·54·

Reuben verkeerde in moeilijkheden. Hij was naar South Ridge gereden en was bijna tegen Joe Knox op gebotst, want die liep nog door de straten van dat kleine, lelijke stadje. Na ongeveer een uur was Knox weer in zijn auto gestapt en weggereden. Een opgewonden Reuben had Annabelle gebeld om haar op de hoogte te stellen. Maar toen hij het stadje uitreed en Knox nog net in de verte kon zien, had de Indian van Reuben een lekke band gekregen. Hij was langs de weg gestopt en had Annabelle weer gebeld.

‘Blijf daar maar, Reuben,’ had ze gezegd. ‘We werken onze twee plaatsen af en dan pikken we je op.’

‘Waarom komen jullie niet meteen? Dan kunnen we Knox volgen.’

‘Tegen de tijd dat wij daar zijn, is hij allang weg. En als hij Oliver niet in South Ridge heeft gevonden, vinden wij hem misschien eerst. Naar welke plaats denk je dat hij gaat?’

Reuben nam de kaart en keek om zich heen om zich te oriënteren. ‘Als ik moest raden, zou ik zeggen naar Divine.’

‘Oké, bel me opnieuw als er iets anders gebeurt.’

Reuben verbrak de verbinding, keek kwaad naar de lekke band en gaf er een schop tegen. Na al die jaren had de Indian hem eindelijk teleurgesteld. En het was nog het ergst dat hij altijd een reserveband in zijn zijspan had, maar deze keer niet, want hij had ruimte moeten maken voor al die spullen die hij van Annabelle moest meebrengen.

Hij ging in de berm zitten en dacht aan hun kansen. Als dit de eerste plaats was waar Knox was geweest, had hij er nog drie voor de boeg. De kans dat Oliver in Divine was, was dus ongeveer één op drie. Niet geweldig, maar ook niet hopeloos. Hij zou er gewoon voor moeten duimen dat Divine niet de jackpot voor de federale agent en het waarschijnlijke doodvonnis voor Oliver zou worden.

Melanie Knox had verschillende keren geprobeerd haar vader te bellen. Op zichzelf was het niet zo verrassend dat Knox niet had opgenomen en haar niet had teruggebeld. Toch had ze geen goed gevoel overgehouden aan haar vorige gesprek met hem. De dingen die hij had gezegd, waren nogal fatalistisch op haar overgekomen. Iets in de trant van ‘pluk de dag’, alsof hij eraan twijfelde dat er nog veel dagen zouden volgen.

In een impuls nam ze een taxi naar Knox’ huis en vroeg de chauffeur te wachten. Toen ze de deur openmaakte, verbaasde het haar dat ze het waarschuwingsgeluid van het alarm niet hoorde. Haar vader stelde het alarm altijd in als hij wegging. Toen ze het licht aandeed, gaf Melanie bijna een schreeuw.

Het huis was overhoop gehaald. Eerst dacht ze dat het een inbraak was en voelde ze de aandrang weg te rennen voor het geval de inbrekers er nog waren. Voor alle zekerheid rende ze naar de taxi terug en zei ze tegen de chauffeur wat ze had aangetroffen. Ze zei tegen hem dat hij de politie moest bellen als ze niet binnen vijf minuten buiten kwam. Ze rende weer naar binnen, pakte een zware vaas uit de hal en liep voorzichtig verder. De voordeur liet ze voor alle zekerheid openstaan.

Binnen vijf minuten wist ze dat er niemand in het huis was. Ze boog zich uit het raam van de slaapkamer op de bovenverdieping en gaf de taxichauffeur met gebaren te kennen dat er niemand was.

Melanie ging weer naar binnen en doorzocht het huis nu grondiger. Ze wist dat haar vader twee safes in het huis had, een in de slaapkamer en een achter een paneel in de garage. Beide waren ongemoeid gelaten. En zo te zien was er ook niets van waarde weggenomen.

Zo bleef er maar één mogelijkheid over. Degene die had ingebroken, was op zoek geweest naar iets anders dan kostbaarheden. En hij had ook de alarmcode van haar vader geweten.

Ze ging zijn studeerkamer in en keek om zich heen. Ze wist dat hij hier dingen van zijn werk bewaarde. Aan de andere kant wist ze ook dat haar vader nooit belangrijke dingen liet rondslingeren. Ze deed het licht aan, bukte zich en nam de stapels papieren op de vloer door. Een halfuur later had ze maar één ding van belang gevonden. Het was een lijst met namen. Ze herkende er geen enkele van, maar één naam trok haar aandacht.

Alex Ford was een agent van de Secret Service die vanuit Washington opereerde. Ze wist niet waarom hij op een lijst in het huis van haar vader voorkwam. Maar één ding wist ze wel: ze ging hem bellen en uitzoeken of hij iets wist over de zaak waarbij haar vader betrokken was.

Nadat ze de deur op slot had gedaan en het alarm had aangezet, rende ze naar de taxi terug. Toen ze zich daar ademloos in had laten zakken, had ze het misselijkmakende gevoel dat de ‘baan’ van haar vader hem nu eindelijk te pakken had gekregen.

De rechtvaardigen
titlepage.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_0.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_1.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_2.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_3.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_4.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_5.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_6.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_7.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_8.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_9.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_10.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_11.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_12.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_13.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_14.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_15.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_16.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_17.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_18.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_19.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_20.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_21.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_22.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_23.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_24.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_25.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_26.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_27.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_28.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_29.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_30.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_31.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_32.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_33.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_34.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_35.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_36.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_37.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_38.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_39.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_40.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_41.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_42.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_43.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_44.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_45.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_46.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_47.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_48.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_49.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_50.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_51.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_52.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_53.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_54.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_55.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_56.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_57.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_58.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_59.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_60.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_61.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_62.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_63.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_64.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_65.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_66.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_67.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_68.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_69.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_70.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_71.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_72.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_73.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_74.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_75.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_76.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_77.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_78.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_79.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_80.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_81.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_82.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_83.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_84.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_85.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_86.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_87.xhtml