7
20 november
Er was nog iets gebeurd bij Millennium, en dat was niet goed, maar Erika wilde er via de telefoon niet verder op ingaan. Ze stelde voor om naar hem toe te komen. Mikael had geprobeerd haar dat af te raden: ‘Je lekkere kontje zal er nog af rillen van de kou!’
Erika had niet geluisterd en als ze niet zo bezorgd had geklonken, was hij alleen maar blij geweest met haar koppigheid. Al sinds hij van zijn werk was weggegaan had hij er behoefte aan om met haar te praten, en misschien ook wel om haar de slaapkamer in te trekken en haar de kleren van het lijf te rukken. Erika leek een beetje van haar stuk te zijn en ze had iets van ‘sorry’ gemompeld waardoor hij nog ongeruster was geworden.
‘Ik neem meteen een taxi,’ zei ze.
Maar daarna duurde het toch nog een tijd voordat ze er was en omdat hij niets beters te doen wist, ging hij de badkamer in en bekeek hij zichzelf in de spiegel. Hij had betere tijden gekend. Zijn haar zat in de war en moest nodig geknipt worden, en hij had wallen om zijn ogen. Dat was allemaal de schuld van Elizabeth George. Hij vloekte, ging de badkamer uit en ruimde zijn flat een beetje op.
Daar zou Erika in elk geval niet over te klagen hebben. Hoe lang ze elkaar ook al kenden en hoe vervlochten hun levens ook waren, ze riep nog altijd een zekere opruimwoede in hem op. Hij was de zoon van een arbeider en vrijgezel, zij was de getrouwde dame uit de hogere klassen met het perfecte huis in Saltsjöbaden, en het kon beslist geen kwaad als zijn huis er een beetje fatsoenlijk uitzag. Hij vulde de afwasmachine, maakte het aanrecht schoon en bracht de vuilnis weg.
Hij kon zelfs nog even de woonkamer stofzuigen, de planten op de vensterbank water geven en wat orde brengen in de boekenkast en de krantenbak voordat de bel eindelijk ging. Er werd tegelijk op de deur geklopt en aangebeld: daar stond iemand die ongeduldig was. Toen hij opendeed, schrok hij. Erika had het ijskoud. Ze trilde als een espenblad, en dat kwam niet alleen door het weer. Haar kleding droeg er ook toe bij. Ze had niet eens een muts op. Het verzorgde kapsel van vanmorgen was alle kanten op gewaaid en op haar rechterwang zat iets wat op een schram leek.
‘Ricky,’ zei hij. ‘Wat is er met je gebeurd?’
‘Mijn lekkere kontje is eraf gerild. Ik kon geen taxi krijgen.’
‘Wat heb je met je wang gedaan?’
‘Ik ben uitgegleden. Drie keer, geloof ik.’
Hij liet zijn ogen omlaag gaan naar haar roodbruine Italiaanse hoge hakken.
‘Perfecte sneeuwschoenen ook.’
‘Absoluut perfect. Om nog maar te zwijgen van mijn besluit van vanmorgen om geen lange onderbroek aan te trekken. Geniaal!’
‘Kom binnen, dan zorg ik dat je het weer warm krijgt.’
Ze viel in zijn armen en rilde nog heviger, hij omhelsde haar stevig.
‘Sorry,’ zei ze weer.
‘Waarvoor?’
‘Voor alles. Voor Serner. Ik ben een idioot geweest.’
‘Nou niet overdrijven, Ricky.’
Hij streek sneeuwvlokken uit haar haar en van haar voorhoofd en inspecteerde voorzichtig de wond op haar wang.
‘Nee, nee, ik zal het je vertellen,’ zei ze.
‘Maar eerst trek ik je je kleren uit en zet ik je in een warm bad. Wil je ook een glas rode wijn?’
Dat wilde ze, en ze bleef lang in bad zitten met haar glas, dat hij een paar keer bijvulde. Hij zat vlak bij haar op de wc-pot en luisterde naar haar verhaal, en ondanks al het slechte nieuws had het gesprek iets verzoenends, alsof ze door een muur heen braken die ze de laatste tijd tussen elkaar hadden opgetrokken.
‘Ik weet dat jij me meteen al een idioot vond,’ zei ze. ‘Nee, nu niet tegenspreken; daar ken ik je te goed voor. Maar je moet begrijpen dat Christer, Malin en ik geen andere oplossing zagen. We hadden Emil en Sofie aangenomen, en daar waren we trots op. Er waren op dat moment geen betere journalisten, toch? Het gaf ons enorm veel prestige. Het bewees dat we goed bezig waren, iedereen sprak positief over ons en we kregen lovende besprekingen in Resumé en Dagens Media. Het was net als vroeger, en voor mij persoonlijk betekende het dat ik Sofie en Emil een vaste baan bij ons kon beloven. “Onze financiën zijn stabiel,” zei ik. “Harriët Vanger staat achter ons. We hebben geld voor fantastische, diepgaande stukken.” Ja, dat geloofde ik ook echt, dat begrijp je wel. Maar toen ...’
‘Toen kwam de hemel naar beneden, min of meer.’
‘Precies. Het was niet alleen crisis voor de kranten, ook de advertentiemarkt stortte in. Ik weet niet of het helemaal tot jou is doorgedrongen wat voor chaos het was. Soms heb ik het idee dat het bijna een staatsgreep was. Al die conservatieve kerels in het concern, en die conservatieve vrouwen ook trouwens – nou ja, jij kent ze als geen ander –, al die oude racisten en reactionairen verenigden zich en staken Harriët een mes in de rug. Ik zal dat telefoontje van haar nooit vergeten. “Ik ben overreden,” zei ze. “Platgewalst.” Ze waren natuurlijk vooral verbolgen over haar pogingen om het concern te vernieuwen en te moderniseren, en natuurlijk door haar besluit om David Goldman in de raad van bestuur op te nemen, de zoon van rabbijn Viktor Goldman. Maar wij hadden ook een aandeel, zoals je weet. Andrei had net dat verhaal over die bedelaars in Stockholm gemaakt, en wij vonden het allemaal het beste wat hij had geschreven, en het werd overal geciteerd, ook in het buitenland. Maar die lui van Vanger ...’
‘... noemden het linkse vuiligheid.’
‘Nog erger, Mikael. Ze noemden het propaganda “voor labbekakken die zelfs geen moeite doen om een baan te vinden”.’
‘Zeiden ze dat echt?’
‘Iets in die richting, maar ik neem aan dat het niet aan dat verhaal lag. Dat was alleen hun excuus om Harriëts positie in het concern nog verder te ondermijnen. Ze wilden zich distantiëren van alles waar zij voor stond.’
‘Idioten.’
‘Nou en of. Maar ze hadden het wel voor het zeggen. Ik vergeet het nooit. Het was alsof de grond onder mijn voeten wegviel. En natuurlijk, ik weet het, ik weet het: ik had jou er meer bij moeten betrekken. Maar ik dacht dat het ons allemaal zou helpen als jij je op je verhalen kon concentreren.’
‘En toch heb ik niets zinnigs ingeleverd.’
‘Je hebt het wel geprobeerd, Mikael. Je hebt het heus wel geprobeerd. Maar waar ik naartoe wilde: net toen we dachten dat alles verloren was, belde Ove Levin.’
‘Iemand had hem waarschijnlijk getipt over wat er was gebeurd.’
‘Beslist, en ik hoef je vast niet te vertellen dat ik aanvankelijk sceptisch was. Serner stond bekend als uitgever van sensatierommel. Maar Ove praatte als Brugman en nodigde me uit in zijn grote nieuwe huis in Cannes.’
‘Wát?’
‘Ja, sorry, dat heb ik je ook niet verteld. Ik denk dat ik me schaamde. Maar ik was toch al van plan om naar het filmfestival te gaan om een portret te maken van die Iraanse regisseur. Je weet wel, die vrouw die werd vervolgd omdat ze een documentaire had gemaakt over die negentienjarige Sara, die gestenigd was, en ik vond dat het geen kwaad kon als Serner een beetje bijdroeg in de reiskosten. Hoe dan ook, Ove en ik hebben een hele nacht zitten praten, en ik bleef behoorlijk sceptisch. Hij zat belachelijk op te scheppen en verkooppraatjes te houden. Maar uiteindelijk ging ik toch luisteren, en weet je waarom?’
‘Hij was fantastisch in bed.’
‘Haha, nee, het was zijn relatie met jou.’
‘Wilde hij liever met mij naar bed?’
‘Hij bewondert je mateloos.’
‘Geklets.’
‘Nee, Mikael, dat heb je mis. Hij is dol op zijn macht en zijn geld en zijn huis in Cannes. Maar meer nog knaagt het aan hem dat mensen hem niet zo geweldig vinden als jou. Als we het hebben over waardering, Mikael, is hij arm en ben jij schatrijk. Diep vanbinnen wil hij zijn zoals jij, dat voelde ik meteen, en ja, ik had moeten begrijpen dat die jaloezie gevaarlijk kan zijn. Daar ging die hele hetze tegen jou ook om; dat begrijp je natuurlijk wel. Met je bestaan alleen al herinner je hen eraan dat ze hun ziel aan de duivel hebben verkocht. Hoe meer lof jij krijgt, hoe onbenulliger ze zelf lijken. En in zo’n situatie kunnen ze zich maar op één manier verdedigen: jou omlaag trekken in de drek. Als jij valt, voelen zij zich een beetje beter. Die lulkoek geeft hun een klein beetje waardigheid terug; dat verbeelden ze zich tenminste.’
‘Dank je wel, Erika, maar ik trek me echt niets aan van die hetze.’
‘Dat weet ik wel. Ik hoop het in elk geval. Maar ik kreeg het idee dat Ove echt mee wilde doen, zich een van ons wilde voelen. Hij wilde een beetje meeprofiteren van onze reputatie, en dat leek me een goede drijfveer. Als hij zo cool wilde zijn als jij zou het vernietigend voor hem zijn als hij van Millennium een gewoon, commercieel Serner-product maakte. Als hij bekend zou komen te staan als de man die een van de meest tot de verbeelding sprekende Zweedse tijdschriften om zeep heeft geholpen, zou het laatste restje waardering voor hem voorgoed de grond in zijn geboord. Daarom vertrouwde ik hem wel toen hij zei dat het concern een prestigeblad nodig had, en hijzelf ook, een alibi als het ware, en dat hij ons alleen maar wilde helpen om de journalistiek te bedrijven waarin we geloofden. Hij wilde zich wel met het blad bemoeien, maar dat leek me alleen maar ijdelheid. Dat hij zich een beetje op de borst wilde kloppen en tegen zijn medeprofiteurs wilde zeggen dat hij onze spindoctor was of zo. Ik had nooit gedacht dat hij zich tegen de ziel van het blad zou durven te keren.’
‘En toch is dat precies wat hij nu doet.’
‘Ja, helaas wel.’
‘En wat gebeurt er nu met je mooie psychologische theorie?’
‘Ik heb de macht van het opportunisme onderschat. Zoals je hebt gemerkt waren Ove en Serner al bevooroordeeld voordat die hetze tegen jou losbarstte, maar daarna ...’
‘Profiteerde hij ervan.’
‘Nee, nee, hij niet; iemand anders. Iemand die het op hem voorzien had. Ik begreep pas later dat het voor Ove niet gemakkelijk was geweest om de anderen mee te krijgen in het besluit om ons over te nemen. Ze lijden bij Serner niet allemaal aan een journalistiek minderwaardigheidscomplex; dat begrijp je wel. De meesten zijn gewone zakenlieden, en die hebben geen goed woord over voor dat gezwets over “iets belangrijks willen bereiken” en zo. Die ergerden zich aan Oves “valse idealisme”, zoals ze het noemden, en in de hetze tegen jou zagen ze een middel om hem uit het concern te werken.’
‘Oeps.’
‘Je moest eens weten! Eerst ging het nog wel. Ze vroegen alleen wat marktaanpassingen van ons, en zoals je weet vond ik een aantal daarvan heel redelijk. Ik heb zelf ook wel nagedacht over hoe we een jongere doelgroep zouden kunnen bereiken. Ik dacht zelfs dat Ove en ik het daarover wel eens zouden worden. Daarom maakte ik me ook niet overdreven veel zorgen over zijn presentatie van vandaag.’
‘Nee, dat heb ik gemerkt.’
‘Maar toen was de hel nog niet losgebarsten.’
‘Welke hel?’
‘Die uitbrak toen jij Oves betoog saboteerde.’
‘Ik heb niks gesaboteerd, Erika. Ik ging gewoon weg.’
Erika lag in het bad, nam een slokje van haar wijn en glimlachte enigszins mistroostig.
‘Wanneer leer jij nu eens dat je Mikael Blomkvist bent?’ vroeg ze.
‘Ik dacht dat ik dat aardig door begon te krijgen.’
‘Blijkbaar niet, want dan had je begrepen dat er commotie ontstaat als Mikael Blomkvist midden in een presentatie over zijn eigen tijdschrift wegloopt, ongeacht of Mikael Blomkvist dat nu wil of niet.’
‘Dan bied ik mijn excuses aan voor mijn sabotage.’
‘Nee, nee, ik verwijt je niets. Niet meer. Nu maak ík mijn excuses, zoals je merkt. Ik heb ons in deze positie gebracht. Het was sowieso een drama geworden, of jij nu weg was gegaan of niet. Ze wachtten gewoon op een aanleiding om ons aan te pakken.’
‘Wat is er gebeurd?’
‘Toen jij was vertrokken, zonk de moed ons allemaal in de schoenen en Ove, wiens zelfvertrouwen nu nóg eens een knauw had gekregen, gaf de brui aan zijn presentatie. “Het heeft geen zin,” zei hij. Toen belde hij zijn hoofdkantoor en vertelde wat er was gebeurd, en het zou me niet verbazen als hij het nog eens flink heeft aangedikt. Die jaloezie waarop mijn hoop gevestigd was, veranderde waarschijnlijk in iets heel kleinzieligs en kwaadaardigs. Na een tijdje kwam hij terug en zei hij dat het concern bereid was flink in Millennium te investeren en al zijn middelen te gebruiken om het blad in de markt te zetten.’
‘En dat was natuurlijk niet wat je wilde horen.’
‘Nee, en ik begreep al wat er speelde voordat hij het had gezegd. Het was aan zijn hele gezicht te zien. Het straalde gewoon, een mengeling van angst en triomf. Eerst kostte het hem moeite de juiste woorden te vinden. Hij kletste maar wat, zei dat het concern meer inzicht in de activiteiten wilde hebben, verjonging van de inhoud, meer beroemdheden erin ... Maar toen ...’
Erika deed haar ogen dicht, ging met haar hand door haar natte haar en nam het laatste slokje wijn.
‘Ja?’
‘... zei hij dat hij jou uit de redactie weg wilde hebben.’
‘Wát?’
‘Dat konden hij en het concern natuurlijk niet expliciet zeggen, want dan zouden ze koppen riskeren als Serner ontslaat Blomkvist, dus Ove formuleerde het heel fraai: hij wilde dat jij meer de vrije hand zou krijgen en je kon concentreren op wat je het beste kunt: stukken schrijven. Hij stelde een strategische stationering in Londen voor en een royaal correspondentensalaris.’
‘Londen?’
‘Hij zei dat Zweden te klein is voor een man van jouw kaliber, maar je begrijpt wel waar het om gaat.’
‘Ze denken dat ze hun veranderingen niet kunnen doorvoeren zolang ik op de redactie zit?’
‘Zoiets, ja. Maar ik denk ook dat niemand ervan opkeek dat Christer, Malin en ik botweg nee zeiden, “onbespreekbaar”. En dan heb ik het nog niet eens over Andreis reactie.’
‘Wat deed hij dan?’
‘Het is bijna om verlegen van te worden. Andrei stond op en zei dat dit het schandelijkste was wat hij zijn hele leven had gehoord. Hij zei dat jij tot het beste behoort waarover ons land beschikt, de trots van de democratie en de journalistiek en dat het hele Serner-concern in een hoekje moet gaan zitten en zich moet schamen. Hij zei dat jij een groot man bent.’
‘Hij overdrijft.’
‘Maar het is een goeie jongen.’
‘Dat is het zeker. Wat deden die lui van Serner toen?’
‘Ove was er natuurlijk op voorbereid. “Jullie kunnen ons natuurlijk ook uitkopen,” zei hij. ‘Alleen ...’
‘De prijs was gestegen,’ vulde Mikael aan.
‘Precies. Welke fundamentele analyse je er ook op losliet, volgens hem was het aandeel van Serner inmiddels minstens verdubbeld, gezien de meerwaarde en de goodwill die zij hadden gecreëerd.’
‘Goodwill! Zijn ze niet goed bij hun hoofd?’
‘Blijkbaar niet. Maar ze zijn wel slim en ze zoeken ruzie. Ik vraag me af of ze niet twee vliegen in één klap willen slaan: de kans grijpen om ons financieel kapot te maken en een concurrent de das om te doen.’
‘Verdomme. Wat doen we nu?’
‘Waar we het beste in zijn, Mikael: knokken. Ik steek mijn eigen geld erin, we kopen ze uit en gaan het gevecht aan om het beste blad van Noord-Europa te worden.’
‘Prima. Super. Maar dan, Erika? Dan zitten we met allemaal financiële problemen waar zelfs jij niets aan kunt doen.’
‘Dat weet ik, maar het gaat lukken. We hebben ons wel vaker uit lastige situaties gered. Jij en ik kunnen ons salaris een tijdje op nul zetten. We redden ons toch wel?’
‘Aan alles komt een eind, Erika.’
‘Zeg dat niet! Nooit van z’n leven!’
‘Zelfs niet als het waar is?’
‘Vooral dan niet.’
‘Oké.’
‘Heb jij niet iets?’ vervolgde ze. ‘Maakt niet uit wat, iets waarmee we journalistiek Zweden mee om de oren kunnen slaan?’
Mikael verborg zijn gezicht in zijn handen, en om de een of andere reden moest hij aan zijn dochter Pernilla denken, die had gezegd dat ze, in tegenstelling tot haar vader, ‘echt’ zou gaan schrijven, wat er dan ook ‘niet echt’ was aan wat hij schreef.
‘Ik geloof het niet,’ zei hij.
Erika gaf met haar hand een klap op het badwater, zodat het op zijn sokken spatte.
‘Verdomme, je móét iets hebben. Ik ken niemand in Zweden die zoveel tips krijgt als jij!’
‘Het meeste is waardeloos,’ zei hij. ‘Maar misschien ... Ik heb net iets uitgezocht.’
Erika ging rechtop zitten in het bad.
‘Wat?’
‘Nee, niks,’ corrigeerde hij zichzelf. ‘Het is maar wishful thinking.’
‘Zoals de zaken er nu voor staan moeten we aan wishful thinking doen.’
‘Ja, maar het is niets, alleen een hoop rook; niets wat te bewijzen is.’
‘Maar toch gelooft iets in je erin, of niet?’
‘Misschien, maar dat hangt van één kleinigheidje af dat niets met de zaak zelf te maken heeft.’
‘En dat is?’
‘Of mijn oude partner in crime er ook bij betrokken is.’
‘Zij in hoogsteigen persoon?’
‘Zij, ja.’
‘Dat klinkt veelbelovend, niet?’ zei Erika, en ze stond op en stapte met haar mooie blote lijf uit de badkuip.