1
SUITE CLEOPATRA

De donderdagochtend begon niettemin goed. De gespierde uitsmijter van The Boots, een Libanees met armen en benen als spoorwegbielsen, daagde al om acht uur op, dit keer in het gezelschap van een wat oudere vrouw in een dure bontjas, die zenuwachtig giechelde toen hij om een spiegelkamer met blacklight vroeg. Ze bleven minder dan een uur. Toen ze vertrokken, betaalde de vrouw met een verrukte uitdrukking op haar gezicht voor de kamer en legde er een royale fooi bovenop.

Daarna bleef het stil tot negen uur: geen gasten, geen telefoontjes, geen Poolse werksters die aan zijn kop zeurden over de te lange werktijden of de te lage lonen. Een uur lang had Thomas Leerdam tijd genoeg voor zijn eigen bezigheden. Hij bestudeerde de bookmakers online om zijn inzetten voor de volgende dag te bepalen. Het lottospel van EuroMillions sprak hem zoals altijd nog het meest aan. Een jong gezin uit Brussel had er vorige week met een inzet van twee euro 75 miljoen mee gewonnen. Een quickpick noemde men dat. Je had met een quickpick ongeveer één kans op 76 miljoen op de hoofdprijs. Hoe kon je je zo'n astronomisch cijfer concreet voorstellen? Hij sloeg aan het rekenen en kwam tot de conclusie dat dat overeenkwam met een mug die over een rij Coca-Colaflesjes vliegt van hier tot Zanzibar en onderweg in een van de flesjes een druppeltje pis laat vallen. Dat die druppel in zijn flesje zou vallen, was haast even waarschijnlijk als heilig verklaard worden of bij helder weer door de bliksem getroffen worden. Je kon natuurlijk je kansen verbeteren door met spelcombinaties te spelen of door een lot te kopen in een aandelenclub. Dat werd dan kiezen tussen meer inzetten of minder ontvangen bij winst.

Hij zuchtte. Met een fractie van de hoofdprijs zou hij al tevreden zijn. Daarmee kon hij al zijn schulden in één klap vereffenen: de achterstallige huur van zijn tweekamerflat aan de Zénobe Grammestraat, de onbetaalde verzekeringspremie voor zijn auto, zijn schuld bij de bank, het honorarium van de advocaat die erin was geslaagd hem te laten veroordelen tot het betalen van een alimentatie van 250 euro per maand aan Sonja, met wie hij slechts twee jaar getrouwd was geweest en die hem in die korte periode met meer schulden had opgezadeld dan hij als assistent-manager van het Corinthia Antwerp Hotel in die twee jaar had verdiend. Goddank maakte ze het hem niet te moeilijk als hij eens een maand achterliep met de betaling. Dat mocht ook wel. Het was tenslotte haar schuld geweest dat hij bij het Corinthia Antwerp Hotel ontslagen werd. Sonja, die daar toen ook werkte, had een jaar lang als manager van de bar een deel van de ontvangsten van het buffet en van de roomservice achterovergedrukt en toen het uitlekte, had ze Thomas ervoor laten opdraaien.

Klokslag negen uur daagde een tweede klant op. Het was een hoofdinspecteur van belastingen die op vijf minuten lopen in het gebouw van het ministerie van Financiën werkte, aan de overkant van de Italiëlei. De vrouw die hem dit keer vergezelde, vermoedelijk weer een van zijn ondergeschikten, was niet groter dan één meter vijftig. Ze bleef achter de belastingambtenaar staan wachten, haar kleine hoofd met strak weggetrokken donker haar bijna geheel verscholen in de grote opgezette kraag van haar mantel. Thomas gaf hem volgens gewoonte een standaardkamer zonder bad op de derde verdieping tegen het voordeeltarief dat de hoofdinspecteur via de belastingconsulent van het hotel had bedongen. Omdat Hotel Apollo een rendezvoushotel was, waar de kamers niet per nacht maar per tijdseenheid werden verhuurd, hoefde hij hen niet in te schrijven. In het hotel was alles erop gericht het bezoek zo discreet mogelijk te laten verlopen.

Fiolek, de Poolse schoonmaakster die vandaag dienst had, kwam binnen. Ze zwaaide met haar mobieltje. ‘Moet effekes thuis komen’, zei ze opgewonden. ‘Jasien gevallen. Knie kapot. Moet naar kliniek.’

‘Is het erg?’

‘Niet erg. Moet naaien. Blijf niet lang.’

‘Kan je moeder niet met Jasien naar de kliniek? Ze brengt ze toch ook naar school?’ Een van de regels van het hotel was dat iedere kamer die vrijkwam, onmiddellijk moest worden schoongemaakt.

‘Babka niet genoeg Vlaams spreke. Ik mama moet mee. Ben binnen uur terug. Beloof. Tot dan genoeg propere kamers.’

‘Goed. Maar maak het niet te lang.’

Op een van de monitors zag Thomas de steenrode cabrio met open vouwdak van Angela Vincenta de garage binnenrijden. Angela was de jongste dochter van een Italiaans gezin dat zich midden de vorige eeuw in de Limburgse mijnstreek had gevestigd. Ze was een forse vrouw van vijfenveertig, met geblondeerd haar, te rode lipstick en te veel rouge, en verenigde in zich zowel de eigenschappen van haar heetgebakerde Siciliaanse vader, als die van haar zakelijke Milanese moeder. Ze was getrouwd geweest met een veertig jaar oudere man die hoofdaandeelhouder was van een Napolitaanse vennootschap die zich gespecialiseerd had in de exploitatie van lovehotels en striptenten. Bij de verdeling van zijn nalatenschap met de kinderen uit zijn eerste huwelijk had ze driekwart van de aandelen van het hotel in Antwerpen toegewezen gekregen.

Angela kwam als een wervelwind naar binnen, gooide haar handtasje op zijn bureau en liep meteen door naar de toiletten aan de achterzijde van het huis. Even later kwam ze neuriënd terug, duidelijk opgelucht, stak een sigaret op en schonk zich een glaasje Disaronno in. Nippend aan haar drankje kwam ze achter Thomas staan en raadpleegde over zijn schouder de ontvangsten van de voorbije nacht op het computerscherm.

‘Hm. Vannacht slechts achttien kamers verhuurd?’

‘Vanmorgen toch ook alweer twee.’

‘'t Is nen dikke vette.’

Voor Thomas klonk het Antwerps gezegde als een toespeling op zijn eerlijkheid. Typisch voor Angela. Het ene ogenblik zou ze hem de pincode van haar bankrekening toevertrouwen, en even later was ze bang dat hij er met de kas vandoor ging. Zelf sluisde ze soms tot de helft van de dagontvangsten naar een zwarte rekening. Om zich in te dekken tegen die onberekenbaarheid maakte hij geregeld een kopie van de boekhoudkundige gegevens en de reële ontvangsten van het hotel. De diskette met die gegevens bewaarde hij in een geheime bergplaats in de vestiaire van het personeel.

‘Heb je me gehoord, Thomas?’

Hij haalde de schouders op. ‘De rush kan ieder ogenblik beginnen.’

Het hotel kende zijn eerste golf van toeloop zodra de kantoren van het Administratief en Maritiem Centrum aan de Italiëlei en van de havenbedrijven op het Eilandje aan het werk gingen. Het hotel was de klok rond open en voor de receptie en roomservice waren ze slechts met drie receptionisten, die diensten hadden van telkens twaalf uur, behalve als een van hen ziek of met vakantie was. Dan dienden – zoals nu het geval was – de twee overigen zijn afwezigheid op te vangen. Op piekuren kwam Angela af en toe een handje helpen, maar Thomas was er nog niet uit of ze dat deed om hun taak te verlichten of omdat ze erop geilde om te weten wie het met wie deed.

‘Oké, Thomas. Neem je gemak.’

Thomas stond op en rekte zich uit. Hij had al twintig uur paraat gestaan en meer dan wat hazenslaapjes had hij die nacht niet gehad. Om de haverklap hadden de aanwezige gasten iets op hun verlanglijstje gehad: wijn, cognac, sherry, frisdrank, koffie, sigaretten. Kamer 23 had zelfs twee keer gebeld om een extra doos Amor Mix te laten brengen. In iedere doos Amor Mix zaten tien condooms met glijmiddel in een variatie van vijf smaken: aardbei, banaan, chocolade, pepermunt en sinaasappel. Nog een wonder dat ze niet om beflapjes met bosbessensmaak hadden gevraagd.

Angela nam zijn plaats in achter het kogelvrije glas. Dat glas was geplaatst nadat de receptionist voor wie hij in de plaats was gekomen, voor de tweede keer bij een overval een hersenschudding had opgelopen. Thomas haalde een broodje ham en een flesje bier uit de koelkast en noteerde dat plichtsgetrouw op een steekkaart. Aan het eind van de maand zou dat van zijn loon worden ingehouden.

Een grijze Peugeot kwam de nog zo goed als lege garage binnengereden – alle gasten kwamen haast uitsluitend met de auto – en zette zijn voertuig dwars over de witte lijnen van een parkeervak. De chauffeur, een vijftiger die een gejaagde indruk maakte, stapte uit en liep om de auto heen om de passagier te helpen uitstappen. Angela trok een microfoon naar zich toe en klikte de schakelaar om. ‘Wille u alstoeblieft toessen de lijnen parkeren?’ teemde ze met een overdreven Italiaans accent.

De chauffeur keek geschrokken om, zoekend naar waar de stem vandaan kwam, zag het luidsprekertje boven de deur naar het hotel, en ging mopperend de auto verplaatsen.

‘Dank oe wel.’ Angela klikte de microfoon uit. ‘De arme man dacht een ogenblik dat zijn vrouw achter zijn rug stond.’ Ze kon er soms op een kinderlijke manier van genieten als ze een getrouwde man wit om de neus zag worden als hij dacht betrapt te worden.

Thomas pakte zijn broodje uit en opende het bierflesje. De paartjes arriveerden nu de een na de ander, haast altijd waren ze van middelbare leeftijd, af en toe een veel oudere man met een heel jonge vrouw, of omgekeerd. Jongere paartjes hadden kennelijk minder behoefte aan een plek om op een discrete manier de liefde te bedrijven. Omdat de gasten vanuit de parking direct het hotel konden binnenstappen door een deur die rechtstreeks uitgaf op de receptie, verliep de doorstroming gesmeerd en waren ze hooguit twee minuten na hun aankomst in de garage verdwenen naar hun kamer. Angela wees hun met professionele vaardigheid hun kamer toe, incasseerde geld en verstrekte aan Thomas commentaar zodra de nieuwe gasten via de trap of de lift buiten gehoorsafstand waren. ‘Die twee kunnen niet wachten tot ze boven zijn. Wedden dat hij haar op de trap al in de billen knijpt?’ Of: ‘Grote neus, kleine piemel. Misschien is hij goed in… je weet wel.’ Ze lebberde uitdagend met het puntje van haar tong en snoof van plezier toen ze de lichtelijk gegeneerde uitdrukking op zijn gezicht zag. ‘En jij, Thomas? Zet dat jouw fantasie nooit aan het werk als je de hele dag die mooie meiden de revue ziet passeren?’

Hij beet in zijn broodje. ‘Niet echt’, mompelde hij met volle mond.

‘Je bent toch niet voor de verkeerde kant, hè Thomas? Dat zou verdomde zonde zijn.’

Thomas onderdrukte een scherp antwoord. ‘Je weet wel beter.’

‘Nee, serieus. Hoe lang ben je nu al gescheiden? Twee jaar?’

‘Anderhalf.’

‘En nog altijd alleen?’

‘Yep.’

‘Toch vreemd. Weet je…’ Ze speelde met een potlood terwijl ze naar de juiste woorden zocht. Voor ze zich kon uitspreken, werd ze onderbroken door de komst van nieuwe gasten. Een man en twee vrouwen, de man een intellectueel type in driedelig pak en de vrouwen sexy en toch zedig in kraagloze jasjes, bijpassende strakke rokjes en witte bloezen met open hals. Angela schoof een sleutel door het loket. ‘Je weet dat voor een trio een supplement van vijftig euro wordt gerekend.’

De man keek verbaasd op. ‘Sinds wanneer?’

‘Je kunt ook twee belendende kamers nemen voor het normale tarief.’

‘Dat is dan nog duurder.’

‘Dat klopt. Maar het geeft meer mogelijkheden.’

Hij keek naar haar met een vragende frons, wilde kennelijk vragen welke die mogelijkheden waren, maar besloot met een schouderophalen dat niet te doen. ‘Eén kamer is goed genoeg.’ Hij raapte de sleutel op en duwde de vrouwen voor zich uit naar de lift.

Angela maakte een notitie in de computer en ging voort alsof ze niet onderbroken was. ‘Van een knappe man als jij verwacht je dat hij aan elke vinger een liefje heeft.’

‘Laat dat knap er maar af. Ik had best wat langer willen zijn.’ Hij was iets meer dan één meter vijfenzeventig, en in de eenentwintigste eeuw was dat uitgesproken klein.

‘Voor mij ben je groot genoeg.’ Ze monsterde hem goedkeurend. ‘Hoeveel weeg je? Tachtig kilo? Wat meer misschien. Voor mij geen grammetje te veel. Kijk die spierballen. Wat doe je daarvoor? Je slikt toch geen… euh, hoe heet dat ook weer? Anabolen? Dat is slecht voor je libido. Is dat de reden waarom je nog alleen bent? Dat je hem niet meer omhoog krijgt?’

Zijn bier was op. Hij zette het lege flesje iets harder op tafel dan nodig. ‘Ik slik helemaal niks. Ik ben nog alleen omdat ik geen vaste relatie wil. Dat geeft niets dan ellende. Aan vriendinnen heb ik geen gebrek.’ Zijn antwoord strookte niet met de waarheid. Sinds Sonja had hij geen vrouw meer gehad. Hij voelde het niet echt als een gemis. Misschien lag het aan zijn aard. Als hij erover nadacht, moest hij toegeven dat zijn libidineuze neigingen altijd al op een laag pitje hadden gestaan.

‘Jammer’, zei ze. ‘Ik had het anders wel zien zitten, wij tweeën.’ Het was niet de eerste keer dat ze hem liet doorschemeren dat ze wat in hem zag. ‘Je bent natuurlijk jonger, maar niet zoveel. Hoe oud ben je eigenlijk, Thomas?’

‘Zesendertig.’

‘Zie je wel. Zoveel schelen we toch niet. Weet je…’

De telefoon ging. De gasten die de nacht hadden doorgebracht, werden wakker. De een na de ander vroegen ze om hun ontbijt. Het volgende halfuur was Thomas in de weer in de keuken en bracht hij de bestellingen op een dienblad naar de kamers. Hij kon het eten ook door de werkster van dienst naar boven laten brengen, maar dan zou zij de mogelijke fooi incasseren en die luxe kon hij zich vandaag niet permitteren. Een geluk dat hij vanmorgen honderd euro had gekregen van de vrouw met de bontjas, anders was hij nu volkomen platzak geweest. En hij had meer dan dat nodig om de week door te komen. De tank van zijn oude Astra was leeg tot op de bodem. Alleen nog maar om die vol te gooien had hij al vijftig euro nodig.

Het laatste ontbijt was bestemd voor twee vrouwen op de vierde verdieping, een oudere tante met een weelderige boezem en een mager grietje dat eruitzag alsof ze aan anorexia nervosa leed. De oudere vrouw had om een glas sinaasappelsap gevraagd en het magere grietje had een groot bord roereieren, broodjes, boter, jam, gebakjes en veel zwarte koffie besteld. Ze hadden de deur op een kier gelaten en liepen al pratend naakt en zonder gêne de badkamer in en uit. Na een bescheiden klopje op de deur zette hij met afgewende blik het dienblad op een tafeltje en bedankte voor de tien euro fooi die ze voor hem klaar hadden gelegd. Thomas trok de deur zachtjes achter zich dicht. Sommige dagen werd hij er kotsmisselijk van. Niet vanwege hun seksuele geaardheid. Het liet hem volkomen koud of de gasten hetero's, homo's of lesbiennes waren, maar waar hij zijn buik vol van had, was het heimelijke gedoe, de verdonkerde kamers, de spiegels tegen het plafond, de wulpse schilderijen, het verkreukte beddengoed, de geur van zweet en van overspel.

Angela zag aan zijn gezicht dat hij uit zijn humeur was. ‘Drink nog een biertje’, zei ze. ‘Dan gaat het over.’

Hij schudde het hoofd. ‘Met jouw prijzen kan ik me geen tweede veroorloven.’ Een flesje pils kostte volgens de prijslijst algauw drie euro en het personeel kreeg daar geen korting op.

‘Vooruit dan maar. Voor een keer mag het op mijn kosten.’

Thomas haalde een flesje Carlsberg uit de koelkast en wipte de kurk af, benieuwd naar de aanleiding van haar gulle bui.

Angela liep naar de buffetkast en goot haar glas opnieuw vol met Disaronno. Ze pakte een biscuit en doopte dat in de amandellikeur. ‘Ik heb een voorstel’, zei ze knabbelend aan het koekje terwijl ze naar haar plaats achter het veiligheidsglas terugkeerde.

Thomas wierp een heimelijke blik naar de klok aan de wand. Het was bijna halftwaalf. Nog goed een halfuur en dan zat zijn taak erop. Dan kon hij naar de krantenwinkel om zijn lottoformulier in te vullen. Hij had een combinatie uitgedokterd van zowel impopulaire nummers als nummers die al een hele tijd niet getrokken waren. Uiteraard verhoogde dat zijn winstkansen niet, maar áls de getallen uitkwamen, zou zijn winst ontzaglijk zijn. Bovendien had hij zich voorgenomen er al zijn fooien van de dag tegenaan te gooien. Van honger zou hij niet omkomen. Er lag thuis nog wat brood op de plank en als hij geen geld had voor benzine, zou hij lopen.

‘Luister je?’ vroeg Angela.

Hij trok een stoel bij en ging zitten. ‘Ga je gang.’

‘Je weet toch dat we van plan zijn om uit te breiden?’

‘Hoe zou ik dat weten?’

‘We hebben hiernaast nog drie huizen aangekocht. De bedoeling is alles door te breken, te moderniseren. Dit wordt een van de mooiste en grootste rendez-voushotels van de Benelux.’

‘Goed voor jou.’

‘Het kan ook goed zijn voor ons beiden.’

‘Hoe leg je dat uit?’

‘Vijf jaar, Thomas. Als we dit samen vijf jaar exploiteren, zijn we meer dan binnen voor de regen. Dan verkopen we onze aandelen en gaan in de Provence wonen. Ik heb een optie genomen op een dependance van het kasteel van de Commanderie de Peyrassol. Dat is een van de koplopers bij de Côtes de Provence. De exploitatie van de wijngaarden zelf blijft in handen van de wijnbouwer. Voor ons is het dan gedaan met werken. Zon, wijn, lekker eten en de liefde. We zullen leven als god in Frankrijk.’

‘We?’

‘Ja, natuurlijk’, zei ze vol vuur. ‘Zoiets kan alleen slagen als we een stel vormen. Je trekt in bij mij en ik zorg ervoor dat je gevolmachtigd bestuurder wordt van het vernieuwde hotel. Een auto van de zaak en 's nachts iemand naast je in bed die zorgt voor wat meer hartstocht in je leven.’

Thomas knikte. ‘Het lijkt aantrekkelijk, in bepaalde omstandigheden.’

‘Zoals?’

‘Hoe weet ik dat je me niet dumpt als die vijf jaar ten einde lopen?’

Ze kwam naast hem staan en kneep hem in de wang. ‘Maar Thomas toch. Heb je dan zo weinig vertrouwen in mij?’

‘Dat is de kwestie niet. Als…’

‘Of wil je liever vooraf in het huwelijksbootje stappen? Met een contract en alles wat erbij hoort? Daar valt over te praten.’

‘Met trouwen heb ik geen goede ervaring.’

‘Je moet weten wat je wilt, schat. Er zijn andere gegadigden.’

Thomas had zijn bier op en voelde opeens een allesoverheersend verlangen om te gaan slapen. Hij wreef zich door zijn gezicht. ‘Dat klinkt bijna als een ultimatum.’

‘Je mag er gerust een nachtje over slapen. Maar houd er rekening mee dat een afwijzing…’

Ze zweeg abrupt toen de telefoon ging. Ze pakte de hoorn op. ‘Hotel Apollo.’ Er verscheen een trek van ongenoegen op haar gezicht. ‘Had je ons niet wat eerder kunnen waarschuwen?’ vroeg ze bits. Ze luisterde. ‘Goed. Maar geen minuut later.’ Ze gooide de hoorn op de haak.

‘Wie was dat?’ vroeg Thomas, hoewel hij kon raden wie het was geweest.

‘Salvator. Hij moet dringend naar de tandarts.’ Salvator was de receptionist die hem zo dadelijk zou moeten vervangen. ‘Het zou weleens drie uur kunnen worden.’

‘Dat ziet er niet mooi uit.’

‘Zeg dat wel. Het spijt me, Thomas. Je zult wat langer moeten blijven. Ik heb om halfeen een afspraak bij de kapper. Anders nam ik wel van je over.’

Thomas slaakte een vermoeide zucht. ‘Als je het mij vraagt, wordt het tijd dat je er wat aan doet. Met Salvator is het tegenwoordig altijd wat.’

‘Dat is de reden waarom ik je manager wil maken.’ Ze pakte haar handtas en stond op. ‘Enfin, een van de redenen.’ Ze wreef hem speels over het hoofd. ‘Ik zal me haasten.’ Ze ging er even gezwind vandoor als ze was binnengekomen.

Intussen was het bijna twaalf uur geworden en het hotel kende zijn tweede golf van toeloop, nu hoofdzakelijk van paartjes die hun lunchpauze actief en horizontaal wilden doorbrengen. Het was pas na enen dat Thomas tijd kreeg om na te denken over het voorstel van Angela. Ze had al wel eerder wat vage toespelingen in die richting gemaakt en hij had die altijd met een kwinkslag weten af te wimpelen. Deze keer was ze wel erg concreet geweest. Ze had zelfs even het woord ‘trouwen’ laten vallen, maar dat kon ze maar beter vergeten. Stel je voor, getrouwd zijn met een mannengek als Angela. Ze zou hem meer hoorns opzetten dan er rendieren in het hoge Noorden rondliepen.

Kwart over een. De klanten van het vluggertje tijdens hun middagpauze waren allemaal vertrokken en het werd stil in huis. Thomas kon nog met moeite zijn ogen openhouden. Hij sloot het luikje af en ging naar de badkamer, maakte een kommetje met zijn handen en plensde wat water over zijn gezicht. Hij zag zichzelf in de spiegel: donker, licht golvend haar dat nodig geknipt moest worden, een kleur van ogen waarvan hijzelf niet kon zeggen of het nu groen of grijs was en een té bleke huid door het gebrek aan zonlicht. Om de een of andere reden noemden vrouwen hem knap en mannelijk. Ook Angela, maar dat beschouwde hij niet als een compliment.

Voordat hij naar de receptie terugkeerde, deed hij wat gymnastiekoefeningen in de kleine tuin en ademde een paar keer diep in en uit. Ondanks het onregelmatige leven dat hij leidde en de zeven kilo die hij strikt genomen meer woog dan zijn ideale gewicht, was hij nog in goede conditie. Tot zijn vijfentwintigste had hij behoorlijk wat aan sport gedaan: powertraining, boksen, judo en af en toe had hij zelfs geflirt met parachutespringen, een keer had hij zich zelfs aan bungeejumpen gewaagd. Later was het bij een wekelijks bezoek aan de fitnessclub gebleven, maar de laatste tijd was dat bij gebrek aan geld veeleer een zeldzaamheid geworden. Allemaal de schuld van Sonja.

Terug aan de receptie pakte hij een biertje uit de koelkast zonder het op de steekkaart te noteren. Dat was dan een kleine compensatie voor de overuren die niet betaald werden. Zijn gedachten keerden terug naar het gesprek met Angela. Vooral haar laatste niet helemaal uitgesproken opmerking bleef door zijn hoofd spoken.

‘…houd er rekening mee dat een afwijzing…’

Rekening houden waarmee? Dat ze hem aan de deur zou zetten als hij haar voorstel afwees? Hij snoof. Van seksuele intimidatie op het werk gesproken! Ze wist natuurlijk ook wel dat hij na wat er in het Corinthia Antwerp Hotel gebeurd was, het niet gemakkelijk zou hebben om in de hotel- of reissector een andere baan te vinden. En dat was het enige waarin hij goed was, min of meer dan toch. Hij had al overwogen naar het buitenland te trekken. Het klimaat en de zuiderse mentaliteit van de Côte d'Azur hadden hem altijd al aangetrokken. Zoals iedere Vlaming kende hij genoeg Frans, Engels en Duits, en door zijn jarenlange omgang met vreemdelingen kende hij meer dan een mondjevol van drie of vier andere talen. Misschien zou dat kunnen opwegen tegen zijn gebrek aan referenties.

Een akoestisch geluidje waarschuwde hem dat een auto de garage inreed. Hij wierp een verveelde blik naar een van de monitoren. Het was een Lexus SC430. Zo'n bakbeest met alles erop en eraan, lederen interieur, elektrisch wegklapbaar aluminium dak, Bluetooth en dvd-navigatie met Dynamic Route Guidance. Kostprijs een slordige honderdduizend euro. Het was het soort auto dat hij zich het eerst zou aanschaffen als hij de lotto zou winnen. Terwijl de Lexus achterwaarts in een van de afgeschermde parkeervakken invoegde, zoemde Thomas in op de kentekenplaat. Om een of andere reden verwachtte hij een A- of E-kentekenplaat, die waren voorbehouden aan volksvertegenwoordigers en senatoren of andere ‘gestelde lichamen’, maar het was er een met een normaal opschrift van drie letters en drie cijfers.

Het probleem met uitwijken was dat hij volledig op zwart zaad zat. Om zich aan de Côte d'Azur of op een andere plek in den vreemde te installeren en het uit te zingen tot hij een nieuwe baan had, zou hij op zijn minst een paar duizend euro nodig hebben. Wat hij in de eerste plaats nodig had, was eindelijk eens wat mazzel met de lotto.

De passagiers van de Lexus waren nog altijd niet uitgestapt. Het gebeurde wel meer dat een van de partijen – meestal een getrouwde vrouw – op het laatste ogenblik gewetensbezwaren kreeg en dat ze na tien minuutjes discussiëren in de auto weer naar buiten reden. Hij stond op het punt in te zoemen op de voorruit om een glimp van de gezichten op te vangen toen de telefoon ging. Hij nam op. Een man vroeg in het Nederlands met een stem die klonk als van iemand die gewend is Frans te spreken: ‘Hebt u een van uw luxesuites vrij?’

‘Voor wanneer?’

‘Nu dadelijk. Ik sta in de garage.’

‘Op dit ogenblik is alleen de Suite Cleopatra vrij. Die is zeer luxueus ingericht. Spiegelplafond, hemelbed, bubbelbad, een salon met flatscreen, alle tv-zenders plus een erotisch kanaal. De prijs voor een hele dag is…’

‘Ik neem hem.’

Het portier aan de chauffeurskant zwaaide open en een rijzige figuur, waarschijnlijk ergens in de vijftig, in een glanzend Italiaans maatpak van Park Avenue of Savile Row, bijpassend zijden hemd en stropdas, stapte uit en liep achter het voertuig langs om het portier aan de andere kant te openen. Een slanke vrouwenhand met een diamanten ring, die zelfs glinsterde in het diffuse licht van de garage, zocht steun op de arm van de man, en een donkerharige schoonheid met benen tot haar oksels, stapte uit. Ondanks zijn vermoeidheid werd Thomas overvallen door een onthutsend en onverklaarbaar gevoel van begeerte. Het gevoel verdween zo vlug als het was opgekomen. Haar lichaam deed hem denken aan Helena, op een schilderij van David in het Louvre. In de Griekse mythologie was Helena de mooiste vrouw van de wereld en ze was een halfgodin. De prijs om haar te kunnen bezitten was de Trojaanse oorlog geweest. Zelfs voor Thomas, die al de vreemdsoortigste combinaties de revue had zien passeren, was dit een ongewoon gezicht. Iemand met genoeg geld om een Lexus SC430 te kopen en zich de weelde van een halfgodin kon permitteren, had voor een intieme ontmoeting meestal een eigen pied-àterre ter beschikking of huurde een suite in een exclusief hotel, zoals dat waar hij vroeger werkte.

Nog steeds met haar hand op zijn elleboog schreed de halfgodin naast de man in de richting van de deur van het hotel. Ze waren halverwege toen de man plotseling bleef staan, een verontschuldigend gebaar maakte, en met versnelde pas terugliep naar zijn auto. Even later keerde hij terug met een bordeauxkleurige leren aktetas tegen de borst geklemd alsof daar de kroonjuwelen van Engeland in zaten. Thomas drukte op de elektrische deuropener. Er was wel vrije toegang van de straat naar de garage, maar de toegang naar het hotel was met een stalen deur afgesloten, die van achter de balie werd bediend. Hij wendde zijn blik af van de monitor en toen het paar voor het loket verscheen, was hij schijnbaar druk aan het werk op zijn pc. Hij wachtte precies lang genoeg om op te kijken.

‘Ik heb daarnet gebeld. Vanuit de garage.’

‘Zeker, meneer. De Cleopatra is tot uw beschikking.’ Soms werd aan nieuwe klanten gevraagd op voorhand te betalen, maar dat gold niet voor een bezitter van een Lexus SC430. ‘Op de eerste verdieping, links. De sleutel zit op de deur. Hebt u verder nog iets nodig?’

‘Champagne. De beste die je in huis hebt.’

‘Ik heb nog een Dom Pérignon. Hij kost…’

‘Breng hem. Met kaviaar en wat toast.’ Terwijl hij sprak met dat bevelende, arrogante toontje van de bezittende klasse, bladerde achter hem de vrouw met een geamuseerd glimlachje in het gastenboek, waarin tevreden klanten, meestal met ondeugende zinspelingen op hun verblijf, een dankbetuiging hadden neergeschreven. Een diamanten armband gleed steeds weer over haar hand, die ze vervolgens met de andere hand geduldig omhoogschoof.

Vijf minuten later bracht Thomas de champagne naar boven. De Dom Pérignon lag al bijna een jaar op het ijs, maar als de vrouw ook maar enigszins de dure zinnelijkheid die ze uitstraalde waarmaakte, zou dat niemand opvallen. De man, nu in hemdsmouwen en zonder stropdas, opende de deur op een kier, pakte zonder een woord het dienblad uit Thomas' handen en duwde de deur voor zijn neus dicht, zonder een fooi te geven.

Rijke stinkerd, dacht Thomas. Ik hoop dat je geen stijve krijgt.