6.
Jaap legde de bewusteloze Elise op de bank. Zijn schuldgevoel was onmetelijk gegroeid na het lezen van de uitslag. Hoe vaak had hij niet gedacht dat ze zich aanstelde? Al die keren dat hij kwaad werd in zichzelf als ze verstek liet gaan bij een afspraak. Hij keek naar haar magere gezicht, waarin hij amper nog het meisje herkende waarop hij verliefd was geworden. De ziekte had het leven uit haar gevreten. De Lyme was zijn grote liefde aan het vernietigen en hij had machteloos, nee zelfs ontkennend, het proces aanschouwd.
Traag opende Elise haar oogleden. Wazig zag ze de contouren van Jaap. Met haar hand zocht ze de zijne.
‘Lyme. Dus toch,’ zei ze, terwijl ze de woonkamer steeds duidelijker waarnam.
Jaap knikte.
Wat betekende deze diagnose? Wat waren de mogelijkheden? En het perspectief? Elise had geen idee. Het maakte haar hoopvol en angstig tegelijk.
‘Waar is de brief?’ vroeg ze.
Jaap keek om zich heen en bedacht zich dat hij nog in de hal lag. Hij stond op, haalde de brief en overhandigde hem aan Elise.
Uit de vele afkortingen en cijfers werd Elise niets wijs. Slechts de conclusie was duidelijk. Uit haar bloed kwam een vroegere infectie met Borrelia burgdorferi en de co-infectie Bartonella. Tollend op haar benen stond Elise op en ze wankelde naar de computer waar ze op Google de genoemde infecties opzocht. De herkenning was schokkend. De klachten die ze ervoer, stonden allemaal beschreven in de symptomenlijst van de twee infecties. Haar hart sloeg een slag over bij het lezen van de emotionele symptomen van Bartonella. ‘Paniek, depressie en suïcidale gevoelens.’ Ze durfde het niet naar Jaap toe uit te spreken, maar de gedachte om definitief te ontsnappen aan de ellende had vaker haar hoofd doorkruist. Nu stond het als symptoom zwart op wit omschreven. Haar enige houvast was de mogelijkheid op genezing, doordat er eindelijk een oorzaak was gevonden. Eindelijk kon ze gericht behandeld worden. Ik moet volhouden, zei ze tegen zichzelf. Er komt een dag dat alles verleden tijd is. Dat ik weer kan werken en opnieuw gelukkig kan worden.
‘Een Amsterdamse kliniek is gespecialiseerd in de behandeling van de ziekte van Lyme. Ik kan je doorsturen,’ zei haar huisarts, nadat Elise hem telefonisch had ingelicht over de uitslag.
Tegen haar verwachtingen in kon ze niet direct behandeld worden. Er was een wachtlijst. Teleurgesteld schreef ze de datum op in haar agenda. Vlak na nieuwjaar zou ze starten. Nog twaalf zware weken te gaan, voordat ze kon terugvechten. Ze telde de dagen af die een oneindigheid leken door de continu aanwezige pijn rondom haar middenrif. Paracetamol hielp al lang niet meer en de Tramadol haalde slechts de hoogste pieken van de pijn weg. Eten lukte haar amper. Veel voedingsmiddelen zorgden voor een verheviging van de pijn. De slokdarmspasmes verergerden bij alles wat ze tot zich nam, waardoor ze nauwelijks at. Elise woog nog slechts 38 kilo en het flauwvallen nam toe.
‘Je lichaam geeft het langzaam op, Elise,’ zei de anesthesist van de pijnpoli van het ziekenhuis. ‘Je zult moeten aansterken, wil je dit overleven. De verschillende soorten pijnstillers die we tot nu toe hebben geprobeerd, zijn niet sterk genoeg. Ik weet hoe je erover denkt, maar ik stel je voor tijdelijk morfine te gebruiken tegen de pijn. Zodra je op gewicht bent en je behandelingen in Amsterdam aanslaan, kunnen we de morfine weer gaan afbouwen.’
Elise wist van de verslavende werking van morfine. Stoppen zou moeilijk gaan worden. Een gevoel van verzet speelde op. Geen morfine, riep ze al maanden. Maar ze wist dat ze geen keus had. De antibioticakuur die ze zou ondergaan in Amsterdam, zou haar weerstand verder doen afnemen. Ze moest zorgen dat ze sterk genoeg was om de behandeling aan te kunnen.
‘Dan moet het maar,’ zei ze gelaten tegen de anesthesist.
De morfine deed zijn werk. De pijn verminderde, en de naald van de weegschaal klom elke dag hoger op de draaiende schijf met getallen. Binnen drie weken was ze op haar streefgewicht. Ze kon de kleding weer aan die ze droeg voordat ze ziek werd. Maar in plaats van het vinden van een balans in haar gewicht, schoot de naald verder door. Na vier weken zaten de bejubelde kledingstukken te strak. Nog een week later paste ze er überhaupt niet meer in. Huilend zat ze op het bed in de slaapkamer te midden van alle kledingstukken die ze tevergeefs had proberen aan te doen. De rode lijnen van de striae breidden zich steeds verder uit op haar heupen, dijen, buik, borsten en bovenarmen. De medicatie liet haar lichaam vocht vasthouden. Veel vocht. Haar huid kon de gewichtstoename niet bijbenen. Elise herkende zichzelf niet meer.
‘Wanneer stopt het?’ schreeuwde ze naar de vrouw die gereflecteerd werd in de antieke passpiegel, terwijl ze opstond van haar bed. ‘Alles is mij afgepakt! Mijn gezondheid, mijn werk, mijn kinderwens en nu ook nog mijn slanke lichaam! Ik haat je, klote-Lyme! Je hebt mijn leven verpest!’ Elise stortte zich op de grond. ‘Ik haat je! Ik haat je!’
Met haar vuisten sloeg ze tegen de houten vloer. Steeds harder en harder. De pijn in haar handen voelde aangenaam. Een welkome afwisseling van de pijn in haar middenrif. Ze bleef door slaan, terwijl ze haar stem de vrijheid gaf. Ze schreeuwde, krijste en gilde, zoals ze nog nooit had gedaan, totdat ze niet meer kon. De stilte overviel haar. Alles deed pijn. Langzaam kwam ze overeind. Ze strompelde naar haar nachtkastje en haalde een morfinestrip tevoorschijn. Een dubbele dosis drukte ze uit de strip. De pilletjes rolden naar het middelpunt van haar hand en in één beweging sloeg ze haar hand tegen haar geopende mond. De pilletjes kwamen terecht op haar tong en lieten een bittere smaak achter. Met water slikte ze de verlichtende medicijnen door, waarna ze het dekbed vastpakte, eronder kroop en binnen een paar seconden van vermoeidheid in slaap viel.