•20•

Jackson zat in een stoel in de verduisterde zitkamer van een luxueus appartement in een vooroorlogs gebouw met uitzicht op Central Park. Hij had zijn ogen dicht en zijn handen lagen gevouwen op zijn schoot. Hoewel hij tegen de veertig liep, was hij nog slank en pezig. Zijn echte gelaatstrekken waren androgyn, hoewel de jaren dunne lijntjes bij zijn ogen en mond hadden gegrift. Zijn korte haar was stijlvol gekapt, zijn kleding was duur op een discrete manier. Maar wat het meest aan hem opviel, waren zijn ogen, en daarom moest hij ze erg goed verbergen als hij werkte. Hij stond op en liep langzaam door het royale appartement. Het meubilair was eclectisch: Engels, Frans en Spaans antiek, met overal ook oosterse kunst en beeldhouwwerken.

Hij ging naar een kamer die aan de kleedkamer van een Broadway-ster deed denken. Het was zijn make-upkamer en werkplaats. In het plafond was speciale indirecte verlichting aangebracht. Aan de muren hing een groot aantal spiegels met hun eigen speciale lampjes die geen warmte afgaven. Voor twee van de grootste spiegels stonden gecapitonneerde leren fauteuils. De stoelen hadden wieltjes en konden door de kamer worden gereden. Op kurkplaten aan de muren waren talloze foto’s geprikt. Jackson was een enthousiast fotograaf, en veel van degenen die hij had gefotografeerd, stonden model voor de identiteiten die hij in de loop der jaren had gecreëerd. Aan een van de muren hingen complete pruiken en haarstukjes, netjes ingedeeld van groot naar klein, elk aan een speciale met katoen beschermde draad. In speciaal vervaardigde wandkasten lagen tientallen rubberen kapjes en andere hulpstukken, en ook acryltanden, kapjes en mallen, en andere synthetische materialen en plamuren. Een grote opslagruimte bevatte verbandwatten, aceton, gomoplossingen, poeders, lichaamsmake-up, grote, middelgrote en kleine penselen met harde en zachte haren, cake-make-up, boetseerklei, collodium om littekens en pokputjes te maken; crêpe-haar om baarden, snorren en zelfs wenkbrauwen te maken, Derma-was om het gezicht te veranderen, crème-make-up, gelatine, make-uppaletten, gaas, toupet-tape, sponzen, geperforeerde naalden om haren onder een net of gaas voor baarden en pruiken te draaien, en honderden andere hulpmiddelen, materialen en substanties om iemands uiterlijk te veranderen. Er waren drie rekken met kleren van allerlei soorten en er was ook een aantal manshoge spiegels om het effect van elke vermomming te controleren. In een speciaal gebouwde kast met verschillende laden zaten meer dan vijftig complete setjes identiteitspapieren waarmee Jackson als man of als vrouw door de wereld kon reizen.

Jackson keek glimlachend in de kamer om zich heen. Hier voelde hij zich het meest op zijn gemak. Het creëren van de vele rollen die hij speelde, was het enige constante genoegen in zijn leven. Maar het acteren zelf was op zijn ranglijst van favoriete bezigheden een goede tweede. Hij ging aan de tafel zitten en streek over het blad. Hij keek in een spiegel. In tegenstelling tot alle andere mensen die in een spiegel kijken, zag Jackson niet zijn eigen spiegelbeeld naar hem terugkijken. In plaats daarvan zag hij een leeg gezicht dat gemanipuleerd, vervormd, beschilderd en gecamoufleerd kon worden en daardoor dan het gezicht van iemand anders werd. Hoewel hij volkomen tevreden was over zijn intellect en persoonlijkheid, voelde hij er weinig voor om zich tot één fysieke identiteit van één leven te beperken, als er zoveel meer was dat hij kon ervaren. Overal heen gaan, alles doen. Dat had hij tegen al zijn twaalf lottowinnaars gezegd. Al zijn kuikentjes op een rij. En ze hadden het allemaal volledig geloofd, want hij had volkomen gelijk gehad.

In de afgelopen tien jaar had hij honderden miljoenen dollars verdiend voor elk van zijn winnaars, en miljarden dollars voor zichzelf. Ironisch genoeg kwam Jackson uit een erg rijke familie, een familie met ‘oud geld’, zoals dat werd genoemd. Zijn ouders waren allang dood. Zijn vader was, in Jacksons ogen, een typisch voorbeeld geweest van iemand uit de hoogste stand die zijn geld en maatschappelijke positie had geërfd, en dus niet zelf verdiend. Jacksons vader was tegelijk arrogant en onzeker geweest. De oude man, jarenlang politicus en insider in Washington, had zo goed als hij kon gebruik gemaakt van zijn familieconnecties, totdat zijn duidelijk gebrek aan capaciteiten hem de das omdeed en de lift niet verder naar boven wilde. En toen had hij het familiekapitaal besteed aan vergeefse pogingen om toch verder naar boven te komen. En toen was het geld op. Jackson, de oudste zoon, had in de loop van de jaren vaak de woede van de oude man over zich heen gekregen. Toen Jackson achttien werd, ontdekte hij dat het grote trustfonds dat zijn grootvader voor hem had opgezet zo vaak illegaal door zijn vader was geplunderd dat er niets meer over was. Toen Jackson zijn vader dat voor de voeten wierp, was de man in woede uitgebarsten en had hij zelfs zijn vuisten gebruikt, en ook dat had diepe indruk op Jackson gemaakt.

De fysieke kwetsuren waren uiteindelijk genezen, maar Jackson ging nog steeds gebukt onder de psychische beschadiging. Zijn eigen woede nam van jaar tot jaar toe, alsof hij zijn best deed om zijn vader in dat opzicht te overtreffen.

Anderen zouden het banaal vinden, begreep Jackson. Je fortuin verloren? Nou en? Wie maakt zich daar nou druk om? Maar Jackson maakte zich er druk om. Jaar na jaar had hij erop gerekend dat het geld hem van de tirannie van zijn vader zou bevrijden. Toen die hoop hem abrupt was ontnomen, had de schok hem voorgoed veranderd. Wat hem rechtmatig toekwam, was hem ontstolen, en dan ook nog door uitgerekend de man die dat niet had moeten doen, door een man die van zijn zoon had moeten houden en het beste voor hem had moeten willen, die hem had moeten respecteren en beschermen. In plaats daarvan had Jackson een lege bankrekening en de harde klappen van een krankzinnige gekregen. En Jackson had het ondergaan. Tot op een bepaald moment. Toen pikte hij het niet meer.

Jacksons vader was onverwachts gestorven. Het gebeurde elke dag dat ouders hun kinderen vermoorden, en nooit met een goede reden. In vergelijking daarmee gebeurde het maar zelden dat kinderen hun ouders doodden, en meestal met uitstekende redenen. Jackson glimlachte bij de gedachte daaraan. Een van zijn eerste chemische experimenten, toegediend via zijn vaders dierbare whisky, met het knappen van een slagadergezwel in de hersenen tot gevolg. Zoals met alles moest je nu eenmaal ergens beginnen.

Wanneer mensen met een gemiddelde of minder dan gemiddelde intelligentie een misdrijf als moord begaan, doen ze dat meestal erg stuntelig. Ze doen niet aan langetermijnplanning en treffen te weinig voorbereidingen. Het gevolg is in de regel een snelle arrestatie en veroordeling. Bij hoogbegaafden kwamen ernstige misdrijven voort uit een proces van zorgvuldige planning, langetermijnbenaderingen en vele sessies van mentale gymnastiek. Als gevolg daarvan waren arrestaties zeldzaam en veroordelingen nog zeldzamer. Jackson behoorde duidelijk tot de laatste categorie.

De oudste zoon had zich gedwongen gezien de wereld in te gaan en te proberen het familiefortuin terug te verdienen. Hij kreeg een beurs voor een vooraanstaande universiteit, sloot zijn studie af als een van de besten van zijn jaar en werkte vervolgens nauwgezet aan de oude familiecontacten, want het was voor Jacksons langetermijnplanning van het grootste belang dat die smeulende kooltjes niet doofden. In de loop van de jaren leerde hij zich allerlei vaardigheden aan, zowel op het lichamelijke als het geestelijke vlak. Die vaardigheden had hij nodig om zijn droom van rijkdom en macht tot werkelijkheid te maken. Zijn lichaam was even fit en sterk als zijn geest; het een was precies in evenwicht met het ander. Maar Jackson lette er altijd goed op dat hij niet in de voetsporen van zijn vader trad, en daarom had hij zich een veel ambitieuzer doel gesteld: hij zou dit alles doen terwijl hij volkomen onzichtbaar bleef. Ondanks zijn liefde voor het acteren hunkerde hij niet naar het voetlicht, zoals zijn vader dat in de politiek had gezocht. Hij was volkomen tevreden met zijn publiek van één persoon.

En zo had hij zijn onzichtbare imperium op uiterst illegale wijze opgebouwd. De resultaten waren er niet anders om. Daarvoor maakte het niet uit waar de dollars vandaan kwamen. Overal heen gaan, alles doen. Dat was niet alleen van toepassing op zijn kuikentjes.

Jackson had een jongere broer en zus. Zijn broer had de slechte eigenschappen van zijn vader geërfd en verwachtte dan ook van de wereld dat die hem het beste in de schoot zou werpen zonder dat hij er iets van vergelijkbare waarde tegenover hoefde te stellen. Jackson had hem genoeg geld gegeven om een comfortabel maar niet echt luxueus leven te kunnen leiden. Als hij dat geld er doorheen joeg, kreeg hij geen nieuw geld. Dan was voor hem die bron opgedroogd.

Zijn zuster was iets anders. Jackson gaf erg veel om haar, al had ze hun vader aanbeden met het blinde vertrouwen dat een dochter vaak in haar vader heeft. Jackson had gezorgd dat ze een vorstelijk leven kon leiden, maar hij had haar nooit bezocht. Daarvoor waren er te veel andere dingen die beslag op zijn tijd legden. De ene nacht bracht hij bijvoorbeeld in Hongkong door, de volgende nacht in Londen. Bovendien zou hij, als hij bij zijn zus op bezoek ging, met haar moeten praten, en hij wilde niet tegen haar liegen over wat hij deed om aan geld te komen. Ze zou nooit deel uitmaken van die wereld van hem. Ze kon haar leven in luxueuze luiheid en volslagen onwetendheid leiden, altijd op zoek naar iemand die haar vader kon vervangen, van wie ze geloofde dat hij zo goed en zo nobel was geweest.

Toch had Jackson zijn familie goed behandeld. Hij schaamde zich niet, had geen schuldgevoelens. Hij was zijn vader niet. Hij had zich één souvenir aan de oude man veroorloofd: de naam die hij voor al zijn zaken gebruikte. Jackson. Zijn vader had Jack geheten. En wat hij ook deed, hij zou altijd Jacks zoon blijven.

Hij liep door zijn appartement, bleef voor een raam staan en keek naar een spectaculaire avond in New York. Hij woonde in het appartement waarin hij ook was opgegroeid, al had hij het grondig laten verbouwen nadat hij het had gekocht. Hij had gezegd dat hij dat deed om het te moderniseren en geschikt te maken voor zijn specifieke behoeften, maar hij had ook een subtielere motivatie gehad: hij wilde het verleden uitwissen, voorzover dat mogelijk was. Die aandrang had hij niet alleen als het om zijn materiële omgeving ging. Telkens wanneer hij zich vermomde, legde hij in feite een laag over zijn echte persoonlijkheid heen, verborg hij de persoon van wie zijn vader had gevonden dat hij zijn respect of zijn liefde niet verdiende. Toch was het verdriet nooit helemaal uit te wissen, hoe lang Jackson ook zou leven. Zijn herinneringen zou hij nooit helemaal kwijtraken. Elke hoek van het appartement kon dan ook elk moment pijnlijke herinneringen bij hem oproepen. Maar dat was niet zo erg, wist hij al lange tijd. Verdriet kon een geweldige stimulans zijn.

Jackson had een privélift om zijn penthouse in en uit te gaan. Niemand mocht ooit in zijn appartement komen, onder geen enkel beding. De post en wat er verder nog werd bezorgd, werd bij de balie in de hal afgegeven, maar er kwam nooit veel. Hij deed zijn zaken vooral met de telefoon, de computermodem en de fax. Hij maakte zelf schoon, maar door zijn vele reizen en Spartaanse leefgewoonten nam dat niet al te veel tijd in beslag, en het was in elk geval een kleine prijs die hij voor absolute privacy betaalde.

Jackson had een vermomming voor zijn echte identiteit gecreëerd en gebruikte die altijd wanneer hij zijn appartement verliet. Het was een plan voor noodgevallen, bijvoorbeeld als hij ooit de politie aan de deur zou krijgen. Horace Parker, de bejaarde portier die Jackson altijd groette wanneer hij het appartement verliet, was dezelfde die jaren geleden tegen zijn pet had getikt voor de verlegen, intellectueel ingestelde jongen aan de hand van zijn moeder. Jacksons familie had New York verlaten toen hij een tiener was, omdat zijn vader aan lager wal was geraakt. Daarom had de bejaarde Parker het veranderde uiterlijk van Jackson gewoon aan ouderdom toegeschreven. Omdat iedereen het ‘valse’ imago voor ogen stond, had Jackson er alle vertrouwen in dat niemand hem ooit zou kunnen identificeren.

Voor Jackson was het tegelijk geruststellend en zorgwekkend als Horace Parker hem met de naam aansprak waarmee hij geboren was. Het was niet gemakkelijk om met zoveel identiteiten te jongleren, en soms reageerde Jackson niet meteen als iemand zijn echte naam gebruikte. Maar soms was het wel prettig om zichzelf te zijn, want het was een soort ontsnapping: hij kon zich ontspannen en op verkenning uitgaan in de altijd fascinerende wereldstad. Maar welke identiteit hij ook aannam, hij lette altijd goed op zijn zaken. Die kwamen op de allereerste plaats. Overal waren kansen, en hij had ze allemaal benut.

Omdat hij over een enorm kapitaal beschikte, had hij de wereld de afgelopen jaren tot zijn speelterrein gemaakt. De gevolgen van zijn manipulaties waren voelbaar op financiële markten en politieke constellaties op de hele wereld. De projecten die hij had gefinancierd, waren even uiteenlopend als zijn identiteiten. Ze varieerden van guerrilla-activiteiten in derdewereldlanden tot het manipuleren van edelmetaalmarkten in de geïndustrialiseerde wereld. Als je de wereldgebeurtenissen op die manier naar je hand kon zetten, kon je enorme winsten behalen op de financiële markten. Waarom zou je op termijnmarkten gokken als je het onderlinge product zelf kon manipuleren en dus precies wist uit welke hoek de wind ging waaien? Het was voorspelbaar en logisch; het risico bleef binnen de perken. Van dat soort klimaten hield hij.

Hij had ook blijk gegeven van een weldadige kant van zijn persoonlijkheid en grote sommen geld naar goede doelen op de hele wereld gesluisd. Maar zelfs in die situaties eiste en kreeg hij de uiteindelijke leiding, hoe onzichtbaar die ook bleef. Hij ging er altijd van uit dat hij de zaken veel beter kon beoordelen dan ieder ander. En er stond zoveel geld op het spel dat niemand zijn gezag betwistte. Hij kwam nooit in de openbaarheid en bekleedde geen enkel politiek ambt; geen enkel financieel tijdschrift zou hem ooit interviewen. Met het grootste gemak zweefde hij van de ene hartstocht naar de andere. Hij kon zich geen beter bestaan voorstellen, al moest hij toegeven dat zijn reizen over de wereld een beetje saai begonnen te worden. De terreinen waarop hij actief was, hadden steeds minder afwisseling te bieden, en hij was op zoek gegaan naar iets nieuws, iets wat zijn altijd nog groeiende behoefte aan alles wat ongewoon en uiterst riskant was kon bevredigen, al was het alleen maar om te testen of hij nog in staat was macht te veroveren en zich daardoor te handhaven.

Hij ging naar een kleinere kamer die van vloer tot plafond gevuld was met computerapparatuur. Dit was het zenuwcentrum van al zijn activiteiten. De platte schermen vertelden hem elk moment van de dag hoe het met zijn vele belangen op de hele wereld gesteld was. Alles, van effectenbeurzen tot termijnmarkten tot het wereldnieuws, werd hier door hem geregistreerd, gecatalogiseerd en uiteindelijk geanalyseerd.

Hij hunkerde naar informatie, nam informatie in zich op als een kind van drie dat een vreemde taal leert. Hij hoefde iets maar één keer te horen en vergat het nooit meer. Hij tuurde naar elk van de schermen. In de loop van de jaren had hij geleerd om binnen enkele minuten het belangrijke van het onbelangrijke te scheiden, het interessante van het vanzelfsprekende. De investeringen die het goed deden, hadden een zachtblauwe kleur. Waren ze rood, dan wilde dat zeggen dat hij het minder goed deed. Hij zag een zee van blauw en slaakte een zucht van tevredenheid.

Hij ging naar een andere, grotere kamer, waar hij de gegevens van vroegere projecten bewaarde. Hij haalde een plakboek tevoorschijn en sloeg het open. Het plakboek bevatte foto’s en achtergrondinformatie over zijn twaalf kostbare goudstukken – de twaalf personen die hij een immense rijkdom en een nieuw leven had bezorgd, en die hem op hun beurt in staat hadden gesteld zijn familiefortuin terug te verdienen. Hij bladerde het plakboek door en glimlachte van tijd tot tijd bij een prettige herinnering.

Hij had zijn winnaars met grote zorgvuldigheid uitgekozen door lijsten van uitkeringstrekkers en faillissementen door te nemen. Honderden uren had hij door arme, afgelegen delen van het land gezworven, zowel in steden als daarbuiten, op zoek naar wanhopige mensen die tot alles bereid waren om hun levenslot te veranderen – normale, brave burgers die zonder enig probleem te maken bereid waren tot het plegen van iets wat juridisch gezien een financieel misdrijf van enorme omvang was. Als je mensen maar de juiste stimulansen gaf, konden ze zich over alle bezwaren heen zetten.

Het was geen enkel probleem geweest om met de lotto te knoeien. Zo was het vaak. Mensen gingen er gewoon van uit dat zulke instellingen absoluut boven elke vorm van corruptie of malversatie verheven waren. Blijkbaar waren ze vergeten dat veel Amerikaanse staatsloterijen in de vorige eeuw waren verboden omdat ze zo corrupt waren. De geschiedenis had altijd de neiging zich te herhalen, al gebeurde het dan vaak op een meer verfijnde manier. Als Jackson in de loop van de jaren één ding had geleerd, dan was het dat niets, absoluut niets, boven corruptie verheven was wanneer er mensen bij betrokken waren. De meeste mensen waren nu eenmaal niet boven de verlokkingen van de dollar of andere materiële voordelen verheven, vooral niet wanneer ze de hele dag met grote geldbedragen werkten. Ze kregen al gauw het gevoel dat een deel van dat geld hun toekwam.

En hij had ook geen leger van mensen nodig gehad om zijn plannen uit te voeren. Voor Jackson was een ‘wijdverbreide samenzwering’ toch al een innerlijke tegenstrijdigheid.

Hij had veel mensen op de hele wereld die voor hem werkten, maar niemand van hen wist wie hij werkelijk was, waar hij woonde, hoe hij aan zijn fortuin was gekomen. Ze waren geen van allen op de hoogte van de grote plannen die hij had gemaakt, van de wereldwijde machinaties die hij in gang had gezet. Ze deden gewoon hun kleine portie van het grote werk en werden daar erg goed voor beloond. Als hij iets wilde, een stukje informatie waarover hij niet onmiddellijk beschikte, nam hij contact met een van hen op en kreeg hij het binnen een uur te horen. Het was de ideale setting voor overpeinzing, planning en dan actie: snel, precies en definitief.

Hij had in niemand een volledig vertrouwen. En dat was ook niet nodig, want hij was immers in staat om meer dan vijftig afzonderlijke identiteiten te creëren? Dankzij de meest geavanceerde computer- en communicatietechnologie kon hij op verschillende plaatsen tegelijk zijn. Als verschillende mensen. Zijn glimlach werd breder. Zou de wereld iets meer dan zijn persoonlijke toneel kunnen zijn?

Hij sloeg weer een bladzijde van het plakboek om en zijn glimlach verflauwde. Op zijn gezicht tekende zich een mengeling af van belangstelling en een emotie die Jackson bijna nooit had: onzekerheid. En nog iets anders. Hij zou het nooit als angst hebben herkend, want daar had hij nooit last van gehad. Hij zou het eerder zoiets als lotsbesef noemen, de onmiskenbare overtuiging dat twee treinen elkaar tegemoet reden en zouden botsen: het was niet meer te vermijden en het zou een erg spectaculaire botsing worden.

Jackson keek naar het opvallende gezicht van LuAnn Tyler. Van de twaalf lottowinnaars was zij verreweg de interessantste persoonlijkheid geweest. Er zat gevaar in die vrouw, gevaar en een duidelijke grilligheid waardoor Jackson zich aangetrokken voelde als door de krachtigste magneet ter wereld. Hij had een aantal weken in Rikersville, Georgia, doorgebracht, een plaats die hij om één simpele reden had uitgekozen: de onomkeerbare cyclus van armoede en hopeloosheid. Er waren veel van zulke plaatsen in Amerika. De overheid had er speciale categorieën voor: ‘laagste inkomensniveau per hoofd van de bevolking’, ‘medische en educatieve voorzieningen beneden de norm’, ‘negatieve economische groei’. Dergelijke ambtelijke en financiële termen vertelden je weinig of niets over de mensen achter die cijfers. Een groot deel van de bevolking maakte een vrije val naar de ellende, maar dat zag je niet als je naar die cijfers keek. Hoewel Jackson een typische kapitalist was, had hij vreemd genoeg geen bezwaar tegen het charitatieve element van zijn plan. Hij koos nooit rijke mensen als lottowinnaar uit, al twijfelde hij er niet aan dat de meesten van hen veel gemakkelijker over te halen waren dan de armen die hij benaderde.

Hij had LuAnn Tyler ontdekt toen ze met de bus naar haar werk ging. Jackson had tegenover haar gezeten. Uiteraard had hij zich vermomd, en hij ging helemaal op in zijn omgeving: gescheurde spijkerbroek, gevlekt overhemd, Georgia Bulldogs-pet, een haveloze baard die het onderste deel van zijn gezicht bedekte, zijn scherpe ogen bijna onzichtbaar achter dikke brillenglazen. Haar uiterlijk was hem meteen opgevallen. Ze leek daar helemaal niet op haar plaats. Alle andere mensen zagen er zo ongezond, zo hopeloos uit, alsof zelfs de jongsten van hen de dagen tot aan hun begrafenis al aan het aftellen waren. Hij had haar met haar dochtertje zien spelen, had gehoord hoe ze de mensen om haar heen begroette en had gezien dat mensen altijd een beetje minder naargeestig uit hun ogen keken als ze met haar hadden gepraat. Vervolgens had hij elk element in LuAnns leven bestudeerd, van haar armoedige jeugd tot en met haar leven in een caravan met Duane Harvey. Hij was meermalen in die caravan geweest als LuAnn en haar ‘vriend’ er niet waren. Hij had gezien dat LuAnn haar best deed om de caravan ondanks Duane Harveys slordige levensstijl netjes en schoon te houden. Alles wat met Lisa te maken had, werd door LuAnn apart gehouden en smetteloos schoongemaakt. Jackson had dat goed kunnen zien. Haar dochter was haar leven.

Vermomd als vrachtwagenchauffeur had hij veel avonden doorgebracht in het truckersrestaurant waar LuAnn werkte. Hij had haar nauwlettend geobserveerd, had gezien dat haar levensomstandigheden steeds slechter werden, had gezien hoe ze triest in de ogen van haar dochtertje keek, dromend van een beter leven. En na al die observaties had hij haar uitverkoren, net als die elf anderen. Tien jaar geleden.

En daarna had hij haar in tien jaar niet meer gezien, al ging er bijna geen week voorbij of hij dacht weleens aan haar. In het begin ging hij haar gangen zorgvuldig na, maar naarmate de jaren verstreken en ze van land naar land ging, precies zoals hij wenste, had hij minder aandacht aan haar geschonken. Momenteel was ze nagenoeg helemaal van zijn radarscherm verdwenen. Het laatste wat hij had gehoord, was dat ze in Nieuw-Zeeland was. Volgend jaar ging ze naar Monaco, Scandinavië en China. Tot aan haar dood zou ze van het ene naar het andere land gaan. Ze zou nooit naar de Verenigde Staten terugkeren. Daar was hij zeker van.

Jackson was in grote rijkdom opgegroeid, met alle materiële voordelen, en toen was hem dat allemaal afgenomen. Hij had het moeten terugverdienen met zijn talenten, zijn ijver, zijn lef. LuAnn Tyler had in haar jeugd helemaal niets gehad. Ze had keihard gewerkt voor een grijpstuiver, zonder een uitweg – en moest je haar nu eens zien! Hij had LuAnn Tyler alles gegeven, had haar de kans gegeven om te worden wat ze altijd had willen zijn: iemand anders dan LuAnn Tyler. Jackson glimlachte. Hoe zou hem, met zijn grote voorliefde voor misleiding, die ironie ooit kunnen ontgaan? Het grootste deel van zijn volwassen leven had hij gedaan alsof hij iemand anders was. LuAnn had de afgelopen tien jaar een ander leven geleid dan dat van haarzelf, met een andere identiteit. Hij keek nu in die levendige bruine ogen, bestudeerde de hoge jukbeenderen, het lange haar. Hij streek met zijn wijsvinger over haar slanke maar sterke hals en moest meteen weer aan die treinen denken, en aan de geweldige botsing die op een dag zou plaatsvinden. Zijn ogen begonnen te glanzen bij die gedachte.

Duister Lot
titlepage.xhtml
Duister_lot_split_0.xhtml
Duister_lot_split_1.xhtml
Duister_lot_split_2.xhtml
Duister_lot_split_3.xhtml
Duister_lot_split_4.xhtml
Duister_lot_split_5.xhtml
Duister_lot_split_6.xhtml
Duister_lot_split_7.xhtml
Duister_lot_split_8.xhtml
Duister_lot_split_9.xhtml
Duister_lot_split_10.xhtml
Duister_lot_split_11.xhtml
Duister_lot_split_12.xhtml
Duister_lot_split_13.xhtml
Duister_lot_split_14.xhtml
Duister_lot_split_15.xhtml
Duister_lot_split_16.xhtml
Duister_lot_split_17.xhtml
Duister_lot_split_18.xhtml
Duister_lot_split_19.xhtml
Duister_lot_split_20.xhtml
Duister_lot_split_21.xhtml
Duister_lot_split_22.xhtml
Duister_lot_split_23.xhtml
Duister_lot_split_24.xhtml
Duister_lot_split_25.xhtml
Duister_lot_split_26.xhtml
Duister_lot_split_27.xhtml
Duister_lot_split_28.xhtml
Duister_lot_split_29.xhtml
Duister_lot_split_30.xhtml
Duister_lot_split_31.xhtml
Duister_lot_split_32.xhtml
Duister_lot_split_33.xhtml
Duister_lot_split_34.xhtml
Duister_lot_split_35.xhtml
Duister_lot_split_36.xhtml
Duister_lot_split_37.xhtml
Duister_lot_split_38.xhtml
Duister_lot_split_39.xhtml
Duister_lot_split_40.xhtml
Duister_lot_split_41.xhtml
Duister_lot_split_42.xhtml
Duister_lot_split_43.xhtml
Duister_lot_split_44.xhtml
Duister_lot_split_45.xhtml
Duister_lot_split_46.xhtml
Duister_lot_split_47.xhtml
Duister_lot_split_48.xhtml
Duister_lot_split_49.xhtml
Duister_lot_split_50.xhtml
Duister_lot_split_51.xhtml
Duister_lot_split_52.xhtml
Duister_lot_split_53.xhtml
Duister_lot_split_54.xhtml
Duister_lot_split_55.xhtml
Duister_lot_split_56.xhtml
Duister_lot_split_57.xhtml
Duister_lot_split_58.xhtml
Duister_lot_split_59.xhtml
Duister_lot_split_60.xhtml
Duister_lot_split_61.xhtml
Duister_lot_split_62.xhtml
Duister_lot_split_63.xhtml
Duister_lot_split_64.xhtml
Duister_lot_split_65.xhtml
Duister_lot_split_66.xhtml