***
Deel 2 - Teal
1. Geschorst
Zodra onze Engelse leraar, meneer Croft, zijn sportjasje
uittrok en over de bureaustoel drapeerde die voor de klas stond,
wist ik dat ik zou gaan lachen. De lach kwam in golven omhoog in
mijn borst en dwarrelde vrijelijk de lucht in. Croft draaide zich
om en schreef de eerste grammaticazin op het bord, en ik zag dat
zijn hemd gedeeltelijk uit zijn broek hing. Dat was niets
bijzonders. Hij was niet zo netjes op zijn kleren. Maar vanmorgen
had ik alles van de humoristische kant gezien, van de
beveiligingsman bij de ingang die met mopperige, achterdochtige
ogen naar me keek, lot de snobs in het toilet die bijna ontploften
van schrik toen ik mijn zilveren flacon uit mijn tas haalde en een
slok nam.
'Wat is dat?' vroeg Evette Heckman.
'Sinaasappelsap en wodka,' antwoordde ik glimlachend en nam
nog een slok. Toen ik hun de flacon aanbood, vluchtten ze weg alsof
het vergif was. In de klas kwam mijn lach eruit met een geluid of
iemand een drankje uitspuwde, en toen begon ik te giechelen. Croft
draaide zich verward om, keek rond in het lokaal en liet zijn ogen
toen op mij rusten. Zijn verwarring maakte plaats voor een
geërgerde grijns, en toen moest ik nog harder lachen.
Ik wist dat de wodka die ik uit de bar van mijn ouders had
gepakt om te mengen met sinaasappelsap grotendeels de schuld ervan
was dat ik me niet in bedwang kon houden. Het was niet de eerste
keer, en iets zei me dat het ook niet de laatste keer zou zijn wat
er vanochtend ook zou gebeuren.
'Wat is er voor grappigs, Sommers?' vroeg Croft. 'Toch niet de
bepaalde en onbepaalde voornaamwoorden, al zou het resultaat van de
repetitie gisteren doen veronderstellen datje dit niet erg serieus
opvat.'
Alle ogen waren op mij gericht. Een paar van de snobs keken
nog kwader dan Croft, misschien om een wit voetje bij hem te halen,
of misschien omdat ze werkelijk vonden dat ik hun kostbare
particuliere schoolopleiding verstoorde. De grondgedachte was dat
hoe meer je ervoor betaalde, hoe serieuzer je het nam. Tenminste,
dat was de theorie waar mijn ouders in geloofden, of misschien moet
ik zeggen hoopten dat het waar was, vooral wat mij betrof, Ik was
het jaar hiervoor bijna blijven zitten in de laatste groep van de
openbare school. Ik was daar drie keer geschorst en had zo vaak
moeten nablijven dat de standaardgrap was dat ik daar een diploma
in zou halen. Toen ik erop betrapt was dat ik de meisjeskleedkamer
vernielde, wat mijn vader bijna duizend dollar kostte, dachten mijn
ouders dat een overplaatsing naar een particuliere school de
oplossing zou zijn. Dan zou ik minder beïnvloed worden door slechte
vriendinnen. In feite was ik de slechte invloed.
Croft zette zijn handen in zijn breed uitgedijde middel en
keek me woedend aan. Als hij zich opwond waren zijn neusgaten zo
wijd als die van een koe. Hij draaide zijn lippen naar binnen,
zodat zijn mond omlijnd werd door twee witte strepen van kwaadheid,
en kiemde zijn tanden op elkaar.
'Nou?' vroeg hij, sprekend door de muur van nicotinebevlekt
tandglazuur.
Ik lachte nog harder. Ik kon er niets aan doen, al had ik
buikpijn en snakte ik naar adem.
Hij zuchtte.
'Het lijkt me beter datje naar het kantoor van de directeur
gaat, Sommers,' zei hij gesmoord.
Ik bleef lachen.
'Teal Sommers!' schreeuwde hij, en deed een stap naar me toe.
'Sta onmiddellijk op en ga de klas uit.'
Hij wees zo heftig en fel naar de deur, dat zijn manchetknoop
losraakte en zijn mouw erbij hing als een gescheurd gordijn. Iemand
slaakte een kreet, maar dat maakte alleen maar dat mijn idiote
grijns nog breder werd. Hij zag wat er gebeurde, liet zijn arm
zakken en wees wat eleganter met zijn andere arm en hand naar de
deur.
'Verdwijn. Ik zal meneer Bloomberg laten weten datje onderweg
bent.1
Ik hield mijn adem in en liet mijn hoofd even
achterovervallen.
Ik keek omhoog naar het plafond, zag de lijnen van de tegels
wiebelen. Croft liep het hele middenpad af naar mijn lessenaar.
Zijn woede kwam omhoog als melk die gaat overkoken. Elk moment kon
hij me bij mijn arm pakken en me van mijn stoel trekken,
dacht
ik.
'Wat mankeert jou, jongedame?'
'Ruik haar adem maar,' riep een van de snobs. Ik wist het niet
zeker, maar het zou Ainsley Winslow wel zijn. Ze was zo vol van
zichzelf en zo zelfingenomen, dat ze me had gehaat vanaf het moment
dat ik haar zei dat haar neuscorrectie slecht gedaan was, dat hij
te puntig was en ze op een kip leek.
Croft keek haar richting uit en staarde me toen aandachtig
aan.
'Is dat waar, Teal? Heb je iets ongeoorloofds
gedronken?'
'Nee, meneer,' zei ik, en legde snel allebei mijn handen voor
mijn mond, omdat ik een nieuwe lachbui voelde opkomen. Ik moest
twee keer flink slikken om die te bedwingen. Mijn ogen puilden uit
van inspanning.
'Ga weg!' beval hij met zowel paniek als woede in zijn
stem.
Ik stond te snel en onhandig op en viel tegen hem aan. Hij
sprong achteruit alsof ik in brand stond. Zo gauw ik kon pakte ik
mijn boeken op en rende naar de deur. Achter me hoorde ik de rest
van de klas lachen. Ik rammelde aan de knop en liep het lokaal uit,
de deur achter me dichttrekkend. Het gerommel in mijn maag
verstomde even, maar de gang leek te kantelen en toen weer recht te
komen. Ik hikte zo luid dat het tot het eind van de gang tegen de
muren weerkaatste. Met één hand tegen de muur om me in evenwicht te
houden, liep ik over de glimmende tegelvloer.
De bibliothecaresse, mevrouw Beachim, kwam uit de
faculteitskamer en bleef staan om naar me te kijken. Ze liet haar
bril omlaag glijden tot hij op het puntje van haar neus stond en
tuurde naar me.
'Voel je je wel goed?' vroeg ze.
'Nee,' zei ik. 'Ik voel me alsof ik binnenstebuiten gekeerd
ben.'
'Pardon?'
'Als een sok die je uittrekt,' zei ik. Toen lachte ik, en ze
bleef me met open mond aanstaren, met haar handen tegen haar
keel.
Ik trok mijn schouders recht en probeerde in een rechte lijn
te lopen, maar ik denk dat ik meer sinaasappelsap met wodka had ge-
dronken dan normaal, vooral 's ochtends vroeg. De wereld wilde niet
stoppen met schommelen. Ik werd steeds zeezieker.
Eindelijk was ik bij het kantoor van de directeur. Ik ging
naar binnen en bleef even staan, tenminste dat dacht ik. Mijn
voeten stonden op de grond, maar het leek net of ik nog
bewoog.
De secretaresse van de directeur, mevrouw Tagler, keek op van
haar bureau. Zodra ze me zag, gingen haar wenkbrauwen omhoog en
vertrokken haar lippen in een scheve glimlach. Haar kapsel en
gezicht deden me denken aan een bidsprinkhaan, vooral met die lange
dunne armen, die ze bij de ellebogen gebogen hield, en met die
handen waarvan de vingers naar binnen krulden.
'Wat is er nu weer?' vroeg ze.
'Ik dacht dat hij zou bellen en een klacht indienen,' zei
ik.
'Wie?'
'Crofts hemd hangt uit zijn broek,' zei ik.
'Wat zegje?'
'Hij is een sloddervos.'
Ik giechelde, en haar mond viel ver genoeg open om de gouden
kroon achterin te kunnen zien.
'Ben je naar meneer Bloomberg gestuurd?'
'Nee. Ze hebben me gevraagd hem een vriendschappelijk bezoekje
te brengen,' antwoordde ik. 'Om te vragen hoe het ermee gaat en of
ik iets kan doen om de school te verbeteren,' en voor ik het kon
beletten hikte ik.
Ze knikte begrijpend.
'Ga zitten,' beval ze en richtte zich in haar volle lengte van
een meter tachtig op. Ik had gehoord dat haar man maar een meter
vijfenzestig was en moest oppassen dat hij niet in zijn oog geprikt
werd door een van haar borsten. Ze droeg altijd die stijve puntige
beha's die eruitzagen of ze uit Madonna's kostuumkast geleend
waren.
Mevrouw Tagler ging naar het kantoor van de directeur en deed
de deur achter zich dicht. Slechts een paar seconden later werd de
deur weer opengegooid, en meneer Bloomberg stond op de drempel en
keek me nijdig aan. Iets in mijn gezicht vertelde hem het hele
verhaal. Zijn borstelige wenkbrauwen gingen omlaag toen ik weer
hikte.
'Ik wens niet met je te praten als je in zo'n toestand
verkeert,' zei hij. 'Ga onmiddellijk naar de eerstehulp. Ik bel je
moeder.' Hij richtte zich tot mevrouw Tagler. 'Zorg ervoor dat ze
naar Lila's kantoor gaat.' Ze knikte.
'Kom, Teal,' zei ze, op zachtere toon.
Ik stond op, dacht aan mijn boeken, bukte me om ze op te rapen
en smeet ze alle kanten op.
'Laat maar,' zei mevrouw Tagler. De telefoon ging. Croft had
zich eindelijk voldoende beheerst om te bellen, dacht ik. Ze nam op
en luisterde.
'Ja, hij weet het,' zei ze. 'Dank u.'
Ze bekeek me aandachtig, terwijl ik op mijn benen stond te
zwaaien. Ik zag haar beurtelings scherp en onscherp, en daar moest
ik om glimlachen. Toen hikte ik weer, en nog eens.
'Schiet op, Teal,' beval ze. 'Ik heb wel wat beters te doen
dan op een zestienjarig meisje te passen dat haar verstand hoort te
gebruiken.'
Ik verliet het kantoor en liep met haar naar de kamer van de
eerstehulp, die gelukkig maar twee deuren verder was.
Mevrouw Miller keek op van haar bureau. Ze was bezig een of
ander rapport op te stellen. Dat leek het enige te zijn wat ze hier
ooit deed, dacht ik, rapporten schrijven of een van de snobs
vertroetelen die een slechte maandelijkse periode had, zoals zij
het omschreef.
'Wat is er?' vroeg ze. Ze staarde me achterdochtig aan.
'Onze juffrouw Sommers heeft kennelijk iets alcoholisch
gedronken. Ze moet haar roes uitslapen tot haar moeder komt. Ze was
naar meneer Bloombergs kantoor gestuurd, maar hij wil zo niet met
haar praten.'
Mevrouw Miller stond op en liep om haar bureau heen. Ze keek
me onderzoekend aan en verwees me toen naar een van de kleine
kamertjes waarin een stretcher stond.
'Hoe voel je je nu?'
Het hikken was eindelijk opgehouden, maar veel hielp het
niet.
'Misselijk,' zei ik.
'Ga liggen. Als je moet overgeven, doe het dan hierin,' zei
ze, en zette een kom naast het bed. Er klonk slechts nuchtere
vastberadenheid in haar stem, geen sympathie. 'Waarom doe je
dit?'
In plaats van te antwoorden sloot ik mijn ogen. De vraag
leek
door mijn hoofd te galmen: waarom doe je dit? Waarom doe je
die gekke dingen, Teal? Wie denk je daarmee te kwetsen? Waar is je
waardering voor al die geweldige dingen die je hebt en al die
geweldige dingen die ze voor je doen? Bla, bla, bla, dacht ik. Het
leek een kapotte cd of opgesloten zitten in een echoput.
Ik voelde mijn maag tot rust komen en even later sliep
ik.
'Wat heb je gedaan?' hoorde ik iemand schreeuwen door de
wanden van mijn aangename cocon. Ik kreunde, opende met tegenzin
mijn ogen en keek naar mijn moeder.
Ik besefte nooit goed hoe lang ze eigenlijk was, dacht ik, of
hoe benig haar schouders waren, zelfs onder haar stijlvolle
designer pakje. Mijn vader beschuldigde haar van anorexie, maar
ergens, ongetwijfeld in een van haar kuuroorden, moest iemand haar
verteld hebben dat ze, als ze mager bleef, nooit oud zou lijken, ik
vond dat juist het tegenovergestelde het geval was. Ze was achter
in de veertig, maar zag er tien jaar ouder uit. Haar huid leek te
strakgetrokken over die hoge jukbeenderen waar ze zo trots op was,
en het effect was een te grote nadruk op haar kaakbeen. In de
schemerige verlichting, met slechts een gloed op haar gezicht, zag
ze eruit als een skelet. Dat had ik een keer tegen haar gezegd, en
ze had met een harde klap bijna mijn hoofd eraf geslagen. Ondanks
de kilometer crèmes die op haar toilettafel stonden, had ik haar
handen nooit als zacht ervaren. Ik kon me niet herinneren dat ze
ooit zacht waren geweest, en natuurlijk had ze altijd perfecte
nagels.
Ze had eens een belangrijk gynaecologisch onderzoek gemist
omdat ze een afspraak had met haar manicure.
'Nou?' vroeg ze. Ze zwaaide met haar tas naar me in een poging
om me met een klap tot aandacht te dwingen. Hij bleef even boven
mijn gezicht hangen en toen trok ze hem terug.
Ik wreef met mijn handen over mijn wangen en helaas liet ik
toen een boer.
Ze deed een stap achteruit alsof ik elk moment kon
ontploffen.
'Je bent walgelijk,' zei ze, en trok haar mondhoeken
omlaag.
Ik ging rechtop zitten.
'Is het al ochtend?' vroeg ik plagend.
De ogen van mijn moeder waren het mooist aan haar, ze waren
van normale grootte en prachtig groenbruin, met natuurlijke lange
wimpers. Ze kon ze opensperren tot ze bijna twee keer zo groot
waren als ze woede of verbazing wilde tonen. Een secondelang leek
ze een en al oog, als een soort buitenaards wezen.
'Je bent niet grappig, Teal. Weetje wel hoeveel je vader
betaalt om je hier op school te laten gaan?' vroeg ze.
Ik vond het altijd vreemd dat ze over alle uitgaven van het
gezin sprak of ze uitsluitend door mijn vader werden gedaan. Ze
behoorde kennelijk niet tot de vrouwen die geloven dat de helft van
alles wat hun man bezit aan hen toekomt.
Soms gaf ze me het gevoel dat ze niet meer was dan een
bewoonster in het huis van mijn vader, net als mijn oudste broer,
Carson, was geweest en ik nog steeds was.
'Dat ben ik vergeten, moeder,' zei ik.
'Vijftigduizend dollar,' zei ze en tikte na elke lettergreep
met haar voet op de grond om er de nadruk op te leggen. Het leek of
ze het ritme aangaf van muziek. 'Als we dat optellen bij al het
geld dat hij heeft uitgegeven aan psychotherapie, privé-leraren, de
reparatie van dingen die je hebt gebroken, het afkopen van mensen
die een klacht tegen je hebben ingediend, en wat ik verder nog kan
bedenken, heeft hij net zoveel uitgegeven als sommige
derdewereldlanden in een jaar!'
'Misschien moet hij de VN dan om hulp vragen,' zei ik.
'Sta op,' snauwde ze. 'Je brengt me altijd weer in
verlegenheid. Denk je dan nooit aan ons gezin en onze reputatie? O,
wat heb ik toch gedaan om dit te verdienen?' vroeg ze aan het
plafond.
'Zestien jaar geleden vergeten de pil in te nemen?' opperde
ik.
Haar gezicht werd een tint donkerder dan bloedrood en ze keek
naar het bureau van mevrouw Miller. Tegenover andere mensen was
mijn moeder altijd stijlvol, elegant, en in staat haar woede te
beheersen. Zelden of nooit zat er één lok van haar haar niet op
zijn plaats, en toen ik klein was geloofde ik dat de kreuken te
bang waren om in haar kleren te komen. Ze zou ze dood hebben
gestreken.
'Ik veronderstel dat dit eigenlijk allemaal mijn schuld is,'
zei ze, al klonk ze volstrekt niet schuldbewust, 'omdat ik je zo
laat in mijn leven heb gekregen.'
Met die diagnose was ik het eens. Mijn ouders hadden me
verwekt op een hete zomeravond toen ze allebei te veel gedronken
hadden. Mijn vader liet zich dat kleine detail een keer ontvallen
toen ze ruzie hadden over iets stompzinnigs, zoals hoeveel
geld
mijn moeder uitgaf aan verse bloemen, vooral in de winter.
Toevallig had ik het gehoord.
'Misschien snakte ik ernaar om geboren te worden en kon je er
niets aan doen,' zei ik sarcastisch.
Ze richtte zich op, zo trots als een pauw. Toen liep ze, kalm
en koel als een hersenchirurg, het rustkamertje uit en sprak met
mevrouw Miller.
'Denkt u dat haar conditie goed genoeg is voor een gesprek met
de directeur?' vroeg ze. Ze hoopte natuurlijk nee als antwoord te
krijgen.
Mevrouw Miller stond op en liep naar me toe.
Ze pakte me bij mijn schouders en draaide me naar haar toe
terwijl ik opstond, en toen schudde ze haar hoofd.
'Wat bezielt die kinderen tegenwoordig toch?' vroeg ze.
'Buitenaardse wezens?' antwoordde ik. 'Via onze navels
waarschijnlijk.'
Mevrouw Miller moest bijna glimlachen.
'Niets aan de hand, mevrouw Sommers. Ze zal waarschijnlijk de
hele dag een flinke hoofdpijn hebben. Geef haar thuis maar een
aspirientje.'
'Het lijkt me beter als ze er de hele dag last van heeft, dan
beseft ze misschien wat ze zichzelf aandoet,' zei mijn schat van
een moeder.
Mevrouw Miller trok een gezicht of ze het ermee eens
was.
'Kom, Teal,' zei moeder, en ik liep naar buiten.
'Je boeken,' bracht mevrouw Miller me in herinnering. 'Mevrouw
Tagler heeft ze voor je gebracht.'
'O, sorry,' zei ik. Ik bedoelde dat het me speet dat zij ze
had gebracht, maar mevrouw Miller glimlachte en gaf ze aan
mij.
Ik volgde moeder de gang door. Het getik van de hoge hakken
van haar schoenen op de tegels klonk als tromgeroffel, terwijl ze
me onwillig terugbracht naar het kantoor van de directeur, om in
rode inkt geëxecuteerd te worden. Ik bleef ruim een meter achter
haar en verbeeldde me dat er een onzichtbaar touw om mijn hals was
geknoopt, dat diende om me door het leven heen te sleuren.
'Hoe gaat het met haar?' vroeg mevrouw Tagler toen we
binnenkwamen.
'Niet zo goed, zou ik zeggen, denkt u ook niet?'
antwoordde
moeder. Haar lippen vormden een smalle rode streep in haar
gezicht. Ik vond altijd dat moederlief voor een expert in cosmetica
haar lippenstift er te dik op smeerde.
Mevrouw Tagler stond zonder iets te zeggen op en liep het
kantoor van de directeur in. Moeder draaide zich hoofdschuddend
naar me om.
'Ik was op weg om te gaan lunchen met Carson,' zei ze. Mijn
broer, die bijna vijftien jaar ouder was dan ik, leidde de
zakelijke afdeling van de onroerendgoedfirma van mijn vader. Hij
had zijn eigen huis in de stad en was zo goed als verloofd met de
dochter van een rijke bankier.
Carson was alles wat ze wilden dat ik zou zijn, dacht ik. Hij
is Mr. Attachékoffer, een pak en das met een perfect ontworpen
etalagepop erin, kortom Mr. Perfect. Ik noemde hem de tweede
schaduw van mijn vader, vooral op zakelijk gebied.
Onze vader specialiseerde zich in winkel- en amusementscentra,
en het had hem - ons - heel rijk gemaakt, vele malen miljonair. Aan
het eind van het fiscale jaar rekende Carson graag uit hoeveel
dollar per minuut werd verdiend. Ik denk dat het in mijn geval
neerkwam op hoeveel dollar per minuut werd verspild.
We woonden op een landgoed met vierduizend vierkante meter
grond, een zwembad van olympische afmetingen, en een gravel
tennisbaan, die alleen nu en dan door Carson werd gebruikt. Het
landgoed was ommuurd en had een afgesloten poort.
'Het spijt me dat ik je dag bedorven heb,' zei ik tegen
moeder. Toen Croft een keer had gevraagd om voorbeelden van een
understatement, stak ik mijn hand op en zei: 'Mijn moeder trekt
mijn broer voor.' Aanbidt hem, zou beter op zijn plaats zijn
geweest.
'Mijn dag?' Ze lachte. 'Het is meer dan één dag die je hebt
bedorven, Teal.'
Ik keek naar haar op en voelde de tranen in mijn ogen prikken.
Alleen mijn eigen altijd aanwezige woede voorkwam dat ze eruit
kwamen.
De deur van Bloombergs kantoor ging open voor ik iets kon
zeggen, en we konden naar binnen. Hij stond niet op toen we
binnenkwamen, en ik kon zien dat het mijn moeder dwarszat. Maar hij
wilde iets duidelijk maken, namelijk dat dit geen
beleefdheidsbezoek was.
'Gaat u zitten alstublieft,' zei hij met een knikje naar de
stoelen die mevrouw Tagler blijkbaar zojuist recht voor zijn
smetteloze bureau met het manneren blad had geplaatst. Alles was zo
keurig georganiseerd, dat ik de neiging kreeg met mijn handen door
de stapels papieren en dossiers te graaien voor ik ging zitten en
ze overal in het rond te verspreiden. Natuurlijk deed ik dat
niet.
'U realiseert zich waarschijnlijk wel, mevrouw Sommers, dat
dit de vierde keer in drie maanden is dat Teal naar mij is gestuurd
wegens wangedrag.'
'Ja, natuurlijk. Het maakt me heel erg van streek, meneer
Bloomberg.'
'We zijn er trots op dat onze school zo goed functioneert en
onze leerkrachten zo capabel zijn. Dat alles tenietdoen door iets
als dit is meer dan het overtreden van de regels van onze school;
het is zonder meer een zonde.'
'O, ik ben het helemaal met u eens,' zei moeder. Hij had
kunnen zeggen: 'Laten we haar bij het ochtendgloren ophangen,' en
ze zou instemmend hebben geknikt. Tenzij het niet uitkwam met haar
afspraak bij de kapper natuurlijk.
'Alcohol, alle soorten drugs, alle wapens, het is allemaal een
reden om een leerling van school te sturen na slechts één incident,
mevrouw Sommers, laat staan drie of vier. Hij pakte een document
dat op zijn bureau lag en ging verder. 'Ik heb mevrouw Tagler
gevraagd uw contract met ons voor me op te zoeken. U en Teal hebben
beiden het contract getekend toen ze hier op school kwam, zoals u
zich zult herinneren. Ik heb de clausule onderstreept dat ingeval
Teal wordt verzocht de school te verlaten als gevolg van herhaald
wangedrag, het schoolgeld verbeurd wordt verklaard.'
Hij overhandigde het contract aan moeder, die net deed of ze
het vol belangstelling las en het toen weer met een knikje aan hem
teruggaf.
Hij zuchtte diep en keek naar mij.
'Bestaat er een mogelijkheid dat je je gedrag wijzigt, Teal?'
vroeg hij.
Moeder draaide zich om en doorboorde me met haar blik.
Ik haalde mijn schouders op. Hij fronste zijn dikke, donkere
wenkbrauwen en boog zich naar voren.
'Dat is niet bepaald het antwoord dat ik verlangde,' zei
hij.
Mijn mond was droog. Dat was het enige waar ik aan kon denken,
en ik stond op het punt om een glas water te vragen. Hij richtte
zich tot moeder.
'Als ze nog één keer naar mij wordt gestuurd om wat voor reden
ook, al is hel nog zo'n geringe overtreding, zullen we haar moeten
verzoeken de school te verlaten. Voorlopig wordt ze drie dagen
geschorst. Ik hoop dat u en uw man haar duidelijk kunnen maken hoe
serieus dit is, mevrouw Sommers. We zijn geen openbare school. We
hebben noch de tijd, noch de bereidheid oneerbiedige jonge mensen
manieren bij te brengen. Iedereen die deze school bezoekt hoort
doordrongen te zijn van de waarde van het onderwijs dat hij of zij
ontvangt.'
Ik wilde mijn vingers in mijn oren stoppen, maar ik durfde het
niet. Feitelijk wilde ik meestal mijn vingers in mijn oren stoppen.
Ik denk dat het drinken van alcohol gewoon een manier was om dat te
doen, vooral op deze school met pinguïns en kanaries, dacht
ik.
'lk begrijp het,' zei moeder. Ze keek me woedend aan. 'We
zullen eens goed met elkaar praten.'
Hij knikte, klemde zijn lippen op elkaar en keek me sceptisch
aan. Onze blikken kruisten elkaar en hij wist dat de klok de
minuten aftikte tot ik van school gestuurd zou worden. Hij kon ook
zien hoe weinig belang ik eraan hechtte.
'Goed,' zei Bloomberg op een toon die duidelijk aangaf dat het
onderhoud geëindigd was.
Moeder stond op en ik volgde haar de kamer uit. Mevrouw Tagler
keek op toen we door de ontvangstkamer liepen. Zij en moeder
wisselden een blik van medeleven uit alsof ik meer een ziekte was
dan een kind.
'Je vader zal razend worden als hij dit hoort. Teal.' zei ze
toen we het gebouw verlieten en naar moeders grote Mercedes
liepen.
lk wist wat er zou komen. Moeder had een vaste tekst. Ik
geloofde echt dat ze het allemaal had opgeschreven en uit haar
hoofd geleerd. Het begon er altijd mee hoeveel mijn vader voor me
had gedaan. De preek begon zodra we in de auto zaten en ze van het
parkeerterrein reed. Ze had hem moeten laten opnemen op een cd, dan
hoefde ze die alleen maar af te draaien, dacht ik.
'Bedenk eens watje allemaal hebt, Teal. Een prachtig huis. Je
eigen suite, je eigen telefoon en computer, kleren die de
vergelijking met de garderobe van een prinses kunnen doorstaan,
kleren die je nooit draagt, mag ik er wel bij zeggen. Al het
speelgoed dat je vroeger wilde, heb je gekregen. Je hebt personeel
datje bedient, een auto met chauffeur die je brengt waar je naartoe
wilt, en als je je behoorlijk gedroeg, zou je je eigen auto hebben.
Waarom, waarom doe je zo? Wat wil je?' Er klonk iets meer hysterie
in haar stem dan gewoonlijk. Ik keek uit het raam. Wat ik
wilde?
Moest ik het haar vertellen? Zou ik het haar ooit kunnen
vertellen? Hoe vertel je je eigen moeder dat watje het allerliefste
wilt iemand is die van je houdt?