•46•
Met de autotelefoon belde LuAnn het nummer dat Jackson haar had gegeven. Hij belde haar binnen een minuut terug.
‘Ik ben ook onderweg,’ zei hij. ‘We moeten praten.’
‘Ik breng verslag aan je uit, zoals je zei.’
‘Natuurlijk. Ik neem aan dat je me heel wat te vertellen hebt.’
‘Ik geloof niet dat we met een groot probleem zitten.’
‘O, nee? Ik ben erg blij dat te horen.’
Geërgerd zei LuAnn: ‘Wil je het horen of niet?’
‘Ja, maar persoonlijk.’
‘Waarom?’
‘Waarom niet?’ wierp hij tegen. ‘En ik heb informatie die je zal interesseren.’
‘Waarover?’
‘Nee, over wie. Matt Riggs. Bijvoorbeeld zijn echte naam, zijn echte verleden, en waarom je uiterst voorzichtig moet zijn als je met hem te maken hebt.’
‘Dat kun je me allemaal wel door de telefoon vertellen.’
‘LuAnn, misschien heb je me niet gehoord. Ik zei dat we elkaar persoonlijk zullen ontmoeten.’
‘Waarom zou ik?’
‘Ik zal je een heel goede reden geven. Als je het niet doet, vind ik Riggs en dood ik hem in het komende halfuur. Ik hak zijn hoofd af en stuur het over de post naar je toe. Als je hem belt om hem te waarschuwen, ga ik naar je huis en dood ik daar iedereen, van de dienstmeisjes tot en met de tuinknechten, en dan laat ik het tot de grond toe afbranden. Daarna ga ik naar de exclusieve school van je lieve dochtertje en slacht daar ook iedereen af. Je kunt blijven bellen, je kunt proberen de hele stad te waarschuwen, maar dan ga ik gewoon in het wilde weg mensen vermoorden. Is dat reden goed genoeg, LuAnn, of wil je nog meer horen?’
LuAnn, lijkbleek en bevend van al dat verbale geweld, had moeite met ademhalen. Ze wist dat hij elk krankzinnig woord meende. ‘Waar en wanneer?’
‘Net als vroeger. Over vroeger gesproken, waarom vraag je Charlie niet om ook te komen? Dit geldt ook voor hem.’
LuAnn hield de telefoon van haar oor vandaan en keek ernaar alsof ze wilde dat het apparaat zou smelten, tegelijk met de man aan de andere kant van de lijn. ‘Hij is er momenteel niet.’
‘Wel, wel. En ik dacht dat hij nooit van je zijde zou wijken, de trouwe dienaar.’
Iets in zijn stem beroerde een snaar in LuAnns geheugen, maar ze wist zo gauw niet wat het was. ‘We zijn geen Siamese tweeling. Hij heeft een eigen leven.’
Nu nog wel, dacht Jackson. Nu nog wel, net als jij. Maar ik heb mijn twijfels. Echt waar.
‘Laten we elkaar ontmoeten in het huisje waar onze nieuwsgierige vriend tijdelijk woonde. Kun je daar over een halfuur zijn?’
‘Ik ben over een halfuur in het huisje.’
Jackson hing op en tastte automatisch naar het mes dat in zijn jasje verzorgen zat.
Vijftien kilometer van hem vandaan, maakte LuAnn bijna dezelfde beweging. Ze schoof de veiligheidspal van haar .44.
In de vallende schemering reed LuAnn over de met bomen omgeven, met bladeren bestrooide zandweg. Het was hier erg donker. Het had de vorige nacht hard geregend en toen ze door een diepe modderplas reed, spatte er water tegen haar voorruit. Ze schrok ervan. Het huisje stond een eind verderop. Ze ging langzamer rijden en tuurde voor zich uit. Ze zag geen auto, geen mens. Dat betekende niets, wist ze. Jackson kon verschijnen en verdwijnen wanneer hij maar wilde, met nog minder sporen dan dat van een kiezelsteentje dat over de oceaan scheerde. Ze bracht de bmw voor het vervallen huisje tot stilstand en stapte uit. Ze knielde een ogenblik neer en keek naar de grond. Er waren geen andere sporen. Als ze er waren geweest, zouden ze duidelijk in de modder te zien zijn geweest.
LuAnn keek aandachtig naar de buitenkant van het huisje. Hij was er al, daar was ze zeker van. Het leek wel of de man een geur verspreidde die zij alleen kon ruiken, een geur als van een graf, muf en schimmelig. Ze haalde een laatste keer diep adem en begon naar de deur te lopen.
Zodra ze het huisje was binnengegaan, keek LuAnn om zich heen.
‘Je bent vroeg.’ Jackson kwam uit de schaduw naar voren. Hij had hetzelfde gezicht als op hun eerdere persoonlijke ontmoetingen. Dat soort consistentie sprak hem erg aan. Hij droeg een leren jasje en een spijkerbroek en had een zwarte skimuts op zijn hoofd. Aan zijn voeten had hij donkere bergschoenen. ‘Maar je bent tenminste alleen gekomen,’ voegde hij eraan toe.
‘Ik hoop dat we van jou hetzelfde kunnen zeggen.’ LuAnn schuifelde een beetje opzij, zodat ze met haar rug niet tegen de deur maar tegen een muur stond.
Jackson zag waarom ze dat deed en glimlachte vaag. Hij sloeg zijn armen over elkaar, leunde tegen de muur en drukte zijn lippen op elkaar. ‘Je kunt beginnen met verslag uitbrengen,’ beval hij.
LuAnn hield haar handen in haar zakken, haar ene vuist om haar pistool geklemd. Het lukte haar om de loop dwars door de zak op Jackson te richten.
Haar bewegingen waren erg subtiel, maar Jackson hield zijn hoofd schuin en glimlachte. ‘Nu meen ik me toch duidelijk te herinneren dat je nooit in koelen bloede zou doden.’
‘Er zijn uitzonderingen op alles.’
‘Fascinerend, maar we hebben geen tijd voor spelletjes. Je verslag?’
LuAnn begon in korte salvo’s te spreken. ‘Ik heb Donovan ontmoet. Dat is de man die me volgde. Thomas Donovan.’ LuAnn nam aan dat Jackson al op Donovans identiteit was gestuit. Onderweg had ze besloten dat ze Jackson het beste vooral de waarheid kon vertellen. Alleen op kritieke punten zou ze liegen. Met halve waarheden kon je erg goed geloofwaardig overkomen, en op dit moment had ze alle trucs nodig die ze kon bedenken. ‘Hij is journalist. Hij werkt voor de Washington Tribune .’
Jackson ging op zijn hurken zitten en drukte zijn handen voor zich tegen elkaar. Zijn ogen bleven strak op haar gericht. ‘Ga verder.’
‘Hij deed een verhaal over de loterij. Twaalf van de winnaars van tien jaar geleden.’ Ze knikte naar Jackson. ‘Je weet welke; ze hebben het financieel allemaal erg goed gedaan.’
‘Nou en?’
‘Nou, Donovan wilde weten hoe dat kon, omdat zoveel van de andere winnaars failliet zijn gegaan. Elk jaar bijna hetzelfde percentage, zei hij. Dus jouw twaalf vielen hem op.’
Jackson kon zijn ergernis goed verbergen. Hij hield niet van losse eindjes, en dit was er duidelijk een geweest. LuAnn sloeg hem nauwlettend gade. Ze zag aan zijn gezicht dat hij nu toch een klein beetje aan zichzelf twijfelde. Dat was enorm geruststellend voor haar, maar dit was niet het moment om daarbij stil te staan.
‘Wat heb je tegen hem gezegd?’
‘Ik heb tegen hem gezegd dat ik door iemand van de lotto naar een uitstekende beleggingsfirma was verwezen. Ik heb hem de naam gegeven van de beleggingsfirma waar jij gebruik van maakt. Ik neem aan dat het een legitieme firma is.’
‘Jazeker,’ antwoordde Jackson. ‘Tenminste wel aan de oppervlakte. En de anderen?’
‘Ik heb tegen Donovan gezegd dat ik niets van hen wist, maar dat ze misschien wel naar dezelfde firma waren verwezen.’
‘En daar trapte hij in?’
‘Laten we zeggen dat hij teleurgesteld was. Hij wilde een verhaal schrijven over rijke mensen die arme mensen belazerden: je weet wel, ze winnen de loterij en dan komen er malafide beleggingsfirma’s die hun rekeningen plunderen en alles inpikken, zodat de winnaar uiteindelijk met lege handen achterblijft, nou ja, afgezien van de advocatenrekeningen voor zijn faillissement. Ik heb tegen hem gezegd dat ik dat per se wilde voorkomen. Ik had het gewoon erg goed gedaan.’
‘En hij wist van je situatie in Georgia?’
‘Daardoor was ik in het begin onder zijn aandacht gekomen, denk ik.’ LuAnn slaakte een zucht van verlichting, want ze zag Jackson vaag knikken. Blijkbaar was hij tot dezelfde conclusie gekomen. ‘Hij dacht dat ik zou bekennen dat het een groot complot was, denk ik.’
Jacksons ogen schitterden. ‘Had hij nog meer theorieën, bijvoorbeeld dat er met de lotto geknoeid was?’
Als ze nu aarzelde, zou dat rampzalig zijn, wist LuAnn, en daarom antwoordde ze meteen: ‘Nee. Al geloofde hij dat hij een groot verhaal in handen had. Ik heb tegen hem gezegd dat hij contact met de beleggingsfirma kon opnemen, dat ik niets te verbergen had. Dat nam hem de wind uit de zeilen, geloof ik. Ik zei dat als hij contact met de politie van Georgia wilde opnemen, hij zijn gang kon gaan; dat het misschien tijd werd om de dingen in de openbaarheid te brengen.’
‘Dat meende je niet.’
‘Ik wilde hem laten denken dat ik het meende. Ik dacht dat als ik verzet bleef bieden of duidelijk iets verborgen probeerde te houden, hij nog achterdochtiger zou worden. Zoals het nu was, ging alles min of meer als een nachtkaars voor hem uit.’
‘Hoe is het afgelopen?’
‘Hij bedankte me voor de ontmoeting, verontschuldigde zich zelfs omdat hij me had lastiggevallen. Hij zei dat hij misschien nog contact met me zou opnemen, maar eigenlijk twijfelde hij daaraan.’ Opnieuw zag LuAnn dat Jackson zijn hoofd enigszins boog. Dit ging veel beter dan ze had verwacht. ‘Hij stapte uit mijn auto en in de zijne. Daarna heb ik hem niet meer gezien.’
Jackson zweeg een aantal ogenblikken, en toen stond hij langzaam op. Hij klapte geluidloos in zijn handen. ‘Ik hou van een goed optreden en ik denk dat je de situatie erg goed hebt aangepakt, LuAnn.’
‘Ik had een goede leermeester.’
‘Wat bedoel je?’
‘Tien jaar geleden. Het vliegveld, waar jij een imitatie imiteerde. De beste manier om je te verbergen, zei je, was opvallen, want dat is in strijd met de menselijke natuur. Ik ging uit van hetzelfde principe. Als je je helemaal openstelt, volkomen meewerkt en er niet omheen draait, breng je zelfs achterdochtige mensen op andere gedachten.’
‘Ik vind het een eer dat je dat alles hebt onthouden.’
Bij de meeste mannen bereikte je erg veel als je hun ego een beetje streelde, wist LuAnn, en Jackson mocht in veel andere opzichten dan een uitzondering zijn, in dit opzicht was hij dat niet. Met het understatement van de eeuw zei LuAnn: ‘Jij bent ook nogal moeilijk te vergeten. Dus je hoeft niets aan Donovan te doen. Hij kan geen kwaad. En vertel me nu over Riggs.’
Er speelde een glimlachje om zijn mondhoeken. ‘Ik was vanmorgen getuige van je onverwachte ontmoeting met Riggs in je achtertuin. Het was nogal schilderachtig. Omdat je nogal schaars gekleed was, neem ik aan dat hij een erg aangename ochtend heeft gehad.’
LuAnn verborg haar woede om die opmerking. Op dit moment wilde ze alleen maar informatie. Ze antwoordde: ‘Des te meer reden waarom ik alles over hem wil weten.’
‘Nou, laten we beginnen met zijn echte naam: Daniel Buckman.’
‘Buckman? Waarom zou hij een andere naam hebben?’
‘Gek dat jij dat vraagt. Waarom veranderen mensen van naam, LuAnn?’
Het zweet stond meteen op haar voorhoofd. ‘Omdat ze iets te verbergen hebben.’
‘Precies.’
‘Was hij een spion?’
Jackson lachte. ‘Nou, nee. Eigenlijk is hij helemaal niets.’
‘Wat bedoel je daarmee?’
‘Ik bedoel dat een dode eigenlijk niets anders kan zijn dan dood.’
‘Dood?’ LuAnns hele lichaam verstijfde. Had Jackson hem al vermoord? Dat kon niet. Ze had de grootste moeite om niet in elkaar te zakken. Gelukkig ging Jackson verder.
‘Ik nam zijn vingerafdrukken, haalde ze door een database en de computer vertelde me dat hij dood is.’
‘De computer vergist zich.’
‘De computer geeft alleen maar door wat hem verteld is. Iemand wil het doen voorkomen alsof Riggs dood is, voor het geval dat iemand op zoek naar hem gaat.’
‘Op zoek naar hem? Wie dan?’
‘Zijn vijanden.’ Toen LuAnn daar niet op reageerde, zei Jackson: ‘Heb je weleens gehoord van het Programma ter Bescherming van Kroongetuigen?’
‘Nee. Moet ik daar iets van weten?’
‘Nee, waarschijnlijk niet, want je hebt zo lang in het buitenland gewoond. Het is een programma van de federale overheid. Het beschermt mensen die een getuigenverklaring afleggen tegen gevaarlijke criminelen of organisaties. Ze krijgen een nieuwe identiteit, een nieuw leven. Officieel is Riggs dood. Hij duikt op in een klein stadje, begint met een nieuwe identiteit aan een nieuw leven. Misschien is zijn gezicht een beetje veranderd. Ik weet het niet zeker, maar ik heb zo het vermoeden dat Riggs tot dat selecte groepje behoort.’
‘Riggs, Buckman, was een getuige? In welke zaak?’
Jackson haalde zijn schouders op. ‘Wie weet? Wie kan het iets schelen? Wat ik bedoel, is dat Riggs een crimineel is. Of een crimineel wás. Het zal wel iets met drugs of zo te maken hebben gehad. Misschien met de maffia. Dat programma is er niet voor handtasjesrovers.’
LuAnn leunde tegen de muur om niet te vallen. Riggs was een crimineel.
‘Ik hoop dat je hem niets hebt toevertrouwd. Je weet nooit wat zo iemand van plan is.’
‘Ik heb hem niets verteld,’ kon LuAnn uitbrengen.
‘Nou, wat kun je me over de man vertellen?’
‘Niet zoveel als jij mij hebt verteld. Hij weet niet meer dan hij al wist. Hij maakt zich er niet al te druk om. Hij denkt dat Donovan een potentiële kidnapper was. Op grond van wat je daarnet zei, neem ik aan dat hij niet de aandacht op zichzelf wil vestigen.’
‘Zeker, dat is erg gunstig voor ons. En ik weet zeker dat jullie kleine rendez-vous van vanochtend ook bevorderlijk is.’
‘Dat gaat jou eigenlijk niets aan,’ zei ze verhit. Omdat ze nu toch al al hun informatie hadden uitgewisseld, wilde ze die opmerking van hem niet over haar kant laten gaan.
‘Aha, dat is de eerste fout die je nu maakt. Op een gegeven moment moet je altijd weer een blunder begaan, hè?’ Hij wees met zijn slanke vinger naar haar. ‘Alles aan jou gaat mij iets aan. Ik heb je gemaakt. En in zekere zin voel ik me verantwoordelijk voor je welzijn. Ik neem die verantwoordelijkheid erg serieus.’
‘Hoor eens, de tien jaar zijn voorbij,’ gooide LuAnn eruit. ‘Je hebt je geld verdiend. Ik heb het mijne verdiend. Ik stel voor dat we er voorgoed een punt achter zetten. Over zesendertig uur ben ik aan de andere kant van de wereld. Jij gaat jouw weg, ik de mijne, want dit alles komt me de strot uit.’
‘Je bent ongehoorzaam geweest.’
‘Ja, nou, ik heb verdomme tien jaar in twintig verschillende landen gezeten, waar ik de hele tijd over mijn schouder moest kijken. Dat deed ik omdat jij het me had opgedragen. En ik denk nu dat ik de rest van mijn leven hetzelfde zal doen. Dus laat me mijn gang gaan.’ Ze keken elkaar een hele tijd recht in de ogen.
‘Je gaat nu meteen weg?’
‘Geef me alleen even de tijd om mijn bagage te pakken. Morgenochtend zijn we vertrokken.’
Jackson wreef peinzend over zijn kin. ‘Vertel me eens, LuAnn, vertel me eens welke reden ik kan hebben om je niet meteen te doden.’
Ze was op die vraag voorbereid geweest. ‘Donovan zou het een beetje vreemd kunnen vinden dat ik meteen na mijn gesprek met hem dood blijk te zijn. Hij is nu niet achterdochtig. Neem maar van mij aan dat hij zijn radarantennes dan meteen weer uitsteekt. Heb je behoefte aan dat soort problemen?’
Jackson drukte zijn lippen even op elkaar en wees toen naar de deur. ‘Ga je bagage maar pakken.’
LuAnn keek hem aan en wees ook naar de deur. ‘Jij eerst.’
‘Laten we samen weggaan, LuAnn. Dan hebben we allebei een redelijke kans om iets terug te doen als de ander geweld probeert te gebruiken.’
Ze gingen samen naar de deur en keken elkaar daarbij strak aan.
Net toen Jackson zijn hand op de deurknop legde, vloog de deur open. Hij viel bijna om.
Riggs stond in de deuropening, zijn pistool op Jackson gericht. Voordat Riggs kon schieten, trok Jackson LuAnn voor zich en bewoog hij zijn hand naar beneden.
‘Matthew, niet doen,’ riep LuAnn uit.
Riggs wierp haar een blik toe. ‘LuAnn...’
LuAnn zag, of beter gezegd, voelde dat Jackson zijn arm schuin hield. Hij gebruikte een onderhandse werpmethode om het mes van zich af te slingeren, maar daarom zou het resultaat niet minder dodelijk zijn.
Haar hand schoot uit en kwam tegen Jacksons onderarm aan. Het volgende moment kreunde Riggs van pijn; het mes stak uit zijn arm. Hij zakte op de vloer en greep het heft van het mes vast. LuAnn trok haar pistool uit haar zak en draaide zich bliksemsnel om. Ze wilde het wapen op Jackson richten, maar op datzelfde moment trok Jackson haar achterwaarts tegen zich aan.
Door hun gecombineerde beweging vielen Jackson en LuAnn door het raam. Ze smakten op de verandavloer en LuAnn kwam boven op hem terecht. Allebei voelden ze de subtiele maar ontegenzeggelijke kracht van de ander. Ze worstelden in de dikke, gladde glasscherven. Hij greep zich aan haar hals vast, zij schopte naar zijn kruis, stootte een van haar ellebogen tegen zijn kin. Verstrengeld in hun worsteling kwamen ze allebei langzaam overeind, ieder op zoek naar overwicht. Ze zag bloed uit een lelijke wond op Jacksons hand komen; blijkbaar had hij zich gesneden toen ze door het raam vielen. Zijn greep kon niet zo sterk meer zijn, dacht ze. Met een plotselinge uitbarsting van kracht waar zelfs Jackson blijkbaar versteld van stond, rukte LuAnn zich van hem los. Ze greep hem bij zijn riem en bij de voorkant van zijn overhemd en gooide hem met zijn gezicht tegen de zijkant van het huisje. Hij zakte in elkaar en bleef even verdoofd zitten. Zonder een moment te verliezen, zonder een overbodige beweging, sprong LuAnn naar voren. Ze ging schrijlings op zijn rug zitten, greep met beide handen zijn kin vast en trok hem naar achteren om zijn ruggengraat te breken. Jackson schreeuwde van pijn. Ze trok harder en harder, nog een paar centimeter en hij was dood. Maar opeens gleden haar handen uit en viel ze achterover in de glasscherven. Ze sprong meteen weer overeind en verstijfde toen ze omlaag keek. In haar handen had ze Jacksons gezicht.
Jackson wankelde overeind. Gedurende een verschrikkelijk ogenblik keken ze elkaar aan. Voor het eerst keek LuAnn in Jacksons echte gezicht.
Jackson keek naar haar handen. Hij streek over zijn gezicht, voelde zijn eigen huid, zijn eigen haar. Hij haalde hijgend adem. Nu zou ze hem kunnen identificeren. Nu moest ze sterven.
Diezelfde gedachte schoot LuAnn te binnen. Ze dook op het pistool af op hetzelfde moment dat Jackson op haar af dook. Ze gleden samen over de veranda, allebei graaiend naar het pistool.
‘Van haar af, schoft!’ schreeuwde Riggs. LuAnn draaide zich om en zag de man lijkbleek voor het raam staan, zijn overhemd helemaal rood, het pistool in zijn bevende handen. Met een benijdenswaardige snelheid en souplesse sprong Jackson over de reling van de veranda. Riggs schoot net iets te laat. De kogels troffen de veranda in plaats van Jackson.
‘Shit!’ kreunde Riggs, en hij zakte op zijn knieën en verdween daarmee uit LuAnns gezichtsveld.
‘Matthew!’ LuAnn sprong naar het raam. Intussen was Jackson in het bos verdwenen.
LuAnn rende naar binnen en trok al rennend haar jasje uit. In een oogwenk was ze bij Riggs. ‘Wacht, trek het er niet uit, Matthew.’ Met haar tanden scheurde ze de mouw van haar jasje los en aan repen. Vervolgens scheurde ze de mouw van zijn overhemd open om de wond bloot te leggen. Eerst probeerde ze het bloeden met de repen stof te stelpen, maar dat lukte niet. Ze greep onder Riggs’ oksel en drukte met haar vinger op een bepaalde plaats. Ten slotte kwam er een eind aan het bloeden. Zo voorzichtig als ze kon trok LuAnn het mes los, terwijl Riggs’ vingers zich in haar arm begroeven en zijn tanden bijna door zijn lip heen beten. Ze gooide het mes op de vloer.
‘Matthew, hou je vinger precies hier. Niet te hard drukken. Je moet een beetje bloed doorlaten.’ Ze leidde zijn vinger naar het drukpunt onder zijn arm.
‘Ik heb een eerstehulpdoos in de auto. Ik zal je wond zo goed mogelijk verbinden. En dan gaan we naar een dokter.’
LuAnn haalde haar pistool van de veranda en ze strompelden naar de bmw , waar LuAnn haar eerstehulpdoos uit het handschoenenvakje nam en de wond schoonmaakte en verbond. Toen ze het laatste stukje tape met haar tanden lostrok en om het verbandgaas heen wikkelde, keek Riggs haar aan. ‘Waar heb je dat allemaal geleerd?’
‘Weet je,’ gromde LuAnn, ‘ik zag pas voor het eerst een dokter toen Lisa geboren werd. En zelfs die bleef maar zo’n twintig minuten. Als je in zo’n achterlijke streek woont en je hebt geen geld, dan moet je dit soort dingen leren, anders ga je eraan.’
Toen ze bij een eerstehulppost niet ver van Route 29 kwamen, wilde LuAnn uitstappen om Riggs het gebouw in te helpen. Hij hield haar tegen.
‘Zeg, het lijkt me beter dat ik alleen naar binnen ga. Ik ben daar al vaker geweest, ze kennen me. Als je in de bouw zit, raak je nogal eens gewond. Ik zeg dat ik ben uitgegleden en een jachtmes in mijn arm kreeg.’
‘Weet je het zeker?’
‘Ja, ik vind dat ik het je vandaag al moeilijk genoeg heb gemaakt.’
Hij kwam met enige moeite uit de auto.
‘Ik ben hier als je naar buiten komt. Dat beloof ik je,’ zei ze.
Hij glimlachte zwakjes. Zijn gewonde arm ondersteunend, ging hij naar binnen.
LuAnn zette de bmw op het parkeerterrein, vanwaar ze iedereen kon zien aankomen. Ze deed de deuren op slot en vloekte toen binnensmonds. Riggs was haar te hulp gekomen, en dat kon ze hem moeilijk kwalijk nemen. Maar kort daarvoor had ze Jackson ervan overtuigd dat alles in orde was. Nog een minuut en ze zouden uit de problemen zijn geweest. God, wat een staaltje van verkeerde timing. Ze liet zich achterover zakken. Misschien zou ze Riggs’ plotselinge verschijning, met pistool en al, nog kunnen wegredeneren. Riggs had zich zorgen over haar gemaakt en was haar gevolgd omdat hij dacht dat ze misschien een ontmoeting met Donovan zou hebben. Maar hij had iets anders gedaan, iets wat ze niet kon wegredeneren. Ze kreunde hardop en keek intussen naar het verkeer op Route 29.
Riggs had haar in Jacksons bijzijn LuAnn genoemd. Dat ene woord had alles vernietigd. Het kon Jackson onmogelijk zijn ontgaan. Nu wist Jackson dat ze tegen hem had gelogen over wat Riggs wist. Ze twijfelde er niet aan wat de straf daarvoor zou zijn. Een halfuur geleden had ze nog goede moed gehad, maar nu zag ze het somber in.
Ze keek naar de voorbank en zag daar het witte stuk papier liggen. Ze pakte Donovans kaartje op en keek naar het telefoonnummer. Nadat ze even had nagedacht, pakte ze de telefoon. Ze vloekte zachtjes toen ze alleen maar het antwoordapparaat kreeg. Ze liet een lange boodschap achter waarin ze Donovan vertelde wat er gebeurd was. Ze smeekte hem nogmaals om onder te duiken en zei dat ze voor alles zou betalen. Hij was een beste kerel die op zoek naar de waarheid was. Ze wilde niet dat hij doodging. Ze wilde niet dat er door haar toedoen iemand doodging. Ze hoopte vurig dat hij lang genoeg zou leven om de boodschap te ontvangen.
Jackson drukte de doek tegen zijn handpalm. Hij had inderdaad een lelijke snijwond in zijn hand opgelopen toen hij door het raam ging. Dat vervloekte wijf. Riggs zou dood zijn geweest als ze niet tegen Jacksons arm had gestoten, een fractie van een seconde voordat hij het mes losliet.
Hij streek voorzichtig over zijn echte huid. Door een van haar vuistslagen was een buil ontstaan. Hij had nu eindelijk haar rauwe kracht gevoeld en hij moest toegeven dat die kracht zijn eigen kracht te boven ging. Wie zou dat ooit hebben gedacht? Die grote, gespierde types bezaten nooit zo’n echte, door God geschonken kracht; dat soort kracht kon je niet op een sportschool opdoen. Het was een combinatie van innerlijke en uiterlijke verschijnselen, en dat moest allemaal in spontane maar nauwkeurige krachtsexplosies resulteren wanneer het nodig was. Je kon het niet meten of kwantificeren, want het kwam en ging zonder dat de desbetreffende persoon erom vroeg en de intensiteit hing van de situatie af. De kracht paste zich bij de omstandigheden aan en zo iemand had altijd juist zoveel reserves als nodig waren. Ofwel je had dat soort kracht ofwel je had het niet. LuAnn had het duidelijk wel. Dat zou hij niet vergeten. Hij zou niet proberen haar op die manier te overwinnen, maar zoals altijd zou hij zich aanpassen en een andere oplossing vinden. En er stond meer op het spel dan ooit, en wel om één specifieke reden.
Ironisch genoeg had hij haar geloofd. Hij was bereid geweest haar te laten gaan. LuAnn had Riggs in vertrouwen genomen, dat was duidelijk. Riggs kende haar echte naam. Er waren weinig dingen die Jackson woedender konden maken dan leugenachtigheid van zijn eigen mensen. Onder geen beding zou hij trouweloosheid tolereren. Als ze over Riggs gelogen had, was het meer dan waarschijnlijk dat ze ook over Donovan had gelogen. Jackson moest ervan uitgaan dat de Tribune-journalist al dicht bij de waarheid was gekomen. Daarom moest hij ook worden uitgeschakeld.
Terwijl die gedachten door Jacksons hoofd speelden, ging zijn mobiele telefoon. Hij nam op. Hij luisterde, stelde een paar vragen, gaf enkele duidelijke instructies, en toen hij ophing, tekende zich een diepe tevredenheid op zijn echte gezicht af. De timing had niet beter kunnen zijn: zijn val was zojuist dichtgeklapt.