurlijk. ‘Je straft jezelf onbewust omdat je je in deze positie hebt laten brengen.’

Emma is het voor deze keer met haar eens.

‘Het is vreselijk masochistisch, Lot,’ zegt ze. Ze zit aan haar keukentafel in Derby en ik zie Ben op de achtergrond in een pan roeren. Dat wil ik ook! Dat huiselijke. Dat wil ik terug.

Emma voelt zich gekwetst omdat ik niet zoals altijd naar haar toe ga.

‘We brengen kerst altijd samen door,’ zegt ze. ‘Al sinds mama is overleden...’

‘Het wordt toch nooit meer zoals vroeger,’ praat ik Sadie na.

Twee paar ogen kijken me vanaf het scherm van mijn laptop aan alsof ik ze niet allemaal meer op een rijtje heb. Kon ik het ze maar uitleggen. Het is niet zo dat ik niet om jullie geef, zou ik kunnen zeggen, maar met die mensen, zijn andere gezin, hebben we een band die ik niet eens kan omschrijven. Onmogelijk. Hoe kun je zoiets begrijpen als je het niet zelf hebt meegemaakt?

‘Je denkt alleen aan jezelf,’ zegt Emma. Als ze zich gekwetst voelt, gaat Emma altijd in de aanval. ‘Sadie heeft haar familie nu nodig. En na wat jij haar hebt aangedaan...’

Ze heeft het nu natuurlijk over die pillen. Mijn arme dochter.

‘Het wordt tijd dat je eens aan anderen gaat denken.’

En dan zijn we weer helemaal terug in ons rollenpatroon. Jules doet bazig, Emma belerend. Ik ben het kleine kind dat altijd verwend is geweest en zich laat leiden door haar emoties. Er worden verbondjes gesloten en verbroken en opnieuw gesloten. De verbondjes uit onze kinderjaren.

Soms vraag ik me af wat ervoor nodig zou zijn om die jonge ik als een slangenhuid van me af te schudden en mezelf opnieuw uit te vinden, zoals andere mensen schijnen te kunnen. Ik mag nu toch eindelijk weleens de kinderschoenen ontgroeien? Maar hoe ik ook probeer me los te maken uit die modus, in het bijzijn van mijn zussen word ik onverbiddelijk weer teruggedrongen in de oude vorm die ik dacht achter me te hebben gelaten.

‘Jullie proberen nooit eens iets vanuit mijn perspectief te bekijken,’ zeg ik nu, en ik haat mijn eigen klaagtoon. Jullie doen altijd... Jullie doen nooit... De overdrijving van familieruzies. ‘We kunnen niet meer doen zoals we altijd hebben gedaan, omdat alles nu anders is. Wij zijn nu heel anders.’

Als ik Skype heb afgesloten, ben ik geagiteerd. Ik had me niet zo kwaad moeten laten maken door mijn zussen. Ik zie aan het icoontje onder in de taakbalk dat er nog een pagina openstaat. Het blijkt Sadies Facebook-pagina te zijn. Sinds haar laptop als ze hem aanzet een geluid maakt als van een straaljager, gebruikt ze de mijne. Ik dubbelklik op het icoontje. Ongelooflijk, ze is nog ingelogd! Normaal gesproken waakt Sadie over haar Facebook-pagina als over een winnend lot. Natuurlijk ga ik het niet lezen, ik werp alleen even een blik terwijl ik naar de optie ‘uitloggen’ zoek. Waarom zet Facebook steeds alles op een andere plaats?

Ik frons mijn wenkbrauwen als ik zie dat er een chatbox openstaat waarin Sadie met haar vriendin Gabi heeft gechat. Ik ben niet zo dol op Gabi. Ze is echt zo’n tienermeisje met een pientere blik en een snerpend stemmetje dat je probeert te lijmen met complimentjes: ‘O, wat zit uw haar leuk’, ‘Wat een beeldige schoenen!’ – terwijl de onoprechtheid onder haar veel te dikke laag make-up uit elke porie druipt. Haar hele manier van doen straalt iets hards uit. Maar Sadie zegt dat Gabi haar aan het lachen maakt en mijn antipathie zou haar natuurlijk nog aantrekkelijker maken, dus die probeer ik te verbergen. Zonder dat ik erbij nadenk begin ik het zichtbare gedeelte van de chat te lezen, op zoek naar bewijzen die mijn afkeer van het meisje bevestigen.

Gabi: OMG!
Sadie: Ja, vet hè?

 

Ik frons nog dieper als ik zie dat Sadie probeert het taalgebruik van haar vriendin na te doen.

 

Gabi: En hij hep een lijntje gelegd, op de plee?

 

Boem! Mijn hart bonst tegen mijn ribben. Een lijntje? Ze bedoelen toch hopelijk niet...

 

Sadie: Yep, ik werd helemaal gek!!!
Gabi: Woooow! En heb je...
Sadie: Ja. Ik durfde niet uit te ademen, anders vloog het alle kanten op. SJ?

 

Ik hap naar adem en heb moeite om me te concentreren. Er komt een weerzinwekkend beeld bij me op waarbij mijn dochter boven een wc-bril hangt, terwijl ze met haar ene hand haar glanzende haar naar achteren houdt.

 

Gabi: Hahahaha! Shit, moet stoppen. HW maken. Later! Xxx

 

Met bonzend hart scrol ik door hun gesprek naar het begin, in de hoop dat ik de naam tegenkom van degene die mijn kind harddrugs heeft gegeven. Een paar maanden geleden nog heb ik verboden dat ze haar neus zou laten piercen, omdat ik er niet aan moest denken dat iemand haar smetteloze huidje zou bezoedelen, en nu heeft iemand haar een smerig opgerold bankbiljet in haar neus laten duwen en god weet wat laten snuiven. Maar de korte uitwisseling die voorafgaat aan het stukje dat ik al had gelezen onthult niet de identiteit van degene die mijn dochter in het verderf stort, alleen dat hij haar ook nog gezoend heeft.

 

Gabi: Op je lippen?
Sadie: Zoiets. Maf hè?

 

Mijn gedachten vliegen alle kanten op. Wie is die jongen die mijn dochter zoent en haar drugs laat gebruiken in de wc? Toch niet Josh? Hij is degene om wie ik me bezorgd maakte, maar hier zie ik hem niet toe in staat. En wat deed ik toen dat allemaal gebeurde? Pillen slikken als een stout kind? In het ziekenhuis naar de tv liggen kijken? Ik had haar hier niet meer mee naartoe moeten nemen. Ik dacht dat Londen haar horizon zou verbreden, maar niet op deze manier. Simon had gelijk, we hadden in Dubai moeten blijven. Ik had haar in een isolatiedeken moeten wikkelen en haar aan me moeten binden door de gedeelde ervaring dat we buitenlanders waren (ondanks haar geboorte in de Verenigde Arabische Emiraten) op een plaats waar we altijd ‘anders’ zouden zijn.

Ik klap de laptop dicht en laat me achterover in de kussens vallen. Wat moet ik doen? Als Sadie te weten komt dat ik haar heilige Facebook-pagina heb gelezen, zal ze me dat nooit vergeven. Maar cocaïne? Een goede moeder zou weten wat haar te doen stond. Een goede moeder zou nooit wegkruipen, het dekbed over haar hoofd trekken en doen alsof ze een ander is.

Wat is het ergste wat er kan gebeuren als het ergste wat er kan gebeuren al gebeurd is?