·9·
Joe Knox stapte in zijn Range Rover en reed langzaam naar huis, diep in gedachten verzonken. Hij had elk stukje papier in die doos doorgenomen en op elk ervan had een schokkende onthulling gestaan. Maar hoewel er ontzaglijk veel informatie in de doos had gezeten, waren de sporen die hij op grond van die informatie kon volgen verwaarloosbaar. De cia was er buitengewoon goed in om haar eigen sporen uit te wissen, en de dienst had zichzelf deze keer overtroffen. Niettemin had Knox enkele puzzelstukjes aan elkaar kunnen leggen.
De bomaanslag op Grays huis van zes maanden geleden had blijkbaar te maken met een ongeautoriseerde cia -operatie tegen de Sovjets in de jaren tachtig. De exacte details van die operatie waren niet beschikbaar en zouden dat waarschijnlijk ook nooit zijn. En de connectie tussen die twee dingen was allesbehalve duidelijk. Er waren geen namen beschikbaar. Eén papier in de doos had zelfs de doorgewinterde Knox versteld doen staan. Blijkbaar had er een vuurgevecht plaatsgevonden in het onvoltooide bezoekerscentrum van het Capitool. Dat was ongeveer in de tijd geweest dat het huis van Carter Gray werd verwoest. Er was een onbekend aantal paramilitaire cia’ ers omgekomen en de echte omstandigheden van hun dood waren door de uiterst efficiënte desinformatiemachine van de dienst aan het oog van het publiek onttrokken. Blijkbaar had Gray, die indertijd formeel niet voor de overheid werkte, achter deze missie gezeten. Het bleef een raadsel wie de agenten had gedood en waarom ze daar eigenlijk waren geweest.
Een schietpartij midden in het Capitool? Gray moet wel gek zijn geweest.
In het dossier werd ergens gezegd dat Gray een ontmoeting had gehad met de huidige cia -directeur, in Knox’ ogen een nutteloze man die weliswaar ooit bij de cia was begonnen maar daarna gehersenspoeld was in de jaren die hij in het Huis van Afgevaardigden zat. Het was een politieke benoeming geweest, dacht hij. Het was nog maar de vraag of Knox met de man zou mogen praten. Zoals Macklin Hayes duidelijk had gemaakt, was men het er binnen de cia niet over eens hoe de zaak moest worden aangepakt. Of níét aangepakt.
Verder had Gray een geheime ontmoeting met de president gehad in Camp David. Knox vermoedde dat dit een van de stukjes informatie was die Macklin Hayes te pakken had gekregen en waar hij eigenlijk niet van mocht weten. Knox besefte dat de kans dat hij de president van de Verenigde Staten over deze ontmoeting zou mogen ondervragen ongeveer even groot was als de kans dat Knox spontaan tot ontbranding kwam terwijl hij onder de douche stond.
Een van de interessantste stukjes informatie die hij in het dossier had aangetroffen had te maken met de inmiddels opgeheven divisie Triple Six van de cia, oftewel de ‘destabiliseringspoot’ zoals deze divisie officieus bekendstond onder cia-agenten. De minder beleefde term was natuurlijk ‘moordenaarsteam’. Triple Six was een van de strengst bewaakte geheimen van de cia. Officieel maakte de cia zich niet schuldig aan moord, marteling en wederrechtelijke gevangenzetting. En liegen, bedriegen en stelen deden ze ook niet. Jammer genoeg waren de media het een en ander te weten gekomen over het verleden van de dienst, en dat had tot compromitterende onthullingen geleid. Officieel had Knox zich aan de beleidslijn van de dienst gehouden en was hij kwaad geweest omdat de pers die onverkwikkelijke zaken boven tafel had gekregen, maar persoonlijk had hij nooit veel in die kant van de dienst gezien. Hoewel het waar was dat de Verenigde Staten beter af waren als bepaalde mensen doodgingen, had Knox altijd gedacht dat de cia haar middelen het best gebruikte als ze inlichtingen verzamelde, niet als ze opdracht gaf tot moord of mensen aan hun tenen ophing of hen liet geloven dat ze verdronken om ze aan het praten te krijgen. Het was zijn ervaring dat gemartelde mensen je alles wel wilden vertellen om een eind aan de pijn te maken. Er waren veel betere manieren om achter de waarheid te komen.
Gray was blijkbaar tot de conclusie gekomen dat sommige vroegere Triple Six-moordenaars waren vermoord. Hij kon niet nagaan of die sterfgevallen in verband stonden met de ongeautoriseerde missie in de vroegere Sovjet-Unie. Volgens een van Grays lijfwachten had de ex-inlichtingenchef in zijn eigen huis een ontmoeting met iemand gehad op de avond voordat dat huis werd opgeblazen. Die man werkte op een begraafplaats in Washington en was door de fbi ondervraagd in verband met de vermeende moord op Gray. En het was die man – op wie Macklin Hayes had gezinspeeld – die had gezegd dat degene die de bomaanslag op Grays huis had gepleegd misschien van de rotsen in de Chesapeake Bay was gesprongen.
Knox glimlachte grimmig bij de gedachte aan de naam die de man aan de fbi -agenten had opgegeven. Oliver Stone .
Was hij een krankzinnige of iets anders? Aangezien Carter Gray er niet om bekend had gestaan dat hij mentaal instabiele mensen bij zich thuis ontbood, koos Knox voor het laatste. Oliver Stone had een agent van de Secret Service bij zich gehad toen hij een bezoek aan Grays verwoeste huis bracht. Ook dat was interessant. Hij zou eens nader kennis moeten maken met agent Alex Ford.
Het laatste stukje interessante informatie had te maken met een recente opgraving op de nationale begraafplaats Arlington. In opdracht van Gray was het graf van een zekere John Carr geopend. De kist was naar het hoofdkantoor van de cia gebracht. Knox wist niet wat het resultaat daarvan was geweest of wie er in de kist was aangetroffen. Hij had een deel van Carrs militaire staat van dienst gezien en die was voorbeeldig. Maar toen was de man gewoon verdwenen.
Knox’ instinct gaf hem in dat een man als Carr, die had bewezen te kunnen doden, een productief lid van Triple Six zou zijn geweest. Veel leden daarvan kwamen uit het leger. En ongeveer in de tijd dat Carr uit de openbare gegevens was verdwenen, was Triple Six actiever geweest dan ooit. Dat had meer vragen dan antwoorden opgeroepen.
Hij kwam bij zijn huis aan en zette de auto in de garage. Even later deed zijn dochter, Melanie, de deur naar de keuken open. Ze had hem eerder gebeld om te zeggen dat ze naar huis kwam om ergens met hem te gaan dineren. Nadat hij de oproep van Macklin Hayes had gekregen, had hij haar teruggebeld om te zeggen dat hij niet kon. Hij was dan ook verbaasd haar te zien.
Er kwamen etensgeuren uit de keuken. Ze omhelsde hem, leidde hem naar binnen en hing zijn jas voor hem op.
Hij zei: ‘Ik dacht dat drukbezette advocaten geen tijd hadden om voor zichzelf te koken, laat staan voor een ander.’
‘Wacht met je oordeel tot je het hebt gegeten. Ik kijk niet naar kookprogramma’s en ik heb geen hoge dunk van mijn kookkunst. Maar de bedoeling was goed.’
Melanie aardde meer naar Knox’ overleden vrouw Patty dan naar haar vader. Ze was lang en lenig, met rossig haar dat meestal naar achteren getrokken was. Ze had rechten gestudeerd aan de Universiteit van Virginia en was een snel stijgende jonge ster op een vermaard advocatenkantoor in Washington. Als oudste van zijn twee kinderen – zijn zoon, Kenny, was momenteel als marinier in Irak – had Melanie het op zich genomen te voorkomen dat haar vader verhongerde of wegkwijnde van verdriet om de dood van haar onlangs gestorven moeder, met wie hij dertig jaar getrouwd was geweest.
Ze aten in de serre, waar ze een fles Amarone dronken en Melanie hem over haar nieuwste zaak vertelde. In de loop van de jaren hadden zijn kinderen snel geleerd dat hun vader nooit met hen, of iemand anders, over zijn werk praatte. Ze wisten dat hij over de wereld reisde, vaak pas op het laatste moment hoorde dat hij weg moest en langdurig weg was. Hij verklaarde dat door te zeggen dat hij een lagere functie op het ministerie van Buitenlandse Zaken had.
Eens had hij tegen Melanie gezegd: ‘Ik ben zo onbelangrijk dat ze een beroep op me kunnen doen wanneer ze maar willen, en dan ga ik gewoon.’
Daar had hij het mee gered toen ze nog op de lagere school zat, maar toen zijn vroegrijpe dochter op de middelbare school kwam, merkte Knox dat ze het niet meer geloofde, al probeerde ze nooit achter de waarheid te komen. Zijn zoon had er nooit veel bij stilgestaan dat zijn vader van tijd tot tijd verdween. En nu hij als onderkorporaal bij de mariniers naar het buitenland was gestuurd en van dag tot dag zijn best deed om in leven te blijven, had Kenny Knox zoveel aan zijn hoofd, hoopte zijn vader, dat hij zich er niet druk om maakte wat zijn oudeheer voor de kost deed.
‘Toen je belde om af te zeggen,’ begon Melanie, ‘dacht ik dat je met een vliegtuig zou weggaan. Ik kwam op het idee om eten te koken toen je zei dat je vanavond thuis zou zijn.’
Knox reageerde daar met alleen een hoofdknikje op. Intussen nam hij een slokje van zijn wijn en keek naar de bomen in zijn tuin, die belaagd werden door de zoveelste naderende storm.
‘Dus alles gaat goed op je werk?’ vroeg ze aarzelend.
‘Ik heb alleen wat oude papieren doorgenomen. En daar werd ik niet veel wijzer van.’
Het was moeilijk voor haar, wist hij. De meeste kinderen wisten precies wat hun ouders voor de kost deden en interesseerden zich daar dan ook niet voor. Toen zijn kinderen nog naar school gingen, was Knox nooit naar beroepenvoorlichtingsdagen gegaan waarop ouders over hun werk konden vertellen. Want wat had hij kunnen zeggen?
‘Heb je nog over je pensionering nagedacht?’
‘Ik ben al min of meer gepensioneerd. Ik sta met één voet in het professionele graf.’
‘Het verbaast me dat het ministerie van Buitenlandse Zaken zonder jou kan functioneren.’
Vader en dochter wisselden een snelle blik en keken toen ieder een andere kant op. Ze concentreerden zich op hun wijn en de laatste happen rundvlees en aardappelen.
Toen ze wegging, hield Melanie haar armen extra lang om de brede schouders van haar vader. Ze fluisterde in zijn oor: ‘Pas goed op jezelf, pa. Neem niet te veel risico’s. Het zijn gevaarlijke tijden.’
Hij keek haar na toen ze naar de taxi liep die ze had gebeld om naar haar flat in Washington terug te gaan. Bij het wegrijden zwaaide ze naar hem.
Hij zwaaide terug. Er gingen vluchtige beelden uit de afgelopen dertig jaar door zijn hoofd, met aan het eind het beeld van Macklin Hayes die tegen hem zei dat hij op zijn tenen moest lopen.
Zijn briljante dochter had gelijk. Het wáren gevaarlijke tijden.
Hij zou Hayes de volgende morgen bellen. De generaal was er altijd vroeg bij. Net als de hanen geloofde hij dat de zon elke dag verscheen omdat hijzelf verscheen. Knox had geen antwoorden maar wel veel vragen en wist niet hoe de generaal daarop zou reageren. In het leger had Macklin de reputatie gehad altijd zijn werk gedaan te krijgen, met welke middelen dan ook, dus vaak met buitensporige verliezen. Als bataljonscommandant in Vietnam had Hayes, geloofde Knox, meer doden en gewonden onder zijn manschappen gehad dan welke andere officier in die oorlog ook. Maar omdat die verliezen vaak tot overwinningen leidden, voor zover je het een overwinning kon noemen als je een kleine heuvel of zelfs een paar meter terrein won, soms maar voor enkele uren, had Hayes snel promotie gemaakt. Evengoed was Knox niet van plan om een van de offers te worden die de man nodig had op zijn weg naar een volgende triomf. Het beste waarop hij kon hopen was dat hij zich door het mijnenveld kon loodsen. Hij zou zijn doel goed voor ogen moeten houden en tegelijkertijd steeds achterom moeten kijken. Macklin was een kei in subtiele machtsstrijd, een man met overal connecties die erin uitblonk om anderen hun leven op het spel te laten zetten, terwijl hij zichzelf met grote bekwaamheid aan alle kanten indekte. Absurd competitief als hij was, versloeg hij volgens de verhalen mannen van half zijn leeftijd met tennissen op de banen van het Pentagon. Wat hij aan snelheid, kwiekheid en uithoudingsvermogen tekortkwam, maakte hij goed met slimme trucjes en een weergaloos spelinzicht.
Zijn exacte titel in het inlichtingenrijk van de Verenigde Staten was Knox onbekend. De man nam een merkwaardige – en voor zover Knox wist nooit eerder ingenomen – overlappende positie tussen inlichtingenfacties uit de militaire en civiele sector in. Het was een machtige positie en iedereen die onder zijn macht viel moest doen wat hij zei of de gevolgen aanvaarden. Hij was een goede vriend en beschermeling van Carter Gray geweest en niemand had een betere mentor kunnen hebben. Knox zou zijn best doen om achter de ware bedoelingen van de generaal te komen en ze dan hopelijk te kunnen realiseren. Hoe je hier ook tegenaan keek, het was een formidabele uitdaging.
Hij deed de deur dicht, porde de haard op en pakte zijn boek met de bedoeling het die avond uit te lezen. Misschien kreeg hij een hele tijd geen nieuwe kans daartoe. Als in zijn vak de raderen eenmaal draaiden, ging het meestal erg snel.
En als Knox mocht afgaan op wat hij in die doos met geheimen had gezien, zouden de raderen deze keer weleens zo snel kunnen draaien dat ze niet meer te beheersen waren.