Hoofdstuk 17
De volgende dagen gingen voorbij in een hemelse roes van heimelijke, gestolen momenten. Op de ranch ging het leven zijn gewone gangetje, maar voor Santi en Sofia was iedere minuut heilig. Zodra ze maar even alleen waren, kusten ze elkaar achter gesloten deuren, bomen of struikjes, of in het zwembad als ze er zeker van waren dat niemand hen zag. Als nooit tevoren vibreerde Santa Catalina voor hen met een intense glans en schoonheid.
De twee verdwenen steeds vaker te paard over de stoffige paden om de ontluiking van hun liefde met tedere kussen en voorzichtige strelingen in de schaduw van de ombu-boom te vieren. Dan pakte Santi zijn zakmes en kerfden ze urenlang hun namen en geheime boodschappen in de zachte, groene takken. Ze waagden zich hoog in het betoverende rijk van de oude boom en keken naar de caleidoscoop van pony’s die vredig snuivend in de gele velden onder hen stonden te grazen. Terwijl ze kilometers ver in de omtrek tuurden, volgden ze het komen en gaan van de gauchos, die in de verte op hun paarden stapvoets over de paden sjokten. En in de avond, hun favoriete deel van de dag, zaten ze in het geurige gras en staarden ze naar de weidse horizon, terwijl ze zich wentelden in de melancholie van de zonsondergang.
Alles vervulde Sofia met vreugde. Zelfs de kleinste, onbenulligste dingen deden haar plezier, zoals het strooien van broodkruimeltjes op het gras voor de vogeltjes, en ze straalde omdat Santi van haar hield. Ze had het gevoel dat haar hart door de bedwelmende liefde die ze voor hem voelde zou barsten. Ze was bang dat de anderen het zouden merken, want ze liep niet meer maar huppelde, praatte niet meer maar zong en rende niet meer maar danste. Haar hele lijf vibreerde van liefde. Ze begreep ineens waarom mensen er alles voor zouden doen – zelfs een moord.
Daar kwam nog bij dat Sofia’s band met haar moeder verbeterde. Ze werd een ander mens, behulpzaam, attent en onzelfzuchtig.
‘Als ik niet beter wist, zou ik zeggen dat Sofia verliefd was,’ zei haar moeder op een ochtend aan het ontbijt, nadat Sofia ongekend meegaand had gereageerd op haar voorstel om Panchito een beetje extra Engelse les te geven.
‘Ze ís verliefd, mama,’ antwoordde Agustin nonchalant, terwijl hij in zijn koffie roerde.
‘O ja?’ riep Anna blij uit. ‘Maar op wie dan?’
‘Op zichzelf,’ kwam Rafael snel tussenbeide.
‘Niet zo onaardig, Rafael. Ze is de laatste tijd zo inschikkelijk. Bederf het nu niet door haar te pesten.’
Wat haar echter veel meer interesseerde dan Sofia’s meegaandheid was de mooie Jasmina, Rafaels vriendin, wier vader de bekende Ignacio Peña was, de succesvolste advocaat van Buenos Aires. Een vrouw uit zo’n gerenommeerde familie zou een goede partij zijn voor Rafael en een aanwinst voor de familie. Daar zou Anna trots op kunnen zijn. Ze kende de moeder van het meisje al een tijdje. Señora Peña was een vrome, katholieke vrouw, die ze al vaker tijdens de mis had ontmoet wanneer ze de weekenden in de stad doorbrachten. Anna nam zich voor in de stad vaker naar de mis te gaan. Door vriendschap te sluiten met señora Peña zou ze vast meer invloed krijgen op de toekomst van haar zoon.
‘In godsnaam, Agustin, ben je gek! Hoe kon je nu zeggen dat Sofia verliefd is!’ bromde Rafael, toen hun moeder de ontbijttafel had verlaten.
‘Doe niet zo moeilijk, Rafa. Het is toch zo,’ wierp hij tegen.
‘Soms kun je beter liegen.’
‘Ach, ze is alleen verliefd.’
‘Je weet hoe moeder is. Weet je nog hoe ze reageerde toen Joaco Santa Cruz met zijn volle nicht trouwde?’
‘Sofia zal echt niet met Santi trouwen. Het arme wicht. Hij vindt het gewoon leuk om met haar te stoeien, meer niet.’
‘Hoe dan ook, hou voortaan je grote mond.’
De liefde tussen Santi en Sofia bleef voor de meesten op de ranch verborgen. Degenen die wel iets in de gaten hadden, zoals Rafael en Agustin, zagen er niet meer in dan een kalverliefde en vonden het aandoenlijk. Er was niets ongewoons aan dat ze zoveel tijd met elkaar doorbrachten. Ze hadden nooit anders gedaan. De blikken en gebaren die ze met elkaar wisselden hadden echter alleen voor hen een geheime betekenis. Ze leefden in een droomwereld die evenwijdig liep aan die van de anderen, maar die verschilde in vibratie. Ze hadden het gevoel op een idyllisch eiland te wonen waar niemand kon komen, laat staan hun liefde kon verstoren. Ze leefden in het hier en nu en de rest deed er niet toe.
De polowedstrijden gingen gewoon door, maar het maakte Sofia weinig uit of ze speelde of niet. Tegen februari begonnen haar ochtenden met José af te nemen en begon ze steeds meer tijd met Soledad in de keuken door te brengen, waar ze cakes bakte die ze trots meenam naar Chiquita’s huis voor bij de thee. Er kwam een eind aan de ruzies met haar moeder, aan wie ze advies over make-up en kleding begon te vragen. Dit maakte Anna gelukkig en ze was blij dat haar dochter eindelijk volwassen werd. Het naaktzwemmen en de schaamteloze vertoningen behoorden tot het verleden, en zelfs Paco, die nooit iets scheen te zijn opgevallen, moest toegeven dat zijn dochter zich beter was gaan gedragen.
‘Sofia!’ riep Anna vanuit haar slaapkamer. Het regende pijpenstelen buiten, en aan het slechte weer leek maar geen eind te komen. Ze sloot met een grimas de ramen en zuchtte geërgerd toen ze de plas water op het kleed zag. ‘Soledad!’ riep ze. Sofia en Soledad stapten tegelijk de kamer binnen.
‘Soledad, ruim alsjeblieft deze vieze plas op. Je moet alle ramen in huis sluiten als het buiten zo plenst. Goeie genade, het lijkt wel of het einde van de wereld nabij is, zo gaat het tekeer,’ klaagde ze. Soledad kuierde op haar gemak terug naar de keuken om een emmer en dweil te halen, terwijl Sofia met een flesje roze nagellak op het bed van haar moeder plofte.
‘Hoe vind je deze kleur?’ vroeg ze in het Engels. Haar moeder ging op het bed zitten en keek er aandachtig naar.
‘Mijn moeder vond het vreselijk als ik mijn nagels lakte. Dat vond ze zo goedkoop,’ zei ze, en ze glimlachte weemoedig bij de herinnering aan haar warmhartige moeder.
‘Daar heeft ze gelijk in, daarom is het ook zo sexy,’ lachte Sofia. Ze maakte het flesje open en begon haar nagels te lakken.
‘Lieve hemel, kind, dat wordt niks als je het zo snel doet. Hier, geef eens aan mij. Zie je, er gaat niets boven de vaste hand van een ander.’ Sofia keek toe terwijl haar moeder haar hand in de hare hield en voorzichtig de lak aanbracht. Ze kon zich niet herinneren wanneer haar moeder haar voor het laatst zoveel aandacht had geschonken. ‘Ik wou je iets vragen, Sofia,’ zei ze.
‘Wat dan?’ vroeg Sofia voorzichtig. Als het maar niet betekende dat ze Santi niet kon zien.
‘Nou, Antonio komt met de bus van vier uur uit Buenos Aires in de stad aan, en nu vroeg ik me af of je Santi zou kunnen vragen of hij zo aardig wil zijn hem met de truck op te halen. Ik weet dat het saai is, maar Rafa en Agustin kunnen niet…’
‘O, dat geeft niet. Hij vindt het vast niet erg. We kunnen wel samen gaan. Maar wat deed Antonio trouwens in Buenos Aires?’ vroeg Sofia luchtigjes, om haar opwinding te verbergen. Ze zouden de hele middag met zijn tweetjes bij het meer kunnen doorbrengen. Ze hoopte maar dat Maria niet mee wilde.
‘Ach, die arme ziel. Hij moest naar het ziekenhuis, voor zijn heup.’
‘O ja,’ reageerde Sofia afwezig. Ze was al met Santi bij het meer.
‘Dank je, Sofia, dat is heel lief van je. Ik moet er niet aan denken met dit weer de deur uit te moeten.’
‘Ik hou van regen!’ lachte ze.
‘Omdat je er niet zoals ik mee bent opgegroeid.’
‘Mis je Ierland?’
‘Nee. Ik vond het heerlijk er weg te kunnen, en nu ben ik hier al zo lang dat ik me daar niet meer zou thuis voelen. Het zou een vreemd land voor me zijn.’
‘Ik zou Argentinië missen,’ zei Sofia. Ze stak haar hand in de lucht en bewonderde haar nagels.
‘Natuurlijk. Santa Catalina is een heel bijzonder plekje, en jij hoort hier. Het is jouw thuis,’ antwoordde haar moeder, zichzelf verbazend. Ze had zich er altijd aan geërgerd dat haar dochter hier paste terwijl zij zich in haar tweede vaderland nooit echt thuis had gevoeld. Toen ze naar Sofia’s stralende gezicht keek, onderging ze een nieuwe emotie. Trots.
‘Weet ik. Ik vind het heerlijk hier. Ik wou dat ik niet steeds terug naar Buenos Aires hoefde,’ verzuchtte Sofia.
‘We doen allemaal dingen die we niet willen. Maar dat is vaker wél dan niet voor ons eigen bestwil. Daar kom je nog wel achter als je ouder bent.’ Anna glimlachte warm en draaide het dopje terug op het flesje nagellak. ‘Zo, als jij er nu niet goedkoop uitziet, weet ik het ook niet meer,’ grapte ze.
‘Bedankt, mam!’ riep Sofia verrukt uit.
‘Voorzichtig, anders veegt het uit.’
‘Ik moet weg, naar Santi, om je boodschap door te geven,’ verklaarde Sofia. Ze sprong van het bed en verdween de gang in, waar ze bijna de puffende Soledad tegen het lijf liep, die beladen met emmers en borstels op weg was naar de waterplas.
Santi was in de zevende hemel toen hij hoorde dat hij de middag met Sofia kon doorbrengen. Ze voelden zich er wel een beetje schuldig over maar ze besloten niets tegen Maria te zeggen die, in het bijzijn van haar moeder en haar moeders vriendin, Lia, in de woonkamer met Panchito aan het spelen was. Ze holden weg door de regen en kwamen kletsnat en buiten adem van opwinding bij de truck aan. Om half twee vertrokken ze van de ranch om samen nog wat tijd te hebben voordat Antonio tegen vieren met zijn reuzenlijf tussen hen in zou komen zitten. Terwijl ze naast elkaar voorin zaten, rammelde de truck de oprit op. De modder spatte alle kanten op. Santi zette de radio aan en samen neurieden ze mee met John Denver. Sofia legde haar hand op zijn vochtige knie terwijl hij reed. In stilte genoten ze van elkaars gezelschap.
De pueblo was verlaten. Een verroeste auto voor hen hobbelde ergerlijk traag het plein rond. De weinige winkels die er waren, zoals de kruidenier en ijzerwarenhandel, waren voor de siësta gesloten. Op een bankje in het midden van de plaza zat een oude man met een ingedeukte hoed op, alsof hij niet in de gaten had dat het regende. Zelfs de honden hadden een droog onderkomen gezocht. Toen ze langs de kerk van Nuestra Señora de la Asunción reden, keken ze uit naar het groepje roddelende oude besjes in het zwart, de ‘kraaien’ zoals grootvader O’Dwyer ze altijd had genoemd, maar zelfs zij waren voor de stortbui gevlucht.
Langzaam reden ze door het dorp. De weg om het plein was een aantal jaren geleden geasfalteerd, maar alle andere wegen waren nog modderpaden. Eenmaal voorbij het plein duurde het niet lang of ze zaten op de weg die langs het meer liep. Toen Santi ergens een afgelegen plekje vond bracht hij de truck tot stilstand.
‘Laten we door de regen gaan lopen,’ stelde Sofia voor terwijl ze uit de truck klom. Hand in hand renden ze lachend door de regen van de ene boom naar de andere, waar ze even schuilden wanneer ze de stortbui niet langer konden verdragen. Aangezien het niet gemakkelijk was een stadje van die grootte ongemerkt te doorkruisen – vooral niet voor een Solanas, wiens familie bij de meeste inwoners heel goed bekend was – verzekerde Santi zich ervan dat ze alleen waren voordat hij Sofia tegen een boom drukte en haar in haar hals kuste. Toen trok hij zich terug en keek op haar neer. Haar haren waren druipnat. Hij veegde een paar lokken uit haar gezicht en liet zijn ogen over haar glimmende, roze wangen en hartelijke glimlach glijden. Ze had een grote, volle mond. Hij hield van haar mond, zoals die van het ene op het andere moment van een mokkend pruillipje in een grijns kon veranderen. Haar lippen waren altijd uitnodigend, ook al trilden ze van woede. De regen viel in zware druppels van de bladeren, maar omdat de lucht warm en vochtig was, vonden ze het lekker. Hij legde zijn handen om haar middel en trok haar tegen zich aan. Ze voelde zijn opwinding door zijn spijkerbroek.
‘Ik wil met je vrijen, Chofi,’ zei hij, haar diep in de ogen kijkend.
‘O nee.’ Ze lachte hees. ‘Niet hier. Niet nu.’ Ze lachte om haar angst te verbergen. Haar lippen werden bleek en trilden. Al vanaf het moment dat ze besefte dat ze van hem hield, nu twee jaar geleden, wilde ze dat Santi de liefde met haar zou bedrijven. Nu het echter zover was, werd ze bang.
‘Nee, niet hier. Ik weet een betere plek,’ zei hij, terwijl hij haar hand in de zijne nam en zijn natte lippen in haar handpalm drukte. Zijn ogen verlieten geen moment de hare, die hem bezorgd aankeken. ‘Ik zal voorzichtig zijn, Chofi. Ik hou van je,’ zei hij, glimlachend op haar neerkijkend.
‘Oké,’ fluisterde ze. Nerveus sloeg ze haar ogen neer.
Santi loodste haar aan de hand mee naar een oud, krakkemikkig boothuis, dat aan de rand van het meer verscholen lag tussen hoge biezen en grashalmen, waarin reigers en slobeenden nestelden. Eenmaal binnen en uit de regen lieten ze zich lachend om hun lef boven op een stapel lege, verpulverde jutezakken vallen. Het licht viel door de kieren en scheuren in het hout naar binnen en tekende flikkerende strepen op een stoffige boot die veronachtzaamd op zijn kant lag, als een gestrande walvis op het droge. Ze luisterden naar het tikken van de regen op het ijzeren dak en ademden de muffe geur van olie en zoet, rottend gras in. Sofia nestelde zich rillend van de zenuwen tegen Santi aan.
‘Ik zal heel, heel voorzichtig zijn, Chofi,’ zei Santi, en hij kuste haar slaap, die zilt smaakte.
‘Ik weet niet wat ik moet doen,’ zei ze zacht. Santi werd geroerd door haar angst. Naast hem lag het meisje van wie hij het meest ter wereld hield, ontdaan van haar eigenzinnigheid en arrogantie. Zijn Sofia, die nu haar eigen, lieve zelf was, de Sofia zoals alleen hij haar kende.
‘Je hoeft niet te weten wat je moet doen, lieverd. Ik ga je beminnen, dat is alles,’ antwoordde hij met diepe, geruststellende stem, en hij glimlachte teder naar haar. Om haar angst te verminderen hief hij zich op een elleboog en streelde met zijn andere hand haar gezicht. Het topje van zijn vinger volgde de contouren van haar bevende lippen. Ze glimlachte nerveus. De plotselinge intimiteit van zijn strelingen en de kracht van zijn ogen die zich in haar ziel boorden maakten haar verlegen. Ze zei niets. Ze wist niet wat ze moest zeggen. Uit ontzag voor de grootsheid van het moment zweeg ze.
Toen bracht hij zijn lippen naar haar gezicht en kuste haar teder op haar ogen, haar neus, haar slapen en ten slotte op haar mond. Hij liet zijn natte tong langs de binnenkant van haar lippen glijden en verkende haar tanden totdat zijn mond haar heftig opeiste. Ze haalde schokkend adem toen zijn hand onder haar natte T-shirt gleed en hij de lichte huivering in haar buik voelde en het zachte deinen van haar borsten. Hij trok het shirt over haar hoofd uit en zag haar naakt, bleek en huiverend in het vage licht dat tussen de verrotte balken door binnenviel. Hij kuste haar hals en schouders terwijl hij zijn vingers over de donzige haartjes op haar buik liet glijden, over de stijve, opgerichte tepels, langs haar zij naar haar rug en verder omlaag. In reactie op zijn aanraking hief ze haar rug van de grond. Met zijn tong speelde hij met haar borst, totdat het genot overging in pijn, niet op de plek waar zijn mond was, maar lager, tussen haar benen. Toch wilde ze niet dat hij ophield, want het was een pijn die tegelijkertijd heel onaangenaam en verschrikkelijk fijn was.
Toen hij de knopen van haar spijkerbroek had gevonden, maakte hij ze een voor een los. Ze wurmde zich uit haar broek, trok haar witte slipje mee en strekte zich bevend om haar eigen naaktheid naast hem uit. Terwijl hij haar teder streelde, bleef hij naar haar gezicht kijken. Sofia’s wangen waren rood en glanzend en het ontwaken van haar zinnen had haar oogleden zwaar gemaakt. Ze zweefde op het ragfijne randje van vrouwelijkheid. Het wankele evenwicht tussen het kind en de vrouw gaven haar een zeldzame schoonheid die door haar huid gloeide als het gouden licht van de herfst. Toen daalde zijn hand af naar het geheime plekje dat alleen zij nog had ontdekt tijdens die sensuele nachten waarin ze zo naar hem had verlangd dat ze, alleen in de duisternis, haar eigen seksualiteit was gaan verkennen. Toen had ze zich verbeeld dat haar vingers de zijne waren. Haar vingers waren echter helemaal niet zoals die van hem geweest, maar slechts een schraal alternatief om de frustratie van al die lange maanden wachten te verlichten. Toen zijn hand haar vond zuchtte ze diep.
Een moment lang verloor ze zichzelf in haar genot. Santi keek naar de kleine zweetdruppeltjes die zich verzamelden in het dal van haar borsten en op haar trotse neusje. Ze had haar ogen gesloten en haar benen gingen van elkaar op een manier die de indruk wekte dat ze zich er zelf niet van bewust was. Santi was niet langer in staat de kracht van zijn eigen verlangen te weerstaan. Hij ging rechtop zitten, trok zijn shirt over zijn hoofd uit en rukte zijn spijkerbroek uit. Sofia keerde terug op aarde en zette grote ogen op toen ze zijn mannelijkheid zag. Wat zag hij er nu – wakker en ongeduldig – anders uit dan destijds bij het zwembad. Santi legde haar hand erop. Ze protesteerde niet, maar onderzocht hem met de nieuwsgierigheid van een wetenschapper. Ze liet haar hand op en neer gaan, bekeek hem van opzij en verbaasde zich over het gewicht.
‘Zo, dus hier lopen jullie mannen je hele leven achteraan?’ zei ze, waarna ze hem achteloos op zijn dij liet vallen. Santi grinnikte. Hoofdschuddend pakte hij haar hand en liet haar zien hoe ze hem moest strelen. Vervolgens rommelde hij in de zak van zijn spijkerbroek die hij opzij had gegooid en haalde er een rechthoekig stukje papier uit. Hij zei dat het belangrijk was voorzorgsmaatregelen te nemen, omdat hij haar niet zwanger wilde maken. Ze lachte toen ze hem hielp bij het omdoen.
‘Arm ding, stel dat-ie bang is in het donker,’ zei ze. Haar onervarenheid maakte de hele operatie er niet gemakkelijker op.
‘Je bent een hopeloze leerling,’ klaagde hij lachend, terwijl hij haar handen wegduwde en het zelf deed.
Sofia sloot haar ogen. Ze verwachtte een scherpe pijn toen hij bij haar binnendrong, maar die bleef uit. In plaats daarvan vulde haar lichaam zich met warmte en ebden alle spanningen uit haar weg. Ze klampte zich aan Santi vast en ontdeed zich met het enthousiasme van een bekeerling van haar onschuld. In Amerika had Santi talloze malen seks gehad maar met Sofia bedreef hij voor het eerst de liefde.
Toen ze het licht weer in stapten was het opgehouden met regenen en brak de zon door de wolken heen. Het meer glinsterde als opgewreven zilver.
‘Antonio!’ herinnerde Sofia zich ineens hun opdracht. ‘We moeten hem niet vergeten op te halen.’
Santi keek op zijn horloge. Ze hadden nog een kwartier. ‘Ik wil je tot de laatste minuut kussen,’ zei hij, en hij trok haar in zijn armen.
Toen Sofia eenmaal van de verboden vrucht had gegeten wilde ze meer. Het was niet eenvoudig om op de ranch afgezonderde plekjes te vinden waar ze niet door gauchos of familie en vrienden zouden worden ontdekt. Grootvader O’Dwyer had echter altijd gezegd: ‘Waar een wil is, is een weg’, en de onbeheersbare wil van Sofia en Santi zou water in de woestijn hebben gevonden.
Het was februari, de laatste maand van de lange zomervakantie. Dat betekende dat ze al hun tijd op de ranch doorbrachten. Ze kwamen erachter dat het overdag zogoed als onmogelijk was te vrijen zonder dat de angst voor ontdekking hun genot bedierf. Zo nu en dan, als de volwassenen zich na een overdadige lunch in de koelte van hun slaapkamer terugtrokken om de wijn eruit te slapen, konden ze naar de lege zolderkamer in Sofia’s huis sluipen, die ver van de slaapkamer van haar ouders lag en zelden werd gebruikt. Daar vrijden ze met elkaar in de lome warmte van de middag, te midden van de geuren van jasmijn en gemaaid gras en het getjilp van de vogels die in de bomen buiten wachtten op Soledads broodkruimels. Of ze glipten ’s nachts uit hun slaapkamer wanneer iedereen op de ranch sliep en dan bedreven ze de liefde onder de sterrenhemel en de allesziende maan.
Dan praatten ze over de toekomst – hun toekomst. Een toekomst die even onbereikbaar was als de wolken boven hen. Maar zolang ze alles door de roze bril van hun liefde zagen, zat geen van beiden ermee dat hun dromen luchtkastelen waren. Dat een leven als man en vrouw op Santa Catalina een onmogelijke wens was. Ze zweefden op de wolken, omdat ze één ding zeker wisten: ze zouden altijd van elkaar blijven houden.