•54•
Jackson nam de shuttlevlucht van Delta naar New York. Hij had extra materialen nodig en hij ging Roger oppikken. Hij kon Roger niet op eigen gelegenheid laten reizen, want je wist nooit of hij op zijn bestemming aankwam. Daarna zouden ze weer naar het zuiden gaan. Tijdens de korte vlucht nam Jackson contact op met de man die Charlie en Lisa volgde. Ze hadden ergens een tussenstop gemaakt. Charlie had getelefoneerd, natuurlijk met LuAnn. Ze waren doorgereden en zouden straks Virginia vanuit het zuiden weer binnenrijden. Het ging allemaal erg goed. Een uur later zat Jackson in een taxi die zich een weg door Manhattan zocht om bij zijn flat te komen.
Horace Parker keek nieuwsgierig om zich heen. Hij was al meer dan vijftig jaar portier van een appartementengebouw, waar de gemiddelde flat vijfhonderd vierkante meter groot was en meer dan vijf miljoen kostte, met een penthouse van drie keer zo groot dat twintig miljoen waard was, maar zoiets als dit had hij nooit eerder gezien. Een klein leger van mannen in fbi -jacks rende de hal door en de privélift van het penthouse in. Hun gezichten stonden grimmig en ze waren tot de tanden bewapend.
Hij ging weer naar buiten en keek naar weerskanten de straat in. Er stopte een taxi. Jackson stapte eruit. Parker ging meteen naar hem toe. De portier kende hem het grootste deel van zijn leven. Jaren geleden had hij met Jackson en zijn jongere broer Roger muntjes geworpen in de enorme fontein in de hal. Om wat bij te verdienen had hij op hen gepast en was hij in de weekends met hen naar Central Park gegaan; hij had hun eerste biertjes voor ze gekocht toen ze nog maar net in de puberteit waren. Uiteindelijk had hij ze zien opgroeien en het nest zien verlaten. De Cranes, had hij gehoord, waren aan lager wal geraakt, en ze hadden New York verlaten. Maar Peter Crane was teruggekomen en had het penthouse gekocht. Blijkbaar had hij erg goed geboerd.
‘Goedenavond, Horace,’ zei Jackson hartelijk.
‘Goedenavond, meneer Crane,’ zei Parker, en hij tikte tegen zijn pet.
Jackson begon hem voorbij te lopen.
‘Meneer Crane?’
Jackson keek hem aan. ‘Wat is er? Ik heb nogal haast, Horace.’
Parker keek naar boven. ‘Er zijn mannen naar het gebouw gekomen, meneer Crane. Ze gingen regelrecht naar uw appartement. Een heel stel. Ze zijn van de fbi . Met pistolen en al, ik heb nog nooit zoiets meegemaakt. Ze zijn nu boven. Ik denk dat ze wachten tot u thuiskomt, meneer.’
Jackson antwoordde kalm en direct. ‘Dank je voor de informatie, Horace. Het is een misverstand.’
Jackson stak zijn hand uit, en Parker pakte hem vast. Meteen daarna draaide Jackson zich om en liep van het appartementengebouw vandaan. Toen Parker zijn hand opende, zat er een pakje biljetten van honderd dollar in. Hij keek discreet om zich heen, stopte het geld in zijn zak en nam zijn positie bij de deur weer in.
Vanuit de schaduw van een steegje aan de overkant van de straat keek Jackson omhoog naar het appartementengebouw. Hij keek hoger en hoger tot zijn blik op de ramen van het penthouse kwam te rusten. Zijn penthouse. Hij zag de silhouetten langzaam achter de ramen langs bewegen, en zijn lippen begonnen te beven van verontwaardiging. Hoe durfden ze in zijn huis binnen te dringen? De mogelijkheid dat ze hem tot zijn privéadres hadden opgespoord, was niet in hem opgekomen. Hoe zou dat kunnen? Maar daar kon hij zich nu niet druk om maken. Hij ging naar een andere straat en voerde een telefoongesprek. Twintig minuten later werd hij opgepikt door een limousine. Hij belde zijn broer en zei dat die onmiddellijk zijn flat moest verlaten, zelfs zonder zijn bagage te pakken. Jackson zou hem ontmoeten voor het St. James Theater. Jackson wist niet zeker hoe de politie achter zijn identiteit was gekomen, maar het gevaar bestond dat ze ook naar Roger Cranes appartement gingen. Vervolgens stopte hij ergens om wat benodigdheden uit een andere, kleinere flat te halen die hij onder een valse naam had. Via een van zijn talloze vennootschappen bezat hij een privévliegtuig op de luchthaven La Guardia, compleet met fulltime bemanning. Hij belde vooruit, opdat de piloot van dienst zijn vluchtplan zo snel mogelijk kon indienen. Jackson was niet van plan om duimen te zitten draaien in de wachtruimte. De limousine zou hen regelrecht naar het vliegveld brengen. Toen hij dat had geregeld, pikte hij zijn broer bij het theater op.
Roger was twee jaar jonger en smal gebouwd, maar ook pezig, net als zijn oudere broer. Hij had hetzelfde golvende donkere haar en dezelfde fijne trekken. En nu was hij erg nieuwsgierig naar de reden waarom zijn broer zo abrupt in zijn leven was teruggekeerd. ‘Ik kon niet geloven dat je me zomaar belde. Wat is er aan de hand, Peter?’
‘Hou je mond, ik moet nadenken.’ Hij keek zijn jongere broer plotseling aan. ‘Heb je het nieuws gezien?’
Hij schudde zijn hoofd. ‘Ik kijk meestal geen tv. Hoezo?’
Blijkbaar wist hij niet van Alicia’s dood. Dat was gunstig. Jackson gaf zijn broer geen antwoord. Hij leunde achterover en nam in zijn hoofd een schijnbaar oneindig aantal scenario’s door.
In een halfuur waren ze op La Guardia. Even later hadden ze de skyline van Manhattan achter zich gelaten. Ze waren op weg naar het zuiden.
De mannen van de fbi gingen inderdaad naar Roger Cranes flatje, maar ze waren een beetje te laat. Overigens vonden ze alles wat ze in Peter Cranes penthouse hadden ontdekt veel interessanter.
Masters en Berman ontdekten op hun ronde door het immense penthouse Jacksons make-up- en archiefkamer en zijn gecomputeriseerde commandocentrum.
‘Allemachtig,’ zei Berman, die met zijn handen in zijn zakken naar de maskers, make-upsets en kledingrekken keek. Masters hield het plakboek voorzichtig vast; hij droeg handschoenen. Overal waren fbi -technici op zoek naar bewijsmateriaal.
‘Zo te zien had Riggs gelijk. Eén man. Misschien kunnen we dit alles inderdaad overleven,’ zei Masters.
‘Wat is onze volgende stap?’
Masters gaf meteen antwoord: ‘We concentreren ons op Peter Crane. We kijken naar hem uit op de vliegvelden en trein- en busstations. Ik wil afzettingen op alle verkeersaders die de stad uit leiden. Je zegt tegen alle mannen dat hij uiterst gevaarlijk is en dat hij een meester in vermommingen is. Stuur overal foto’s van die kerel heen, al zullen we daar niet veel aan hebben. We hebben hem van zijn thuisbasis afgesneden, maar hij beschikt blijkbaar over enorme financiële middelen. Als het ons lukt hem op te sporen, wil ik niet dat er onnodige risico’s worden genomen. Zeg tegen de mannen dat ze hem bij de minste bedreiging moeten neerschieten.’
‘En Riggs en Tyler?’ vroeg Berman.
‘Zolang ze niet in de weg staan, is er niets aan de hand. Als ze bij Crane in de buurt komen, nou, dan is er geen garantie. Ik ga mijn mannen niet in gevaar brengen om te zorgen dat die twee niets overkomt. Wat mij betreft, hoort LuAnn Tyler in de gevangenis thuis. Maar daardoor kunnen we haar onder druk zetten. We kunnen haar naar de gevangenis sturen, tenminste daarmee dreigen. Ik denk dat ze haar mond wel houdt. Ga jij maar toezicht houden op het doorzoeken van de flat.’
Terwijl Berman dat deed, ging Masters zitten en las hij de achtergrondinformatie bij LuAnns foto. Hij was daar bijna mee klaar toen Berman terugkwam.
‘Denk je dat Crane nu achter Tyler aan gaat?’ vroeg Berman.
Masters gaf geen antwoord. In plaats daarvan keek hij naar de foto van LuAnn Tyler, die hem vanuit het fotoalbum aanstaarde. Hij begreep nu waarom ze als lottowinnaar was uitgekozen. Waarom ze allemaal waren uitgekozen. Hij had nu een veel duidelijker beeld van wie LuAnn Tyler was en waarom ze had gedaan wat ze had gedaan. Ze was straatarm geweest, levend in een vicieuze cirkel van armoede, en ze had ook nog een baby gehad. Geen hoop. Alle uitgekozen winnaars hadden dat met elkaar gemeen gehad: geen hoop. Ze waren rijp geweest voor het plan van die man. Op Masters’ gezicht waren de emoties te zien die hij voelde. Op dat moment begon George Masters zich om allerlei redenen enorm schuldig te voelen.
Het liep tegen middernacht toen Riggs en LuAnn bij een motel stopten. Nadat ze zich hadden ingeschreven, belde Riggs naar George Masters. De fbi -agent was net uit New York teruggekeerd. Hij vertelde Riggs wat er gebeurd was sinds ze elkaar voor het laatst hadden gesproken. Nadat hij die informatie had ontvangen, hing Riggs op en keek hij in de gespannen ogen van LuAnn.
‘Wat is er gebeurd? Wat zeiden ze?’
Riggs schudde zijn hoofd. ‘Zoals verwacht. Jackson was er niet, maar ze vonden genoeg bewijsmateriaal om hem minstens voor de rest van zijn leven achter de tralies te houden. Inclusief een plakboek met alle lottowinnaars.’
‘Dus hij was inderdaad familie van Alicia Crane.’
Riggs knikte grimmig. ‘Hij is haar oudere broer Peter. Jackson heet eigenlijk Peter Crane. Tenminste, daar wijst alles op.’
LuAnn zette grote ogen op. ‘Dan heeft hij zijn eigen zuster vermoord.’
‘Daar ziet het naar uit.’
‘Omdat ze te veel wist? Vanwege Donovan?’
‘Ja. Jackson kon het risico niet nemen. Misschien ging hij in vermomming naar haar toe, of misschien als zichzelf. Hij liet haar vertellen wat ze wist, en misschien zei hij tegen haar dat hij Donovan had vermoord. Wie weet. Blijkbaar had ze een relatie met Donovan. Misschien werd ze kwaad en dreigde ze naar de politie te gaan. Op een gegeven moment heeft hij haar vermoord, daar ben ik zeker van.’
LuAnn huiverde. ‘Waar denk je dat hij is?’
Riggs haalde zijn schouders op. ‘De fbi is bij hem thuis, maar het ziet ernaar uit dat die man zeeën van geld heeft, en duizend plaatsen waar hij heen kan gaan, en tien gezichten en identiteiten die hij kan gebruiken. Het zal niet meevallen hem te pakken te krijgen.’
‘Je bedoelt, het zal voor ons niet meevallen om ons aan de afspraak te houden?’ LuAnn klonk een beetje sarcastisch.
‘We hebben de fbi zijn identiteit gegeven, verdomme. Ze zitten nu in zijn hoofdkwartier. Toen ik zei dat we hem zouden leveren, wilde dat niet zeggen dat we hem in een doos zouden doen, met een lintje eromheen, en dat we die doos dan op de stoep van het Hoover Building zouden neerzetten. Wat mij betreft, hebben we ons aan ons deel van de afspraak gehouden.’
LuAnn slaakte een diepe zucht. ‘Dus je bedoelt dat alles in orde is? Met de fbi ? En met Georgia?’
‘We moeten nog wat details uitwerken, maar ja, ik denk van wel. Zonder dat ze het weten, heb ik het hele gesprek in het Hoover Building op de band opgenomen. Ik heb Masters, de directeur van de fbi en de minister van Justitie zelf, handelend op gezag van niemand minder dan de president, allemaal op de band staan. Ze gaan akkoord met mijn voorstel. Ze kunnen ons nu niet meer bedreigen. Maar ik moet ook eerlijk tegen je zijn. De belastingdienst zal een flinke bres in je bankrekening slaan. Na zoveel jaar van boetes en rente weet ik niet hoeveel geld je nog overhoudt, als je al iets overhoudt.’
‘Dat kan me niet schelen. Ik wil mijn belastingen betalen, al kost me dat alles wat ik heb. Dat geld kwam me eigenlijk toch niet toe. Ik wil alleen weten of ik de rest van mijn leven over mijn schouder moet kijken.’
‘Je gaat niet naar de gevangenis, als je dat bedoelt.’ Hij streek met zijn hand over haar wang. ‘Je kijkt niet erg blij.’
Ze kreeg een kleur en glimlachte naar hem. ‘Toch ben ik dat wel.’ Maar haar glimlach was gauw weer verdwenen.
‘Ik weet wat je denkt.’
‘Zolang ze Jackson niet te pakken krijgen,’ gooide ze eruit, ‘is mijn leven geen cent waard. Of het jouwe. Of dat van Charlie.’ Haar lippen beefden. ‘Of dat van Lisa.’ Ze sprong plotseling overeind en greep de telefoon.
‘Wat doe je?’ vroeg Riggs.
‘Ik moet mijn dochter zien. Ik moet weten dat ze veilig is.’
‘Wacht even. Wat ga je ze vertellen?’
‘Dat we elkaar ergens kunnen ontmoeten. Ik wil haar bij me hebben. Er overkomt haar niets zonder dat het niet eerst mij overkomt.’
‘LuAnn, luister...’
‘Dit staat niet ter discussie.’ Ze klonk woest.
‘Goed, goed, jij je zin. Maar waar ontmoeten we ze dan?’
LuAnn streek met haar hand over haar voorhoofd. ‘Ik weet het niet. Doet het er iets toe?’
‘Waar zijn ze nu?’ vroeg Riggs.
‘Toen ik voor het laatst van ze hoorde, waren ze weer op weg naar het zuiden van Virginia.’
Hij wreef over zijn kin. ‘Waar rijdt Charlie in?’
‘De Range Rover.’
‘Geweldig. Daar kunnen we met zijn allen in. We ontmoeten ze ergens waar ze nu zijn. We laten de huurauto achter en gaan ervandoor. We gaan ergens heen en wachten tot de fbi de zaak heeft afgehandeld. Nou, bel ze maar, dan ga ik naar die 24-uurs hamburgertent die we onderweg zagen en haal ik wat te eten voor ons.’
‘Goed.’
Toen Riggs met twee zakken eten terugkwam, was LuAnn niet meer aan het telefoneren.
‘Kon je ze bereiken?’
‘Ze zijn in een motel aan de rand van Danville, Virginia. Maar ik moet ze terugbellen om ze te laten weten wanneer we daarheen gaan.’ Ze keek om zich heen. ‘Waar zijn we hier eigenlijk?’
‘We zijn in Edgewood, Maryland, ten noorden van Baltimore. Danville ligt ruim honderdvijftig kilometer ten zuiden van Charlottesville. Dat betekent dat we ongeveer vijf of zes uur van Danville vandaan zijn.’
‘Goed, als we nu meteen vertrekken...’
‘LuAnn, het is na middernacht. Ze liggen waarschijnlijk te slapen, denk je niet?’
‘Nou, en?’
‘Nou, wij kunnen ook wat slapen. Daar hebben we allebei behoefte aan. We staan vroeg op, dan zijn we morgen tegen de middag bij ze.’
‘Ik wil niet wachten. Ik wil dat Lisa veilig bij mij is.’
‘LuAnn, het is niet veilig om te rijden als je doodmoe bent. Ook als we nu beginnen, zijn we er pas om vijf of zes uur morgenvroeg. Tussen nu en dan zal er niets gebeuren. Ik vind dat we vandaag al genoeg opwinding hebben gehad. En als Lisa weet dat je vannacht komt, doet ze geen oog dicht.’
‘Dat kan me niet schelen. Ik heb liever dat ze slaperig en veilig is.’
Riggs schudde langzaam met zijn hoofd. ‘LuAnn, er is nog een reden waarom we ze nog niet meteen willen ontmoeten, en dat heeft ook met Lisa’s veiligheid te maken.’
‘Waar heb je het over?’
Riggs stak zijn handen in zijn zakken en leunde tegen de muur. ‘Jackson loopt nog ergens rond. Dat is een feit. Nou, de laatste keer dat we hem zagen, rende hij het bos in. Hij kan gemakkelijk zijn teruggekomen en ons zijn gevolgd.’
‘Maar Donovan en Bobbie Jo Reynolds en Alicia Crane dan? Die heeft hij vermoord.’
‘We denken dat hij ze heeft vermoord, of ze door iemand heeft laten vermoorden. Of misschien heeft hij ze zelf allemaal vermoord en iemand ingehuurd om ons te volgen. Die man beschikt over enorm veel geld; er is niet veel wat hij niet kan kopen.’
LuAnn dacht even aan Anthony Romanello. Jackson had hem ingehuurd om haar te doden. ‘Dus Jackson zou van ons gesprek met de fbi kunnen weten? Hij zou kunnen weten waar we op dit moment zijn?’
‘En als we in allerijl naar Lisa gaan, leiden we hem ook naar haar toe.’
LuAnn liet zich op het bed zakken. ‘Dat kunnen we niet doen, Matthew,’ zei ze vermoeid.
Hij wreef over haar schouders. ‘Ik weet het.’
‘Maar ik wil mijn kleine meisje zien. Kan dat niet?’
Riggs dacht enkele minuten na en ging toen naast haar op het bed zitten. Hij pakte haar handen vast. ‘Goed, we blijven hier overnachten. In het donker kan iemand ons veel gemakkelijker volgen zonder zelf te worden opgemerkt. Morgen vertrekken we in alle vroegte naar Danville. Dan let ik op iedereen die ook maar een beetje verdacht is. Als ex-undercoveragent ben ik daar vrij goed in. We nemen B-wegen, stoppen vaak en nemen soms een stukje de snelweg. Dan kan niemand ons volgen. We ontmoeten Charlie en Lisa bij het motel en laten Charlie haar dan regelrecht naar het plaatselijke fbi -kantoor in Charlottesville brengen. We volgen in onze auto, maar gaan niet naar binnen. Ik wil dat ze je nog niet te pakken krijgen. Maar omdat we een afspraak met de fbi hebben gemaakt, kunnen we net zo goed gebruikmaken van hun bescherming. Hoe klinkt dat?’
Ze glimlachte. ‘Dus ik zie Lisa morgen?’
Hij nam haar kin in zijn hand. ‘Morgen.’
LuAnn belde Charlie en ze spraken af dat ze elkaar de volgende dag om één uur in het motel in Danville zouden ontmoeten. Als Charlie, Riggs en zijzelf er waren om haar kleine meisje te beschermen, moest Jackson maar eens iets proberen. Onder zulke omstandigheden gaf ze hem weinig kans.
Ze stapten in bed en Riggs sloeg zijn goede arm om haar slanke taille en kroop tegen haar aan. Zijn 9 mm lag onder zijn kussen en hij had een stoel strak onder de deurkruk geklemd. Verder had hij een gloeilampje losgemaakt en kapotgemaakt en de scherven voor de deur gelegd. Hoewel hij niet verwachtte dat er iets zou gebeuren, wilde hij, als er toch iets gebeurde, zo vroeg mogelijk gewaarschuwd worden.
Toen hij naast haar lag, had hij wel het gevoel dat ze alles hadden gedaan wat ze konden, maar voelde hij zich toch niet op zijn gemak. Ze voelde dat blijkbaar aan, draaide zich naar hem om en streek zachtjes over zijn gezicht.
‘Is er iets?’
‘Spanning, denk ik. Toen ik bij de fbi was, had ik grote moeite om mijn geduld te bewaren. Ik schijn van nature een afkeer van uitgestelde bevrediging te hebben.’
‘Is dat alles?’ vroeg ze. Riggs knikte langzaam. ‘Je hebt er geen spijt van dat je je met dit alles hebt ingelaten?’
Hij trok haar dichter naar zich toe. ‘Waarom ter wereld zou ik daar spijt van hebben?’
‘Nou, laat me een paar dingen voor je opsommen. Je hebt een mes in je arm gekregen en het scheelde niet veel of je was gedood. Een gek doet waarschijnlijk zijn best om ons te doden. Je stak bij de fbi je nek voor me uit. Je nieuwe identiteit is naar de maan, en als gevolg daarvan zullen de mensen die je probeerden te doden dat waarschijnlijk opnieuw proberen. Je rijdt met mij door het land en probeert iedereen één stap voor te blijven, en je bedrijf gaat naar de bliksem, en het ziet er niet naar uit dat ik ook maar een stuiver overhou om jou alle schade die je voor mij hebt geleden te vergoeden. Is dat genoeg?’
Riggs streek door haar haar. Hij vond dat hij het net zo goed meteen kon zeggen. Wie kon zeggen hoe het verder zou gaan? Misschien kreeg hij geen tweede kans.
‘Je vergat te vermelden dat ik verliefd op je ben geworden.’
Ze hield haar adem in en keek hem aan, nam elke subtiele trilling in zich op, probeerde uit zijn hele gezicht een betekenis af te leiden. Al die tijd galmden zijn woorden door haar hoofd. Ze probeerde iets te zeggen, maar kon het niet.
Hij vulde de stilte op. ‘Ik weet dat het waarschijnlijk het meest verkeerde moment van de wereld is, maar ik wilde het je gewoon laten weten.’
‘O, Matthew,’ kon ze ten slotte uitbrengen. Haar stem beefde. Alles aan haar beefde.
‘Ik weet zeker dat je die woorden al eerder hebt gehoord. Vele malen, van mannen die veel beter af waren...’
Ze legde haar hand op zijn mond, maar het duurde een hele tijd voor ze iets zei. Hij kuste teder haar vingers.
Haar stem klonk hees, alsof ze de woorden uit de diepte moest halen. ‘Andere mannen hebben die woorden gezegd. Maar dit is de eerste keer dat ik echt luister.’
Ze streelde zijn haar en in de duisternis zochten en vonden haar lippen de zijne en verzonken daar langzaam en diep in. Ze kleedden elkaar blindelings uit, tastend en strelend met hun vingers. LuAnn begon zachtjes te huilen. Nerveuze angst en intens geluk, een onwaarschijnlijke combinatie, streden in haar om de voorrang. Ten slotte hield ze gewoon op met denken en gaf ze zich over aan waar ze zoveel jaren in zoveel landen naar had verlangd. Het was een verlangen uit kostbare dromen die ruw in nachtmerries overgingen, nachtmerries die op een gemene manier werkelijkheden ten tonele voerden die op hun beurt nooit meer dan extreme twijfel aan haar leven in haar opriepen. Ze klampte zich aan Matthew Riggs vast, alsof ze besefte dat dit misschien haar laatste kans was. Hun lichamen waren lange tijd een voordat ze zich ontspanden. Veilig in elkaars armen vielen ze uitgeput in slaap.