***
Sarah liet haar koffiekopje voor de derde keer door de
serveerster vullen en probeerde niet naar de twee mannen te kijken
die tegenover haar aan tafel de laatste happen van hun ontbijt naar
binnen werkten. De aanblik en de geur van al die eieren, bacon en
gebakken aardappelen maakten haar misselijk.
Omdat ze een jetlag had, had ze even na middernacht een
slaappil ingenomen, maar die had er alleen maar voor gezorgd dat ze
was weggezakt in een ondiep semi-coma vol angstige dromen. Toen ze
wakker werd, bleek ze zich in haar lakens gedraaid te hebben,
waardoor ze op een mummie leek. Ze was versuft en had zo'n
hoofdpijn dat twee zware pijnstillers haar daar niet vanaf hadden
kunnen helpen. Buiten regende het nog. Het was niet opgehouden
sinds ze was aangekomen.
Benjamin had haar afgehaald en haar in die belachelijk kleine
auto die hij had gehuurd naar haar hotel gebracht. Ze had geen idee
waarom hij zo zuinig was, maar ze was er niet over begonnen.
Tijdens de vlucht had ze zichzelf strenge instructies gegeven om
niet onaardig te zijn. Maar god, wat was het moeilijk. Alleen al
door naar hem te kijken terwijl hij met die sheriff zat te
ontbijten en over onbenullige dingen praatte, laaide de boosheid in
haar op. Hij had zijn haar laten groeien en een modieus brilletje
met een metalen montuur gekocht. Helemaal Santa Fe.
Benjamin had aangrenzende kamers voor hen geboekt in het
Holiday Inn Parkside en nadat ze zich de vorige avond hadden
ingeschreven, hadden ze een paraplu geleend en waren ze naar een
Japans restaurant op North Higgins Avenue gelopen. Het eten was er
uitstekend, maar de conversatie was afschuwelijk stijf geweest,
misschien omdat ze allebei zo hun best hadden gedaan om niet over
Abbie te praten. Benjamin had haar amper aan kunnen kijken en hij
bleef maar gretig allerlei vragen over Venetië stellen. Ze had
tegen hem willen schreeuwen dat hij ermee op moest houden. Wie was
hij in vredesnaam? Deze beleefde vreemde met wie ze al die jaren
haar leven had gedeeld en die haar nu behandelde als iemand met wie
hij opgescheept zat op een cocktailparty.
Ze wist dat ze onredelijk was en dat het waarschijnlijk haar
schuld was dat hij zich zo gedroeg. Er leek een of ander vreemd
afweermechanisme in werking te zijn gesteld in zijn hersens. Ze kon
de situatie alleen aan door zich koel, afstandelijk en boos tegen
hem te gedragen. Als ze zichzelf zou toestaan om hartelijker te
zijn of ontvankelijker voor troost, zou ze haar houvast verliezen.
Ze zou dan over de rand vallen en in de zwarte draaikolk tuimelen
waarvan ze wist dat die beneden op haar wachtte. Haar kleine meid
die dood en koud in een kist lag... Nee, ze zou zichzelf dat niet
toestaan. Maar toen hij op de terugweg naar het hotel in de taxi
zijn arm om haar heen had geslagen, had ze het toch bijna gedaan.
En weer toen hij haar in de groezelige gang voor haar kamer
welterusten kuste en ze allebei naar hun eenzame grote bed in hun
aparte kamers gingen, waarvan de wanden zo dun waren dat ze het van
elkaar hoorden als ze rondliepen, kuchten en het toilet
doortrokken.
Sheriff Charlie Riggs had geen bureau in Missoula en daarom
had hij voorgesteld dat ze hier in de Shack zouden afspreken voor
het ontbijt. Het was een zaak waar Abbie hen een keer mee naartoe
genomen had. Hij was weggestopt in West Main Street en het was
vanaf het hotel ook maar een klein stukje lopen door de
regen.
De sheriff wachtte daar al op hen. Hij had zijn van de regen
doordrenkte Stetson en een witte plastic tas naast hem op de bank
van het houten zitje gelegd. Hij stond op om hen te begroeten. Hij
was lang, nog langer dan Benjamin, maar forser, en hij had een
borstelige snor die grijs begon te worden. Hij had vriendelijke
grijze ogen met een droevige uitdrukking waarvan Sarah vermoedde
dat die permanent en niet ten behoeve van hen was. Hij had die
ouderwetse manieren van het westen waardoor ze zich altijd liet
inpakken: hij knikte beleefd toen hij haar de hand schudde en
noemde haar ma'am.
Hij zei direct hoe erg hij het vond van Abbie.
ik heb zelf een dochter,' zei hij. ik moet er niet aan dénken
dat haar zoiets zou overkomen.'
'Ze wordt toch nog niet gezocht wegens moord, hoop ik,' flapte
Sarah er met een dodelijke opgewektheid uit. De arme man trok een
gezicht en Benjamin wendde zijn blik af.
'Nee, ma'am,'' zei de sheriff zachtjes.
Ze gingen zitten en de twee mannen praatten bijna uitsluitend
over het weer tot de serveerster hun bestelling kwam opnemen.
Daarna had sheriff Riggs met hen doorgenomen wat er gebeurd was,
waarbij hij zich naar voren boog en zijn stem liet dalen zodat ze
niet afgeluisterd konden worden. Hij vertelde hun over de skiërs
die Abbie in het ijs hadden gevonden, en dat door middel van de
autopsie in het forensisch lab niet vastgesteld had kunnen worden
hoe ze daar terechtgekomen was en hoe ze precies was overleden. Hij
vroeg hun of ze enig idee hadden waarom ze in dat deel van het land
was geweest en Benjamin zei dat ze dat niet wisten. Abbie had
hoofdwonden opgelopen, vervolgde de sheriff, en ze had een gebroken
been en een ontwrichte schouder. En er zat water in haar longen,
wat erop duidde dat ze verdronken was. Op dit moment was de beste
veronderstelling dat ze de verwondingen had opgelopen bij een
ernstige val, waarvan de oorzaak onbekend was.
'U bedoelt dat iemand haar geduwd kan hebben?' vroeg
Benjamin.
'Dat is inderdaad een mogelijkheid, meneer.' Hij keek Sarah
aan, ongetwijfeld om haar gevoeligheid voor dit soort onderwerpen
te peilen.
Ze voelde zich vaag beledigd.
'Kan ze ook zelfmoord gepleegd hebben?' vroeg ze.
Benjamin keek haar verbaasd aan.
'Dat zou Abbie nooit doen,' zei hij.
'Hoe kun jij dat nou weten?' snauwde ze.
Ze staarden haar allebei aan. De rancune leek uit eigen
beweging uit haar mond te spuiten. Ze sprak haastig verder en
probeerde haar opmerking te verzachten.
'Ik bedoel, hoe kan iemand van ons dat weten? Niemand heeft in
maanden iets van haar gehoord. We weten niet in wat voor toestand
ze verkeerde.'
'U hebt gelijk, mevrouw Cooper,' zei Charlie Riggs
vriendelijk. 'Dat is nog een mogelijkheid die we niet kunnen
uitsluiten.' Ze zag aan hem dat hij door begon te krijgen hoe de
zaken er tussen Benjamin en haar voor stonden. Hij had haar
waarschijnlijk al getaxeerd als een eersteklas loeder. Ze zou zich
moeten beheersen en haar tong in bedwang moeten houden.
'In elk geval,' vervolgde de sheriff, 'wil ik dat u weet dat
deze zaak de hoogste prioriteit heeft. We gaan weer naar boven
wanneer de sneeuw begint te smelten. Hopelijk vinden we iets wat
ons kan helpen om ons een beeld te vormen van wat er gebeurd
is.'
Als ze zouden willen zien waar Abbie gevonden was, zei hij een
beetje onhandig, zou hij hen er graag naartoe brengen. Benjamin
bedankte hem en zei dat hij daar misschien over een paar weken voor
zou terugkomen. Wat belachelijk en zinloos, dacht Sarah, maar ze
slaagde erin haar mond te houden. Ze kon niets ergers bedenken -
behalve dan het lichaam zelf bekijken, wat ze later zouden gaan
doen, hoewel ze er niet zeker van was dat ze het aan zou
kunnen.
De sheriff leek nog iets anders te willen zeggen, maar op dat
moment bracht de serveerster hun ontbijt. Kennelijk bedacht hij
zich en er werd niet veel meer gezegd terwijl hij en Benjamin aten.
Sarah had een paar sneetjes geroosterd brood besteld, maar ze
raakte ze niet aan. Waar ze echt naar snakte was een sigaret, maar
ze wilde haar waardigheid niet nog een deuk laten oplopen door naar
buiten te gaan en de regen in te stappen om er een op te
steken.
Toen ze klaar waren met eten, zei Charlie Riggs dat hij hen,
als ze er geen bezwaar tegen hadden, mee wilde nemen naar het
Federal Building in Pattee Street om de plaatselijke FBI-agent te
ontmoeten die hun een paar routinevragen wilde stellen, vragen die
hen allemaal zouden kunnen helpen om erachter te komen wat er met
Abbie was gebeurd. Sarah zei dat dat prima was. Daarna stak Charlie
met een enigszins ongemakkelijke uitdrukking op zijn gezicht zijn
hand uit naar de plastic tas die naast hem stond.
'Dit zijn de kleren die uw dochter droeg toen we haar vonden,1
zei hij. ik weer niet of u ze wilt hebben, maar een van de meisjes
op kantoor heeft ze gewassen en gestreken. Het jack is flink
gescheurd. Tijdens de val, vermoed ik.'
Hij overhandigde de tas aan Benjamin, die in plaats van hem
gewoon te bedanken en de tas naast zich neer te zetten het rode
skijack eruit haalde en op zijn schoot legde.
Sarah zag dat zijn ogen zich met tranen vulden toen hij ernaar
keek. In 's hemelsnaam, dacht ze. Niet hier, niet nu. Als hij zijn
zelfbeheersing verloor, zou zij dat zeker ook doen. Ze stak
zwijgend haar hand uit, pakte het jack uit zijn handen en stopte
het terug in de tas.
Charlie Riggs schraapte zijn keel.
'Ik moet u nog iets belangrijks vertellen,' zei hij. Zijn stem
klonk ernstig, en hij zweeg even alsof hij naar de juiste woorden
zocht.
'Tijdens de autopsie hebben ze iets ontdekt wat u
waarschijnlijk niet wist. Ten tijde van haar dood was Abbie twee
maanden zwanger.'
In de loop van de jaren had Charlie behoorlijk wat
i-Bi-agenten leren kennen en met bijna allemaal had hij goed kunnen
opschieten. Er waren er een paar bij geweest die een beetje te
dominant of te neerbuigend waren, maar de anderen waren altijd
hoffelijk en fatsoenlijk geweest en goed in hun werk. Jack Andrews,
de laatste met wie hij in Missoula te maken had gehad en die de
Coopers hadden ontmoet toen hun dochter pas verdwenen was, had
Charlie graag gemogen. Maar zijn opvolger, de jonge streber Wayne
Hammler, was een heel ander verhaal.
Ze zaten nu al bijna een uur in zijn benauwde kantoortje en in
die tijd hadden ze er amper een woord tussen kunnen krijgen. Zelfs
met zijn borstelkop en zijn chique blauwe blazer zag hij eruit of
hij vijftien was. Misschien had hij daarom het gevoel dat hij
tegenover hen de expert moest uithangen. Nu trakteerde hij de
Coopers op een uiteenzetting over synergie tussen de verschillende
diensten en analysesystemen voor forensische informatie, wat dat
ook allemaal mocht betekenen. Het enige wat hij tot dusver had
gedaan was nog een keer doornemen wat Charlie hun al had verteld.
Meneer Cooper leek nog steeds beleefd te luisteren, maar zijn ex-
vrouw keek al tien minuten door het raam naar buiten.
Charlie had naar haar gestaard. Het was moeilijk om dat niet
te doen. Hij vroeg zich af hoe oud ze was. De vrouwen uit de steden
langs de oostkust besteedden veel aandacht aan hun uiterlijk.
Halverwege de veertig misschien. Ze was lang en elegant en het was
duidelijk dat ze vroeger een buitengewoon mooie vrouw was geweest.
Onder gelukkiger omstandigheden zou ze dat nog zijn, als ze een
paar pondjes aankwam en haar kortgeknipte blonde haar liet groeien.
Die donkerblauwe jurk stond haar goed en Charlie durfde erom te
wedden dat die diamanten knopjes in haar oren echt waren. Al met al
was Sarah wat zijn vader altijd 'een vrouw met klasse' had genoemd.
Hij moest er wel de kanttekening bij maken dat haar echtgenoot door
die scherpe tong van haar op eieren liep. Charlie wist uit zijn
eigen ervaringen met Sheryl hoe de arme kerel zich moest voelen.
Maar hij had al vaker gezien dat bedroefde moeders zich zo
gedroegen. Woede was waarschijnlijk haar manier om zich onder deze
omstandigheden staande te houden.
Maar af en toe had hij achter die koele fa^ade heel even
kunnen zien hoe kwetsbaar en aangeslagen ze was. Het greep hem aan
om te zien dat zo'n elegante vrouw zo veel pijn had. Toen ze te
horen kreeg dat haar dochter zwanger was geweest ten tijde van haar
dood, was de blik in haar ogen bijna hartverscheurend geweest. Die
uitdrukking was er nu nog terwijl ze naar de regen staarde. Sinds
Charlie het nieuws had verteld, had ze nauwelijks meer een woord
gesproken.
Ben Cooper droeg zijn verdriet zichtbaarder. Het leek hem een
fatsoenlijke kerel. Ze moesten ooit een mooi paar geweest zijn, van
het soort waarvan je foto's zag in die glossy's waarop ze op een
jacht of naast een zwembad zaten, gelukkig en volmaakt en
waarschijnlijk op de rand van een echtscheiding. Charlie vroeg zich
af wat er tussen hen misgegaan was, of het allemaal door hun
dochter kwam of dat ze op een andere manier in hun huidige droevige
situatie terechtgekomen waren. Hij twijfelde er niet aan dat hier
een verhaal achter zat, afgezien van het oude liedje van
schuldgevoelens, wrok en vervlogen hoop dat door hemzelf en talloze
anderen werd gedeeld.
Hij volgde de blik van de vrouw. Het was harder gaan regenen
en het begon nu ook te waaien. De bomen begonnen blad te krijgen en
tussen de heftig bewegende takken door zag hij hoe regenvlagen het
dak van drie bestelwagens van de posterijen geselden die beneden op
straat geparkeerd waren. Hen jonge vrouw in een doorzichtige
plastic regencape duwde een jongen in een rolstoel over het
trottoir voort en probeerde hem met een rode paraplu droog te
houden. Charlie keek weer naar mevrouw Cooper en zag dat ze ook
naar hém keek. Hij glimlachte en probeerde zich met zijn ogen te
verontschuldigen voor Hammler, die achter zijn keurig opgeruimde
bureau nog steeds doorzeurde. Er stonden een chromen potje met
perfect geslepen potloden en een bijpassend bakje voor zijn nietjes
en paperclips op. De griezel had zelfs een onderzetter voor zijn
koffiekopje. Charlie herinnerde zich dat hij iemand eens had horen
zeggen dat je een man met een keurig bureau nooit moest vertrouwen.
Dat van Hammler was bijna obsessief netjes.
Mevrouw Cooper glimlachte niet terug. Ze draaide haar hoofd
opzij en keek boos naar haar ex-man. Of ze dat deed vanwege de
beleefde aandacht die de arme man aan Hammler schonk of wegens een
ander vergrijp was Charlie niet duidelijk.
'Dus zo staan de zaken er wat het onderzoek betreft voor,' zei
de agent. 'Als u er geen bezwaar tegen hebt, wil ik u beiden nu een
paar vragen stellen.'
'Oké,' zei meneer Cooper. 'Als we LI daarmee helpen. Ga
uw
gang-'
Hammler had zijn vragen allemaal keurig opgeschreven op een
kleine blocnote die met een nieuw potlood recht voor hem lag. De
eerste vraag was wanneer de Coopers voor het laatst iets van hun
dochter hadden gehoord of haar hadden gezien. Charlie had dat al
gevraagd en hij maakte Hammler er vergeefs op attent. Meneer Cooper
antwoordde geduldig, zij het een beetje vermoeid, maar Charlie zag
dat zijn ex-vrouw begon te koken van woede. Toen de agent ten
slotte vragen begon te stellen over Abbies karakter en
persoonlijkheid en wilde weten of ze aan aanvallen van
depressiviteit bad geleden, ontplofte ze.
'Luister, jullie hebben ons dat allemaal al god mag weten hoe
vaak gevraagd. We zijn hier gekomen om te horen wat je ons te
vertellen hebt, niet om al die oude koeien nog een keer uit de
sloot re halen. Als je dar soort dingen wilt weten, moet je de
dossiers er maar op naslaan. Het staat er allemaal in. Alles wat
Abbie ooit
heeft gedaan of gezegd of als ontbijt heeft gegeten. Zoek het
maar op.'
Hammler bloosde. Charlie begon bijna te juichen.
ik ben me er terdege van bewust dat dit een moeilijke tijd
voor u is, mevrouw Cooper...'
'Moeilijk? Moeilijk! Je hebt geen idee.'
'Mevrouw Cooper...'
'Wie denk je verdomme wel dat je bent?'
Ze was gaan staan en liep nu naar de deur.
ik heb geen zin om nog langer naar dit gelul te
luisteren.'
De drie mannen waren ook opgestaan. Hammler zag eruit als een
kind dat net van zijn snoep was beroofd. Hij wilde iets zeggen,
maar mevrouw Cooper had de deur al opengezwaaid. Ze draaide zich
naar hen om en legde hem het zwijgen op.
'Als je ons iets nieuws te vertellen hebt, horen we dat graag
van je. Maar vanochtend zitten we een beetje krap in onze tijd,
Wayne. We moeten onze dode dochter ophalen en haar naar huis
brengen voor de begrafenis. Dus als je ons wilt excuseren, dan gaan
we nu weg. Kom mee, Benjamin.'
En weg was ze. Haar voetstappen galmden door de gang. Hammler
stak zijn kin naar voren en leek op het punt te staan om achter
haar aan te gaan. Charlie stapte naar voren en hield hem
tegen.
'Laat haar gaan,' zei hij zacht.
'Maar er is nog een heleboel...'
'Dat komt later wel. Dit is niet het geschikte moment.'
Ben Cooper stond er met gebogen hoofd bij en zag er verloren
en opgelaten uit. Charlie pakte de jas van de arme kerel en legde
een hand op zijn schouder.
'Kom mee,' zei hij. ik geef u wel een lift.'
De sheriff parkeerde zijn pick-up voor het hotel en ze bleven
een paar minuten zitten terwijl de regen op het dak tikte. Hij
verzekerde hun nogmaals dat hij alles zou doen wat in zijn vermogen
lag om erachter te komen hoe Abbie aan haar eind was gekomen. Ben
zat voorin en bleef over zijn schouder naar Sarah kijken, die nog
geen woord had gezegd en zelfs niet leek te luisteren.
Ze zat voorovergebogen voor de achterruit, in silhouet
afgetekend tegen het zilverkleurige regenwater dat over het glas
stroomde. Haar haar was nat en piekerig en de kraag van haar witte
regenjas was zo hoog opgeslagen dat het leek of ze er elk moment in
zou kunnen verdwijnen.
De sheriff verontschuldigde zich weer voor de FBI-agent en
beloofde te zullen bellen zodra hij nieuws had. Ze bedankten hem en
gingen naar binnen, om uit te checken en hun koffers op te halen.
Terwijl Ben de rekening betaalde, stond Sarah alleen onder de
luifel van het portiek. Toen hij klaar was en naar buiten kwam om
zich bij haar te voegen, wachtte ze niet tot hij bij haar was, maar
draaide zich om en liep voor hem uit naar de auto, met haar armen
over elkaar stijf tegen haar borst gedrukt, zonder zich iets van de
regen aan te trekken. Ben zag dat haar kuiten vol modderspatten
zaten en dat ontroerde hem en maakte dat hij iets troostends tegen
haar wilde zeggen, al was het alleen maar dat hij haar bewonderde
om de manier waarop ze die engerd van de FBI de mantel had
uitgeveegd. Maar hij was nu te zeer voor haar op zijn hoede en hij
was bang dat hij niet de juiste woorden en de juiste toon zou weten
te vinden.
Terwijl ze langzaam over Broadway naar het uitvaartcentrum
reden, maakte het regelmatige gebonk en geruis van de ruitenwissers
de stilte tussen hen zo oorverdovend dat Ben het niet meer kon
verdragen.
'Hoe kon ze in jezusnaam zwanger zijn?' flapte hij
eruit.
Hij had niets botters kunnen zeggen. Toen Sarah hem aankeek,
slikte hij en staarde voor zich uit in angstige afwachting van een
vernietigende reactie, maar ze zei niets.
Jim Pickering wachtte in de receptieruimte om hen te
begroeten. Hij droeg een chic kostuum in een blauwe tint, donker
genoeg om formeel te zijn, maar niet somber. Na één blik op Sarah
leek hij te voelen dat hij maar het beste zo weinig mogelijk kon
zeggen, en al snel leidde hij hen weer naar de rouwkamer.
Ben vroeg of ze wilde dat hij meeging en hij was verbaasd noch
beledigd - eigenlijk alleen maar opgelucht - toen ze zei dat ze
Abbie liever alleen wilde zien. Het beeld van zijn dochter in haar
witte ziekenhuishemd stond in zijn geheugen gegrift en hij
betwijfelde of hij het zou kunnen verdragen om moederen dochter
samen te zien. Hij wist dat hij ook dat beeld nooit meer kwijt zou
raken. Hij ging met Jim Pickering mee naar het kantoor in de gang
om het papierwerk af te handelen.
Hij moest documenten tekenen, gegevens voor de overlijdensakte
verstrekken en formulieren invullen voor het transport van het
lichaam naar New York. De enige luchtvaartmaatschappij die lijken
uit Missoula vloog was Northwest, wat betekende dat ze via
Minneapolis zouden moeten vliegen. Jim Pickering had de
noodzakelijke voorbereidingen getroffen. Abbies kist, zei hij, zou
in een zogenoemde luchtbak geplaatst worden, een kist met een
triplex bodem en een kartonnen bovenkant.
De vorige avond had Sarah onder het eten terloops gezegd dat
haar vader hen in New York van La Guardia zou komen afhalen en dat
het misschien beter was als Ben vanuit Minneapolis terugvloog naar
New Mexico.
ik was van plan om tot na de begrafenis in New York te
blijven. Dan kan ik helpen met het regelen van allerlei zaken en
wat tijd doorbrengen met Joshie,' zei hij.
'We kunnen het zelf wel.'
'Dat weet ik wel. Ik wil er alleen graag bij betrokken
worden.'
'Maak er alsjeblieft geen punt van.'
'Dat doe ik niet, ik...'
'Er is niets wat niet telefonisch geregeld kan worden. Kom
naar New York als je wilt, maar ik kan het niet verdragen als jij
en pa op het vliegveld een scène maken.'
'Ik neem aan dat het wel goed is dat ik op de begrafenis
kom?'
'Waarom moet je zo vijandig doen?'
Ben wist nog net te voorkomen dat hij iets zou zeggen waar hij
spijt van zou krijgen. Maar hij was het beu om gekoeioneerd en
buitengesloten te worden en hij zou op dit punt niet toegeven. Er
moest van alles geregeld worden en hij wilde Josh zien. Hij moest
hem zien. Elke vader zou dat zo voelen.
'Luister,' zei hij zo kalm mogelijk. 'Ze is ook mijn dochter
en er zal geen scène gemaakt worden. Ik weet hoe ik met je ouders
moet omgaan. Ik heb het jaren gedaan. Ik wil met je mee.
Alsjeblieft.'
Ze zuchtte en trok haar wenkbrauwen op, maar legde zich erbij
neer.
Het papierwerk was nu gedaan, maar Sarah was nog steeds de
rouwkamer niet uit gekomen, dus liep Ben door de gang naar de
ruimte waar een verzameling urnen en kisten tentoongesteld was.
Toen hij rondliep om ze te bekijken, kwam de gedachte bij hem op
dat hij misschien iets luxers dan de eenvoudige houten kist had
moeten kiezen. Zelfs nu vond Sarah waarschijnlijk weer dat hij
gierig was geweest. De mooiere kisten kostten rond de vierduizend
dollar, maar ze zagen er te pretentieus en te volwassen uit. Ze
hadden hier ongetwijfeld ergens een assortiment voor de jongere
overledenen, dacht hij cynisch. Het enige wat hij mooi vond, was
een bronzen urn die de vorm had van een berg en waarop dennenbomen,
drie hinden, een mannetjeshert met een gewei en een schattig
reekalfje waren afgebeeld. Het was een beetje Disney-achtig, maar
veel meer iets voor Abbie. Maar ze zou natuurlijk niet gecremeerd
worden.
'Zullen we gaan?'
Sarah stond in de omlijsting van de deuropening, met Jim
Pickering discreet achter haar. Ze had haar zonnebril op en haar
gezicht was zo wit als haar regenjas. Ben liep naar haar roe. Hij
wilde zijn arm om haar heen slaan. Het leek iets vanzelfsprekends,
maar ze zag wat hij wilde doen en weerhield hem met een heel licht
handgebaar.
'Gaat het een beetje?' vroeg hij onhandig.
'Ja, hoor.'
'Ik heb hier net even rondgekeken en ik vroeg me af of we niet
een mooiere kist moeten kopen,' blunderde hij verder. 'Ik bedoel,
ik vind deze mooi, maar...'
Vanachter haar zonnebril speurde ze de ruimte even minachtend
af.
'Er is hier niets. Ik koop er wel een als ik terug ben in New
York.'
Het vliegtuig vertrok op tijd en steeg op in een helderblauwe
hemel. Toen ze op het vliegveld aankwamen, was het opgehouden met
regenen, alsof de regen alleen voor hun bezoek was geweest. Door de
ramen van de vertrekhal hadden ze gezien hoe Abbie in een kar over
het vochtige asfalt naar het vliegtuig werd gereden, waar vier
jonge mannen, al pratend, de kist optilden en in het ruim
schoven.
Terwijl het bos in levendige schakeringen van zonovergoten
groen langs de raampjes gleed toen het vliegtuig overhelde en koers
zette naar het oosten, dacht Sarah aan het lichaam dat in het
donkere ruim onder haar koud kantelde in de smalle kist. Het feit
dat
Abbie dood was, kon ze nog steeds niet bevatten en misschien
dat haar gedachten daarom steeds op een vreemde manier afdwaalden
naar dit soort minder belangrijke feiten, naar de bijkomstige
details van de aanwezigheid van haar dochter die niet meer
leefde.
Toen ze alleen bij de open kist in de rouwkamer van het
uitvaartcentrum had gestaan, was ze geschokt geweest, niet door de
aanblik van het dode lichaam dat zo mooi en zo belachelijk
geprepareerd was, maar door haar eigen afstandelijkheid. Ze had
verwacht dat dit het moment zou zijn waarop de vergrendelde
sluisdeuren van haar verdriet zich eindelijk zouden openen, maar
het leek alsof ze zichzelf in een film zag of door dik glas waar
geen enkele emotie doorheen kon dringen. Ze had de zonnebril die ze
nu nog steeds droeg niet opgezet omdat haar ogen rood waren van de
tranen, maar juist omdat ze dat niet waren. Ze voelde zich een
bedriegster. En daarom had ze daarna Benjamins omhelzing
waarschijnlijk zo wreed gemeden. Ze had gezien - en niet zonder
medelijden - hoeveel pijn hem dat deed.
Arme, doodongelukkige Benjamin. Hij zat aan de andere kant van
her gangpad en ze keek van opzij naar hem. Het vliegtuig was amper
halfvol en de stoelen hadden leuningen die omhooggeklapt konden
worden. Op Sarahs voorstel hadden ze allebei een lege rij in beslag
genomen om meer ruimte te hebben. Hij staarde in gedachten
verzonken naar de bergen. Op zijn eigen treurige manier was hij nog
steeds een knappe man, hoewel hij door zijn langere haar de indruk
wekte dat hij te hard zijn best deed om er jonger uit te zien. Hij
was niet meer zo mager als de laatste keer dat ze hem had gezien en
het extra gewicht stond hem goed. Ze was blij dat ze hem nu zo kon
beoordelen, bijna objectief, zonder dat ze wenste dat hij bij haar
terug zou komen. Ze haatte hem zelfs niet echt meer.
Hij moest haar blik gevoeld hebben, want hij draaide zijn
hoofd opzij en keek haar behoedzaam aan. Om haar gedachten te
maskeren glimlachte Sarah, en als een geslagen hond die voelde dat
hij vergeven was glimlachte hij terug. Hij stond op van zijn stoel
en stak het gangpad over om naast haar te komen zitten. Sarah
haalde haar tas weg om ruimte voor hem te maken.
'We zijn net over de Divide gevlogen,1 zei hij. Zijn woorden
hadden meer dan één betekenis en hij probeerde ze snel te
verduidelijken. 'De Continental Divide, bedoel ik.'Sarah keek even
door het raam.
'Dan moet de andere Divide ergens dicht in de buurt zijn,' zei
ze.
'Nee. Die is een stuk ten zuidwesten van hier.' 'O.'
Het was de plek waar het allemaal was begonnen. Of was
begonnen te eindigen. Op de vakantieranch de Divide waar ze zomer
na zomer naartoe waren gegaan en de mooiste vakanties van hun leven
hadden gehad. De plek waar Abbie verliefd was geworden op Montana
en het besluit had genomen om daar te gaan studeren. En waar
Benjamin zes jaar geleden, ook al leek het veel langer, verliefd
(of wat het ook was) was geworden op Eve Kinsella en de
vernietiging van hun huwelijk in gang had gezet.
Ze zwegen allebei een poosje. De stewardess kwam door het
gangpad met een wagentje met drankjes en snacks hun richting uit.
Ze vroegen allebei om water. De door buizen aangevoerde lucht in de
cabine was koud en rook kunstmatig en antiseptisch.
'Praat met me,' zei hij zacht.
'Wat?'
'Alsjeblieft, Sarah. Kunnen we niet een beetje praten? Over
Abbie.'
Ze haalde haar schouders op.
'Als je dat wilt. Wat valt er te zeggen?'
'Dat weet ik niet. Ik denk alleen dat we... elkaar een beetje
kunnen troosten als we erover praten.' 'O.'
'We moeten onszelf niet de schuld geven, Sarah...'
'Onszelf de schuld geven?'
'Nee, ik bedoel niet...'
ik geef mezelf helemaal niet de schuld, Benjamin. Helemaal
niet.'
'Dat weet ik. Ik wil alleen...'
'Ik geef jou de schuld. Jou alleen....' Ze zweeg en
glimlachte. En dan was er natuurlijk ook nog die vrouw. Ze zag in
zijn ogen dat hij de gedachte las. 'Nou ja, misschien niet helemaal
alleen.'
'Hoe kun je dat zeggen, Sarah?'
'Omdat het waar is. Abbie is niet dood omdat ze van een klif
is gevallen, gesprongen of geduwd of wat dan ook. Ze is dood door
wat jij ons allemaal hebt aangedaan, Benjamin.'