·46·

Joe Knox lag in zijn ondergoed op een dun stuk opgevuld nylon dat voor matras moest doorgaan. Hij probeerde de puzzelstukjes in elkaar te passen. Carr had twee mensen vermoord, twee zeer vooraanstaande personen, en hij was op de vlucht geslagen nadat hij vermomd als manke dorpsidioot met ruige baard langs de fbi was gekomen. Hij had uit de trein moeten stappen en was in dit ellendige gehucht terechtgekomen. Knox had geen idee waar hij nu was. Door links en rechts te informeren was hij erachter gekomen dat er een bus was vertrokken op de avond dat de man hier was aangekomen. Had die even geluk gehad! Inmiddels kon hij al heel ver weg zijn.

Knox ging rechtop zitten en trok zijn broek, sokken en schoenen aan. Hij waste zijn gezicht, poetste zijn tanden met zijn vinger en streek zijn haar glad met de palm van zijn hand. Als deze jacht nog veel langer zou duren, redde hij het niet met de spullen in de kleine tas die hij altijd bij zich had en zou hij kleren en toiletartikelen moeten kopen. Hij trok zijn overhemd aan en keek op zijn mobieltje. Geen berichten, al had hij op deze hoogte en op deze afgelegen plek niet veel bereik.

Hayes was de hoofdrolspeler in dit dramatische stuk; Knox was zijn trouwe hond. Nou, dat ‘trouwe’ kon je op dit moment in twijfel trekken. Knox stopte kauwgom in zijn mond en keek uit het raam van Skip’s Motel. Toen hij de vorige avond een kamer nam, had hij zowaar met de echte Skip te maken gehad, een stokoude man die weinig zei, maar die met de snelheid van een weltergewicht in zijn beste jaren zijn hand had uitgestoken om het geld voor de kamer in ontvangst te nemen. Blijkbaar geloofde ouwe Skip niet in creditcards.

Hayes had de pest aan Carr om redenen die hij niet aan Knox had meegedeeld, maar die duidelijker werden naarmate Knox meer over de verschillende mogelijkheden nadacht. Als Hayes zijn zin kreeg wanneer Knox zijn prooi had gevonden, zouden Carr zijn rechten niet worden voorgelezen, zou hij geen advocaat mogen bellen en zou hij ook niet voor een rechter verschijnen. Maar waarom wilden ze de man van de Medal of Honor doodmaken? Het zou de carrière van majoor Macklin Hayes alleen maar ten goede zijn gekomen dat hij zo’n soldaat in zijn gelederen had. Op de een of andere manier had Carr zijn commandant bijzonder kwaad gemaakt. Het papieren spoor had laten zien dat de lagere regionen van het bataljon er geen enkele moeite mee hadden dat Carr de moeder van alle Amerikaanse medailles op zijn borst gespeld zou krijgen. Hayes had het tegengehouden. Wat had Carr gedaan om zulke tegenwerking te verdienen? Waarom koesterde Hayes na meer dan dertig jaar nog altijd een wrok tegen hem?

Het was duidelijk voor welk dilemma Knox zich gesteld zag. Als hij zijn werk met succes deed en Carr vond, zou hij hem in feite aan zijn beul uitleveren. Iets in Knox zei tegen hem dat hij zich daar niet druk om moest maken, want het waren zijn zaken niet. Hij kon Carr overdragen, en dan was hij klaar en kon hij met pensioen gaan. ’s Zomers naar Rome, zijn kinderen, de Med, wijn, lekker eten. Zijn kinderen.

Als dat aneurysma in Patty’s hoofd nou maar niet doorgebroken was...

Aan de andere kant verzette Knox zich uit alle macht tegen deze theorie. Als Carr die mannen had vermoord, moest worden bewezen dat hij daar schuldig aan was en moest de rechter zijn straf bepalen. Wanneer je sluwe, zelfvoldane mannen als Hayes liet bepalen wat er moest gebeuren, wanneer je zo iemand voor God liet spelen, was het uit. Dan kon je net zo goed de democratische tentstokken uit de grond trekken en Stalin vragen of hij een comeback wilde maken. Dan was het uit met die goeie ouwe Verenigde Staten van Amerika. En Knox wilde daar niet aan meewerken. Twintig jaar geleden zou hij misschien een ander antwoord hebben gegeven. Maar vandaag niet, nu niet. Het was gek, maar hij geloofde nu meer in de principes die Amerika hadden gemaakt tot wat het was dan toen hij pas met dit werk was begonnen. Indertijd was hij in feite nog een groentje geweest. Hij had alleen kennisgemaakt met de militaire kant van de zaak en wilde een reputatie opbouwen als inlichtingenagent. Hij was tot alles bereid geweest om dat doel te bereiken. Vaak was hij net over de streep gegaan en soms was die streep nergens meer te bekennen geweest. Achteraf was hij niet erg trots op die momenten, maar hij troostte zich enigszins met het feit dat hij met zijn werk mensenlevens had gered en ook dat hij uiteindelijk weer aan de goede kant zou komen te staan. Hij kende veel anderen die nooit aan die laatste stap toe waren gekomen. Hayes was blijkbaar een van hen.

Natuurlijk was hij ook cynisch. Je kon dit werk niet zo lang doen zonder dat je die streep al lang geleden was overgestoken. Als je wel ervaring had maar geen cynisme, was dat een teken dat je hersenen aan het rotten waren en dat je het zelf niet merkte. Hij ging tegenwoordig naar elke bespreking op hoog niveau met de wetenschap dat er minstens drie doelen werden nagestreefd en ook met de wetenschap dat ze hem maar één daarvan zouden vertellen.

Hij trok zijn jasje aan en tastte met zijn ene hand naar zijn portefeuille en met zijn andere hand naar de sleutels van zijn huurauto. Hij kon ook vluchten, zich ergens in de heuvels verschuilen en het aan Hayes overlaten om een andere lakei te vinden die dit karwei kon opknappen. Er stonden er genoeg te wachten. En eerlijk gezegd merkte Knox dat hij er minder op gebrand was Carr te vinden naarmate hij meer over hem te weten kwam en ook over Hayes’ waarschijnlijke redenen om een oorlogsheld te elimineren die nooit had gekregen waar hij recht op had.

Hij liep naar zijn auto en vroeg zich af of hij het nog een keer in de Eén t moest proberen. Het leek hem de moeite waard, maar hij zou het later doen. Eerst wilde hij wat rondrijden om te zien wat de vorige avond onzichtbaar voor hem was gebleven. Hij betwijfelde sterk of John Carr een van die dingen was. In het begin had hij de man alleen maar willen vinden, maar nu hoopte hij tegelijkertijd dat het nooit zou gebeuren. En dat niet alleen omdat een aanvaring met Carr, die grizzlybeer onder de huurmoordenaars, waarschijnlijk niet goed voor Knox zou aflopen.

Het had iets met gerechtigheid te maken, een begrip dat Knox nog steeds voor ogen stond, al was dat bij zijn baas blijkbaar niet het geval.

De rechtvaardigen
titlepage.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_0.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_1.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_2.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_3.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_4.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_5.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_6.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_7.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_8.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_9.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_10.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_11.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_12.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_13.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_14.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_15.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_16.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_17.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_18.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_19.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_20.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_21.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_22.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_23.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_24.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_25.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_26.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_27.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_28.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_29.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_30.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_31.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_32.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_33.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_34.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_35.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_36.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_37.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_38.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_39.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_40.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_41.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_42.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_43.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_44.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_45.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_46.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_47.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_48.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_49.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_50.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_51.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_52.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_53.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_54.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_55.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_56.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_57.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_58.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_59.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_60.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_61.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_62.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_63.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_64.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_65.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_66.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_67.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_68.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_69.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_70.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_71.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_72.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_73.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_74.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_75.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_76.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_77.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_78.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_79.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_80.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_81.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_82.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_83.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_84.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_85.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_86.xhtml
awb_-_De_rechtvaardigen_split_87.xhtml