·64·

‘We hebben niet veel tijd meer,’ zei Caleb.

Ze zaten aan een oude picknicktafel op een veldje langs de weg naar Divine. Op de tafel stond een maaltijd die Annabelle bij Rita’s had gekocht.

Reuben knaagde op een stuk gebraden kip terwijl Annabelle fel naar Caleb keek.

‘Doe maar eens een voorstel,’ zei ze.

‘Misschien kan Alex helpen,’ stelde Caleb voor, terwijl hij zorgvuldig de huid van zijn stuk kip verwijderde.

‘Waarmee helpen? De boel verprutsen?’

‘We hebben het over Alex, Annabelle,’ zei Reuben. ‘Hij is zo professioneel en moedig als het maar kan. En ik denk dat Caleb gelijk heeft.’

‘Wat verwacht je van hem? Dat hij als de gesmeerde bliksem hierheen komt om ons te helpen? Dan is zijn carrière naar de maan. Je hebt hem zelf gehoord.’

‘Je kunt het altijd vragen.’

‘Waarom ik?’

‘Oké, dan doe ik het,’ zei Reuben. ‘We moeten alles doen om Oliver te helpen.’

Annabelle keek beide mannen aan en haalde toen met een zucht haar telefoon tevoorschijn. ‘Nee, ik doe het wel.’

Een minuut later zei ze: ‘Alex?’

‘Annabelle? Hoe gaat het?’

‘Ik...’ Ze zweeg. ‘Wíj willen je om een dienst vragen.’

Vijf minuten later verbrak ze de verbinding.

‘Nou?’ vroegen Reuben en Caleb tegelijk.

‘Hij gaat ons helpen. Hij komt zelfs hierheen.’

Reuben sloeg Caleb op de rug, waardoor die bijna met zijn gezicht in de bak aardappelsalade viel.

‘Ik wist het wel. Vriendschap gaat echt boven plicht.’

‘Ja, nou, we zullen het zien, hè?’ mompelde ze. ‘Maar intussen kunnen we hier niet op onze reet blijven zitten. We moeten blijven zoeken.’

Reuben gooide de botjes van zijn kippenborst in de bosjes, veegde zijn mond af en maakte een prop van zijn servet. ‘Ik ben er klaar voor. Ik ga de omgeving verkennen. Misschien zie ik iets.’

‘En Caleb en ik?’

‘Jullie kunnen met mensen in het stadje praten. En Caleb blijft bij jou. Vergeet niet dat er een moordenaar vrij rondloopt. We zien elkaar hier later terug.’

‘Ik maak me zorgen om die journalist,’ zei Annabelle. ‘Zelfs als we Oliver vinden, kan die kerel alles bederven. Zijn gezicht stond me niet aan. Het was net of hij plotseling iets bedacht.’

Caleb zei: ‘Nou, misschien moeten we hem ervan overtuigen dat het niet in zijn belang is om op onderzoek uit te gaan.’

Annabelle dacht daarover na. ‘Misschien heb je gelijk.’

Reuben reed weg op zijn Indian, terwijl Caleb en Annabelle naar Divine terugreden. Toen ze in de hoofdstraat waren, zei Annabelle tegen Caleb dat hij bij het gerechtsgebouw moest parkeren.

‘De sheriff zei dat Willie Coombs’ moeder als griffier op de rechtbank werkt. Misschien kan ik met haar praten.’

Caleb keek om zich heen en kreeg een stralende blik in zijn ogen toen hij de bibliotheek zag.

‘Ik zie wel iets wat ik kan doen,’ zei hij. ‘Maar als je een lijfwacht nodig hebt, kan ik bij je blijven. Zoals Reuben zei: er loopt hier een moordenaar vrij rond.’

Ze keek hem met een gracieuze glimlach aan. ‘Ik stel het aanbod op prijs, moordenaar, maar ik denk dat ik me wel red. Het kantoor van de sheriff zit er vlak naast.’

Caleb liep weg en Annabelle ging het gerechtsgebouw in.

Shirley Coombs keek op van haar bureau toen de deur openging. Annabelle stelde zich voor en vertelde waarom ze daar was. Hoewel Annabelle het niet wist, zag Shirley Coombs eruit alsof ze tientallen jaren ouder was geworden.

‘Ik vind het heel erg van uw zoon.’

Shirley keek haar argwanend aan. ‘Hebt u Willie gekend?’

‘Nee, maar sheriff Tyree heeft me verteld wat er is gebeurd.’

‘Het is niet de bedoeling dat ouders hun kinderen overleven,’ zei ze op gedempte toon, en toen stak ze een sigaret op. Haar vingers beefden zo erg dat ze de aansteker bijna niet kon gebruiken.

‘Nee, dat is niet de bedoeling.’

‘Ik heb mijn man ook verloren. Door een ongeluk,’ zei ze vlug. ‘En mijn vader door een mijninstorting.’

‘Dat is afschuwelijk.’

‘Ja, het leven is gewoon afschuwelijk, hè?’ zei ze sarcastisch. ‘Wat kan ik voor u doen?’

‘Ik hoopte dat u me iets over mijn vader kon vertellen.’

‘Ik heb hem niet ontmoet,’ zei ze meteen.

Annabelle bestudeerde de vrouw aandachtig maar onopvallend.

Oké, dat was een leugen.

Ze keek naar de stapel dozen.

‘Ik heb veel werk te doen,’ zei Shirley.

‘Ongetwijfeld. Ik maak me echt grote zorgen om mijn vader.’

‘Iemand zei dat hij de stad uitging.’

‘Wie zei dat?’

‘Dat weet ik niet meer. Ik zal het wel bij Rita’s hebben gehoord.’

‘U bent bevriend met Abby Riker?’

Op dat moment ging er een binnendeur open en kwam rechter Mosley aangelopen. Hij droeg een pak en had de pet die hij in zijn auto altijd droeg in zijn hand.

‘Shirley, ik...’ Hij zweeg, want hij zag Annabelle, en glimlachte meteen.

‘Hé, wie is dit?’

Annabelle gaf hem een hand en voelde dat zijn vingers haar een beetje te lang vasthielden. Ze vertelde wie ze was en waarom ze daar was.

‘Ben leek me een heel interessante man,’ zei Mosley. ‘Ik wilde dat ik hem beter had leren kennen. Ik hoop dat u hem vindt. Wel, nu moet ik weg.’

‘Naar de gevangenis, rechter?’ zei Shirley.

‘Dat klopt.’ Hij keek Annabelle aan. ‘Ik ga daar één keer per week naartoe om geschillen tussen de gedetineerden en de bewaarders te beslechten. En jammer genoeg zijn dat er veel.’

‘Ongetwijfeld.’

‘Het draait allemaal om reclassering,’ zei hij. ‘Al zullen niet veel bewoners van Blue Spruce ooit nog als vrij man het daglicht zien, ze verdienen toch een zekere mate van respect en waardigheid.’

‘Dat vond Josh ook,’ flapte Shirley eruit.

Ze keken haar aan.

Ze kreeg een kleur. ‘Mijn man. Hij was daar bewaarder.’ Ze keek Annabelle aan. ‘Hij is degene die is omgekomen door dat... ongeluk. Hij vond dat je mensen met respect moest behandelen, ongeacht wat ze hadden gedaan, gedetineerd of niet.’

‘Precies,’ zei Mosley. ‘Ik zal de eerste zijn om toe te geven dat Howard Tyree daar niet voor de volle honderd procent in meegaat, maar daarom kan het niet vaak genoeg worden herhaald. En door er elke week heen te gaan laat ik hopelijk aan iedereen zien dat er een compromis mogelijk is.’

‘Howard Tyree?’ zei Annabelle op scherpe toon.

‘Het is de broer van de sheriff,’ antwoordde Shirley. ‘De directeur van Dead Rock.’

Mosley glimlachte naar Annabelle. ‘De officiële naam is Blue Spruce, maar de mensen hier noemen het Dead Rock.’

Shirley snauwde: ‘Ze noemen het Dead Rock omdat een stel mijnwerkers door een instorting ingesloten kwam te zitten. Er kon niemand bij hen komen. Ze zaten daar ingesloten en daarna bouwden ze een gevangenis boven op hen. En een van hen was mijn vader.’

De tranen maakten strepen in Shirleys mascara. Annabelle en Mosley wendden beleefd hun ogen af. Ten slotte zei de rechter: ‘Mijnbouw is heel gevaarlijk werk.’

‘Dat begrijp ik,’ zei Annabelle.

‘Nou, een goede dag gewenst, dames.’

Toen hij weg was, stond Annabelle op. ‘Ik zal u niet langer ophouden.’

‘Sorry dat ik u niet kon helpen,’ zei Shirley nors.

O, je hebt me al geholpen.

De rechtvaardigen
titlepage.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_0.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_1.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_2.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_3.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_4.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_5.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_6.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_7.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_8.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_9.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_10.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_11.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_12.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_13.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_14.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_15.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_16.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_17.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_18.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_19.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_20.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_21.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_22.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_23.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_24.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_25.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_26.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_27.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_28.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_29.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_30.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_31.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_32.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_33.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_34.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_35.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_36.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_37.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_38.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_39.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_40.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_41.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_42.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_43.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_44.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_45.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_46.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_47.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_48.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_49.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_50.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_51.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_52.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_53.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_54.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_55.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_56.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_57.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_58.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_59.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_60.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_61.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_62.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_63.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_64.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_65.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_66.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_67.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_68.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_69.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_70.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_71.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_72.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_73.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_74.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_75.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_76.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_77.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_78.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_79.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_80.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_81.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_82.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_83.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_84.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_85.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_86.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_87.xhtml