***

Sheriff Charlie Riggs keek op zijn horloge. Hij had nog een kwartier om de stapel papierwerk af te werken die dreigend op de enige lege plek in de chaos op zijn bureau lag. Als hij om twee uur niet weg was, zou hij niet op tijd terug zijn voor het verjaardagsfeestje van zijn dochtertje dat tien was geworden. Hij moest eerst nog naar Great Falls rijden om haar cadeau op te halen, iets wat hij gisteren had moeten doen, maar zoals gewoonlijk waren er uit het niets allerlei stomme dingen opgedoken, zodat hij geen tijd had gehad. Het cadeau was een op maat en met de hand gemaakt zadel dar hij een paar maanden geleden in een spilzieke bui had besteld. Hij had geen idee hoe hij ooit had kunnen denken dat hij het zich kon veroorloven en hij trok een pijnlijk gezicht toen hij aan de prijs dacht.
Hij schoof zijn stoel dichter naar het bureau toe, verplaatste een paar bekertjes koude koffie en pakte het eerste dossier op. Het was een concept van een rapport over het gebruik van methamferamine in Montana. De deur van zijn kantoortje stond open en in de meldkamer leken alle telefoons te rinkelen. Niemand nam op, omdat het Liza's vrije dag was en het nieuwe meisje Mary-Lou (dat nog niet precies wist hoe alles werkte) achter de balie stond te praten met de oude mevrouw Lawson, wier hond weer was weggelopen. De oude zeurkous had kennelijk haar gehoorapparaat thuisgelaten, want Mary-Lou moest schreeuwen en alles twee keer zeggen. Door het raam zag hij dat Tim Heidecker, een van zijn niet al te snuggere hulpsheriffs, zijn pick-up parkeerde. De kans was groot dat de jongen, meteen bij binnenkomst, een heleboel domme vragen zou gaan stellen. Charlie glipte achter zijn bureau vandaan en sloot zachtjes de deur. Het was al tien voor twee.
Hij maakte zich er niet zozeer zorgen om dat zijn dochter teleurgesteld zou zijn. Lucy en hij konden het uitstekend met elkaar vinden en hij wist dat ze het zou begrijpen. Wat hem dwarszat was dat hij haar moeder weer een wapen op een presenteerblaadje zou aanbieden. Sheryl en hij waren nu vijf jaar gescheiden en ze was hertrouwd - gelukkig, volgens iedereen - hoewel het hem een raadsel was hoe iemand gelukkig kon zijn met zo'n slappe zak. Wat Charlie bleef verbazen was dat Sheryl zelfs na al die tijd - en hoewel zij was weggegaan en niet hij - nooit een kans, hoe klein ook, liet lopen om hem af te kraken. En alles wat met Lucy te maken had, greep ze met nauwverholen leedvermaak aan. Het was niet genoeg dat Charlie een waardeloze echtgenoot was geweest, hij moest ook een slechte vader zijn.
Het gebruik van methamfetamine neemt toe, las hij. Tjongejonge. Wie had dat kunnen denken? Hij vroeg zich vaak af hoeveel de mensen die deze vervloekte rapporten schreven betaald kregen om dit soort voor de hand liggende dingen te beweren. Je hoefde maar vijf minuten op internet te surfen of naar een boekwinkel te gaan om erachter te komen hoe je het spul in je eigen keuken kon maken. Misschien werd hij alleen maar oud en cynisch.
ik weet zeker dat hij wel weer opduikt, mevrouw Lawson,' zei Mary-Lou achter de balie.
'Wat zeg je?'
ik zei: IK WEET ZEKER DAT HIJ WEL WEER OPDUIKT.'
Hij hoorde dat Tim Heidecker een van de telefoons beantwoordde. De kans dat hij in staat zou zijn om wat het ook was zelfstandig af te handelen was ongeveer één op een miljoen. Binnen een minuut werd er dan ook geklopt, en voordat Charlie zich kon verbergen, ging de deur open en verscheen het irritante gezicht van de jongen.
'Hallo, chef...'
ik heb het nu heel druk, Tim. En noem me alsjeblieft geen chef.'
ik ben net gebeld vanuit het huis van de Drummonds. U weet wel, het staat aan het Front...'
ik weet waar het huis van de familie Drummond is, Tim. Kun je me dit alsjeblieft later vertellen?'
'Natuurlijk. Ik vond alleen dat u het moest weten.'
Charlie zuchtte en liet het rapport op zijn bureau vallen.
'Zeg het dan maar.'
'Er hebben zich daar net een paar skiërs gemeld. Ze zeggen dar ze bij Goar Creek een lijk gevonden hebben. Een jonge vrouw die in het ijs vastgevroren is.'
Ned en Val Drummond hadden een kleine ranch dicht bij de noordvork van de kreek. Erachter stonden een paar blokhutten die alleen 's zomers gebruikt werden en verder was er alleen wildernis. Het kostte Charlie en Tim bijna een uur om er te komen en nog een uur om de twee skiërs te ondervragen. Her leken betrouwbare mensen en ze waren zich er terdege van bewust wat een geluk ze hadden gehad. Als ze die andere ski niet hadden gevonden, zou de vader grote moeite hebben gehad om terug te komen. Zijn zoon had alleen naar beneden moeten gaan om hulp te halen. Maar ze waren slim en hadden zich goed voorbereid, wat hij niet kon zeggen van de meeste idioten die daar boven in de problemen raakten en gered moesten worden.
De vader kon op de kaart nauwkeurig aangeven waar ze het lijk hadden gevonden. Charlie had op de aanhanger een paar sneeuwscooters meegebracht en hij speelde een poosje met het idee om direct naar boven te gaan om een kijkje te nemen. Maar de zon maakte zich al gereed om achter de bergen te verdwijnen en daarna zou het snel donker worden en zou de temperatuur dalen. Als het lijk in het ijs vastgevroren zat, zoals ze zeiden, zou het niet weglopen. Het was beter om tot morgenochtend te wachten, dacht hij. Hij zou eerst een plan maken en met de juiste uitrusting naar boven gaan. In elk geval wilde hij dat de vader ook mee zou gaan, en hoewel Val Drummond haar best had gedaan om de snee in zijn gezicht te verbinden, moest hij toch gehecht worden.
Ze zaten met zijn allen mokkakoffie te drinken in de donkere keuken van de Drummonds. Charlie kende Val al sinds hun kindertijd en hij had altijd een zwak voor haar gehad. Ze hadden zelfs na een dansfeest op de middelbare school een romantisch moment gehad. Hij kon het zich nog levendig voor de geest halen. Ze was nu begin veertig en nog steeds een knappe vrouw, lang en atletisch op een enigszins paardachtige manier. Ned was kleiner en tien jaar ouder, en hij praatte te veel, zoals mensen doen die tijd zat hebben, maar hij was oké. Val had aangeboden om de vader van de jongen naar het medisch centrum te brengen om de snee te laten hechten, en ze had gezegd dat het prima was als hij en zijn zoon vannacht bleven logeren. Beide aanbiedingen waren dankbaar geaccepteerd. Ze spraken af dat ze de volgende ochtend om acht uur terug zouden komen om boven naar het lijk te gaan kijken.
Toen ze afscheid namen, herinnerde Charlie zich met een wee gevoel in zijn buik Lucy's verjaardag. Zijn mobiele telefoon had hier boven geen bereik, dus vroeg hij Val of hij de vaste telefoon mocht gebruiken. Ze bracht hem naar de huiskamer en liet hem alleen. Charlie vermoedde dat het feestje nog aan de gang was, maar hij zou het onmogelijk halen voordat het afgelopen was. Hij draaide Sheryls nummer en vermande zich.
'Hallo?'
Ze klonk altijd heel vriendelijk, tot ze merkte dat hij het was.
'Hallo, Sheryl. Luister, het spijt me heel erg, maar ik...'
'Aardig van je dat je in elk geval nog even belt.'
ik moest plotseling ergens naartoe en ik kon niet...'
'Was dat zo belangrijk dat je het verjaardagsfeestje van je dochter ervoor laat schieten? Ja, ja. Daar gaan we weer.'
'Kan ik Lucy even spreken?'
'Ze heeft nu geen tijd. Ik zal haar zeggen dat je gebeld hebt.'
'Kun je niet even...'
'Kom je het zadel nog brengen?'
ik... ik heb geen tijd gehad om het...'
'Oké. Prima. Dat zal ik haar ook vertellen.'
'Alsjeblieft, Sheryl...'
'Er verandert ook nooit iets, hè, Charlie? Ik moet ophangen. Tot ziens.'
Ze hoorden de sneeuwscooters lang voordat ze ze zagen. Ten slotte werd het licht van de koplampen zichtbaar dat ver onder hen tussen de bomen door scheen en daarna tegen de steile helling vanuit het bos opklom en langs de kreek naar hen toe stuiterde, waarbij de gele lichtstralen het wegstervende blauwe licht van het dal doorboorden.
Ze hadden het opsporings- en reddingsvoertuig niet dichterbij kunnen parkeren dan aan het begin van het pad, bijna vijf kilometer het dal in. Het was een omgebouwde schoolbus die was uitgerust met geavanceerde apparatuur. Gewone radio's waren in deze steile ravijnen niet betrouwbaar, dus had de bus er een met een versterker van 110 watt die krachtig genoeg was om boodschappen te kunnen relayeren tussen degenen in de bergen en het bureau van de sheriff, vijfenveertig kilometer verderop. Alles wat ze nodig hadden moest per sneeuwscooter vanaf het begin van het pad naar boven gebracht worden. De twee die nu naar hen toe kwamen, brachten kettingzagen, branders en een paar krachtige lampen mee zodat Charlie en zijn mannen na het donker konden doorwerken.
Hij had een team van tien man, van wie er drie zijn hulpsheriffs waren. De rest waren vrijwilligers, behalve de man van Bosbeheer, die het goed bedoelde, maar nog heel jong en onervaren was en hoofdzakelijk in de weg liep. Het protocol schreef echter voor dat hij erbij moest zijn omdat het lichaam van het meisje gevonden was op grond van Bosbeheer. Ze hadden in ploegendienst gewerkt en waren om de paar uur naar de bus gegaan om uit te rusten en wat te eten en te drinken - behalve Charlie, die de hele tijd bij het lijk was gebleven. Ze hadden hem af en toe eten en warme drank gebracht, maar hij was moe en had het koud en hij was nu behoorlijk uit zijn humeur omdat hij bijna een uur op de uitrusting had moeten wachten.
Ze waren de hele dag bezig geweest. Eerst hadden ze het hele gebied afgezet en vervolgens hadden ze het systematisch doorzocht en vanuit alle hoeken gefotografeerd en op video vastgelegd. Ze hadden geen enkele aanwijzing gevonden die hun kon vertellen hoe het lijk daar gekomen was. Door al die sneeuw en al dat ijs had Charlie daar ook niet op durven hopen. Misschien zouden ze iets vinden wanneer het ging dooien. Wellicht kleren, een schoen of een rugzak. Of, als ze geluk hadden, zelfs voetafdrukken in een onderlaag sneeuw of modder.
De twee skiërs hadden hen hier bij zonsopgang naartoe gebracht en hun laten zien waar het lichaam lag. Charlie had nog nooit zoiets spookachtigs gezien als het meisje dat daar onder het ijs lag, terwijl hij in de loop der jaren toch heel wat lijken onder ogen had gehad. De skiërs waren niet langer gebleven dan nodig was. De vader had vijftien hechtingen in zijn wang, die vuurrood waren geworden. Hij wilde graag naar huis. De jongen zag bleek en was nog steeds een beetje in shock. Hij zou volwassener zijn wanneer hij naar huis ging dan toen hij vertrok.
Pas vroeg in de middag waren ze gereed om te proberen het meisje uit te zagen. Het bleek heel wat lastiger te zijn dan Charlie had gedacht. Het lijk zou over de bergen naar het forensisch lab in Missoula gebracht moeten worden, een rit die ruim drie uur zou duren. Omdat er warmer weer was voorspeld, waren ze het er allemaal over eens dat ze het lijk het beste konden preserveren door het in een blok ijs te vervoeren. Tot nu toe hadden ze met spades gewerkt en het ijs stukje voor stukje weggehakt om geen enkel flintertje bewijsmateriaal te missen dat daar ingevroren zou kunnen zijn. Maar het leek alsof ze hooiland maaiden met een schaar en Charlie concludeerde dat ze hier nog weken bezig zouden zijn als ze het niet anders aanpakten.
De sneeuwscooters reden nu de laatste honderd meter langs de kreek en ze trokken allebei een slee achter zich aan die zwaarbeladen was met de uitrusting. Charlie en de mannen die samen met hem hadden gewacht, liepen naar de sneeuwscooters toe. Het licht van de koplampen schitterende op de geelgroene fluorescerende vesten die ze allemaal over hun zwarte parka's droegen. Toen de duisternis viel, was de temperatuur gedaald. Zelfs in zijn warme, gevoerde laarzen voelden zijn voeten verdoofd aan. Hij zou er heel wat voor overhebben om nu thuis voor de haard te kunnen zitten met het nieuwe boek waarin hij net was begonnen. Terwijl hij door de sneeuw sjokte, trok hij zijn handschoenen uit en probeerde zijn vingers weer een beetje warm te blazen. Zijn humeur werd er niet beter op toen hij Tim Heidecker van de eerste sneeuwscooter zag afstappen.
'Waar bleef je nou?'
'Sorry, chef. De sneeuwscooter is langs de kreek blijven steken.'
'Waarom heb je dat niet over de radio gemeld?'
'Dat hebben we geprobeerd, maar niemand hoorde ons.'
'Laten we dan maar aan de slag gaan.'
Ze hadden soep en een paar candybars voor hem meegebracht, waardoor hij beetje welwillender gestemd raakte. Terwijl hij zijn soep stond te eten en af en toe een bevel gaf, sloten ze de lampen aan op de kleine generator en zetten ze op hun plaats. Boven hem vervaagden de bergen tot dreigende silhouetten die zich aftekenden tegen de hemel, die zich langzaam met sterren vulde.
Al snel was de krater waarin de skiërs waren gevallen een cocon van licht in de nachtlucht. Alle sneeuw was van de bodem geveegd en door het glanzende zwarte ijs heen zag de jonge vrouw er met haar golvende haar, uitgestrekte arm en het gescheurde rode jasje dat achter haar hing, uit als een springende danseres die in obsidiaan was gevangen.
Het duurde nog zes uur voor ze haar losgezaagd hadden. Een van de kettingzagen liep vast en ze moesten twee keer over de radio om nieuwe bladen vragen. Omdat het ijs gecraqueleerd en ondoorzichtig werd wanneer ze erin zaagden, moesten ze steeds stoppen en de snijbranders gebruiken om het te laten smelten zodat ze konden zien waar ze zaagden. Ze maakten evenwijdig aan het lijk een brede greppel, zetten daar een slee in en begonnen haar er met houten stokken op te wrikken. Maar haar sarcofaag van ijs was te zwaar en ze hoorden een verschrikkelijk gekraak toen het ene uiteinde van de slee door het ijs zakte en in het stromende water van de kreek beneden kieperde. Een paar lange, hachelijke minuten leek het alsof ze eraf zou glijden en onder het ijs zou verdwijnen, maar het lukte de mannen om touwen om haar heen te krijgen en haar vast te houden tot ze de stokken onder de slee hadden, zodat ze hem konden ondersteunen en rechtop zetten.
Ze schaafden meer ijs rondom haar weg om de last lichter te maken, maar het blok was nog steeds te groot voor een lijkzak. Daarom vroegen ze over de radio om zeildoek, wikkelden het daar als een pakketje in en plakten en maakten het dicht met isolatieband en touwen. Net voor middernacht slaagden drie sneeuwscooters en een stuk of zes mannen die allemaal hard aan de touwen trokken er eindelijk in om de slee en zijn in zwart ijs gehulde lading uit het gat te hijsen.
Het kostte nog een uur om haar naar de bus te krijgen en het was bijna drie uur toen ze haar achter in Charlies pick-up hadden geladen en met dekens en stukken karton hadden geïsoleerd. Zijn hulpsheriffs boden aan om met hem mee te gaan naar Missoula, maar Charlie ging niet op hun aanbod in. Ze hadden zich bijna vierentwintig uur uit de naad gewerkt. Hij bedankte hen allemaal en stuurde hen naar bed. Hij was in die vreemde energieke toestand die vermoeidheid oversteeg, en om een reden die hij zelf niet helemaal begreep, wilde hij alleen zijn.
Hij reed Augusta door en sloeg op Route 200 af bij een stille zijweg waar hij nog maar een maand geleden had geholpen om twee dode tieners uit een autowrak te hijsen. De twee rechte wegen kruisten elkaar in een volkomen verlaten gebied en er waren zelfs verkeerslichten, maar toch lukte het mensen om daar tegen elkaar op te knallen. Door de herinnering raakte hij van slag en hij werd aan het denken gezet over het dode meisje dat achter hem lag, nog steeds bevroren in haar balletsprong. Het beeld stond in zijn geheugen gegrift en het lukte hem maar niet het uit zijn hoofd te bannen.
Hij bleef zich afvragen wie ze was en hoe ze daar terechtgekomen was. Hij herinnerde zich dat een jongen van zeventien een tijd geleden daar boven, niet ver van Coat Creek, zelfmoord had gepleegd. Hij had al zijn kleren opgevouwen en ze keurig in zijn rugzak gestopt, samen met een verward gedicht dat hij had geschreven, waarin hij probeerde uit te leggen waarom hij zelfmoord moest plegen. Hij had zich van een klif geworpen en zijn stoffelijk overschot was een maand later door een paar jagers gevonden. Misschien was deze jonge vrouw ook zo'n geval. Of misschien was ze per ongeluk gevallen. Er waren geen jagers of skiërs als vermist opgegeven, maar dat maakte de vondst niet noodzakelijkerwijs verdacht. Hoogstwaarschijnlijk was ze in haar eentje geweest, kwam ze van ver en had ze niemand verteld waar ze naartoe ging. Die dingen gebeurden. Hopelijk was de conditie van her lijk nog goed genoeg om haar te kunnen identificeren.
Charlie dacht aan haar ouders en andere dierbaren en aan de pijn die ze dagelijks moesten hebben omdat ze niet wisten waar ze was. Hij kon er niets aan doen dat hij zich voorstelde dat Lucy hetzelfde zou overkomen. Dat zijn enige kind zomaar verdween en dat haar moeder en hij niet zouden weten of ze nog leefde of ergens vermoord in een greppel lag. Hoe zou hij daarmee omgaan? Ach, iedere ouder zou gek worden.
Hij stak bij Rogers Pass de Continental Divide over en begon aan de kronkelige afdaling naar Lincoln, maar hij was zo in zijn sombere gedachten verzonken dat hij een bocht te kort nam en bijna een paar witstaartherten aanreed. Hij ging op de rem staan, de pick-up slipte en slingerde over de weg. Hij hoorde dat het lijk achter hem naar voren gleed en toen hij zijwaarts in de berm glijdend tot stilstand kwam, sloeg het met zo'n kracht tegen de rugleuning van zijn stoel dat hij zijn nek verrekte en sterretjes zag.
Charlie bleef even zitten om weer kalm te worden en zijn hart tot rust te laten komen. Als de weg niet met grind bestrooid was geweest, zou hij de boomtoppen in gevlogen zijn. Hij reed de rest van de weg vijfenzestig kilometer per uur met de radio zo hard mogelijk aan om zijn gedachten op afstand te houden, terwijl zijn nek onophoudelijk pijn deed.
Het forensisch lab was een mooi bakstenen gebouw dat vlak bij Broadway aan de weg naar het vliegveld stond. Hij had zijn kantoor van tevoren laten bellen om zich ervan te verzekeren dat er iemand zou zijn om het lijk in ontvangst te nemen en om te waarschuwen dat het zwaar was. Ze hadden het kennelijk goed begrepen, want de twee mannen die naar buiten kwamen zagen eruit als OIympische gewichtheffers.
'Dus dit is onze onbekende dode,' zei een van hen toen ze met zijn drieën zwoegden om haar op de brancard te krijgen. 'Je hebt hier meer ijs dan lijk, man.'
'Versheid is ons devies,' zei Charlie.
Ze reden haar regelrecht de koelruimte in en Charlie ondertekende een formulier en wenste hun welterusten.
Toen hij de stad weer binnenreed, werd de oostelijke hemel al licht, in roze en duifgrijze tinten. Er reden nu een paar auto's en pick-ups. Hij overwoog even om naar huis te gaan, maar concludeerde dat dat niet verstandig zou zijn. Nu het werk erop zat, drukte de vermoeidheid zwaar op hem en zijn nek deed verdomd veel pijn. Hij vond vlak bij de snelweg een motel en nam daar een kamer die nauwelijks groter was dan een biljarttafel. Maar er stond een bed en dat was het enige wat hem interesseerde. Hij deed de beige plastic jaloezieën dicht, trok zijn jasje en laarzen uit en kroop onder de wol. Toen herinnerde hij zich dat hij zijn mobiele telefoon niet uitgezet had en hij stond vermoeid op om hem uit zijn jasje te pakken. Het schermpje liet zien dat hij een voicemailbericht had. Hij stapte weer in bed en liet zijn nek voorzichtig op het kussen zakken. Hij deed de nachtlamp uit en luisterde de boodschap af.
Het was Lucy. Ze zei dat ze hoopte dat alles goed met hem was en dat ze het jammer vond dat hij niet op haar feestje had kunnen komen. Ze zei dat ze hem miste en heel veel van hem hield. Charlie wist dat het dom was en helemaal niets voor hem en dat het alleen maar kwam doordat hij zo hondsmoe was, maar daar alleen in het donker had hij, als hij het zichzelf had toegestaan, gemakkelijk kunnen huilen.