•2•
De straffe wind joeg recht over de smalle zandweg tussen de dicht opeenstaande bomen. Plotseling boog de weg naar het noorden af, en toen even plotseling naar het oosten. Voorbij een verhoging kwamen nog meer bomen in zicht, sommige stervend, pijnlijk gekromd door de wind, door ziekte, door het weer. Maar de meeste waren kaarsrecht, met dikke stammen en takken die zich vol bladeren naar de hemel strekten. Links van de weg zag je, als je goed keek, een open ruimte in de vorm van een halve cirkel: modder met hier en daar plukjes vers voorjaarsgras. Op die open plek had zich van alles in de natuur genesteld: roestige motorblokken, stapels huisvuil, een berg lege bierblikjes, afgedankt meubilair en allerlei ander afval dat, als er sneeuw lag, op een verzameling kunstvoorwerpen leek en daarna, wanneer het kwik steeg, onderdak bood aan slangen en andere schepsels. Midden in die halve cirkel stond een kleine, lage caravan op een afbrokkelende fundering van gasbetonblokken. Het enige contact met de rest van de wereld leek te bestaan uit de elektriciteits- en telefoonleidingen die aan de dikke, scheefgebogen palen langs de weg hingen en rakelings langs een kant van de caravan liepen. De caravan was een vloek voor het oog op een doodlopend eind van de wereld. De bewoners zouden het met die beschrijving eens zijn. Dat doodlopende eind was ook op henzelf van toepassing.
In de caravan bekeek LuAnn Tyler zichzelf in de kleine spiegel die op de scheefstaande ladekast stond. Ze hield haar gezicht in een ongewone stand, niet alleen omdat het gehavende meubelstuk een poot miste en daardoor overhelde, maar ook omdat de spiegel kapot was. Over het oppervlak kronkelden lijnen als dunne takken van een jong boompje. Als LuAnn gewoon rechtop in de spiegel zou kijken, zou ze niet één maar drie gezichten zien.
LuAnn glimlachte niet toen ze naar zichzelf keek. Voorzover ze zich kon herinneren, had ze nooit om haar eigen uiterlijk kunnen glimlachen. Haar uiterlijk was het enige dat ze had – dat was er sinds haar kinderjaren bij haar ingestampt – al kon haar gebit wel enige tandheelkundige ingrepen gebruiken. Dat laatste kwam doordat ze met ongefluorideerd bronwater was opgegroeid en nog nooit een voet in een tandartspraktijk had gezet.
Geen hersens natuurlijk, had haar vader keer op keer gezegd. Geen hersens, of geen gelegenheid om ze te gebruiken? Ze had dat nooit besproken met Benny Tyler, die nu alweer vijf jaar dood was. Haar moeder Joy, die bijna drie jaar geleden was gestorven, was nooit zo gelukkig geweest als toen haar man dood was. Dat zei misschien wel iets over Benny Tylers beoordeling van haar geestelijke vermogens, maar kleine meisjes geloofden nu eenmaal wat hun papa tegen hen zei, meestal zonder de minste twijfel.
Ze keek naar de klok aan de wand. Die klok was het enige wat ze van haar moeder had, een soort erfstuk, omdat Joy Tyler hem van haar eigen moeder had gekregen op de dag dat ze met Benny trouwde. Hij had geen financiële waarde; in elk pandjeshuis was zo’n ding voor tien dollar te krijgen. Toch was LuAnn eraan gehecht. Als klein meisje had LuAnn diep in de nacht naar het langzame, regelmatige tikken van die klok geluisterd. Ze had geweten dat die klok er in alle duisternis altijd zou zijn, dat hij haar altijd in slaap zou brengen en haar ’s morgens altijd weer zou begroeten. Haar hele jeugd was die klok een van de weinige vaste dingen in haar leven geweest. Bovendien kwam hij van haar grootmoeder, een vrouw voor wie LuAnn grote bewondering had gehad. Het was of ze, zolang ze die klok had, haar grootmoeder altijd bij zich had. In de loop van de jaren was het mechaniek zo erg versleten dat het vreemde geluiden voortbracht. Hij had LuAnn in meer slechte dan goede tijden vergezeld, en kort voor Joys dood had die tegen LuAnn gezegd dat ze hem mocht hebben en dat ze er goed voor moest zorgen. En nu bewaarde LuAnn hem voor haar dochter.
Ze trok haar dikke, kastanjebruine haar recht naar achteren, probeerde een knotje te maken en maakte er toen handig een dikke vlecht van. Nog steeds niet tevreden met haar uiterlijk, zette ze haar dichte lokken boven op haar hoofd vast met een heleboel haarspelden, waarbij ze haar hoofd steeds even schuin hield om te kijken of het al goed was. Omdat ze een meter vijfenzeventig lang was, moest ze ook nog bukken om in de spiegel te kunnen kijken.
Elke paar seconden keek ze naar het bundeltje op de stoel naast haar. Glimlachend keek ze naar de slaperige oogjes, de ronde lippen, de bolle wangen en de dikke knuistjes. Acht maanden en groeiend als kool. Haar dochter was al begonnen te kruipen met die rare, heen en weer gaande schommelbewegingen. Het zou niet lang duren of ze liep. LuAnn hield op met glimlachen toen ze om zich heen keek. Lisa zou er niet lang over doen om de grenzen van haar huiselijke omgeving te verkennen. Het interieur van de caravan leek, ondanks LuAnns ijverige pogingen om alles schoon te houden, sterk op de buitenkant. Dat kwam voor een groot deel door de driftbuien van de man die languit op het bed lag. Duane Harvey had, sinds hij om vier uur ’s nachts de caravan in was gewankeld en zijn kleren had uitgegooid, een of twee keer even bewogen, maar verder had hij daar roerloos gelegen. Ze dacht met liefde terug aan een nacht in het begin van hun relatie, toen Duane niet dronken thuis was gekomen: Lisa was het resultaat van die nacht. Heel even blonken er tranen in LuAnns bruine ogen. Ze had niet veel tijd voor tranen en hield ook helemaal niet van sentimenteel gedoe. Ze was nog maar twintig, maar ze had al genoeg gehuild voor haar hele leven, vond ze.
Ze keek weer in de spiegel. Terwijl een van haar handen met Lisa’s kleine vuistje speelde, gebruikte ze haar andere hand om alle haarspelden weer uit haar haar te trekken. Ze streek haar haren naar achteren en liet haar voorste lokken gewoon over haar hoge voorhoofd vallen. Zo had ze haar haar ook op school gedragen, in elk geval tot en met de zevende klas, toen ze net als veel van haar vriendinnen in deze armoedige boerenstreek de school had verlaten om geld te gaan verdienen. Ze hadden toen allemaal gedacht – achteraf ten onrechte – dat een vast loon veel beter was dan welke schoolopleiding ook. Voor LuAnn was er niet veel keus geweest. De helft van haar loon ging naar haar chronisch werkloze ouders. De andere helft ging op aan de dingen die haar ouders niet voor haar konden kopen, zoals eten en kleren.
Terwijl ze naar Duane bleef kijken, ontdeed ze zich van haar versleten ochtendjas. Ze was nu naakt. Hij vertoonde nog steeds geen teken van leven, en ze trok vlug haar ondergoed aan. Toen ze opgroeide, was haar ontluikende figuur een echte openbaring voor de jongens uit Rikersville geweest. Ze hadden hun mannelijkheid al willen bewijzen voordat ze daar door de natuurlijke ontwikkeling der dingen officieel aan toe waren.
LuAnn Tyler, filmster/supermodel in wording. Veel bewoners van Rikersville County, Georgia, hadden na ampele overwegingen die titel aan haar toegekend, met alle hoge verwachtingen van dien. Ze zou niet lang hun soort leven hoeven te leiden, dat was duidelijk te zien, vonden de gerimpelde, dikke vrouwen die hofhielden op hun brede, vervallen veranda’s, en iedereen was het met ze eens. Met haar natuurlijke schoonheid was ze voor iets veel beters voorbestemd. Ze was de plaatsvervangende hoop van heel Rikersville. New York, of misschien Los Angeles, zouden hún LuAnn naar zich toe lokken; dat was alleen maar een kwestie van tijd. Maar ze was er nog steeds. Ze leefde nog steeds in de county waar ze haar hele jeugd had doorgebracht. Tot nu toe was haar leven een teleurstelling, al had ze, jong als ze was, zelf nooit precies beseft wat haar ambities zouden moeten zijn. De mensen moesten eens weten dat ze helemaal niet de ambitie had om naakt in bed te liggen naast de nieuwste kanjer van de maand in Hollywood, of over een catwalk te lopen met de nieuwste creaties uit de wereld van de haute couture. Al schoot het haar, terwijl ze haar beha omdeed, te binnen dat het misschien helemaal niet zo gek was om je in de nieuwste mode te hullen als je daar tienduizend dollar per dag voor kreeg.
Haar gezicht. En haar lichaam. Haar vader had daar ook vaak over gesproken. Een weelderig, vol figuur, had hij gezegd, alsof haar lichaam los stond van haarzelf. Een zwakke geest, een oogverblindend lichaam. Gelukkig was hij nooit verder gegaan dan woorden. ’s Avonds laat had ze zich soms afgevraagd of hij dat wel had gewild maar er gewoon niet de moed of de gelegenheid voor had gehad. Hij had soms zo vreemd naar haar gekeken. Een heel enkele keer waagde ze zich in de diepten van haar onderbewustzijn, en dan voelde ze, als de plotselinge angstaanjagende prik van een naald, losse stukjes van een herinnering waardoor ze zich ging afvragen of de gelegenheid zich misschien tóch had voorgedaan. Op dat moment huiverde ze altijd en zei ze tegen zichzelf dat het niet goed was om zo slecht over de doden te denken.
Ze keek naar de inhoud van de kleine kast. Eigenlijk had ze maar één jurk die geschikt was voor haar afspraak, een marineblauwe jurk met korte mouwen en met witte biezen langs de kraag en de zoom. Ze herinnerde zich de dag waarop ze hem had gekocht. Een heel weekloon uitgegeven. Vijfenzeventig dollar! Dat was twee jaar geleden en ze had nooit meer zoiets buitensporigs gedaan, ja het was zelfs de laatste jurk die ze had gekocht. Het kledingstuk was een beetje gerafeld, maar ze had het netjes bijgewerkt met naald en draad. Om haar lange hals droeg ze een snoer kleine imitatieparels, een verjaardagscadeau van een vroegere bewonderaar. Ze was laat opgebleven om alle beschadigingen op haar enige paar schoenen met hoge hakken bij te kleuren. Ze waren donkerbruin en pasten niet bij de jurk, maar ze had niet anders. Slippers of sportschoenen, de enige twee alternatieven, pasten niet bij de gelegenheid, al zou ze de sportschoenen dragen als ze het hele eind naar de bushalte liep. Deze dag kon het begin van iets nieuws zijn, of tenminste van iets anders. Wie zou zeggen waartoe het kon leiden? Het kon haar en Lisa tot heel iets anders dan de Duanes van deze wereld brengen.
LuAnn haalde diep adem, opende het ritsvakje in haar tas en vouwde voorzichtig het stuk papier open. Ze had daarop het adres en andere gegevens genoteerd toen ze werd opgebeld door iemand die zich meneer Jackson noemde. Het had niet veel gescheeld of ze had de telefoon helemaal niet opgenomen, want ze had er als serveerster in de Number One Truck Stop net een dienst van middernacht tot zeven uur op zitten.
Toen het telefoontje kwam, had LuAnn met haar ogen dicht op de keukenvloer gezeten en Lisa de borst gegeven. De tanden van het meisje begonnen door te komen en LuAnns tepels voelden aan alsof ze in brand stonden, maar babymelk was zo verschrikkelijk duur en ze hadden ook geen gewone melk meer. Eerst had LuAnn geen zin gehad om de telefoon op te nemen. Op haar werk in het populaire truckersrestaurant aan de snelweg moest ze de hele tijd heen en weer draven; Lisa zat dan altijd veilig in haar wipstoeltje onder de tapkast. Gelukkig kon het meisje zelf een fles vasthouden en was de bedrijfsleider van het truckersrestaurant erg op LuAnn gesteld, zodat ze haar baby kon meenemen zonder ontslagen te worden. Ze werden niet vaak opgebeld. Meestal was het een van Duanes vrienden, die vroeg of hij kwam drinken of een paar auto’s kwam strippen die op de snelweg waren gestrand. Hun bier- en wijvengeld, noemden ze het – vaak recht in haar gezicht. Nee, Duanes vrienden zouden niet zo vroeg bellen. Om zeven uur lagen ze nog maar drie uur hun roes uit te slapen.
Toen de telefoon drie keer was overgegaan, had ze om de een of andere reden haar hand uitgestoken om op te nemen. De stem van de man klonk helder en zakelijk. Hij klonk alsof hij iets uit een script oplas, en met haar slaperige hoofd had ze eerst gedacht dat hij haar iets probeerde te verkopen. Dat was een goeie! Geen creditcards, geen bankrekening, alleen een beetje geld in een plastic zak in de mand die ze voor Lisa’s vuile luiers gebruikte. Dat was de enige plaats waar Duane nooit zou zoeken. Toe dan, meneertje, probeer me maar eens wat te verkopen. Creditcardnummer? Nou, die moet ik dan even verzinnen. Visa? MasterCard? accx ? Platinum. Ik heb ze allemaal, tenminste in mijn dromen. Maar de man had haar naam genoemd. En toen had hij over het werk gesproken. Hij wilde haar niets verkopen, maar bood haar werk aan. Hoe bent u aan mijn telefoonnummer gekomen? had ze hem gevraagd. Die informatie was vrij beschikbaar, had hij geantwoord, met zoveel gezag dat ze hem meteen geloofde. Maar ze had al een baan, had ze tegen hem gezegd. Hij vroeg hoeveel ze verdiende. Ze weigerde daar eerst antwoord op te geven, maar toen ze haar ogen opendeed, terwijl Lisa nog tevreden aan het zuigen was, had ze het hem verteld. Ze wist eigenlijk niet waarom. Later zou ze denken dat ze toen een voorgevoel had gehad van wat er nog zou komen. Want toen had hij haar verteld hoeveel ze kon verdienen.
Honderd dollar per weekdag, minstens twee weken lang. Ze had het vlug in haar hoofd uitgerekend. In totaal duizend dollar met de serieuze mogelijkheid om voor datzelfde tarief nog meer werk te doen. En het waren geen hele dagen. Vier uur op zijn hoogst per dag, had de man gezegd. Dat kon ze naast haar werk in het chauffeursrestaurant doen. Het betekende dat ze vijfentwintig dollar per uur zou verdienen. Niemand die ze kende, had ooit zoveel geld verdiend. Nee maar, over een heel jaar gerekend was dat vijfentwintigduizend dollar! En eigenlijk was het maar een halve baan. Dus in feite zou ze vijftigduizend per jaar verdienen! Dokters, advocaten en filmsterren verdienden zulke gigantische bedragen, geen schoolverlater met een kind die in hopeloze armoede leefde met iemand als Duane. Alsof hij op haar onuitgesproken gedachten reageerde, bewoog Duane even. Hij keek haar met rooddooraderde ogen aan.
‘Waar ga je heen?’ Duane sprak met een zwaar accent. Het leek wel of ze diezelfde woorden, diezelfde toon, haar hele leven van allerlei mannen had gehoord. Bij wijze van antwoord pakte ze een leeg bierblikje uit de ladekast.
‘Een biertje, schat?’ Ze lachte schuchter en trok ondeugend haar wenkbrauwen op. Elke lettergreep kwam verleidelijk over haar lippen. Het had het gewenste effect. Duane kreunde bij de aanblik van zijn god van mout en aluminium, en hij zakte meteen weer weg in de diepten van zijn opkomende kater. Hoeveel hij ook dronk, hij kon er nog steeds niet goed tegen. Binnen enkele ogenblikken was hij weer in diepe slaap verzonken. De babydollglimlach verdween van LuAnns gezicht en ze keek weer naar het papier. Het werk, had de man gezegd, hield in dat ze nieuwe producten zou proberen, naar reclame zou luisteren en haar mening over dingen zou geven. Een soort enquête. Demografische analyse, had hij het genoemd, wat dat ook mocht zijn. Ze deden het de hele tijd. Het had te maken met reclametarieven en televisiespotjes en dat soort dingen. Honderd dollar per dag, alleen om haar mening te geven, iets wat ze zo ongeveer elke minuut van haar leven voor niets deed.
Eigenlijk was het te mooi om waar te zijn. Dat was na zijn telefoontje al meermalen door haar hoofd gegaan. Ze was lang niet zo dom als haar vader had gedacht. Integendeel, achter haar mooie gezicht bevond zich een intellect dat veel groter was dan wijlen Benny Tyler zich had kunnen voorstellen, en dat ging gepaard met een schranderheid waarmee ze zich al jaren vrij goed door het leven had kunnen slaan. Ze droomde vaak van een leven waarin haar tieten en achterwerk niet het eerste, laatste en enige aan haar waren waar mensen ooit op letten of over spraken.
Ze keek naar Lisa. Het kleine meisje was nu wakker en keek de slaapkamer rond om vervolgens haar blik met veel plezier op het gezicht van haar moeder te laten rusten. LuAnn glimlachte terug naar haar kleine meisje. Hoe zou het erger kunnen zijn dan de omstandigheden waarin zij en Lisa op dit moment verkeerden? Meestal hield ze een baan een paar maanden, of als ze geluk had een halfjaar, en dan werd ze weggestuurd met de belofte dat ze weer in dienst werd genomen als er betere tijden kwamen, maar die kwamen nooit. Omdat ze geen schooldiploma had, ging iedereen ervan uit dat ze dom was. En omdat ze met Duane leefde, nam ze aan dat de mensen nog gelijk hadden ook. Aan de andere kant was hij Lisa’s vader, al was hij niet van plan met LuAnn te trouwen. Op dat laatste drong ze niet aan, want ze stond niet te springen om Duanes naam aan te nemen, tegelijk met de onvolwassen man die aan die naam vast zat. Maar omdat ze zelf niet bepaald in een gelukkig, geborgen gezin was opgegroeid, was LuAnn er stellig van overtuigd dat een gezinsleven van vitaal belang was voor het welzijn van het kind. Ze had alle bladen daarover gelezen en naar een heleboel talkshows over dat onderwerp gekeken. In Rikersville bleef LuAnn de bijstand meestal net een stap voor: voor elk rotbaantje stonden twintig mensen klaar. Lisa zou het veel beter hebben dan haar moeder – dat was LuAnns levensdoel. Maar met duizend dollar zou LuAnn het zelf misschien ook beter hebben. Een buskaartje naar een andere plaats. Wat geld om van te leven tot ze een baan had; het appeltje voor de dorst waarnaar ze al jaren had verlangd maar dat ze nooit bij elkaar had kunnen krijgen.
Rikersville was op sterven na dood. De caravan was in feite Duanes graf. Hij zou het nooit beter krijgen, en waarschijnlijk nog wel veel slechter voordat de grond hem opslokte. Het kon ook haar grafkelder worden, besefte LuAnn, alleen zou dat niet gebeuren. Niet na vandaag. Niet als ze naar die afspraak was geweest. Ze vouwde het papier op en stopte het weer in haar tasje. Vervolgens nam ze een doosje uit een van de laden en vond daarin genoeg kleingeld voor een buskaartje. Ze legde de laatste hand aan haar haar, maakte de knoopjes van haar jurk dicht, pakte Lisa op en verliet geruisloos de caravan en Duane.