•38•
Jackson zat aan de tafel en keek naar het kleine scherm van de laptop. Zijn suite was groot en luchtig en ingericht met meubilair in achttiende-eeuwse stijl. De oude hardhouten vloeren waren voor een deel bedekt met kleedjes waarop thema’s uit de vroege Amerikaanse koloniale tijd te zien waren. Aan een van de muren hing een groot houtsnijwerk, voorstellende een eend in volle vlucht. Aan een andere muur hing een rij ingelijste prenten, die elk een burger van Virginia voorstelden die lang geleden president van zijn land was geworden. Het hotel was gunstig gelegen voor het onderzoek dat hij aan het doen was. Het was rustig en het gaf Jackson alle gelegenheid om onopgemerkt in en uit te lopen. De vorige avond had hij zich uitgeschreven als Harry Conklin en zich daarna weer ingeschreven onder een andere naam. Hij deed dat graag. Hij vond het nooit prettig om te lang hetzelfde personage te blijven. Trouwens, in zijn rol van Conklin had hij Pemberton ontmoet en hij wilde de man niet nog een keer tegen het lijf lopen. Hij had nu een honkbalpet op. Aan weerskanten van zijn valse neus had hij dikke wallen van latex onder zijn ogen. Zijn haar zat tussen blond en grijs in en hij had een staartje dat onder de achterkant van de pet vandaan kwam. Zijn hals was lang en gerimpeld en zijn postuur was kort en gedrongen. Hij leek op een oude hippie. Zijn bagage stond netjes in een van de hoeken. Hij had de gewoonte om zijn spullen niet uit te pakken als hij op reis was. In zijn werk was een snelle aftocht soms noodzakelijk.
Twee uur geleden had hij de vingerafdrukken die hij in het huisje had gevonden met een scanner op zijn harde schijf gezet en vervolgens met een modem naar een van zijn contactpersonen gestuurd. Hij had die man eerst opgebeld en gezegd wat eraan kwam. Deze contactpersoon had toegang tot een database die zeeën van uiterst interessante feiten bevatte. Dat was ook de enige reden waarom Jackson de man jaren geleden had ingehuurd. Het stond niet vast dat de vingerafdrukken van de man die LuAnn achtervolgde ergens in een archief zaten, maar je kon het altijd proberen. Als de vingerafdrukken een naam opleverden, zou het voor Jackson veel gemakkelijker worden de man op te sporen.
Jackson glimlachte toen zijn computerscherm begon vol te lopen met informatie. De persoonlijke gegevens van de man gingen zelfs gepaard met een gedigitaliseerde foto.
Thomas J. Donovan. De foto was drie jaar oud, maar Jackson veronderstelde dat Donovan in die paar jaar niet veel veranderd zou zijn. Hij nam de onopvallende gelaatstrekken van de man zorgvuldig in zich op en keek toen naar de inhoud van zijn make-upkoffertje en de verschillende haarstukjes die hij had meegebracht. Ja, als het moest kon hij voor die man doorgaan. Hij kende Donovans naam trouwens wel. Donovan was een bekende journalist van de Washington Tribune. Ongeveer een jaar geleden had hij zelfs een uitgebreid stuk over de carrière van Jacksons vader als senator geschreven.
Jackson had het verhaal gelezen en het al gauw afgedaan als een flut artikel dat volkomen voorbijging aan de persoonlijke aspecten van zijn vader en diens monsterlijke gedrag. De geschiedenisboeken zouden de man welgezind zijn; zijn zoon wist wel beter.
Jacksons voorgevoel was juist gebleken. Hij had al gedacht dat de man die LuAnn achtervolgde geen gewone chanteur was. Het moest erg moeilijk zijn geweest haar op te sporen en alleen een onderzoeksjournalist of misschien een ex-rechercheur zou over de kennis, vaardigheden en vooral de informatiebronnen beschikken om dat voor elkaar te krijgen.
Jackson leunde achterover en dacht een ogenblik na. Eigenlijk zou een echte chanteur lang niet zo’n groot probleem voor hem zijn geweest. Donovan zat ongetwijfeld achter een verhaal aan, een enorm verhaal, en hij zou niet stoppen voor hij zijn doel bereikte – of iemand hem tegenhield. Het was een interessante uitdaging, maar hij kon de man niet simpelweg doden. Dat zou argwaan wekken. Bovendien had Donovan misschien aan anderen verteld waar hij mee bezig was, al wist Jackson dat de meeste journalisten van Donovans kaliber niets aan anderen vertelden tot ze hun verhaal in de openbaarheid brachten – om allerlei redenen, waarvan de angst dat een ander met hun primeur aan de haal ging niet de geringste was.
Hij moest vaststellen hoeveel Donovan wist en of hij iets aan iemand anders had verteld. Hij nam de telefoon, vroeg het nummer van de Tribune op en draaide het. Hij vroeg naar Thomas Donovan. Hij kreeg te horen dat Donovan vrij had genomen. Langzaam legde hij de hoorn op de haak. Als de man aan de telefoon was gekomen, zou hij niet met hem hebben gesproken. Wel had hij zijn stem willen horen, voor het geval dat hij daar later iets aan zou hebben. Jackson was ook een volleerd imitator en het nadoen van iemands stem was een geweldige manier om iemand anders te manipuleren.
Volgens Pemberton was Donovan al minstens een maand in de buurt van Charlottesville. Jackson dacht even na over een voor de hand liggende vraag: waarom had de man zich op LuAnn geconcentreerd en niet op een van de andere lottowinnaars? Bijna onmiddellijk wist Jackson het antwoord: omdat zij de enige was die van moord werd verdacht en voor de politie op de vlucht was, de enige die tien jaar geleden verdwenen was en nu weer boven water was gekomen. Maar hoe kon Donovan haar op het spoor zijn gekomen? De sporen waren indertijd goed uitgewist, en in de loop van die tien jaar nog dieper begraven, al had LuAnn een grote blunder begaan door naar de Verenigde Staten terug te keren.
Toen schoot hem iets te binnen. Blijkbaar kende Donovan de namen van lottowinnaars in het jaar dat Jackson de lotto had gemanipuleerd, misschien zelfs alle namen. Als hij nu eens probeerde contact op te nemen met sommigen van de anderen? Als hij bij LuAnn nu eens niets bereikte – en Jackson was daar vrij zeker van – zou het voor de hand liggen dat hij de anderen benaderde. Jackson nam zijn elektronische Rolodex en begon telefoongesprekken te voeren. Na een halfuur had hij contact gehad met alle andere elf. Vergeleken met LuAnn waren het makke schapen. Ze deden wat hij zei dat ze moesten doen. Hij was hun heiland, de man die hen naar het beloofde land van rijkdom en nietsdoen had geleid. Als Donovan nu toehapte, zou de val dichtklappen.
Jackson begon door de kamer te lopen. Hij bleef staan en maakte zijn aktetas open. Hij haalde de foto’s eruit. Die waren genomen op zijn eerste dag in Charlottesville, nog voordat hij Pemberton had ontmoet. De foto’s waren van goede kwaliteit, als je bedacht dat hij een langeafstandslens had gebruikt en het vroege ochtendlicht niet gunstig was geweest. De gezichten keken naar hem terug. Sally Beecham zag er moe en zorgelijk uit. Ze was een vrouw van in de veertig, lang en slank, en ze was LuAnns inwonende huishoudster. Ze had haar kamers op de benedenverdieping, aan de noordkant van het huis. Hij keek aandachtig naar de volgende twee foto’s. Twee jonge vrouwen, zo te zien uit Zuid-Amerika, waren de schoonmaaksters. Ze kwamen om negen uur en vertrokken om zes uur. Ten slotte waren er de foto’s van het terreinpersoneel. Jackson bestudeerde alle gezichten. Toen hij de foto’s nam, had hij de mensen goed bestudeerd: hoe ze bewogen, welke gebaren ze maakten. Met zijn afstandsmicrofoon had hij hun stemmen perfect opgenomen. Hij had keer op keer naar hun stemmen geluisterd, net zoals hij zojuist naar de stem van Riggs had geluisterd. Ja, zo langzamerhand had hij alles voor elkaar. Al die elementen maakten deel uit van zijn strategisch gevechtsplan: elke soldaat op de juiste plaats. Misschien hoefde hij nooit iets te gebruiken van de informatie over Catherine Savages dagelijks leven die hij zo nauwgezet had verzameld. Maar mocht hij er wel gebruik van moeten maken, dan had hij alles in gereedheid. Hij borg de foto’s op en sloot de aktetas.
Uit een geheim vakje in zijn koffer haalde hij een werpmes met kort heft. Het mes was in China met de hand gemaakt, en het lemmet was zo scherp dat je het niet met je blote hand kon aanraken zonder dat er bloed kwam. Het had een perfect uitgebalanceerd houten handgreepje. Jackson liep door de kamer en liet zijn gedachten even afdwalen. LuAnn was ongewoon snel, lenig, soepel, woorden die ook op hemzelf van toepassing waren. Ja, ze was er stellig op vooruit gegaan. Wat had ze nog meer geleerd? Kon ze nog meer dingen die ze vroeger niet kon? Hij vroeg zich af of ze hetzelfde voorgevoel had gehad als hij, namelijk dat hun wegen elkaar op een dag weer zouden kruisen, als twee treinen die op elkaar botsten. En had ze alles op alles gezet om zich daarop voor te bereiden? Zes meter. Op die afstand had ze hem met die briefopener kunnen doden. Hoe snel hij ook was, het lemmet zou zich in zijn hart hebben geboord voordat hij de kans zou hebben gehad om te reageren.
Bij die laatste gedachte draaide Jackson zich bliksemsnel om en liet het mes wegschieten. Het vloog door de kamer, splitste de kop van de eend volledig in tweeën en begroef zich enkele centimeters in de muur. Jackson schatte de afstand tussen zichzelf en zijn doelwit in: minstens tien meter. Hij glimlachte. Als LuAnn verstandig was geweest, zou ze hem hebben gedood. Ongetwijfeld had ze zich door haar geweten laten tegenhouden. Dat was haar grootste zwakheid en Jacksons grootste voordeel, want hijzelf had die handicap absoluut niet.
En als het eropaan kwam, zou dat uiteindelijk de beslissende factor zijn, wist hij.