22
L uca bleef zwaaien tot de kinderen uit het zicht waren en liep vervolgens langzaam terug naar de auto, terwijl er een zwaar gevoel als een wolk over hem neerdaalde. Hij was gewend geraakt aan het geluid van hun stemmetjes, aan hun kleine handjes in de zijne, aan hun armen die om zijn benen werden geslagen, aan hun verwachtingsvolle gezichtjes die glimlachend naar hem opkeken. Hij probeerde een golf van heimwee te verdringen door aan Cosima te denken. Hij parkeerde in de stad en toog op weg om een mobiele telefoon voor haar te kopen. Dat was een prima afleiding, en weldra klaarde zijn stemming weer op toen het beeld van haar vriendelijke gezicht als een zon door de wolk heen brak. Op de terugweg naar de auto kwam hij langs een juwelierszaak, en hij slapte naar binnen.
Bij het geluid van de taxi die buiten knarsend tot stalstand kwam op het grind, haastte Romina zich door de hoofdingang van het palazzo om de journalist welkom te heten. Porci, die geen besef had van de reikwijdte van deze gedenkwaardige gebeurtenis, dribbelde langs haar heen om aan de autobanden te snuffelen. Als hij een hond was geweest, zou hij zijn poot hebben opgetild om te laten zien dat hij hier heer en meester was, maar aangezien hij slechts een klein varkentje was, knorde hij alleen maar wat en drentelde verder om op de met gras begroeide helling op zijn rug te gaan liggen rollen.
De journalist keek nog eens goed naar hem, zo met zijn witte luier om, en boog zich dichter naar het raampje om het beter te kunnen zien.
Romina kon haar ongeduld niet bedwingen. ‘Schrik maar niet van Porci. Hij bijt niet,’ zei ze, zich glimlachend naar binnen buigend de auto in.
‘Wat apart,’ zei de vrouw, en ze pakte haar gigantische zwartleren handtas en schoof over de stoel. Ze had een gebeeldhouwd blank gezicht met een donkerrood bobkapsel, dat even vierkant was geknipt ais het blad van een spa. ‘Wauw, wat een paleis!’ Toen ze uit de auto stapte, bleven Romina’s ogen rusten op haar rode netkousen, korte spijkerrokje en zwartleren laarzen, en ze deinsde achteruit.
‘Mijn hemel, in die kleren zul je hel wel warm krijgen!’
‘In Londen was het koud. Ik heb dunnere kleren in mijn koffer.’
‘Blij dat te horen. Ik ben Romina, je gastvrouw.’ Formeel stak ze haar hand uit.
‘Fiyona Pritchett,’ antwoordde Fiyona, waarbij haar felrood gestifte lippen zich tot een glimlach plooiden. ‘Fiyona met een y.’
‘Hallo, Fiyona met een y. Eindelijk dan toch! Nou, laten we hier niet blijven staan omkomen van de dorst.’ Fiyona pakte haar koffer op. ‘Nee, nee! Laat de mannen ook maar eens werken. Ik zeg wel tegen Ventura dat ze die door een van de jongens naar je kamer moet laten brengen.’
‘Kan hij hier wel buiten blijven staan?’
‘Nou, ik denk niet dat Porci ermee vandoor gaat!’
Fiyona liep achter haar aan door het huis naar het terras en keek geboeid om zich heen. ‘Wat een verbijsterende plek,’ zei ze.
‘Weet ik. Zijn we niet de gelukkigste mensen van de hele wereld? Toen we hier kwamen, was het één grote bouwval. Er groeide gras in de kamers en klimop op de muren, en in de achtergebleven meubels huisden dieren. Het was een verschrikkelijke bende.’
‘Zijn er al foto’s gemaakt?’
‘Nee. Maandag.’
‘Mooi. Dit pand zal wel een bloedige geschiedenis hebben.’
‘Een heel duistere geschiedenis.’
‘Ik zou wel wat plaatselijke bewoners willen spreken.’
‘Spreek je Italiaans?’
‘Ja, daarom hebben ze mij ook gestuurd. Op de universiteit las ik Frans en Italiaans. Dat is inmiddels lang geleden, maar ik oefen wanneer ik maar kan.’
‘Mijn zoon gaat wel met je mee de stad in. Hij is degene die zich onder de plaatselijke bevolking mengt.’ Ze trok veelbetekenend haar wenkbrauwen op. ‘Hij is onlangs gescheiden, en volgens mij is hij de verloren tijd aan het inhalen.’
‘Hij is net weg uit de City, toch?’
Romina was verrast. ‘Ben je op de hoogte van Luca’s wedervaren?’
‘Ik heb mijn huiswerk gedaan.’
Buiten waren Caradoc, Nanni, Dennis en Ma verdiept in een potje bridge. Romina stelde hen voor, waarna ze met Fiyona naar de tafel liep om haar een verfrissing aan te bieden.
‘Ik heb Earl Grey en koffie,’ zei ze.
‘Koffie graag – sterk.’
Met groeiende teleurstelling nam Romina haar op. Fiyona was helemaal niet zoals ze zich had voorgesteld. Ze had iets stugs over zich – duidelijk afkomstig uit een minder gegoed milieu – en ze was niet knap, al was ze zonder meer opvallend; haar huid was doorschijnend en haar ogen hadden een onwaarschijnlijke kleur groen. Romina vermoedde dat ze gekleurde contactlenzen droeg.
‘Verbrand je snel in de zon?’
‘Ja. Net als een orchidee smacht ik naar schaduw.’
‘Je bent heel blank.’
‘Ik hoef me er tenminste geen zorgen over te maken of ik wel bruin genoeg ben. Dat zou geen zin hebben. Nou ja, dankzij Nicole Kidman en Madonna is het mode geworden om wit te zijn.’
‘Je blijft er in elk geval langer jong uitzien zo,’ zei Romina, die zich vast had voorgenomen vriendelijk te zijn.
‘Niet met het soort leven dat ik leid. Dat is vechten tegen de bierkaai. Ik drink en ik rook, en ik ga graag laat naar bed. Ik zal er altijd ouder uitzien dan ik ben.’
‘En, hoe lang schrijf je al voor de Sunday Times?’
‘Ik ben al twintig jaar freelancejournalist.’
‘Goeie help, dan ben je zeker heel jong begonnen?’
‘Ja, dat geloof ik wel. Ik raak in vuur en vlam van feiten.’ Ze kneep haar ogen tot spleetjes. ‘Ik ben dol op mysteries.’
‘Die zijn hier volop te vinden.’
‘O, ik ben al op de hoogte van de marchese, de vrouw die hij vermoordde, Valentina, en haar gekwelde fïancé Thomas Arbuckle. Helaas wil hij niet praten. Hij is nu in de tachtig – moet je voorstellen! Je kunt mensen maar tot op zekere hoogte blijven lastigvallen, en bij pesterij trek ik een grens.’
‘En weet je ook dat Valentina’s broer de marchese heeft vermoord?’
‘Nee, dat wist ik niet. Een daad van wraak. Logisch, wel.’
‘De mensen hier praten niet graag over het verleden. Mijn zoon en de professor hebben die wetenswaardigheid ontdekt nadat ze een oude man in de stad hadden gesproken.’
‘Is er ooit ergens over al die dingen iets geschreven?’
‘Er doen verhalen de ronde.’
‘En de mensen die het echt weten kunnen praten niet?’
‘Die willen geen oude koeien uit de sloot halen.’
‘Maar ik wel. Oude koeien uit de sloot halen is wat ik het beste kan!’
Romina voelde haar teleurstelling wegsmelten. Ze hoefde deze vrouw tenslotte niet aardig te vinden. Het doel was dat ze een artikel zou schrijven over de grootsheid van het palazzo en de ongelofelijke gedaanteverwisseling die het had ondergaan onder de handen van twee zeer getalenteerde mensen. De kans was groot dat, zodra ze was opgestapt, hun wegen zich nooit meer zouden kruisen.
‘Om je de waarheid te zeggen, zou ik mijn aandacht liever op het heden richten. Wie woont hier nu? Wat is er met de vorige eigenaren gebeurd? Hoe kun je iets opbouwen op zo’n macabere basis? Kun je ooit echt aan het verleden ontsnappen?’
‘Je gaat me toch niet vertellen dat je in spoken gelooft?’
Fiyona ontblootte twee lange hoektanden, als een wolf. ‘Nee, dat niet – maar mochten die hier rondzwerven, dan wil ik ze dolgraag ontmoeten!’
Luca kwam thuis op het moment dat het bridgespel ten einde liep; de vier spelers zaten er verhit over na te praten. Hij stapte op de journalist af om zich voor te stellen.
‘Dus jij bent de befaamde Luca Chancellor. Je ziet er heel anders uit dan ik had verwacht.’
‘Jij ook!’
‘Je wekt de indruk van een man die al maanden lekker relaxed rondloopt onder de Italiaanse zon.’
‘Moet ik dat als positief opvatten?’
‘Voor iemand die niet van plan is naar het kantoorleven terug te gaan wel.’
‘Ik heb op dit moment geen plannen om wat dan ook te doen.’
‘Mazzelaar!’
Hij ging zitten en tikte een sigaret uit zijn pakje. ‘Heb je Fiyona al rondgeleid?’ vroeg hij aan zijn moeder.
‘Ze is er nog maar net. Hoe ging het met de kinderen?’
‘Die hadden volgens mij helemaal geen zin om weg te gaan. Ze hebben het hier heerlijk gevonden.’
Romina straalde. ‘Dat doet me deugd. Ik hoop maar dat ze gauw terugkomen.’ Ze wendde zich tot Fiyona. ‘Mijn kleindochters – heerlijke meisjes. Allebei even knap als mijn zoon.’
Fiyona keek toe hoe hij zijn sigaret aanstak. ‘Gelukkig ben ik niet de enige die rookt.’
‘In Europa rookt iedereen. Alleen in Engeland en Amerika is de politiek-correctheid doorgeslagen,’ zei Romina. ‘Laten we er allemaal eentje opsteken, dan kunnen we met z’n allen politiek incorrect zijn.’
Toen Ventura naar buiten kwam met een dienblad vol taart en verse thee, werden de bridgespelers als hongerige honden naar de tafel getrokken. Nanni trok de stoel naast Fiyona bij en ving daarbij een glimp op van haar rode netkousen. Ze keek op naar zijn rooie kop en grijnsde.
‘Grappig zijn die, hè? Alleen niet echt geschikt voor het Italiaanse platteland. Maar ik was vanochtend in de stad.’
‘Ze zijn heel kleurig,’ zei hij, en het zweet parelde op zijn voorhoofd terwijl hij zich de pikante schilderijen van Toulouse-Lautrec te binnen bracht. ‘Het is erg warm vandaag, vind je niet?’
‘Ik ben dol op de warmte. Zolang ik maar niet direct in de zon zit.’
Hij liet zijn blik naar haar parelmoeren huid en felrode lippen gaan. ‘Je bent in de verkeerde eeuw geboren. Een bruin kleurtje wordt als mooi beschouwd.’
Met haar smaragdgroene ogen keek ze hem aan en ze blies een rookkringetje uit. ‘Schoonheid is maar een kwestie van hoe je het bekijkt.’
‘Brava! Daar heb je helemaal gelijk in.’
Na de thee leidde Romina Fiyona rond door het palazzo; bij elke kamer vertelde ze wat Bill en zij eraan hadden gedaan. Fiyona was naar behoren onder de indruk, maar leek meer belangstelling te hebben voor het menselijke verhaal. ‘Weet je in welke kamer de moord heeft plaatsgevonden?’
‘Nee. Ik hoop dat jij dat voor me uitzoekt en het me vertelt!’
‘Ik zal mijn best doen. Ergens moet toch iemand rondlopen die het weet, en diegene ga ik vinden. Daar ben ik goed in. Ik heb laatst een artikel geschreven over Eva Peron. Je wilt niet weten hoeveel mensen daarvoor bereid waren opening van zaken te geven. Het was behoorlijk sensationeel.’
‘Hoe krijg je die informatie uit ze los?’
‘Daar zijn vele manieren voor. Sommigen willen alleen graag hun verhaal doen, anderen voelen zich gevleid dat ik er belangstelling voor heb. Er zijn er ook die hun geweten willen ontlasten, en weer anderen aan wie nooit iets is gevraagd. De helft van het werk bestaat eruit de juiste mensen op te sporen, degenen die de geschiedenis heeft meegesleurd zonder een spoor achter te laten, degenen die ter plekke aanwezig waren tijdens historische gebeurtenissen van wereldbelang, maar die in geen enkel verslag voorkomen. Mensen zonder sporen, in hén ben ik geïnteresseerd.’
Nadat ze het huis hadden bekeken, gingen ze naar het tuinhuis. ‘Als de geschiedenis je interesseert, vind je dit vast prachtig,’ zei Romina trots. ‘Hoewel ik me niet op enige artistieke bijdrage kan beroemen. Ik heb het zo gelaten als ik het aantrof.’ Ze draaide de sleutel om en duwde de deur open. Dennis had gezegd dat hij geen bewijzen had gevonden van spoken of demonen, maar desalniettemin liet ze haar blik over het bed gaan. Het was een hele opluchting dat het er nog net zo glad bij lag als ze het zelf had opgemaakt.
Fiyona nam met haar scherpe blik alle detaals in zich op. ‘Is dit voor Valentina gebouwd?’ vroeg ze, terwijl ze de zilveren haarborstel en kristallen pot gezichtscrème die voor de Queen Anne-spiegel op de kaptafel stonden licht beroerde. ‘Ze speelde een gevaarlijk spelletje. Ik kan me niet voorstellen dat ze, terwijl zij hier haar haren zat te borstelen, er ook maar enig idee van had dat ze door haar minnaar zou worden vermoord. Deze ruimte is gewijd aan zinnelijk genot. Voel jij dat ook zo?’
Romina keek ongemakkelijk. ‘Ik weet het niet zeker,’ zei ze, en ze streek over de zijden gordijnen van het hemelbed.
‘Dat is het: de magie die je hier voelt is seks.’ Fiyona raakte nog enthousiaster. ‘Geweldig!’
‘Misschien had ik het moeten veranderen. Wat moet ik immers met een huisje dat is gewijd aan de perverse verlangens van een oude markies?’
‘Nee, je moet het laten zoals het is. Het is een museum. Ik zou overal van afblijven.’
Romina overwoog haar te vertellen over de indringer, maar het tuinhuis was nu al een paar dagen met rust gelaten. Er was een grote kans dat de overtreder was verdwenen.
Die avond pakte Luca de sleutel van het tuinhuis en trof Cosima zoals afgesproken buiten de kerk. Ze was nog steeds bijgelovig wat hun relatie betrof; volgens haar zou die alleen kans van slagen hebben als ze elke dag kaarsjes brandde voor Francesco om hem ervan te verzekeren dat haar liefde nooit zou afnemen. Haar geluksgevoel betekende ongemak, omdat het zo diep in verdriet verankerd was. Alleen in Luca’s armen kon ze zich laten gaan. Wanneer ze de liefde bedreven, stal ze haar plezier als een dief die een dergelijke rijkdom onwaardig is. Wanneer ze niet bij elkaar waren, koesterde ze haar vreugde als een kostbare diamant, bang om die te laten zien, alsof hij haar door door de duisternis heen te schijnen zou kunnen verraden. Ook al was dat duister comfortabel, en verdiende ze dat naar haar eigen idee, toch werd ze sterk in verleiding gebracht door het licht.
Het was een opluchting om Luca te zien staan in de schaduw van een plataan, zoals hij daar met zijn handen in zijn zakken geduldig op haar stond te wachten. Ze rende naar hem toe, sloeg haar armen om zijn hals en liet zich omhullen door zijn kracht.
‘Alles goed?’
‘Jawel. Ik ben gewoon blij je te zien.’
‘Waar gaan we heen?’
‘Naar de kust?’
‘Wat jij wilt.’
‘Ergens waar we met z’n tweet jes kunnen zijn.’ Toen ze zich herinnerde waar ze was en dat het gevaar bestond dat iemand hen zou zien, maakte ze zich los en sloeg haar armen over elkaar. ‘Waar staat je auto?’
Ze reden naar de kust, hand in hand boven de versnellingspook, terwijl de warme wind door de open raampjes naar binnen en in hun gezichten waaide. Ze vonden een restaurantje in een middeleeuws stadje waar Cosima nog nooit was geweest. Het was een pittoresk geheel van witgesausde huizen met roze pannendaken en een kerkje met een fraaie klokkentoren die oprees naar de felroze lucht. Ze zaten op rieten stoelen onder de luifel en midden op tafel stond een flakkerende kaarslamp in een ring van rode bloemen. Ze dronken frisse witte wijn en hielden over de tafel heen elkaars hand vast. Nadat ze hadden gegeten, haalde Luca een fluwelen doosje uit de zak van zijn jasje en overhandigde het haar. ‘Ik kon er geen weerstand aan bieden,’ verklaarde hij. ‘Ik was vandaag in Napels en zag dit in een etalage liggen. Ik weet dat we elkaar nog maar kort kennen, maar ik wil je graag laten zien hoe serieus ik het met je meen. Ik heb met het hart van een heleboel vrouwen gespeeld, maar jij bent anders. Jij dringt door tot een deel van mijn hart waarvan ik nooit heb geweten dat het bestond. Dus dit is voor jou. Omdat jij anders bent.’
Ze knipperde haar tranen weg. ‘Ik verdien je niet. Ik voel me schuldig omdat ik zo gelukkig ben.’
‘Dat hoeft niet, lieveling. Toe, maak maar open.’
Aarzelend maakte ze het sluitinkje los en tuurde naar binnen. Het cadeautje dat erin zat lichtte op. Hij had een écht sieraad voor haar gekocht. Ze vouwde haar hand open en schudde de inhoud van het doosje in haar palm. Toen ze zag hoe groot de diamanten waren, hapte ze naar adem. Ze staarde naar de druppeloorbellen alsof het gestolen goederen waren. ‘Heb je deze voor mij gekocht? Wat ontzettend mooi!’
‘Ze zijn antiek. Doe ze maar in.’
Met trillende vingers deed ze de gouden ringetjes die ze altijd in had af en verving ze door de nieuwe diamanten oorhangers. De stenen staken glanzend af tegen haar melkchocoladekleurige huid en accentueerden haar witte tanden en het heldere wit van haar ogen. De peervormige druppels bungelden heen en weer als ze haar hoofd bewoog.
‘Doe je haar eens omhoog,’ zei hij, omdat hij met zijn lippen over de zachte huid van haar hals wilde strelen. Ze trok een bandje van haar pols en bond snel haar haar in een hoge paardenstaart. ‘Nu zijn ze spectaculair.’ Niet in staat haar opwinding te bedwingen rende ze om de tafel heen om hem te omhelzen.
‘Ik wil zien hoe ze staan. Ik ga even op de wc in de spiegel kijken. Zo terug!’
Luca stak een sigaret op en glimlachte voldaan. Hij had het nog nooit zo leuk gevonden om iemand iets te geven.
Toen Cosima terugkwam, liep ze langzaam; de welving van haar taille en heup werd benadrukt door haar nauwsluitende katoenen jurk. Ze boog zich met zwoele blik over de tafel heen. ‘Laten we naar het tuinhuis gaan om te vrijen,’ zei ze met een diepe fluisterstem.
Luca had geen aanmoediging nodig. Hij betaalde de rekening en ze vertrokken; als een stel pubers renden ze naar de auto. Voordat hij haar liet instappen, drukte hij haar tegen het portier en kuste haar, waarbij hij zijn lippen over haar hals en achter haar oor liet gaan, waar haar nieuwe diamanten schitterden. Hij kon de warmte van haar lichaam en het rijzen en dalen van haar borsten voelen. De geur van citroenen, warm op haar vochtige huid, was uitnodigend scherp.
De rit naar het palazzo deed hun vuur alleen maar toenemen. Luca parkeerde de auto een stukje van de hoofdingang vandaan en ze slopen tussen de bomen door. De maan hing als een Chinese lantaarn aan de hemel en lichtte hen bij op hun tocht door het vochtige struikgewas, tot ze bij het tuinhuis kwamen. Luca brandde te zeer van verlangen om zich druk te maken om de indringer. Hij stak een kaars aan, terwijl Cosima de zijden beddensprei terugsloeg, haar jurk openritste en haar slipje op de grond liet vallen. Op haar diamanten oorbellen na was ze naakt, en de wellust glinsterde in haar ogen. Hij trok zijn jasje uit, maar voordat hij de tijd kreeg om zich verder uit te kleden, kwam ze naar hem toe en knoopte zijn shirt open, waarna ze het van zijn schouders liet glijden. Vervolgens begroef ze haar gezicht tegen zijn borst en kuste elke centimeter van zijn huid. De spanning zinderde samen met de geur van kaarsenwas en citroenen in de lucht toen ze zich overgaven aan hun genot in het kleine tuinhuis dat was bedoeld voor de liefde.
Opeens hoorden ze buiten iets bewegen. Vervolgens het rammelende geluid van een sleutel in het slot, die iemand vergeefs probeerde om te draaien tegen Luca’s sleutel in. Toen geschuifel van voetstappen. Luca en Cosima verstarden. Ze lagen verstrengeld op het bed en durfden amper adem te halen. Ze voelden dat degene die buiten was om het tuinhuis heen liep en misschien wel door de ramen gluurde.
‘Kan hij ons zien?’ fluisterde Cosima.
‘Ik mag hopen van niet.’ Als hij zijn kleren aan had gehad, zou Luca de deur hebben opengezwaaid om de indringer, man of vrouw, tegemoet te treden. Maar nu hij naakt was zou dat er lachwekkend uitzien. En tegen de tijd dat hij zich in zijn kleren had gehesen, zou de voyeur zich al uit de voeten hebben gemaakt.
‘Wat moeten we doen?’ fluisterde ze.
‘Niets. We blijven gewoon heel stil liggen.’ Ze wilde nog iets zeggen, maar hij legde haar met een vinger tegen haar lippen het zwijgen op. ‘Sst, liefste. Niets kan onze nacht samen bederven.’