13
dinsdag 2 december 2008
15.42 uur, New York
(21.42 uur, Rome)
Jack baalde ontzettend van zichzelf. Voor de tweede keer in twee dagen was hij zijn zelfbeheersing volkomen kwijt geweest. Gisteren was hij tekeergegaan tegen Ronald Newhouse, wat bewees hoe slecht hij met de ziekte van zijn zoon kon omgaan. Hij schaamde zich diep als hij terugdacht aan zijn gedrag in de praktijk van de chiropractor, vooral omdat Laurie degene was die het het zwaarst te verduren had, terwijl hij elke dag het huis ontvluchtte om er niet aan te hoeven denken. En vandaag had hij in feite zijn vier maanden oude zoon de schuld gegeven van zijn tijdelijke verstandsverbijstering, wat nog beschamender was dan tekeergaan tegen die lul van een chiropractor. Schuldig bedacht hij hoe Laurie zou reageren als ze hoorde dat hij Bingham en Calvin had verteld over JJ.
Jack zat nog steeds achter zijn bureau, waar hij zich had teruggetrokken na de berisping in Binghams kamer. Hij keek naar zijn postbakje, dat uitpuilde van de laboratoriumuitslagen en informatie van de medisch-juridisch onderzoekers waar hij om gevraagd had. Hij wist dat hij aan het werk moest, maar hij kon zich er niet toe zetten.
Hij keek naar zijn microscoop en de stapels microscopische glaasjes, die allemaal betrekking hadden op een andere zaak. Dat kon hij ook niet doen. Omdat hij in gedachten met andere dingen bezig was, was hij bang dat hij iets belangrijks over het hoofd zou zien.
Jack voelde zich als verlamd. Hij liet zijn hoofd in zijn handen vallen. Met zijn ellebogen op zijn bureau geleund en zijn ogen gesloten vroeg hij zich af of hij depressief begon te raken. Dat mocht hij niet laten gebeuren. ‘Zielenpoot!’ gromde hij met opeengeklemde kaken, zijn hoofd gebogen.
Door zo’n hard oordeel over zichzelf uit te spreken leek het of hij een klap kreeg. Met een ruk ging hij weer rechtop zitten. Nu hij in zekere zin zijn dieptepunt had bereikt werd het tijd om zich te vermannen. Met de gedachte dat de aanval de beste verdediging was, zoals hij ook het gesprek met Bingham en Calvin begonnen was – een houding waarvan hij wenste dat hij die had kunnen volhouden in plaats van zich te gedragen als iemand die doodsbang was dat hij met verlof zou worden gestuurd – richtte Jack zijn aandacht weer op zijn kruistocht tegen alternatieve geneeswijzen. ‘Barst maar, Bingham!’ snauwde hij. In plaats van zich door Bingham geïntimideerd te voelen, was hij plotseling strijdlustig. Hoewel hij in eerste instantie afleiding had gezocht voor JJ’s ziekte, zag hij zijn kruistocht nu als een legitiem doel op zich en beslist niet alleen als een schrijfoefening voor een forensisch-pathologisch tijdschrift. In plaats daarvan was het een bonafide manier om de mensen te informeren over een onderwerp waar ze zich veel zorgen om zouden moeten maken.
Nu zijn motivatie was teruggekeerd, hief Jack zijn hoofd op en schoof op zijn bureaustoel naar zijn computermonitor. Met een paar muisklikken opende hij zijn e-mail om te zien of er al collega’s hadden gereageerd op zijn vraag om gevallen met betrekking tot alternatieve geneeswijzen. Er waren er maar twee: Dick Katzenberg van het Queens en Margaret Hauptman van Staten Island. Jack vloekte zachtjes door het gebrek aan respons.
Hij pakte een paar kaartjes en schreef de namen en de dossiernummers op. Daarna verstuurde hij een groepsmail naar alle pathologen-anatomen waarin hij Dick en Margaret bij naam bedankte voor hun reactie, en een dringende oproep deed aan de anderen om ook gehoor aan zijn verzoek te geven.
Jack greep de kaartjes en zijn jas en vertrok. Hij wilde de dossiers van de twee gevallen napluizen, wat betekende dat hij naar het archief in het nieuwe dna -gebouw van het ocme moest aan 26th Street.
Jack haastte zich langs het oude, maar pas gerenoveerde Bellevue-ziekenhuis, het nieuwe dna -gebouw in, dat door een parkje van 1st Avenue werd gescheiden. Het gebouw zelf was een moderne wolkenkrabber bekleed met een combinatie van blauwgetint glas en lichtbruin gepolijst kalksteen, die boven het oude ziekenhuis uittorende. Jack was trots op het gebouw, en trots op New York dat de stad het had neergezet.
Jack liet zijn ocme -identiteitskaart zien en werd via het draaihek door de beveiliging toegelaten. De afdeling waar de dossiers werden bewaard was op de derde verdieping in een smetteloos kantoor met verticale laden van de vloer tot aan het plafond, gemaakt van namaakhardhout. Elke gigantische la bevatte acht horizontale planken van meer dan een meter breed. Aan het eind van de dag werd elke gang tussen de laden gesloten met een vouwdeur van hetzelfde namaakhardhout, die vervolgens op slot werd gedraaid.
Aan de balie zat een glimlachende vrouw die Alida Sanchez heette. ‘Wat kan ik voor u doen?’ vroeg ze met een zangerige stem. ‘U ziet er heel doelgericht uit.’
‘Ja, ik geloof dat je dat wel zo kunt stellen,’ zei Jack, eveneens glimlachend. Hij gaf haar de twee kaartjes en vroeg de dossiers te mogen inzien.
Alida wierp er een blik op, waarna ze opstond. ‘Ik ben zo terug.’
‘Ik wacht wel,’ zei Jack. Hij zag haar weglopen in de richting van de East River, die zichtbaar was door de ramen. Een paar minuten later kwam ze terug met een map. Ze ging weer aan de balie zitten en overhandigde hem aan Jack. ‘Hier is het eerste. Dan kunt u vast beginnen.’
Jack opende het dossier en bladerde door het medisch-juridisch verslag, de aantekeningen van de autopsie, het autopsieverslag, formulieren voor een telefonisch overlijdensbericht en een algemeen verslag, tot hij bij de akte van overlijden kwam. Nadat hij dit formulier tussen de andere uit had getrokken, zag hij dat de directe doodsoorzaak dezelfde was als die van Keara Abelard, ofwel arteria vertebralisdissectie. Op de volgende regel van het formulier, bij ‘wegens of ten gevolge van’ stond: ‘chiropractische cervicale manipulatie’.
‘Mooi zo,’ mompelde Jack.
‘Hier is het tweede dossier,’ zei Alida, terwijl ze terugkwam uit een wat verderop gelegen gang. Nieuwsgierig opende Jack het en haalde de akte van overlijden eruit. Toen hij keek naar de directe doodsoorzaak, zag hij tot zijn verbazing dat er ‘melanoom’ stond. Zijn ogen gleden naar de volgende regel, waar hij kon lezen dat het overlijden het gevolg was van kanker die was uitgezaaid naar de lever en de hersenen. Terwijl hij zich afvroeg waarom Margaret deze zaak genoemd zou hebben, ging hij verder naar het tweede deel van de doodsoorzaak. Er was een regel ‘andere significante omstandigheden die hebben bijgedragen aan het overlijden’, waar Margaret had opgeschreven dat de patiënt was geadviseerd om voor een periode van zes maanden alleen homeopathische middelen te gebruiken.
‘Goeie hemel,’ zei Jack.
‘Is er iets, dokter?’ vroeg Alida.
Jack keek op van de overlijdensakte en stak hem omhoog. ‘Deze zaak heeft me de ogen geopend voor een andere negatieve kant van alternatieve geneeswijzen waar ik nog helemaal niet aan gedacht had.’
‘O?’ zei Alida vragend. In haar beroep was ze er niet aan gewend gesprekken te voeren met de pathologen-anatomen, vooral niet nadat het archief van het mortuarium naar het nieuwe gebouw was verhuisd.
‘Ik dacht altijd dat een alternatieve geneeswijze als homeopathie in elk geval veilig was, maar dat is niet zo.’
‘Wat is homeopathie precies?’ vroeg Alida.
Omdat Jack er de avond tevoren een heel hoofdstuk over had gelezen in Trick or Treatment , had hij snel een antwoord klaar, wat anders niet het geval zou zijn geweest. ‘Het is een soort alternatieve geneeskunde gebaseerd op het zeer onwetenschappelijke idee dat het kwaad zichzelf behandelt. Met andere woorden, als een plant na consumptie daarvan misselijkheid veroorzaakt, dan zal dezelfde plant de misselijkheid genezen als hij in een zeer verdunde vorm wordt ingenomen, en dan heb ik het over een zó sterke verdunning dat er misschien slechts één of twee moleculen overblijven als werkzaam ingrediënt.’
‘Dat klinkt nogal raar,’ zei Alida.
‘Dat kun je wel zeggen,’ zei Jack lachend. ‘Maar zoals ik al zei: ik dacht dat het in elk geval veilig was, tot u me dit dossier gaf.’ Hij zwaaide nogmaals met de overlijdensakte in zijn hand. ‘Dit geval maakt maar weer eens duidelijk dat mensen soms zo sterk geloven in alternatieve medische behandelingen als homeopathie dat ze de reguliere geneeskunde de rug toekeren, terwijl die, onder bepaalde omstandigheden, alleen maar genezing kan bieden als de reguliere behandeling in een heel vroeg stadium wordt gestart, zoals bij bepaalde vormen van kanker. Het dossier dat u me zojuist gaf is zo’n zaak.’
‘Dat is vreselijk,’ zei Alida.
‘Dat ben ik met u eens,’ zei Jack. ‘Dus bedankt voor uw hulp.’
‘Heel graag gedaan. Kan ik verder nog iets voor u doen?’
‘Er is sprake van geweest dat het ocme gedigitaliseerd zou gaan worden. Is daar al een begin mee gemaakt?’
‘Zeker,’ zei Alida.
‘Hoe ver is het daarmee?’
‘Niet zo heel ver. Het is erg tijdrovend en we zijn maar met z’n drieën.’
‘Hoe ver gaat het digitale archief al terug?’
‘We hebben nog geen jaar gedaan.’
Jack rolde teleurgesteld met zijn ogen. ‘Nog geen jaar!’
‘Het is heel arbeidsintensief.’
‘Hoe kan ik dan nu alle ocme -dossiers doorzoeken naar sterfgevallen in samenhang met alternatieve geneeswijzen, zoals de twee die u voor me gevonden hebt?’
‘Ik ben bang dat het dossier voor dossier zal moeten, wat letterlijk jaren zou kosten, afhankelijk van hoeveel mensen eraan gezet worden.’
‘Is dat de enige manier?’ vroeg Jack. Dat was niet wat hij wilde horen.
‘Het is de enige manier, tot alle dossiers zijn gedigitaliseerd. En zelfs met de digitale dossiers zult u alleen die gevallen vinden waarin de pathologen-anatomen de woorden “alternatieve geneeswijze” hebben ingevuld in het vakje bij de doodsoorzaak.’
‘Of “chiropractisch” of “homeopathisch” et cetera, et cetera,’ voegde Jack eraan toe. ‘Of om welk soort alternatieve geneeswijze het ook maar ging.’
‘Inderdaad, maar ik denk niet dat er veel pathologen-anatomen zijn die dat doen. Op de aktes van mensen die overlijden aan complicaties bij de behandeling zie je immers ook niet dat er reguliere of orthodoxe geneeskunde wordt vermeld als een factor die bijgedragen heeft, net zomin als bij orthopedische chirurgie of welke specialiteit ook. De enige plaats waar het mogelijk terug te vinden zou zijn, als de patholoog het niet op de overlijdensakte heeft vermeld, zou in het onderzoeksrapport onder “overige opmerkingen” zijn. En zelfs dan is het onwaarschijnlijk, omdat, naar mijn ervaring, opsporingsambtenaren daar maar zelden iets noteren.’
‘Shit!’ riep Jack uit. Toen, beseffend wat hij had gezegd, excuseerde hij zich. ‘Ik wil deze informatie heel graag hebben,’ zei hij. ‘Ik wilde weten hoeveel sterfgevallen het ocme de laatste dertig jaar of zo heeft gezien waar alternatieve geneeskunde bij betrokken was. Dat soort statistieken trekt de aandacht van mensen.’
‘Sorry,’ zei Alida met een geforceerde glimlach.