30
Dublin, 1947
JP studeerde inmiddels een jaar aan Trinity College. Hij had Kitty sinds zijn vertrek uit Ballinakelly niet meer gesproken, en hij was opgehouden met brieven schrijven aan Alana. Hij hield van haar, maar weigerde zichzelf nog langer voor gek te zetten. Als ze van gedachten veranderde, dan wist ze waar ze hem kon vinden.
Zijn vader kwam af en toe naar Dublin, en dan lunchten ze samen in de Kildare Street Club. Het had JP enorm verrast toen Bertie op een dag samen met Maud was verschenen. Maud en hij waren nooit officieel aan elkaar voorgesteld, maar dankzij de weinige keren dat ze naar Ballinakelly was gekomen, kende hij haar van gezicht. Waarschijnlijk gold voor Maud hetzelfde. JP wist hoe ze over hem dacht, en dat nam hij haar niet kwalijk. Maar blijkbaar had ze Bertie vergeven, want ze gedroegen zich als jonggeliefden. Door Kitty’s verhalen had JP zich haar heel anders voorgesteld. Van deze Maud kon hij zich wel voorstellen dat zijn vader zo weemoedig en vol verlangen over haar had gepraat. Ze was hoffelijk en charmant, maar ook geïnteresseerd in alles wat JP te vertellen had, ook al vond hij haar nieuwsgierigheid bijna een beetje verontrustend. Onder de doordringende blik van haar intens blauwe ogen had hij zich ongemakkelijk gevoeld, als een specimen onder het glaasje van een microscoop. Onwillekeurig had hij zich afgevraagd wat Kitty zou zeggen als ze wist dat ze het samen zo goed konden vinden.
JP had zich monter en vol ijver op zijn studie gestort. De enige manier om over Alana heen te komen, was focussen op iets anders. En er was meer dan genoeg te beleven op de universiteit. Hij maakte gemakkelijk vrienden, deed aan sport en had geen gebrek aan bewonderaarsters die vochten om zijn aandacht. De weekends bracht hij door in Galway, waar hij deelnaam aan ‘The Blazers’, zoals de beroemde jachtpartij werd genoemd. En in de zomer logeerde hij bij medestudenten in Connemara en Wicklow. Hij had nooit gebrek aan uitnodigingen. Dankzij zijn innemendheid en charisma wilde iedereen hem graag te gast hebben. Zijn gebroken hart wist hij goed te verbergen. En hij was vastberaden zijn vreugde in het leven niet te laten bederven door Alana, zoals hij dat destijds met Martha wel had laten gebeuren.
Het was op een stralende voorjaarsochtend in Dublin dat hij Martha zag. Aanvankelijk wist hij niet zeker of ze het wel was. Ze zag er nog hetzelfde uit, maar haar uitstraling was veranderd. Het was acht jaar geleden dat hij haar voor het laatst had gezien. Wat waren ze destijds nog jong geweest. Hij volgde haar terwijl ze met een vriendin in de richting van St. Stephen’s Green liep. Ze droeg een eenvoudige blauwe jurk, degelijke schoenen en haar haar opgestoken in een wrong. JP herkende haar gestalte, haar manier van lopen, toch twijfelde hij nog. Waarom zou ze naar Ierland zijn teruggekomen? En waarom naar Dublin? Dat leek hem op de een of andere manier niet waarschijnlijk.
Hij volgde het tweetal naar de Green en koos daar een andere route zodat hij hen tegemoet zou lopen. Op die manier kreeg hij de kans een blik te werpen op haar gezicht. Terwijl hij onder de platanen liep, dacht hij aan die dag toen ze samen door het park hadden gewandeld. Het leek een mensenleven geleden. De oorlog had hem veranderd. En Martha zou ongetwijfeld ook veranderd zijn.
Hij bereikte het pad een eindje vóór de twee jonge vrouwen. Langzaam en met zijn handen in de zakken slenterde hij hun tegemoet. Toen hij Martha zag lachen om iets wat haar vriendin zei, wist hij het zeker. Haar lieve glimlach zou hij uit duizenden herkennen. Zijn hart maakte een sprongetje. Ze zei iets, en als hij nog had getwijfeld, dan gaf haar Amerikaanse accent de doorslag. Ze was het! Hij had zich niet vergist. Terwijl ze elkaar naderden, gleed haar blik langs hem heen alsof hij een willekeurige voorbijganger was. Toen bleef ze abrupt staan, en ze keek hem aan. Ze had hem ook herkend.
‘JP?’ Ze bloosde tot onder haar haarwortels.
Haar vriendin keek van de een naar de ander.
‘Hallo, Martha.’ Plotseling dolgelukkig boog hij zich naar haar toe en kuste haar op de wang.
‘Jane, dit is een oude vriend van me, JP Deverill,’ zei Martha een beetje beverig. ‘JP, dit is mijn vriendin, Jane Keaton.’
De twee schudden elkaar de hand.
‘Hoe kom je hier zo verzeild?’ vroeg hij zonder acht te slaan op Jane, die nog steeds niet-begrijpend van de een naar de ander keek.
‘O, dat is een lang verhaal…’ begon Martha.
Jane legde haar hand op Martha’s arm. ‘Ik laat jullie alleen. Dan kunnen jullie bijpraten,’ zei ze tactvol.
‘Dat hoeft echt niet,’ sputterde Martha tegen, maar ze was opgelucht toen haar vriendin inderdaad doorliep.
JP keek glimlachend op Martha neer en werd overweldigd door genegenheid toen hij zijn blik over haar gezicht liet gaan, dat hem zo verrukkelijk vertrouwd was. ‘Laten we even gaan zitten,’ stelde hij voor. ‘Kom mee, ik weet een leuk plekje.’
Ze liepen naar een bank in de schaduw van een paardenkastanje, allebei verbaasd hoe ze zich, ondanks alles wat er was gebeurd, onmiddellijk weer op hun gemak voelden in elkaars gezelschap.
‘Wat heerlijk om je te zien!’ zei Martha oprecht.
‘Hoe lang ben je hier al?’ vroeg JP.
‘Ik ben sinds anderhalf jaar weer in Ierland, maar ik woon pas vier maanden in Dublin.’
‘Anderhalf jaar geleden?’ vroeg JP verbaasd. Hij besefte echter dat hij het haar niet kwalijk kon nemen dat ze geen contact met hem had opgenomen. ‘En wat doe je in Dublin?’
Ze aarzelde. ‘Ik ga het klooster in,’ antwoordde ze ten slotte. ‘Ik begrijp dat het je vreemd in de oren klinkt,’ vervolgde ze bij het zien van de verraste blik in zijn ogen. ‘Maar het is een besluit dat ik al heel lang geleden heb genomen en waar ik nog altijd erg gelukkig mee ben. Ik wil non worden.’
JP wilde niet dat ze zich in de verdediging gedrongen voelde. ‘Sorry. Ik ben gewoon verrast. Het overvalt me.’
‘Het is de bedoeling dat ik intreed in het klooster waar we zijn geboren.’ Ze pakte zijn hand. Het bezorgde haar niet zoals vroeger een schok die door haar hele lichaam trok. Wat ze nu voelde was anders, kalmer, maar het ging tegelijkertijd dieper. ‘Toen ik terugging naar Amerika dacht ik dat het leven geen zin meer had. Dat ik een leven zonder jou niet zou aankunnen. Maar in mijn wanhoop heb ik God gevonden. Het klinkt misschien raar, maar ik ben je dankbaar omdat jij die deur voor me hebt geopend.’
‘Dat klinkt helemaal niet raar.’ Hij legde zijn beide handen om de hare.
Toen ze besefte dat hij haar niet veroordeelde, vatte ze moed om zich uit te spreken. ‘Ik heb de man die ik liefhad in Ierland achtergelaten. Maar nu we hier zo samen zitten, voel ik me dankbaar omdat ik mijn broer heb gevonden.’
JP sloeg zijn armen om haar heen. ‘En ik heb mijn zus gevonden,’ zei hij zacht. ‘Net nu ik haar zo hard nodig heb.’
‘Je hebt me nódig?’
Hij liet haar los en slaakte een diepe zucht. ‘Ik weet niet zo goed waar ik moet beginnen.’
Ze zag de pijn in zijn ogen. ‘Begin maar gewoon bij het begin,’ stelde ze glimlachend voor.
Van alle mensen die hem dierbaar waren, was Martha de enige met wie hij zijn verhaal kon delen, besefte JP. En dus vertelde hij haar alles. Over zijn ervaringen in de oorlog, over de dood van Harry, over Alana en over Kitty’s verhouding met Jack O’Leary. Ze luisterde en liet hem zijn verhaal in zijn eigen tempo vertellen, zonder hem in de rede te vallen. Voor JP was het een opluchting om over zijn problemen te kunnen praten. Het was alsof er een last van hem afviel, en de blik van compassie in Martha’s ogen maakte dat hij zich begrepen voelde. Ze reageerde niet geschokt toen hij over Alana vertelde. Hun leven had niet stilgestaan sinds ze afscheid hadden genomen, en ze waren allebei een nieuwe weg ingeslagen. JP voelde dat Martha het hem niet misgunde dat die weg naar Alana had geleid.
‘Ik heb haar losgelaten,’ besloot hij zijn relaas. ‘Ze wil niet meer met me trouwen, dus ik heb geen andere keus dan verder te gaan met mijn leven.’ Hij zette zijn ellebogen op zijn knieën en staarde naar zijn gevouwen handen.
Martha was het niet met hem eens. In gedachten vroeg ze God om leiding, zodat ze de juiste woorden zou weten te kiezen. ‘Ik vind niet dat je haar moet opgeven,’ zei ze ten slotte. ‘De tijd heelt alle wonden. Misschien was dat alles wat Alana nodig had. Een beetje tijd.’
‘Dat duurt inmiddels al anderhalf jaar!’
‘En in al die tijd hebben jullie elkaar niet gezien?’
‘Nee.’
‘En je bent opgehouden haar te schrijven?’
‘Ja.’
‘Dan moet je naar haar toe. Als je echt van haar houdt, mag je niet opgeven totdat je alles hebt geprobeerd.’
‘Ze wil me toch niet zien.’ Hij sloeg moedeloos zijn ogen neer.
‘Dan moet je zorgen dat ze je wél wil zien. Je moet voor haar vechten. Je moet net zo lang bij haar voor de deur blijven staan tot ze wel met je móét praten. Als ze dan alsnog zegt dat het voorbij is, heb je er in elk geval alles aan gedaan. Als je nu opgeeft, zul je het nooit zeker weten. En onzekerheid is iets afschuwelijks om mee te leven.’
Hij dacht na over wat ze had gezegd. Er kwam een jong stelletje langslopen. Hand in hand. JP keek het jaloers na.
‘Goed dan,’ zei hij ten slotte. ‘Ik ga naar haar toe.’
‘Zo mag ik het horen.’
‘Dank je wel, Martha. Je bent mijn beschermengel. Want je kwam precies op het juiste moment.’
‘Daar ben ik blij om,’ zei ze stralend. Haar hart zwol van voldoening.
‘En nu jij. Ga je mee naar Ballinakelly? Naar papa?’
‘Ik weet het niet, JP. Ik heb al lieve ouders die veel van me houden. Dus ik weet niet of ik er goed aan doe om een band op te bouwen met je vader. Met ónze vader. Ik heb mijn tweelingbroer gevonden, en daar heb ik genoeg aan.’ Ze glimlachte berustend. ‘Als hij me nou zielsgraag wilde leren kennen, lag het anders. Maar het is wel duidelijk dat hij daar geen behoefte aan heeft. En ik ga niet iets afdwingen wat er niet is. Begrijp je dat?’
JP knikte.
‘Het leven is al ingewikkeld genoeg.’ Ze schoot in de lach om de bizarre wending die het hunne had genomen. ‘Het valt soms niet te begrijpen waarom de dingen lopen zoals ze lopen. Maar ik denk dat je Kitty moet vergeven. Je bent als een zoon voor haar. Dus ik weet bijna zeker dat ze hier net zo veel verdriet van heeft als jij. Maak het weer goed met haar. En veroordeel haar niet. Dat is niet aan jou. God is degene die over ons oordeelt. Probeer haar te begrijpen. En ga dan naar Alana om te zeggen dat je van haar houdt. Volgens mij kun je onrecht alleen maar ongedaan maken met liefde en vergevingsgezindheid.’
JP pakte opnieuw haar hand. ‘Beloof je dat je niet opnieuw wegloopt?’
‘Ik loop niet meer weg, JP. Sterker nog, ik blijf hier voor de rest van mijn leven.’
Kitty zat op haar knieën in de tuin onkruid uit de border te trekken toen ze JP zag aankomen. Angstig legde ze haar plantschopje neer. Maar bij het zien van de uitdrukking op zijn gezicht begreep ze dat hij niet boos meer was. Haar hart stroomde over van opluchting. Hij kwam zonder iets te zeggen naar haar toe, en toen ze overeind was gekrabbeld, omhelsde hij haar zo hartstochtelijk dat ze bijna geen lucht meer kreeg. Kitty sloot haar ogen en liet dankbaar haar verdriet wegspoelen door zijn vergiffenis.
Alana stond in de keuken appels te schillen voor een taart toen er op de voordeur werd geklopt. Ze veegde haar handen af aan haar schort en liep erheen. Voor de deur stond een smoezelig klein jongetje met een pet. Hij hield haar een bos bloemen voor. ‘Met de complimenten van JP Deverill,’ zei hij gewichtig.
Alana keek hem geschokt aan. ‘Zeg dat nog eens.’
‘Met de complimenten van JP Deverill.’
Alana negeerde de bloemen. ‘Waar is hij?’ vroeg ze gretig. Ze legde een hand op de schouder van het kind. ‘Is hij hier?’ De kleine jongen knipperde met zijn ogen terwijl hij probeerde te bedenken wat hij moest zeggen. ‘Vooruit! Voor de draad ermee!’ zei Alana streng. ‘Waar is hij?’
Het kind duwde haar de bloemen in de handen. Alana keurde ze amper een blik waardig. ‘Hij wil weten of hij mag langskomen,’ zei de kleine jongen.
‘Natuurlijk mag hij langskomen,’ zei ze ongeduldig. ‘Waar is hij?’
Toen stak het kind twee vingers in zijn mond en floot zo hard als hij kon. Alana legde een hand op haar hart toen JP om de hoek van het huis verscheen. Ze was betoverd door zijn aanblik. Haar ridder op het witte paard. Net als destijds, in de heuvels, toen ze haar hart aan hem had verloren. Ze kon ineens weer lachen, ze wist ineens weer hoe het voelde om lief te hebben, en ze kreeg tranen in haar ogen, waardoor JP vervaagde tot een donkere vlek die steeds groter werd naarmate hij dichterbij kwam. Toen hij zich uit het zadel liet glijden, rende ze naar hem toe. ‘Ik ben zo stom geweest.’ Ze viel hem om de hals. ‘Kun je me vergeven?’
JP herinnerde zich wat Martha had gezegd. Volgens mij kun je onrecht alleen maar ongedaan maken met liefde en vergevingsgezindheid. ‘Natuurlijk vergeef ik je. Trouwens, er valt helemaal niets te vergeven.’ Hij kuste haar hartstochtelijk, en Alana had het gevoel alsof zijn kus haar bevrijdde uit de duisternis en optilde naar het licht. ‘Kom mee, dan gaan we een eind rijden.’
‘Maar ik ben net een taart aan het bakken…’
‘Dat kan later ook nog. Kom mee naar de heuvels. Ik wil met je alleen zijn.’
Op dat moment verscheen Aileen in de deuropening. Ze keek naar JP alsof ze spoken zag. ‘O, Aileen,’ zei Alana. ‘Wil je deze bloemen alsjeblieft in het water zetten? En mijn schort aan de deur hangen?’ Ze maakte de strik los en trok de schort over haar hoofd.
‘Waar ga je heen?’ vroeg Aileen, terwijl JP haar zuster in het zadel hielp.
‘Naar de heuvels met mijn verloofde,’ antwoordde Alana trots, en Aileen grijnsde.
JP sprong achter haar in het zadel en nam de teugels.
‘Mijn ridder op het witte paard,’ zei Alana stralend. ‘Ik heb zo gehoopt dat je terug zou komen,’ zei ze terwijl het paard langzaam het strand op liep.
‘Echt waar?’
‘Ja.’ Ze stak grijnzend haar kin naar voren. ‘Waar bleef je zo lang?’
Na een lange verlovingstijd trouwden JP en Alana in de zomer van 1950. JP had zich na zijn studie als architect gevestigd in Cork. Hij had het als kind al heerlijk gevonden om dingen te bouwen met zijn vader, en daar had hij nog steeds veel plezier in.
Hij was protestants en Alana katholiek, maar ze hadden zich vast voorgenomen dat er nooit meer iets tussen hen in zou komen te staan, en dus ook het geloof niet. JP beloofde dat hij hun eventuele kinderen zou grootbrengen in het katholieke geloof, en het huwelijk werd gesloten in de sacristie van de katholieke Church of All Saints.
Toen Alana vóór aanvang van de plechtigheid aan de kaptafel van haar moeder zat, terwijl Aileen bloemen in haar haar vlocht, kwam hun vader binnen. Zijn blik ging over de ivoorkleurige bruidsjurk die Loretta, de vrouw van zijn neef, had gemaakt, en hij herkende de sluier. Die had Emer bij hún huwelijk gedragen, en ze had hem blijkbaar al die tijd bewaard om hem ooit aan haar dochter te geven wanneer die de bruid zou zijn. ‘Je ziet er prachtig uit, Alana.’ Hij kreeg een brok in zijn keel. ‘Het evenbeeld van je moeder.’
‘Dank u wel, Da.’ Ze keek in de spiegel. ‘Maak me alsjeblieft niet aan het huilen. Ik moest al twee keer snotteren. Vraag maar aan Aileen.’
‘Ja, dus ik heb tot twee keer toe haar make-up moeten bijwerken, Da.’
‘Ik heb iets voor je.’ Jack kwam naar Alana toe en gaf haar een fluwelen buideltje.
‘Wat is het?’ Ze maakte het koordje los en liet een rozenkrans van zilver met lapis lazuli in haar hand glijden. ‘O, wat mooi!’ Ze schoot opnieuw vol.
‘Het is geen erfstuk, maar ik zag hem in Dublin, en ik dacht dat je hem wel mooi zou vinden.’
‘O, Da, ik geloof dat ik weer moet huilen.’
Aileen wierp haar vader een vernietigende blik toe en pakte een zakdoekje, dat ze met een zucht aan haar zuster gaf. ‘We hadden je make-up beter pas op het laatste moment kunnen doen.’
Alana bette voorzichtig haar ogen. ‘Dank u wel, Da. Dit betekent echt heel veel voor me.’
‘Ik hoop dat ik ook zoiets moois krijg als ik ga trouwen,’ zei Aileen.
Haar vader klopte haar op de rug. ‘Maak je geen zorgen. Jij krijgt ook iets moois. Maar vandaag is het Alana’s grote dag.’ Hij keek op zijn horloge. ‘Zijn jullie zover?’
‘Het is traditie dat de bruid te laat is,’ antwoordde Alana.
‘En dat de vader van de bruid aan de voet van de treden op haar wacht,’ zei Aileen nadrukkelijk.
Jack grijnsde. ‘Goed. Het is me duidelijk. Maar ik ben heel erg trots, op allebéí mijn meisjes.’
Aileen glimlachte. ‘U mag trots zijn, maar dan wel onder aan de trap,’ zei ze op besliste toon, en ze keek hem na toen hij de kamer uit liep. ‘Als hij zo doorgaat, moet ik míjn make-up straks ook nog opnieuw doen.’
Jack vond Emer in de keuken, met Alana’s bruidsboeket. Ze droeg een karamelkleurige jurk met een bescheiden hoed. Toen hij binnenkwam, keek ze glimlachend naar hem op. ‘Vond ze het mooi?’
Hij knikte. ‘Ja, erg mooi.’
‘Fijn.’
Hij legde een arm om haar middel en kuste haar. ‘Het is niet te geloven dat ons kleine meisje gaat trouwen.’
‘Tja, het lijkt nog maar zo kortgeleden dat ze spijbelde en door de heuvels zwierf.’
Hij keek haar recht aan. ‘Ik weet niet wat je tegen haar hebt gezegd, Emer, en ik heb het je nooit gevraagd. Maar dankzij jou heeft ze het goedgemaakt met JP. En heb ik mijn dochter teruggekregen. Daar ben ik je heel erg dankbaar voor.’
Emer legde haar hand langs zijn wang en keek hem aan met haar kalme, serene blik. ‘Ze heeft er zelf voor gekozen om bij je terug te komen, Jack.’ Net zoals jij ervoor hebt gekozen om bij mij terug te komen. ‘En ze heeft zelf gekozen voor het geluk.’ Net als ik.
Kitty had Jack niet meer gesproken sinds Alana haar had geconfronteerd met de brieven. Ze was hem doelbewust uit de weg gegaan, en op zijn beurt had hij hetzelfde gedaan. De zeldzame keren dat ze elkaar tegenkwamen, hadden ze zich haastig uit de voeten gemaakt of waren simpelweg de andere kant uit gelopen. Kitty had om hem gerouwd, maar als ze haar huwelijk wilde redden, zou ze hem moeten opgeven. Hij had dat met haar al gedaan, wist ze, en het viel haar nog altijd zwaar dat te accepteren. Ooit had hij haar hart in zijn handen gehouden, in een vurige, hartstochtelijke greep. Maar hij had het losgelaten.
Ze zat in de kerk op de voorste rij, tussen Florence en Robert, toen Jack met Alana door het gangpad kwam. De muziek begon te spelen, de klanken van het fraaie elektrische orgel dat Bridie had geschonken klonken door de kerk. Kitty hield haar blik op haar kerkboek gericht. Robert zat naast haar, met zijn stijve been naar voren gestrekt. Hun huwelijk miste de warmte en de intimiteit die het ooit had bezeten, maar het was ook niet slecht, en Kitty was dankbaar dat ze nog bij elkaar waren. Misschien zou Robert haar uiteindelijk kunnen vergeven. Ze zag de bruid en haar vader uit haar ooghoeken langskomen, maar ze keek niet op, en ze wist dat Jack ook niet naar haar zou kijken. Haar hart bonsde in haar keel, haar handen waren vochtig in haar handschoenen.
Bertie en Maud zaten ook op de voorste rij. Maud zag er zo stralend en beeldschoon uit dat ze de bruid bijna overschaduwde. Ze had Bertie toestemming gegeven haar huis in Belgravia te verkopen, de scheiding was van de baan. Haar lichtblauwe japon en bijpassende hoed combineerden perfect met haar prachtige blauwe ogen. Diamanten uit het erfgoed van de Deverills flonkerden in haar oren en rond haar hals. Bertie drukte haar hand. Als ze geen handschoenen had gedragen, zou aan de ringvinger van haar linkerhand de grote verlovingsring te zien zijn geweest die ze tijdens haar relatie met Arthur had afgelegd. Bertie en Maud keken elkaar verliefd aan, en Berties hart zwol van trots omdat hij haar had terugveroverd. Om te zorgen dat hij haar nooit meer kwijtraakte, zou hij haar de rest van zijn leven koesteren als een kostbare schat.
Bridie was in gezelschap van haar moeder en Leopoldo, Michael, Sean, Rosetta en hun kinderen. Haar blik ging naar Kitty, en plotseling werd ze overweldigd door verdriet. Het kwam van zo diep, en het verraste haar zo, dat ze haar zakdoek tegen haar mond drukte om een snik te smoren. Het werd haar allemaal te machtig. De bruiloft van haar zoon maakte haar emotioneel, en ze werd bestormd door nostalgie, verteerd door verlangen naar het verleden, toen Kitty en zij nog als zusters voor elkaar waren geweest. In de loop van haar leven had Bridie diverse nieuwe vriendinnen gemaakt: Rosetta en Elaine Williams, de vrouw van haar advocaat in New York, en later Emer, maar met geen van hen deelde ze een geschiedenis zoals met Kitty. Geen van hen kende ze zo lang als haar. En Bridie werd overspoeld door wanhoop en verdriet dat een korte en dwaze verhouding met Lord Deverill tot een opeenvolging van gebeurtenissen had geleid waardoor Kitty en zij uit elkaar waren gedreven en als vijanden tegenover elkaar waren komen te staan. Maar hoe graag ze ook zou willen dat het weer goedkwam tussen hen, ze kon zich niet voorstellen dat het er ooit van zou komen.
Pastoor Quinn leidde de plechtigheid, en JP en Alana beloofden elkaar lief te hebben tot de dood hen scheidde. Ze keken elkaar in de ogen en wisten dat, na alles wat er was gebeurd, niets hen ooit nog uit elkaar zou kunnen drijven.
Aan het eind van de dienst liepen ze hand in hand het gangpad door op de haperende akkoorden van Mrs. Reagan, die moeite had het fraaie nieuwe orgel onder de knie te krijgen. Toen Kitty opstond om het bruidspaar te volgen, stond ze ineens naast Jack. Haar blik kruiste die van Emer, die aan de andere kant naast hem stond. Paniek overviel haar, maar Jack glimlachte kalm en vol vertrouwen en stak zijn hand uit. Kitty had geen andere keus dan de hare erin te leggen. Hij trok hem soepel door zijn arm en zo leidde hij haar de kerk uit. Kitty’s ademhaling ging snel en oppervlakkig. Ze liep met opgeheven hoofd en concentreerde zich op het licht aan het eind van het gangpad. Achter hen kwam Emer met de kinderen, Robert liep naast Florence, Bertie naast Maud, en Bridie naast Leopoldo. Toen ze buiten kwamen, in de stralende zon, keek Jack met een weemoedige glimlach op Kitty neer. In zijn ogen las ze spijt en verdriet, maar vooral genegenheid. ‘Wat wij samen hadden, was me heel dierbaar,’ zei hij zacht. ‘Maar Emer is mijn toekomst, en Robert de jouwe. Ze verdienen onze liefde en onze loyaliteit.’
Kitty slikte haar tranen weg en knikte. Ik zal altijd van je houden, zei ze zonder woorden, en hij knikte, alsof hij het had gehoord. En alsof hij hetzelfde tegen haar wilde zeggen: Ik hou van je, Kitty Deverill, en ik zal altijd van je blijven houden. Toen liet hij haar hand los en liep weg.