•48•

Het was tien uur ’s morgens. Donovan tuurde door een kijker naar het grote huis in koloniale stijl, een huis te midden van hoge bomen. Hij was in McLean, Virginia, een van de rijkste plaatsen in de Verenigde Staten. Percelen van meer dan een miljoen dollar waren hier de norm, en dan ging het in de regel om nog geen halve hectare of minder. Het huis waar hij naar keek, stond op twee hectaren die goed van de buitenwereld waren afgeschermd. Je moest wel erg rijk zijn om zoiets te bezitten. En terwijl hij naar de zuilengalerij aan de voorkant keek, wist Donovan zonder enige twijfel dat de huidige eigenares meer dan genoeg had.

Hij zag een gloednieuwe Mercedes van de andere kant naderen en naar het grote hek van het landgoed rijden. Toen de Mercedes zich naar het hek toe draaide, zwaaiden de beide helften van het hek open en kon de auto het terrein op rijden. Donovan tuurde door de kijker naar de vrouw die achter het stuur zat. Ze was nu in de veertig maar leek nog vrij goed op haar lottofoto van tien jaar geleden. Als je maar genoeg geld had, kon je het verouderingsproces vertragen, nam Donovan aan.

Hij keek op zijn horloge. Hij was hier vroeg naartoe gegaan om de situatie in ogenschouw te nemen. Hij had naar zijn antwoordapparaat gebeld en naar LuAnn Tylers waarschuwing geluisterd. Hij was nog niet van plan om te vluchten, maar hij nam haar advies erg serieus. Het zou wel erg naïef van hem zijn geweest om te denken dat er geen machtige personen achter dit alles zaten. Hij haalde het pistool uit zijn zak en keek of het volledig geladen was. Toen tuurde hij de omgeving nog eens af. Hij gaf haar nog een paar minuten de tijd, gooide toen zijn sigaret uit het raam, draaide het dicht en reed naar het huis.

Hij stopte bij het hek en sprak in een intercom. De stem die hem antwoord gaf, klonk nerveus, opgewonden. Het hek ging open en een minuut later stond hij in een hal die de volle drie verdiepingen de hoogte in ging.

‘Mevrouw Reynolds?’

Bobbie Jo Reynolds deed haar best om hem niet aan te kijken. Ze sprak niet, maar knikte alleen. Ze was zonder meer smaakvol gekleed, vond Donovan. Je zou nooit hebben gedacht dat ze nog maar tien jaar geleden een straatarme actrice in spe was die de kost verdiende als serveerster. Na een langdurig verblijf in Frankrijk was ze al weer vijf jaar in de Verenigde Staten terug. Toen hij zijn onderzoek naar de lottowinnaars deed, had Donovan veel aandacht aan haar besteed. Ze was nu een erg gerespecteerd lid van de society van Washington. Hij vroeg zich plotseling af of Alicia Crane en zij elkaar kenden.

Nadat hij niets bij LuAnn had bereikt, had Donovan contact opgenomen met de elf andere lottowinnaars. Die waren veel gemakkelijker op te sporen geweest dan LuAnn. Niemand van hen was op de vlucht voor de politie. Nog niet.

Reynolds was de enige die bereid was geweest met hem te praten. Vijf van de winnaars hadden de hoorn op de haak gegooid. Herman Rudy had met lichamelijk letsel gedreigd en een taal gebruikt die Donovan sinds zijn marinetijd niet meer had gehoord. De anderen hadden niet teruggebeld nadat hij een boodschap had achtergelaten.

Reynolds ging met hem naar wat zo te zien de zitkamer was – groot, luchtig en, vermoedelijk onder de leiding van een stijlvolle binnenhuisarchitect, gevuld met hedendaags meubilair en hier en daar een kostbaar stuk antiek.

Reynolds leunde in een oorfauteuil achterover en wees Donovan de bank tegenover haar. ‘Wilt u thee of koffie?’ Ze keek hem niet aan, vouwde haar handen telkens nerveus samen en maakte ze weer van elkaar los.

‘Nee, dank u.’ Hij boog zich naar voren, haalde zijn notitieboekje tevoorschijn en nam een cassetterecorder uit zijn zak. ‘Hebt u er bezwaar tegen als ik het gesprek op de band opneem?’

‘Waarom is dat nodig?’ Reynolds liet nu plotseling een beetje ruggengraat zien, dacht hij. Donovan besloot dat de kop in te drukken voordat het de overhand kreeg.

‘Mevrouw Reynolds, toen u me terugbelde, nam ik aan dat u bereid was over dingen te praten. Ik ben journalist. Ik wil u geen woorden in de mond leggen. Ik wil de feiten precies goed hebben. Kunt u dat begrijpen?’

‘Ja,’ zei ze nerveus. ‘Ik geloof van wel. Daarom belde ik u terug. Ik wil niet dat mijn naam door het slijk wordt gehaald. U moet weten dat ik al jaren een erg gerespecteerd lid van deze gemeenschap ben. Ik heb royale donaties gedaan aan een heleboel goede doelen. Ik zit in verschillende plaatselijke commissies...’

‘Mevrouw Reynolds,’ onderbrak Donovan haar, ‘of mag ik u Bobbie Jo noemen?’

Er trok een lichte huivering over Reynolds’ gezicht. ‘Ik heet tegenwoordig Roberta,’ zei ze zedig.

Reynolds deed Donovan zo sterk aan Alicia denken dat hij in de verleiding kwam te vragen of ze elkaar kenden. Hij besloot niet aan die impuls toe te geven.

‘Goed, Roberta, ik weet dat je erg veel voor de samenleving hebt gedaan. Je bent een echte weldoenster. Maar ik ben niet geïnteresseerd in het heden. Ik wil over het verleden praten, vooral over tien jaar geleden.’

‘Dat zei u al door de telefoon. De lotto.’ Ze streek bevend door haar haar.

‘Dat klopt. De bron van dit alles.’ Hij keek in de weelderige kamer om zich heen.

‘Ik heb tien jaar geleden de lotto gewonnen. Dat lijkt me geen nieuws meer, meneer Donovan.’

‘Noem me maar Tom.’

‘Liever niet.’

‘Goed. Roberta, ken je een zekere LuAnn Tyler?’

Reynolds dacht even na en schudde toen met haar hoofd. ‘Die naam komt me niet bekend voor. Moet ik haar kennen?’

‘Waarschijnlijk niet. Zij heeft ook de lotto gewonnen, twee maanden na jou.’

‘Dat is fijn voor haar.’

‘Ze leek op jou. Arm, met weinig vooruitzichten. Eigenlijk een leven zonder uitweg.’

Ze lachte nerveus. ‘Nu doet u het voorkomen alsof ik aan de grond zat. Dat was niet zo.’

‘Maar je barstte ook niet bepaald van het geld, hè? Ik bedoel, daarom deed je toch aan de lotto mee?’

‘Ja, misschien wel. Maar ik verwachtte niet dat ik zou winnen.’

‘Echt niet, Roberta?’

Ze keek hem geschrokken aan. ‘Waar hebt u het over?’

‘Wie beheert je beleggingen?’

‘Dat gaat u niets aan.’

‘Nou, ik denk dat het dezelfde is die het geld van elf andere lottowinnaars beheert, inclusief LuAnn Tyler.’

‘Nou en?’

‘Kom nou, Roberta, vertel me eens iets. Er is iets aan de hand. Jullie weten daar allemaal van af en ik wil het ook weten. Jullie wisten van tevoren dat jullie de lotto zouden winnen.’

‘U bent gek.’ Haar stem trilde nu onbedaarlijk.

‘O ja? Ik denk van niet. Ik heb veel leugenaars geïnterviewd, Roberta, en daar waren heel goede bij. Jij bent daar niet een van.’

Reynolds stond op. ‘Ik hoef dit niet aan te horen.’

Donovan hield voet bij stuk. ‘Het verhaal komt toch uit, Roberta. Het duurt niet lang meer, dan weet ik alles. Het is alleen nog een kwestie van tijd. De vraag is: wil je meewerken en misschien zonder kleerscheuren door de hele affaire heen komen of wil je samen met alle anderen naar de bliksem gaan?’

‘Ik... Ik...’

Donovan ging met kalme stem verder. ‘Ik heb er helemaal geen behoefte aan om je leven te verwoesten, Roberta. Maar als je aan een complot hebt meegedaan om met de lotto te knoeien, op welke manier dan ook, zul je een douw krijgen. Ik doe je een voorstel dat ik ook aan Tyler heb gedaan. Je vertelt me alles wat je weet, ik schrijf mijn verhaal en je kunt zelf beslissen wat je doet totdat het verhaal in de openbaarheid komt. Bijvoorbeeld verdwijnen. Denk eens aan het alternatief. Dat is lang niet zo aanlokkelijk.’

Reynolds ging weer zitten en keek een ogenblik om zich heen naar haar huis. Toen haalde ze diep adem. ‘Wat wilt u weten?’

Donovan zette de recorder aan. ‘Werd er geknoeid met de lotto?’ Ze knikte. ‘Ik wil graag een hoorbaar antwoord, Roberta.’ Hij knikte naar de recorder.

‘Ja.’

‘Hoe?’ Donovan beefde bijna toen hij die vraag stelde.

‘Zou u me een glas water willen inschenken uit die karaf daar?’

Donovan sprong overeind, schonk het water in en zette het glas voor haar neer. Hij leunde achterover.

‘Hoe?’ herhaalde hij.

‘Het had iets met chemicaliën te maken.’

Donovan hield zijn hoofd schuin. ‘Chemicaliën?’

Reynolds haalde een zakdoek tevoorschijn en veegde haar plotselinge tranen weg.

Donovan keek naar haar en nam aan dat ze op het punt stond een zenuwuitbarsting te krijgen. Het was ironisch dat de enige winnaar die hem had teruggebeld zo’n nerveus type was.

‘Ik ben geen geleerde, Roberta. Vertel het me zo eenvoudig mogelijk.’

Reynolds greep de zakdoek stevig vast. ‘Alle balletjes, op één na, het balletje met het winnende getal, waren besproeid met een chemische stof. En de buis waar de bal doorheen moest, was ook besproeid met iets. Ik kan het niet precies uitleggen, maar die chemicaliën zorgden dat alleen het balletje dat niet besproeid was erdoor kon. Dat gold ook voor alle andere bakken met balletjes.’

‘Verdraaid!’ Donovan keek haar verbaasd aan. ‘Goed, Roberta, ik heb een heleboel vragen. Weten de andere winnaars dat ook? Hoe gebeurde het? En door wie?’ Hij dacht weer aan LuAnn Tyler. Zij wist het. Dat stond vast.

‘Nee. Geen van de winnaars wist hoe het ging. Alleen de mensen die het deden, wisten het.’ Ze wees naar de cassetterecorder. ‘Uw recorder is gestopt.’ Bitter voegde ze eraan toe: ‘U wilt hier vast geen woord van missen.’

Donovan pakte de recorder op en keek ernaar terwijl hij over haar woorden nadacht. ‘Maar dat klopt niet helemaal, want jij wist hoe er met de lotto werd geknoeid, Roberta. Je hebt het me net verteld. Kom op, vertel me de hele waarheid.’

Een verpletterende slag tegen zijn bovenlijf joeg Donovan over de bovenrand van de bank. Hij belandde met een smak op de eikenhouten vloer. Alle adem was uit zijn longen gepompt. Hij voelde verbrijzelde ribben die los in zijn lichaam hingen.

Reynolds boog zich over hem heen. ‘Nee, dit is de waarheid: alleen degene die het allemaal heeft uitgedacht, weet hoe het in zijn werk ging.’ Het vrouwelijke haar en gezicht werden weggetrokken en Jackson keek omlaag naar de gewonde man.

Donovan deed wanhopige pogingen om overeind te komen. ‘Jezus.’

Jacksons voet ramde in zijn borst en gooide hem weer tegen de muur. Jackson richtte zich op. ‘Kickboksen is een dodelijke kunstvorm. Je kunt letterlijk iemand doden zonder je handen te gebruiken.’

Donovans hand gleed naar zijn zak, tastend naar zijn pistool. Zijn armen en benen wilden nauwelijks gehoorzamen. Zijn gebroken ribben porden tegen inwendige organen die daar niet tegen konden. Hij kon maar niet op adem komen.

‘Nee, jij voelt je duidelijk niet goed. Laat me je helpen.’ Jackson knielde neer en pakte met de zakdoek het pistool uit Donovans zak. ‘Dit is perfect. Dank je.’

Hij schopte Donovan hard tegen zijn hoofd en de ogen van de journalist gingen eindelijk dicht. Jackson haalde plastic bindingen uit zijn zak. Binnen een minuut had hij Donovan gekneveld.

Hij ontdeed zich van de rest van zijn vermomming, stopte alles zorgvuldig in een tas die hij onder de bank vandaan trok en ging met twee treden tegelijk de trap op. Hij rende door de gang en maakte de slaapkamerdeur aan het eind open.

Bobbie Jo Reynolds lag languit op het bed. Haar armen en benen waren aan de stijlen van het bed vastgebonden en er zat tape over haar mond geplakt. Ze keek in paniek naar Jackson op. Haar hele lichaam trilde van een onbedaarlijke angst.

Jackson kwam naast haar zitten. ‘Ik wil je bedanken omdat je mijn instructies zo precies hebt opgevolgd. Je hebt het personeel een vrije dag gegeven en de afspraak met meneer Donovan gemaakt, precies zoals ik je had opgedragen.’ Hij gaf een klopje op haar hand. ‘Ik wist wel dat ik op jou kon rekenen, de trouwste van mijn clubje.’ Hij keek haar met vriendelijke, geruststellende ogen aan tot ze niet meer beefde. Toen maakte hij haar los en haalde voorzichtig de tape van haar mond.

Hij stond op. ‘Ik moet nu naar meneer Donovan. Hij is beneden. Straks zijn we weg en vallen we je niet meer lastig. Jij blijft hier tot we weg zijn. Begrepen?’

Ze knikte nerveus, wrijvend over haar polsen.

Jackson stond op. Hij richtte Donovans pistool op haar en haalde de trekker over tot er geen kogels meer in het wapen zaten.

Hij keek een ogenblik naar het bloed dat zich over de lakens verspreidde. Jackson schudde bedroefd zijn hoofd. Hij hield er niet van om lammeren te slachten. Maar zo zat de wereld in elkaar. Lammeren waren er om geofferd te worden. Ze verzetten zich nooit.

Hij ging weer naar beneden, pakte zijn make-upkoffertje en spiegel en zat de volgende dertig minuten bij Donovan.

Toen de journalist eindelijk bijkwam, had hij barstende hoofdpijn; hij voelde zijn inwendige bloedingen, maar in elk geval was hij nog in leven.

Zijn hart bleef bijna stilstaan toen hij opkeek naar... Thomas Donovan. De man had zelfs zijn jas aan en hoed op. Donovan keek nog eens goed. Eerst had hij gedacht dat hij naar een tweelingbroer keek, maar nu kon hij subtiele verschillen zien, dingen die niet helemaal goed waren. Evengoed was het een opmerkelijk goede imitatie.

Jackson knielde neer. ‘Je kijkt verrast, maar ik verzeker je dat ik hier erg handig in ben. Poeders, crèmes, latex, haarstukjes, gom, plamuur. Het is eigenlijk verbijsterend wat je kunt doen, al is dit alles maar een illusie. Trouwens, in jouw geval was het niet zo moeilijk. Ik bedoel dat niet in negatieve zin, maar je hebt een tamelijk gewoon gezicht. Ik hoefde niets bijzonders te doen en ik heb je gezicht al een paar dagen bestudeerd. Je verraste me trouwens wel door je baard af te scheren. Maar in plaats van een baard hebben we baardstoppels van crêpehaar en kleefstof.’

Hij greep Donovan onder zijn oksels vast, tilde hem op de bank en ging tegenover hem zitten. De half verdoofde journalist zakte opzij. Jackson trok hem rechtop en zette een kussen tegen hem aan.

‘Iemand die heel goed keek, zou het verschil zien, maar het resultaat is niet slecht voor een halfuur werk.’

‘Ik moet naar een dokter.’ Donovan kon de woorden met veel moeite tussen zijn met bloed aangekoekte lippen door krijgen.

‘Dat zal niet gebeuren, vrees ik. Maar ik zal een paar minuten de tijd nemen om je enige dingen uit te leggen. In zekere zin ben ik je dat wel verschuldigd. Het was erg slim van je dat je dat van die faillissementen ontdekte. Daar had ik nooit aan gedacht; dat geef ik toe. Ik wilde vooral zorgen dat geen van mijn winnaars gebrek aan geld had. Als ze in geldnood raakten, hadden ze in de verleiding kunnen komen om alles te vertellen. Tevreden, welgedane mensen zijn hun weldoener niet tot last. Jij hebt het ene kleine foutje in dat plan gevonden.’

Donovan hoestte en slaagde er met een plotselinge beweging in rechtop te gaan zitten. ‘Hoe ben je mij op het spoor gekomen?’

‘Ik wist dat LuAnn je niets zou vertellen. Wat zou je dan gaan doen? Je zou op zoek gaan naar een andere bron. Ik belde al mijn andere winnaars en waarschuwde ze dat je misschien zou bellen. Tien van hen gaf ik opdracht je af te poeieren. Tegen Bobbie Jo – neem me niet kwalijk: Roberta – zei ik dat ze je moest laten komen.’

‘Waarom zij?’

‘Simpel genoeg. Ze woonde het dichtst bij. Evengoed moest ik de hele nacht doorrijden om hier te komen en alles voor te bereiden. Tussen haakjes, ik zat in die Mercedes. Ik had een beschrijving van jou. Ik dacht dat jij in die auto zat en naar het huis keek.’

‘Waar is Bobbie Jo?’

‘Dat doet er niet toe.’ Jackson glimlachte. Hij voelde zich niet alleen goed omdat hij alles kon uitleggen maar ook omdat hij de ervaren journalist volledig in zijn macht had. ‘Wel, om verder te gaan: de substantie die op negen van de tien ballen werd aangebracht, was doorzichtige lichte acrylvezel. Als de exacte details je interesseren: het was een oplossing van polydimethylsiloxaan waaraan ik een paar dingen heb veranderd, een turboversie, als je wilt. Het bouwt een grote statische lading op en vergroot ook de bal met ongeveer een vijftigste van een millimeter, maar zonder dat er een meetbare verandering in gewicht of uiterlijk of zelfs geur optreedt. Ze wegen de ballen, weet je, om er zeker van te zijn dat ze allemaal even zwaar zijn. De balletjes met de winnende cijfers, een in elke bak, hadden die chemische stof niet. In elke buis waardoor het winnende balletje moest gaan, was ook een klein beetje van de gewijzigde polydimethylsiloxaan aangebracht. Onder die nauwkeurig beheerste omstandigheden konden de negen balletjes met de statische lading niet in een buis komen die een laagje van dezelfde substantie had gekregen; ze stootten elkaar zelfs af, ongeveer zoals een krachtenveld. Daarom konden die balletjes niet deel uitmaken van de winnende combinatie. Alleen het onbewerkte balletje kon dat.’

Het ontzag stond duidelijk op Donovans gezicht te lezen, maar toen betrok zijn gezicht. ‘Wacht eens even: als op die balletjes dezelfde stof was aangebracht, waarom zouden ze elkaar dan niet afstoten in de bak? Zou dat de mensen niet achterdochtig maken?’

‘Erg goede vraag. Ik geniet van de details. Ik heb de chemische stof zo bijgespijkerd dat hij onmiddellijk wordt geactiveerd door de warmte van de luchtstroom die door de machines gaat om de ballen te laten rondwervelen. Tot op dat moment blijven de ballen bewegingloos liggen.’

Jackson zweeg even. Zijn ogen schitterden. ‘Inferieure geesten zoeken naar ingewikkelde scenario’s; alleen een briljante geest kan tot eenvoud komen. Je zult zelf wel al hebben ontdekt dat al mijn winnaars arm en wanhopig waren, op zoek naar een beetje hoop, een beetje hulp. En dat gaf ik hun. Dat gaf ik jullie allemaal. De lotto vond het prachtig. De overheid leek net een heilige instelling die de armen hielp. Jullie van de media konden mooie sentimentele verhalen schrijven. Iedereen won. Ik ook.’ Donovan verwachtte min of meer dat de man een buiging maakte.

‘En dat heb je allemaal in je zielige eentje gedaan?’ zei Donovan spottend.

Jackson reageerde scherp: ‘Ik heb niemand anders nodig, behalve mijn winnaars dan. Mensen zijn altijd feilbaar. Je kunt nooit helemaal op ze vertrouwen. De wetenschap is niet feilbaar. De wetenschap is absoluut. De principes zijn strikt: als je A en B doet, gebeurt C. Dat maak je niet vaak mee als je de onvolkomenheden van de mens bij het proces betrekt.’

‘Hoe heb je toegang gekregen?’ Donovan begon een beetje brabbelend te spreken. Zijn verwondingen eisten hun tol.

Jacksons glimlach werd breder. ‘Het lukte me om als technicus bij de lotto in dienst te komen, als onderhoudsman van de ballenmachines. Ik was veel te hoog gekwalificeerd voor die functie, en dat was een van de redenen waarom ik werd aangenomen. Niemand lette goed op dat rare techneutje. Het was net of ik er niet was. Maar ik had wel een volledige en onbeperkte toegang tot de machines. Ik kocht zelf ook zo’n machine om thuis te experimenteren tot ik de juiste combinatie van chemische stoffen had gevonden. Dus daar was ik dan, de technicus. Ik besproeide de ballen met iets waarvan iedereen dacht dat het een reinigende oplossing was, iets om stof en andere vuiligheid te verwijderen. En het enige dat ik hoefde te doen was de winnende bal in mijn hand te houden terwijl ik dat deed. De oplossing droogt bijna ogenblikkelijk op. Ik deed het winnende balletje stiekem weer in de bak en ik was klaar.’

Jackson lachte. ‘De mensen zouden wat meer respect moeten hebben voor de technici op deze wereld, meneer Donovan. Ze beheersen alles, omdat ze de machines beheersen die de informatiestromen beheersen. Ik gebruik dan ook veel technici voor mijn werk. Ik hoefde de leiders niet om te kopen. Die zijn nutteloos, omdat ze incompetente paradepaardjes zijn. Geef mij maar de werkbijen.’

Jackson zweeg en trok dikke handschoenen aan. ‘Nu heb ik wel zo ongeveer alles verteld,’ zei hij. ‘Als ik klaar ben met jou, ga ik bij LuAnn op bezoek.’

Hoe kon ik zo stom zijn om niet naar jou te luisteren, LuAnn? dacht Donovan.

Door de handschoen wreef Jackson over de snijwond in zijn hand. Hij had al het een en ander uitgedacht voor LuAnn.

‘Een goede raad, klootzak,’ zei Donovan. ‘Als je het tegen die vrouw opneemt, snijdt ze je ballen af, dus ik zou oppassen.’

‘Dank je voor je advies.’ Jackson greep Donovan stevig bij zijn schouders vast.

‘Waarom hou je mij in leven, hufter?’ Donovan probeerde zich van hem los te trekken, maar hij was veel te zwak.

‘Nou, eigenlijk doe ik dat ook niet.’ Jackson legde plotseling zijn beide handen tegen de zijkanten van Donovans hoofd en gaf daar een abrupte draai aan. Het geluid van krakend bot was zacht maar onmiskenbaar. Jackson tilde de man op en hing hem over zijn schouder. Hij droeg hem naar de garage, maakte de voordeur van de Mercedes open en drukte Donovans vingers op het stuurwiel, het dashboard, de klok en een aantal andere oppervlakken waarop je een goede afdruk kon achterlaten. Ten slotte legde Jackson de hand van de dode man om het pistool dat hij had gebruikt om Bobbie Jo Reynolds te doden. Hij sloeg een deken om het lichaam heen en deed het in de kofferbak van de Mercedes. Vervolgens rende hij het huis weer in, pakte zijn tas en Donovans recorder, keerde naar de garage terug en stapte achter het stuur van de Mercedes. Binnen een paar minuten had de auto de erg rustige buurt achter zich gelaten. Jackson stopte langs de weg, draaide het raampje open en gooide het pistool in het bos om vervolgens weer door te rijden. Jackson zou tot de avond wachten, en dan zou een plaatselijke vuilverbrandingsoven die hij tijdens een eerdere verkenningstocht had gevonden de laatste rustplaats van Thomas Donovan worden.

Al rijdend dacht Jackson even aan de manier waarop hij met LuAnn Tyler en haar nieuwe bondgenoot Riggs zou afrekenen. Haar ontrouw stond nu vast en ze zou geen respijt meer krijgen. Binnenkort zou hij daar al zijn aandacht op richten. Maar eerst had hij nog iets anders te doen.

Jackson ging Donovans flat binnen, sloot de deur en keek even om zich heen. Omdat hij nog steeds het gezicht van de dode droeg, was het niet erg als mensen hem hadden gezien. Donovans lijk was verbrand, maar Jackson had maar even tijd om de flat van de overleden verslaggever te doorzoeken. Een journalist hield gegevens bij, en om die gegevens was het Jackson te doen. Binnen korte tijd zou de huishoudster het lijk van Bobbie Jo Reynolds ontdekken, en dan zou ze de politie bellen. Hun opsporingswerk zou hen, grotendeels dankzij Jacksons eigen werk, erg snel naar Thomas Donovan leiden.

Hij doorzocht de flat snel en systematisch en vond al gauw wat hij zocht. Hij stapelde de archiefdozen midden in de kleine hal op elkaar. Het waren dezelfde dozen die Donovan in het huisje in Charlottesville had gehad, gevuld met de resultaten van zijn research naar de lotto. Vervolgens zette hij Donovans computer aan en doorzocht de harde schijf. Gelukkig had Donovan nooit de moeite genomen wachtwoorden in te voeren. De harde schijf bevatte niets van wat hij zocht. Waarschijnlijk had hij alles op diskettes staan, dan kon hij het makkelijker meenemen. Hij keek achter de computer en vervolgens achter het bureau. Geen modem. Voor alle zekerheid keek Jackson nog eens naar het iconenscherm. Er waren geen computerservices als America Online aanwezig. Er was dan ook geen e-mail te doorzoeken. Wat ouderwets van Donovan, dacht hij. Hij vond een stapel floppy’s in de bureaula en deed ze allemaal in een van de dozen. Hij zou ze later bekijken.

Hij wilde net weggaan toen hij het antwoordapparaat in de huiskamer zag. Het rode lichtje knipperde. Hij ging naar de telefoon en drukte op de afspeelknop. De eerste drie boodschappen waren onschuldig. De stem van de vierde boodschap verraste Jackson volkomen. Hij boog zijn hoofd meteen naar het apparaat om geen woord te missen.

Alicia Crane klonk nerveus en bang. ‘Waar ben je nou, Thomas?’ smeekte ze. ‘Je hebt niet gebeld. Waar je aan werkt, is te gevaarlijk. Alsjeblieft, alsjeblieft, bel me,’ luidde de boodschap.

Jackson spoelde het bandje terug en luisterde nog eens naar Alicia’s stem. Hij drukte op een andere knop van het apparaat. Ten slotte pakte hij de dozen op en verliet de flat.

Duister Lot
titlepage.xhtml
Duister_lot_split_0.xhtml
Duister_lot_split_1.xhtml
Duister_lot_split_2.xhtml
Duister_lot_split_3.xhtml
Duister_lot_split_4.xhtml
Duister_lot_split_5.xhtml
Duister_lot_split_6.xhtml
Duister_lot_split_7.xhtml
Duister_lot_split_8.xhtml
Duister_lot_split_9.xhtml
Duister_lot_split_10.xhtml
Duister_lot_split_11.xhtml
Duister_lot_split_12.xhtml
Duister_lot_split_13.xhtml
Duister_lot_split_14.xhtml
Duister_lot_split_15.xhtml
Duister_lot_split_16.xhtml
Duister_lot_split_17.xhtml
Duister_lot_split_18.xhtml
Duister_lot_split_19.xhtml
Duister_lot_split_20.xhtml
Duister_lot_split_21.xhtml
Duister_lot_split_22.xhtml
Duister_lot_split_23.xhtml
Duister_lot_split_24.xhtml
Duister_lot_split_25.xhtml
Duister_lot_split_26.xhtml
Duister_lot_split_27.xhtml
Duister_lot_split_28.xhtml
Duister_lot_split_29.xhtml
Duister_lot_split_30.xhtml
Duister_lot_split_31.xhtml
Duister_lot_split_32.xhtml
Duister_lot_split_33.xhtml
Duister_lot_split_34.xhtml
Duister_lot_split_35.xhtml
Duister_lot_split_36.xhtml
Duister_lot_split_37.xhtml
Duister_lot_split_38.xhtml
Duister_lot_split_39.xhtml
Duister_lot_split_40.xhtml
Duister_lot_split_41.xhtml
Duister_lot_split_42.xhtml
Duister_lot_split_43.xhtml
Duister_lot_split_44.xhtml
Duister_lot_split_45.xhtml
Duister_lot_split_46.xhtml
Duister_lot_split_47.xhtml
Duister_lot_split_48.xhtml
Duister_lot_split_49.xhtml
Duister_lot_split_50.xhtml
Duister_lot_split_51.xhtml
Duister_lot_split_52.xhtml
Duister_lot_split_53.xhtml
Duister_lot_split_54.xhtml
Duister_lot_split_55.xhtml
Duister_lot_split_56.xhtml
Duister_lot_split_57.xhtml
Duister_lot_split_58.xhtml
Duister_lot_split_59.xhtml
Duister_lot_split_60.xhtml
Duister_lot_split_61.xhtml
Duister_lot_split_62.xhtml
Duister_lot_split_63.xhtml
Duister_lot_split_64.xhtml
Duister_lot_split_65.xhtml
Duister_lot_split_66.xhtml