24
zaterdag 6 december 2008
21.23 uur, New York
‘Noem je dit parkeren?’ vroeg Jack, die met zijn handen in zijn zij op de rand van de stoep naar de meer dan vijftig centimeter staarde die James’ Range Rover scheidde vanwaar hij stond.
‘Het lukte me niet beter,’ zei James. ‘Hou erover op en stap in. Ik verzeker je dat ik je veilig thuis kan brengen.’
De twee mannen stapten in de auto. Jack deed nadrukkelijk zijn gordel om. Dat James niet beter kon parkeren dan zo maakte Jack lichtelijk ongerust. ‘Je hebt toch niet te veel wijn gedronken?’
‘Ik mag dan opgewonden zijn, maar ik heb niet het gevoel dat ik iets heb gehad.’
‘Ik kan wel rijden,’ bood Jack aan. ‘Ik heb heel weinig gedronken.’
‘Het gaat wel,’ zei James terwijl hij de auto uit de nauwe plek manoeuvreerde.
In stilte reden ze door de West Village, terwijl ze ieder het ongemakkelijke gesprek van die avond verwerkten.
‘Shawn is onmogelijk,’ zei James plotseling terwijl ze voor een stoplicht bij de afslag naar de West Side Highway stonden te wachten. ‘Hij is natuurlijk altijd al onmogelijk geweest.’
‘Hij is altijd zichzelf geweest,’ zei Jack.
James wierp een blik in Jacks richting en zag diens krachtige profiel afgetekend tegen de straatverlichting. ‘Dat is een tamelijk slappe reactie.’
Jack keek naar James en hun blikken vingen elkaar even, waarna het licht op groen sprong en James verder moest rijden. ‘Het spijt me,’ zei Jack. ‘Ik kan misschien maar beter helemaal niets zeggen, omdat ik bang ben dat ik de dingen voor jou alleen nog maar moeilijker maak. Ik kan heel goed zien hoe belangrijk het voor jou is, maar vanuit mijn nederige perspectief lijkt hij ergens wel gelijk te hebben.’
‘Sta je aan zijn kant?’ vroeg James.
‘Nee, ik sta aan niemands kant,’ zei Jack. ‘Maar de laatste keer dat hij me te eten vroeg, waar ik je over heb verteld, hebben we toen we alleen aan het afwassen waren, het kort over jou en je indrukwekkende successen in de hiërarchie van de kerk gehad. Dat was voor hem aanleiding om me een paar dingen te vertellen die ik nooit heb geweten. Tegen de tijd dat we elkaar leerden kennen op de universiteit was hij al een afvallige katholiek, maar ik heb nooit geweten waarom.’
James wierp opnieuw een snelle blik in Jacks richting voor hij zijn aandacht weer op de weg richtte. ‘Laat me raden! Hij is zelf misbruikt, of niet?’
‘Nee, zo dramatisch was het niet, maar het komt wel in de buurt.’
‘Dit is nieuw voor me,’ zei James. ‘Wat bedoel je met “in de buurt”?’
‘Omdat ik atheïstisch ben opgevoed en geen ervaring heb met religie, ben ik niet de aangewezen persoon om het verhaal te vertellen, maar ik zal mijn best doen. Kennelijk hield hij als tiener heel veel van de kerk, net als zijn ouders.’
‘Dat weet ik,’ zei James.
‘Dan weet je ook dat zijn ouders en hij heel actief waren in hun parochie.’
‘Dat weet ik ook.’
‘Hoe dan ook,’ zei Jack, ‘hij groeide op tot een puber zonder veel voorlichting, misschien wel helemaal geen enkele. Zoals hij het vertelde is het eigenlijk wel komisch. Kennelijk masturbeerde hij de eerste keer per ongeluk en tot zijn stomme verbazing. Hij was in de douche zijn geslachtsdeel aan het wassen, en hoe schoner hij werd, hoe prettiger het voelde, tot hij een orgasme kreeg, wat hij omschreef als een hemels genot. Om begrijpelijke redenen was die gebeurtenis het begin van een enorme behoefte om te douchen, soms wel drie keer per dag, waardoor hij zich dichter bij God en alle heiligen voelde dan ooit tevoren.’
James moest ondanks zijn gevoel van onbehagen grinniken. Hij kon Shawn duidelijk voor zich zien terwijl hij het verhaal vertelde, want hij was een begenadigd verteller. Even later zweeg hij weer, want hij was bang hoe het verhaal zich verder zou gaan ontwikkelen.
‘Kennelijk,’ ging Jack verder, ‘hoorde hij een paar verrukkelijke weken later over die paus over wie hij het vanavond had.’
‘Je bedoelt paus Gregorius de Grote?’ vroeg James.
‘Ik geloof het wel ja,’ zei Jack. ‘Was hij zo negatief over seks als Shawn deed voorkomen?’
‘Ja, dat was hij,’ gaf James toe.
‘Shawn beschreef de tegenstelling tussen het veronderstelde antimasturbatiedogma van de kerk en zijn eigen hemelse ervaringen als rampzalig, vooral toen hij ontdekte dat hij elke keer dat hij het deed en elke onreine gedachte, zoals fantaseren over het achterwerk van Elaine Smith, moest opbiechten om de eucharistie te mogen ontvangen.’
‘Had Elaine Smith dan zo’n fraai achterwerk?’
‘Volgens Shawn wel, want hij moest geregeld opbiechten dat hij erover fantaseerde.’
‘Ik begrijp dat deze amusante anekdote ergens helemaal verkeerd afloopt, dus voor den dag ermee.’
‘Shawn zei dat hij zijn heroïsche strijd bijna een halfjaar had volgehouden, en had geprobeerd weer kuis te gaan leven in overeenstemming met het dogma van de kerk. Om dat te kunnen moest hij zijn zonden elke week opbiechten. En om zich, voor hij ging biechten, te herinneren wat hij had gedaan begon hij een nauwkeurig dagboek bij te houden over zijn masturbatiemomenten, die inmiddels buiten de douche plaatsvonden, omdat, zoals hij zei, zijn huid te droog werd. En wat betreft zijn onreine gedachten: die hielden zich inmiddels ook bezig met andere delen van de anatomie van Elaine Smith.’
‘Je doet er veel te lang over,’ klaagde James.
‘Oké,’ gaf Jack toe. ‘Zoals ik al zei: het gevecht duurde maanden, waarin Shawn zijn best deed alles te onthouden wat hij deed, zodat hij het elke vrijdag tot in het kleinste detail kon opbiechten.’
‘En?’ vroeg James ongeduldig.
‘Shawn begon te merken dat de twee priesters die normaal de biecht afnamen steeds geïnteresseerder raakten.’
‘Goeie god, nee!’ riep James uit.
‘Maak je niet druk,’ waarschuwde Jack. ‘Er is niets gebeurd, tenminste niet openlijk.’
‘Godzijdank!’
‘Maar hoeveel details Shawn ook gaf tijdens de biecht, het was nooit genoeg, en na verloop van tijd werden hem steeds meer vragen gesteld, zodat zelfs hij, als jonge puber, begon te beseffen dat er iets niet klopte. Het toppunt kwam voor Shawn toen een van de priesters aanbood, tijdens de biecht, om ergens met hem af te spreken, zodat hij hem kon helpen deze gewoonte waardoor hij zijn ziel in gevaar bracht af te leren.’
‘Is dat ooit gebeurd?’
‘Volgens Shawn niet. Maar op dat moment besloot Shawn, tot grote ontzetting van zijn ouders, de banden met de kerk te verbreken, in eerste instantie tijdelijk, maar het is tot op heden zo gebleven.’
‘Dat is heel vervelend allemaal,’ stemde James in. ‘Het is jammer dat er geen meer ervaren priesters waren die hem op zo’n cruciaal moment beter hadden kunnen helpen.’
‘Maar is dat juist niet een van Shawns punten? Celibataire priesters zijn waarschijnlijk niet de beste raadgevers voor kinderen die tegen de problemen van de puberteit aan lopen, net zomin als ze de beste raadgevers zijn voor jonge volwassenen die een gezin willen stichten. Kinderen hebben is altijd veel problematischer dan mensen zich voorstellen, zelfs onder de beste omstandigheden.’ Jack kon niet nalaten om aan zijn eigen situatie te denken.
‘Dat kan ik niet tegenspreken, en het is iets waar ik voor zal bidden. Maar nu moet ik me concentreren op het probleem dat hier aan de orde is.’
‘Je bedoelt je hoop Shawn ervanaf te houden zijn bevindingen te publiceren?’
‘Precies.’
‘Ik zal je zeggen wat ik denk. Er staat je een heel zwaar gevecht te wachten. Tenzij Shawn en zijn vrouw het definitieve bewijs vinden dat de botten niet van de gezegende maagd kunnen zijn, zal hij bekendmaken dat ze het zijn, zelfs als hij het niet kan bewijzen. Je zult hem er niet vanaf kunnen brengen. Dat je de nadruk begon te leggen op de schade die het voor jou persoonlijk kan betekenen in plaats van op de schade voor de kerk in het algemeen was heel slim van je, maar zelfs dat heeft hem niet van gedachten laten veranderen. Vooral niet nadat je had toegegeven dat jijzelf niet geloofde dat het onvermijdelijk was dat jij gestraft zou worden voor zijn fouten.’
‘Helaas heb je vermoedelijk gelijk,’ zei James terughoudend. ‘Ik ben de laatste die zou moeten proberen hem af te brengen van iets wat hij heel graag wil doen en waarvan hij zichzelf heeft overtuigd dat hij het moet doen, alsof hij een missie voor God moet vervullen. Toen ik dat hoorde, wist ik zeker dat ik verkeerd bezig was. Godzijdank is het niet zo Messiaans als ik eerst vreesde toen ik het hoorde.’
‘Waarom denk je dat jij de laatste bent die zou moeten proberen hem te beïnvloeden?’ vroeg Jack. ‘Ik denk dat jij de ideale persoon bent. Hij kent je en vertrouwt je, en jij hebt waarschijnlijk de meeste klerikale geloofwaardigheid van iedereen in dit land.’
‘We zijn te goed bevriend,’ legde James uit, terwijl hij de West Side Highway verliet bij 96th Street. ‘Ik weet dat hij een flinke slok ophad, maar hij vindt het nog steeds heel gewoon om me dikzak te noemen, zoals hij ook al deed op de universiteit als hij kwaad was, en hij weet dat ik dat afschuwelijk vind, waarschijnlijk omdat het waar is. Maar die familiariteit is voor mij een duidelijk nadeel.’
‘Als jij het niet doet, wie dan wel?’ vroeg Jack. ‘Ik hoop dat je niet aan mij denkt, want ik ben er niet beter in geslaagd dan jij. In feite heb ik geen enkel succes geboekt. Vooral vergeleken met jullie twee weet ik niets over de katholieke kerk.’
‘Waar woon je ook weer?’ vroeg James, nadat hij Jack verzekerd had dat hij niet van plan was hem met het probleem van Shawn en Sana op te zadelen. Jack gaf hem de straat en het nummer.
‘Dus als ik het niet ben, wie dan wel?’ drong Jack aan.
‘Dat is het probleem,’ zei James, terwijl hij Jacks huis naderde. ‘Ik heb geen flauw idee, hoewel ik wel ongeveer weet over wat voor kwaliteiten die persoon zou moeten beschikken.’
‘Zoals?’
‘Overredingskracht, natuurlijk. Maar, nog belangrijker, ook absolute en complete devotie voor de gezegende maagd. Ik bedoel een jong iemand die zijn of haar leven volledig heeft gewijd aan de studie en de verering van de maagd Maria.’
‘Dat is een idee,’ zei Jack, terwijl hij plotseling rechtop ging zitten. ‘Een jonge, aantrekkelijke vrouw! Of we zouden zijn oude vriendin Elaine Smith kunnen gaan zoeken, vooral als ze haar figuur heeft behouden en een specialist in mariologie is geworden.’
‘Ik weet dat je me probeert op te vrolijken door grappen te maken, maar ik ben volkomen serieus, mijn vriend. Ik moet direct een ongelooflijk overtuigende fanaticus vinden, hem of haar het verhaal vertellen en Shawn dwingen een paar dagen met hem of haar op te trekken. Dat is mijn laatste hoop. Ik had daar nog niet eerder aan gedacht, omdat ik hoopte dat ik niemand het verhaal zou hoeven vertellen, om te vermijden dat er behalve ons vieren nog iemand iets vanaf wist. Maar ik heb besloten dat we het risico maar moeten nemen.’
James stopte aan de kant van de weg, recht tegenover Jacks huis. ‘Bedankt dat je vanavond bent gekomen. Ik waardeer dat zeer. En bedank je vrouw dat ze je liet gaan, en zeg tegen haar dat ik me erop verheug haar te ontmoeten.’
Nadat ze elkaar de hand hadden geschud, legde Jack zijn hand tegen het portier en keek toen weer naar James. ‘Hoe ga je zo iemand die je net hebt omschreven op tijd vinden? Ik denk niet dat ik ooit iemand heb ontmoet die ook maar in de buurt van dergelijke specifieke eigenschappen komt.’
‘Ik denk dat het eigenlijk niet zo moeilijk hoeft te zijn. Het christendom heeft altijd fanatici aangetrokken. Gelukkig hebben de eerste bisschoppen die mensen erkend en gesteund, waardoor het concept van kloosters in het leven is geroepen, waar mensen naartoe konden gaan om zich helemaal aan God te wijden, of later aan de maagd Maria. Het aantal kloosters groeide, en doet dat nog steeds. Alleen al in mijn aartsbisdom zijn er vermoedelijk honderd of meer. Sommige zijn niet eens bekend bij de kanselarij, en andere zouden we proberen te sluiten als we ervanaf wisten. Ik laat snel een onderzoek starten naar die instituten om de ideale persoon te vinden.’
‘Succes!’ zei Jack, en hij stapte uit de Range Rover en sloot het portier achter zich. Hij bleef nog even op straat staan om te zwaaien en James’ achterlichten na te kijken, tot ze bij Columbus Avenue waren en naar rechts draaiden. Jack rende energiek met twee treden tegelijk de trap naar zijn huis op. Hij had het gevoel of hij meespeelde in een soort reallife- thriller, waarvan de ontknoping nog zo onduidelijk was dat hij al zijn creativiteit nodig had om te bedenken hoe het verhaal af zou kunnen lopen. Hij voorvoelde alleen wel dat Shawn niet zomaar zou inbinden.
James voelde zich beter dan hij de hele dag had gedaan, en vooral beter dan de hele avond. Plan B was uit het niets verschenen en hij berispte zichzelf zachtjes dat hij er niet eerder aan had gedacht. Zoals de vroege monniken hadden geholpen de vroege kerk te stabiliseren, vooral nadat Constantijn het christendom had gelegaliseerd en de massa’s binnen had gelaten, zouden de monniken van nu de kerk te hulp komen. James was er zeker van, zoals hij er ook zeker van was dat hij degene kon vinden die het kon doen.
Bewust zijn drang om te hard te rijden onderdrukkend reed hij naar de residentie, waar hij nog die avond met plan B wilde beginnen. Via Central Park West reed hij naar Columbus Circle, en vandaar via Central Park South naar de East Side, waar hij zijn auto in de garage zette. Toen liep hij snel, bewust veel lawaai makend, de voordeur van de residentie binnen.
Het was hem al snel duidelijk dat hij niet genoeg lawaai had gemaakt, want noch Vader Maloney, noch Vader Karlin verscheen. In de veronderstelling dat ze zich al teruggetrokken hadden voor de nacht in hun zolderkamers op de derde verdieping, stapte James in de kleine lift die hij maar zelden gebruikte, en liet zich naar de bovenste verdieping vervoeren. In het kleine halletje gekomen bonkte James genadeloos op de twee deuren, roepend dat hij beide secretarissen zo snel mogelijk in zijn werkkamer wilde zien.
Nadat hij die verrassende mededeling had gedaan en zonder op antwoord te wachten, stapte James weer in de lift en gleed twee verdiepingen lager. Zodra hij in zijn kamer was, draaide hij de lampen aan en ging achter zijn bureau zitten om op de verraste secretarissen te wachten. Het was nog nooit eerder voorgekomen dat James hen had gestoord nadat ze zich hadden teruggetrokken voor de nacht.
Vader Maloney arriveerde als eerste. Hij had alleen maar een geruite kamerjas over zijn pyjama aangetrokken en volgens James leek hij met zijn lange, magere gestalte en zijn uitgemergelde gezicht op een vogelverschrikker. Zelfs zijn kortgeknipte rode haar, dat alle kanten uit piekte, droeg bij aan die indruk, want het leek een beetje op stro.
‘Waar is Vader Karlin?’ vroeg James, zonder uitleg te geven over de ongebruikelijke late bijeenkomst.
‘Hij riep dat hij hier zo snel mogelijk zou zijn...’ zei Vader Maloney. Zijn stem stierf weg, alsof hij een verklaring hoopte te krijgen voor wat de aartsbisschop bezielde, maar er kwam niets.
James trommelde ongeduldig met zijn vingers op zijn bureau. Net toen hij op het punt stond de telefoon te pakken en naar Vader Karlins kamer te bellen, kwam de man binnen. In tegenstelling tot Vader Maloney was hij uitgegaan van het slechtste – namelijk dat hij uren op zou zijn – en daarom had hij de tijd genomen om zich helemaal aan te kleden, inclusief zijn witte boord.
‘Sorry dat ik uw gebeden onderbrak,’ begon James. Hij gebaarde naar zijn twee secretarissen dat ze moesten gaan zitten. Zijn vingertoppen tegen elkaar zettend voegde hij eraan toe: ‘We hebben te maken met iets wat volgens mij een noodgeval is. Ik ga u niet precies vertellen waarom, maar u moet direct iemand voor me vinden die charismatisch en overtuigend, en in zekere zin aantrekkelijk is. Maar bovenal, hij of zij moet buitengewoon gepassioneerd en fanatiek zijn over de gezegende maagd Maria –hoe meer, hoe beter – en volledig toegewijd aan de kerk met het gevoel van een missie.’
De twee priesters keken elkaar aan en hoopten ieder voor zich dat de ander de opdracht zou begrijpen en zou weten hoe hij die moest aanpakken. Daarop vroeg de oudste secretaris, Vader Maloney: ‘Waar zouden we zo iemand kunnen vinden?’
In zijn opwinding had James geen geduld voor wat hij interpreteerde als een negatieve houding van de kant van zijn secretaris. Hij rolde met zijn ogen bij Vader Maloneys belachelijke vraag. ‘Ik vraag u,’ zei hij openlijk gefrustreerd, ‘waar kunnen uiterst devote volgelingen van Maria, de moeder van God, worden gevonden?’
‘Ik neem aan bij de rooms-katholieke Mariabewegingen en -verenigingen.’
‘Heel goed, Vader Maloney,’ zei James met lichte spot, alsof hij een catechismusles op de zondagsschool gaf aan jonge tieners. ‘Te beginnen bij zonsopgang wil ik dat u dergelijke instituten begint te bellen om met de abten, moeder-oversten of bisschoppen te spreken, en hun te vertellen dat het door mij als een aartsbisschoppelijk noodgeval wordt gezien om de juiste persoon te vinden. Laat ze weten dat het een ernstige zaak is, en dat deze persoon ongeveer een week direct onder mijn verantwoordelijkheid zal werken aan een missie van het allerhoogste belang betreffende de gezegende maagd en de kerk in het algemeen. En maak hun duidelijk dat dit geen beloning is voor iets wat iemand in het verleden heeft gedaan. Het is voor het hier en het nu. Ik ben niet op zoek naar een oude, ervaren Mariawetenschapper, maar ik zoek een jong iemand vol jeugdig vuur die in staat is zijn of haar bezieling over te brengen op anderen. Heb ik mezelf duidelijk gemaakt?’
Zowel Vader Maloney als Vader Karlin knikte snel. Ze hadden hun anders zo beheerste baas nog nooit zo geagiteerd gezien.
‘Ik zou zelf wel willen meehelpen, maar ik moet morgenochtend een mis lezen waar ik de preek nog voor moet schrijven. Ik vertrouw erop dat u me niet teleurstelt. Als ik hier rond het middaguur terugkom in de residentie, wil ik dat er minstens één en hopelijk meerdere kandidaten zijn om mee te spreken. Hoe u ze hier krijgt kan me niet schelen, en ook de kosten zijn geen punt. Omdat de weersverwachting goed is, kan er een helikopter ingezet worden. Ik vraag u nogmaals: hebt u me allebei kunnen volgen of niet?’
‘U hebt ons niet verteld wat deze persoon zou moeten doen,’ zei Vader Maloney, ‘en u hebt heel duidelijk gezegd dat u dat niet zou doen. Maar ik denk dat we die vraag kunnen verwachten van de abten, moeder-oversten en bisschoppen. Wat moeten we dan zeggen?’
‘Zeg maar dat ik bepaald heb dat niemand, met uitzondering natuurlijk van de geselecteerde persoon, zal weten met welk probleem het aartsbisdom te maken heeft.’
‘Heel goed,’ zei Vader Maloney, terwijl hij opstond en zijn kamerjas nog strakker om zijn benige gestalte trok. Ook Vader Karlin ging staan.
‘Dat is alles,’ zei James. ‘En ik bid dat u zult slagen.’
‘Dank u, Uwe Eminentie,’ zei Vader Maloney met een lichte buiging vanuit de heupen, waarna hij net als Vader Karlin achterwaarts de deur uit liep.
Terwijl de twee priesters de eerste trap op gingen, riep Vader Karlin, die vooropliep, over zijn schouder naar Vader Maloney, die net op de eerste trede stond: ‘Dit is volgens mij de vreemdste opdracht die ik ooit heb gekregen sinds ik hier vijf jaar geleden ben gekomen.’
‘Ik geloof dat ik het met je eens moet zijn,’ zei Vader Maloney.
Onder aan de trap naar de derde verdieping aarzelde Vader Karlin en wachtte op zijn collega. ‘Hoe komen we aan de telefoonnummers van die Mariaverenigingen?’
‘Er zijn een heleboel manieren,’ zei Vader Maloney, ‘vooral nu met internet. En het was duidelijk dat de kardinaal een zeer extreme persoon zoekt. Daarvoor gaan we naar de meest radicale organisatie. Misschien, als we geluk hebben, kunnen we het bij één laten.’
‘Weet je wat de meest fanatieke organisatie is?’
‘Ik geloof het wel,’ zei Vader Maloney. ‘Een vriend van mijn familie nam een paar jaar geleden contact met me op om hem te helpen zijn kind uit een organisatie te krijgen die zich de Broederschap van de slaven van Maria noemt. Ik had er nog nooit van gehoord, terwijl hij hier letterlijk niet ver vandaan is, namelijk in de Catskill Mountains, maar figuurlijk gesproken zitten ze op een andere planeet. Het schijnt een moderne opleving te zijn van een zeventiende-eeuwse fanatieke Europese Mariavereniging, en toentertijd voelde paus Clemens x zich geroepen enkele gewoontes ervan te verbieden.’
‘Goeie genade,’ zei Vader Karlin. ‘Wat voor gewoontes?’
‘Het gebruik van kettingen en andere onderwerpingsinstrumenten om te boeten voor de zonden van de mensheid.’
‘Lieve god,’ zei Vader Karlin. ‘Is het je gelukt het kind daar weg te krijgen?’
‘Nee. Meerdere telefoontjes en zelfs een bezoek hebben niets uitgehaald. Hij vond het er kennelijk heerlijk, want het was waar hij behoefte aan had. Ik weet niet of hij er nog steeds is. Ik heb geen contact meer met de familie, omdat ze teleurgesteld waren dat het me niet was gelukt.’
‘Heb je de telefoonnummers nog?’
‘Ja. Ik zal ze als eerste bellen. Ik weet zeker dat de aartsbisschop, als hij wist dat de organisatie bestond en er eens op bezoek zou gaan, hem zou opheffen.’
‘Dat is ironisch, vooral omdat we daar iemand moeten zoeken die aan de wensen van de aartsbisschop voldoet.’