•55•
Charlie wreef de slaap uit zijn ogen en keek naar de telefoon. Een paar uur geleden had LuAnn hem van alle recente ontwikkelingen op de hoogte gesteld, en nog steeds kon hij niet slapen. Dus Jackson was inderdaad Peter Crane. Die informatie deed hem persoonlijk geen goed, maar Charlie nam aan dat het de autoriteiten zou helpen de man op te sporen. Aan de andere kant: als Jackson wist dat zijn identiteit was ontdekt, zou hij waarschijnlijk razend van woede zijn. En als dat het geval was, zou Charlie niet willen dat iemand bij dat heerschap in de buurt was.
Hij hees zich van de bank. Zijn knieën deden meer pijn dan gewoonlijk. Al dat autorijden ging hem niet in de koude kleren zitten. Hij verheugde zich erg op het weerzien met LuAnn. En ook met Riggs, nam hij aan. Zo te horen was die man erg geschikt voor LuAnn. Als hij dit alles tot een goed eind kon brengen, nou, dan zou het een wonder zijn.
Hij ging naar de aangrenzende kamer en keek naar Lisa. Ze was nog in diepe slaap verzonken. Hij keek naar haar delicate trekken en zag daar veel van haar moeder in. Ze zou ook lang worden. De afgelopen tien jaren waren zo snel voorbij gegaan. Waar zouden ze volgende week allemaal zijn? Waar zou hij zijn? Nu Riggs op het toneel was verschenen, was zijn eigen rol misschien bijna uitgespeeld. Hij twijfelde er niet aan dat LuAnn in financieel opzicht goed voor hem zou zorgen, maar het zou nooit hetzelfde zijn. Maar ach, de wervelwind van de afgelopen tien jaar met haar en Lisa was toch al veel meer geweest dan hij verdiende.
De telefoon ging; hij schrok ervan. Hij keek op zijn horloge. Bijna twee uur in de nacht. Hij greep de hoorn van de haak.
‘Charlie?’
Charlie herkende de stem niet meteen. ‘Met wie spreek ik?’
‘Matt Riggs.’
‘Riggs? Waar is LuAnn? Is alles goed met haar?’
‘Meer dan goed. Ze hebben hem. Ze hebben Jackson te pakken gekregen.’ Zijn stem klonk uitbundig.
‘Jezus christus. Halleluja! Waar?’
‘In Charlottesville. De fbi had een team op het vliegveld geposteerd en hij en zijn broer liepen zo in de val. Ik denk dat hij terugkwam om wraak op LuAnn te nemen.’
‘Zijn broer?’
‘Roger. De fbi weet niet of hij er iets mee te maken heeft, maar ik geloof ook niet dat het ze veel kan schelen. Ze hebben Peter Crane. Ze willen dat LuAnn morgenvroeg naar Washington gaat om een verklaring af te leggen.’
‘Morgen? En onze ontmoeting hier dan?’
‘Daarom belde ik. Ik wil dat jij en Lisa nu meteen jullie bagage pakken en ons in Washington ontmoeten. In het Hoover Building. Ninth Street en Pennsylvania Avenue. Ze verwachten ons. Ik heb het allemaal geregeld. Als jullie nu vertrekken, kunnen jullie ons bij het ontbijt ontmoeten. Ik wil dit persoonlijk vieren.’
‘En de fbi ? De aanklacht wegens moord?’
‘Allemaal geregeld, Charlie. LuAnn blijft buiten schot.’
‘Dat is geweldig, Riggs. Dat is het beste nieuws dat ik in een hele tijd heb gehoord. Waar is LuAnn?’
‘Ze is door de andere telefoon met de fbi aan het praten. Zeg tegen Lisa dat haar moeder veel van haar houdt en niet kan wachten tot ze haar ziet.’
‘Doe ik.’ Hij hing op en begon meteen te pakken. Wat had hij graag Jacksons gezicht gezien toen de fbi hem te pakken kreeg! De klootzak. Hij besloot eerst de bagage te verstouwen en dan pas Lisa wakker te maken. Hij kon haar maar beter zo lang mogelijk laten slapen. Als ze het nieuws over haar moeder hoorde, zou ze waarschijnlijk niet meer kunnen slapen. Het zag ernaar uit dat Riggs toch resultaat had geboekt.
Charlies hart voelde lichter aan dan in jaren. Met een tas onder elke arm maakte hij de deur open. Hij verstijfde meteen.
De man stond in de deuropening, zijn gezicht bedekt met een zwart skimasker, een pistool in zijn hand. Met een schreeuw van razernij gooide Charlie hem de tas toe en sloeg daarmee het pistool weg. Vervolgens greep Charlie de man bij zijn masker en slingerde hem de kamer in, waar de man tegen een muur smakte en omlaag zakte. Voordat de man kon opstaan, zat Charlie boven op hem. Hij beukte met linkse en rechtse stoten op hem in. Zijn oude bokstechnieken kwamen weer tot leven alsof hij nooit de ring had verlaten.
Hij beukte maar door, en de man zakte kreunend in elkaar en bleef stil liggen. Charlie keek om, want hij voelde dat er nog iemand in de kamer was.
‘Hallo, Charlie.’ Jackson deed de deur achter zich dicht.
Zodra hij de stem herkende, sprong Charlie op hem af. Hij verraste Jackson met zijn snelheid. De twee pijltjes van het verdovingspistool troffen Charlie in zijn borst, maar niet voordat diens stevige vuist Jacksons kin trof en hem tegen de deur sloeg. Jackson bleef de trekker overhalen en joeg de zware elektrische stroom in Charlies lichaam.
Charlie viel op zijn knieën. Hij gebruikte al zijn kracht om te proberen overeind te komen, om de man in elkaar te trappen, hem net zo lang met zijn vuisten te bewerken tot hij niemand meer kwaad kon doen. Hij probeerde zich naar voren te stuwen. Elke mentale impuls in zijn hersenen hunkerde naar niets minder dan de totale vernietiging van de man. Maar zijn lichaam weigerde zijn bevelen op te volgen. Terwijl hij langzaam op de vloer zakte, keek hij naar een doodsbange Lisa, die in de deuropening van de slaapkamer stond.
Hij probeerde iets te zeggen, probeerde te schreeuwen dat ze moest vluchten, dat ze zo hard mogelijk weg moest lopen, maar het enige dat eruitkwam, was iets dat nauwelijks fluisteren genoemd kon worden.
Vol afschuw zag hij dat Jackson overeind kwam, op Lisa af vloog en iets tegen haar mond drukte. Het meisje bood dapper verzet, maar dat had geen zin. Haar neus snoof de chloroform op en al gauw lag ze naast Charlie op de vloer.
Jackson veegde het bloed van zijn gezicht en trok zijn helper ruw overeind. ‘Breng haar naar de auto. Zorg dat niemand je ziet.’
De man knikte gelaten. Zijn hele lichaam deed pijn van Charlies vuisten.
Charlie moest hulpeloos toezien terwijl de man de bewusteloze Lisa wegdroeg. Toen ging zijn blik naar Jackson, die bij hem neerknielde en voorzichtig over zijn kin wreef.
Toen zei Jackson, met een stem die exact gelijk was aan die van Riggs: ‘Ze hebben Jackson. Ze hebben hem te pakken gekregen. Ik wil het vieren.’ Jackson barstte in lachen uit.
Charlie zei niets. Hij lag daar maar, kijkend, wachtend.
Met zijn eigen stem zei Jackson: ‘Ik wist dat je na mijn telefoontje onvoorzichtig zou worden. Dat je de deur zou opendoen zonder eerst te kijken, zonder een pistool in de aanslag. Wat slordig. Maar je hebt er heel goed op gelet dat jullie niet werden gevolgd. Ik had ook niet anders verwacht. Daarom ben ik in de allereerste nacht dat ik in Charlottesville was de garage in Wicken’s Hunt binnengegaan en heb ik een zendertje in de stuurkolom van alle auto’s daar aangebracht, inclusief je Range Rover. Dat zendertje is oorspronkelijk voor militair gebruik ontworpen en maakt gebruik van satelliettechnologie. Ik had je overal op de wereld kunnen volgen. Het was erg duur, maar ik heb er ontzaglijk veel aan gehad.
Toen ik LuAnn had ontmoet, wist ik dat ze Lisa met jou weg zou sturen. Ik moest precies weten waar je was, voor het geval dat ik Lisa nog nodig zou hebben in het eindspel. Ik hou van strategisch denken. Jij ook? Het gebeurt zo weinig dat iemand het goed doet. Nu blijkt dat ik haar inderdaad nodig heb. Daarom ben ik hier.’
Charlie huiverde enigszins toen Jackson een mes uit zijn jas haalde, en hij huiverde opnieuw toen de mouw van zijn overhemd door Jackson werd opgestroopt.
‘Ik vind dit echt een schitterend apparaat,’ zei Jackson met een blik op het verdovingswapen. ‘Voor zover ik weet, is het een van de weinige instrumenten die je een volledige macht over iemand geven zonder dat je hem ernstige verwondingen toebrengt of hem bewusteloos maakt.’
Jackson stopte het verdovingspistool weer in zijn jas. Hij liet de pijltjes in Charlie zitten. Ditmaal vond hij het niet erg om sporen achter te laten.
‘Je koos partij voor de verkeerde.’ Terwijl Jackson dat zei, trok hij Charlies mouw tot aan de schouder open om zich wat meer werkruimte te bezorgen. ‘Je bent LuAnn trouw gebleven, en zie nu eens hoe het je vergaat.’ Jackson schudde bedroefd zijn hoofd, maar de glimlach op zijn gezicht verried zijn echte blijdschap.
Zo langzaam als hij kon, probeerde Charlie zijn benen te bewegen. Hij trok een grimas, maar hij had daar beneden nog wel wat gevoel. Het deed pijn, maar die pijn kon hij tenminste voelen. Wat Jackson niet wist, was dat een van de pijltjes zich in Charlies dikke crucifix had geboord. Het andere pijltje was langs het medaillon geschampt voordat het in Charlies borst doordrong, met als gevolg dat de elektrische stroom die door zijn lichaam was gegaan, lang niet zo sterk was geweest als Jackson had gedacht.
‘De verdoving zal ongeveer een kwartier duren,’ legde Jackson hem uit. ‘Jammer genoeg zal de snede die ik je ga toebrengen er maar zo’n tien minuten over doen om je te laten doodbloeden. Daar staat tegenover dat je lichamelijk niets zult voelen. Maar geestelijk zal het nogal moeilijk worden om jezelf te zien doodbloeden zonder dat je er iets aan kunt doen. Ik zou je snel kunnen doden, maar deze manier vind ik veel bevredigender voor mij persoonlijk.’
Terwijl hij dat zei, maakte Jackson een nauwkeurige, diepe snede in Charlies bovenarm. Charlie beet in zijn wang toen hij voelde hoe het scherpe mes door zijn huid ging. Toen Charlies bloed in een gestage stroom naar buiten begon te stromen, richtte Jackson zich op.
‘Daar ga je dan, Charlie. Ik zal LuAnn de groeten van je doen. Vlak voordat ik haar dood.’ Jackson zei die laatste woorden snauwend. Zijn gezicht was een verwrongen masker van haat. Toen glimlachte hij en hij sloot de deur.
De ene na de andere folterende centimeter lukte het Charlie zich op zijn rug te rollen. En met een even moeilijke strijd bracht hij zijn grote handen omhoog tot ze zich om de pijltjes sloten. Hij was al duizelig van het bloedverlies. Terwijl het zweet van zijn voorhoofd liep, trok hij uit alle macht en kreeg hij de pijltjes er stukje bij beetje uit. Hij gooide ze weg. Dat deed niets af aan de verdoving van zijn lichaam, maar het was toch een goed gevoel. Met het beetje macht dat hij nog over zijn ledematen had schoof hij ruggelings naar de muur. Hij bracht zich in zittende positie door zich tegen die muur af te zetten. Het was of zijn benen in brand stonden, of er een miljoen brandende naalden in gestoken waren, en zijn hele lichaam zat onder het bloed, maar hij zag kans zich omhoog te stuwen, alsof hij gehurkt een zware halter omhoog bracht. Zijn benen hielden stand; zijn knieën vingen het gewicht op. Ironisch genoeg voelden zijn knieën door de verdoving juist beter aan dan hij in jaren had meegemaakt. Hij drukte zich tegen de muur om zich te steunen en schoof zo naar de kast, die hij open kon gooien. Hij duwde zich in de kast en pakte met zijn tanden een houten kleerhanger vast. Allebei zijn armen en benen stonden nu in brand, en dat was stimulerend, want hij voelde dat zijn motorische functies zich in zijn hele lichaam langzaam herstelden. Hij slaagde erin de kleerhanger in zijn ene hand te nemen en het dunne latje voor broeken los te rukken. Hij liet de rest van de hanger los, zette zich af tegen de muur en stuwde zich naar het bed. Met zijn tanden en een van zijn handen scheurde hij het laken van het bed aan stroken. Hij werkte nu sneller, want zijn armen en benen begonnen weer enigszins normaal te functioneren. Hij begon zich misselijk te voelen; het bloedverlies eiste zijn tol. Hij had niet veel tijd meer. Zo vlug als hij kon, wond hij een lange strook recht boven de snede en gebruikte het dunne stuk hout om het laken strak te draaien. Het primitieve schroefverband had zijn levensreddend effect en aan de stroom bloed kwam een eind. Charlie sloeg de telefoonhoorn van het toestel en toetste 911 in. Nadat hij had verteld waar hij was, ging hij weer op het bed zitten, badend in het zweet. Zijn hele lichaam was rood van het bloed. Hij wist nog niet of hij in leven zou blijven of niet, en toch kon hij aan maar één ding denken: Jackson had Lisa. Hij wist precies wat Jackson met haar ging doen. Het meisje was lokaas voor haar moeder. En Charlie wist wat er zou gebeuren als LuAnn op dat lokaas afging: Jackson zou hen beiden vermoorden. Die angstaanjagende gedachte was zijn laatste voordat hij het bewustzijn verloor.
Terwijl hij met zijn busje over de snelweg reed, keek Jackson over zijn schouder naar de bewusteloze Lisa. Hij scheen even met een zaklantaarntje op haar gezicht. ‘Het evenbeeld van haar moeder,’ zei hij tegen zichzelf. ‘Ze heeft ook haar vechtlust,’ voegde hij eraan toe.
Jackson stak zijn hand uit en raakte het gezicht van het jonge meisje aan. ‘Je was nog maar een baby toen ik je de vorige keer zag.’ Hij zweeg even, keek het donker in en toen weer naar haar. ‘Ik vind het erg jammer dat het zo heeft moeten gaan.’
Hij wreef zacht over haar wang en trok toen langzaam zijn hand terug. Roberta, Donovan, zijn zuster Alicia, en nu dit kleine meisje. Hoeveel mensen zou hij nog moeten doden? Als dit allemaal voorbij was, zei hij tegen zichzelf, ging hij naar de meest afgelegen plek die hij kon vinden en deed hij de komende vijf jaar helemaal niets. Pas wanneer hij de gebeurtenissen van de afgelopen week helemaal uit zijn geest had verdreven, zou hij verder gaan met zijn leven. Maar eerst moest hij iets aan LuAnn doen. Dat was een sterfgeval waar hij niet veel slaap door zou verliezen.
‘Ik kom eraan, LuAnn,’ zei hij tegen de duisternis.
LuAnn zat kaarsrecht in bed. Ze had het gevoel dat al haar zenuwen in brand stonden. Ze haalde hortend en stotend adem en haar hart bonkte onbedaarlijk.
‘Wat is er, schat?’ Riggs ging rechtop zitten en sloeg zijn arm om haar bevende schouders.
‘O, god, Matthew.’
‘Wat? Wat is er?’
‘Er is iets met Lisa gebeurd.’
‘Wat? LuAnn, je droomt. Je hebt een nare droom gehad, dat is alles.’
‘Hij heeft haar. Hij heeft mijn meisje. O god, hij raakte haar aan. Ik zag het.’
Riggs trok haar hoofd tegen zijn schouder. Ze keek wild de kamer rond. ‘LuAnn, er is niets met Lisa aan de hand. Je hebt een nachtmerrie gehad. Dat is onder deze omstandigheden heel begrijpelijk.’ Hij probeerde zo kalm mogelijk te spreken, al was het een hele schok geweest om opeens door die hysterische uitbarsting uit een diepe slaap te worden gewekt.
Ze duwde hem van zich af, sprong uit het bed en begon dingen van het nachtkastje te gooien.
‘Waar is de telefoon?’
‘Wat?’
‘Waar is die verrekte telefoon?’ schreeuwde ze. Zodra ze dat zei, vond ze het toestel.
‘Wie bel je?’
Ze gaf geen antwoord. Haar vingers vlogen over de toetsen van de mobiele telefoon. Toen ze wachtte tot er werd opgenomen, was ze tot het uiterste gespannen. Het leek wel of ze trillend boven de vloer zweefde. ‘Ze nemen niet op.’
‘Nou en? Charlie zal de telefoon wel hebben afgezet. Weet je wel hoe laat het is?’
‘Hij zou de telefoon nooit afzetten. Hij zet de telefoon nóóit af, verdomme.’ Ze toetste het nummer opnieuw in, met hetzelfde resultaat.
‘Nou, in dat geval is de batterij misschien op. Misschien is hij vergeten de oplader aan te zetten toen hij in dat motel aankwam.’
LuAnn schudde haar hoofd. ‘Er is iets gebeurd. Er is iets mis.’
Riggs stond op en liep naar haar toe. ‘LuAnn, luister naar me.’ Hij schudde haar heen en weer, voor zover zijn wond dat toeliet. ‘Wil je nou even naar me luisteren?’
Ze kwam eindelijk een beetje tot rust en keek hem aan.
‘Met Lisa gaat het goed. Met Charlie gaat het goed. Je hebt een nachtmerrie gehad. Dat is alles.’ Hij sloeg zijn arm om haar heen en drukte haar dicht tegen zich aan. ‘We ontmoeten hem morgen. En dan komt alles goed. Als we vannacht gaan en we worden gevolgd, dan kan er van alles gebeuren. Je moet door die nachtmerrie geen dingen gaan doen waardoor je Lisa echt in gevaar kunt brengen.’
Ze keek hem met grote ogen vol angst aan.
Hij bleef in haar oor mompelen, en ten slotte drongen zijn geruststellende klanken tot haar door. Ze liet zich door hem naar het bed terug leiden en ze stapten er weer in. Maar terwijl hij weer ging slapen, staarde LuAnn naar het plafond. Ze bad in stilte dat het inderdaad alleen maar een nachtmerrie was geweest. Iets diep in haar bleef herhalen dat er meer aan de hand was. In het donker kon ze zien dat een hand, of iets wat daarop leek, zich naar haar uitstrekte. Ze kon niet nagaan of het een vriendelijk gebaar was of niet, want het was nooit helemaal duidelijk en was even later weer weg. Ze sloeg haar arm om de slapende Riggs heen, hield hem beschermend tegen zich aan. Ze zou er alles voor geven om hetzelfde met haar dochter te doen.