•32•

Toen Riggs zag dat Charlie wegreed, ving hij alleen maar een glimp van zijn gezicht op, maar dat was genoeg om te zien dat er iets aan de hand was. En dat het iets ergs was. Toen de Range Rover uit het zicht was verdwenen, draaide Riggs zich om en keek naar het huisje. Moest hij ook proberen het huisje te doorzoeken? Het zou hem de antwoorden op een hoop vragen kunnen opleveren. Hij had al besloten een muntje op te werpen, toen er opnieuw iets gebeurde en hij weer achter de hulst wegkroop om de rol van waarnemer te spelen.

LuAnn had Joy aan een boom in de bossen vastgebonden, zo’n honderd meter van het veld waarin het huisje stond. Ze kwam tussen de bomen vandaan met dezelfde gracieuze bewegingen die Riggs al eerder aan haar waren opgevallen. Ze ging op haar hurken zitten wachten en verkende de omgeving met snelle bewegingen van haar hoofd. Ondanks de ondoordringbare massa van de hulststruik had Riggs het gevoel dat ze hem onmiddellijk zou zien.

Terwijl Riggs naar LuAnn keek, keek zij naar de weg. Wist ze dat Charlie al gekomen en gegaan was? Waarschijnlijk niet. Maar haar gezicht verried niets.

LuAnn keek een tijdje zwijgend naar het huisje en ging toen naar de schuur. Ze keek door hetzelfde raam als Charlie had gedaan en zag de Honda staan. Toen nam ze wat vuil en zand van het raamkozijn en bedekte de kleine opening die Charlie in het vuil van de ruit had gemaakt. Riggs keek daar met groeiend respect naar. Zelfs hij zou daar misschien niet aan hebben gedacht. Charlie in elk geval niet.

LuAnn richtte haar aandacht nu op het huis. Ze had haar beide handen in de zakken van haar jas. Ze wist dat Charlie hier was geweest maar al was weggegaan. Dat had ze aan het vuil op het raam kunnen zien. Ze wist ook dat hij niet erg lang was gebleven, want ze had Joy hard laten lopen en ze had een veel kortere route gevolgd dan Charlie met de auto had moeten rijden, al was hij iets eerder weggegaan. Dat hij hier maar zo kort was geweest, betekende dat hij hetzij niets had gevonden hetzij iets wat hen in grote moeilijkheden kon brengen. Haar instinct gaf haar in dat het laatste het geval zou zijn. Moest ze nu naar huis gaan om zich door hem op de hoogte te laten stellen? Hoewel dat het verstandigst zou zijn geweest, liep LuAnn vlug naar de voorveranda en legde ze haar hand op de deurknop. Die kwam niet in beweging, ondanks de enorme druk die ze uitoefende. Ze had geen speciaal gereedschap om het slot open te krijgen, zoals Charlie had, en dus liep ze door, op zoek naar een andere manier om binnen te komen. Die manier vond ze aan de achterkant van het huis. Daar ging een raam uiteindelijk open toen ze er een tijdje aan had gerukt. Ze klom vlug naar binnen.

Geruisloos liet ze zich van de vensterbank op de vloer zakken. Ze hurkte meteen neer. Vanaf de plaats waar ze was, kon ze de keuken onderscheiden. Ze had een erg scherp gehoor, en als er iemand in het kleine huisje was, zou ze zijn ademhaling horen, hoe ondiep die ook was. Ze schuifelde naar voren tot ze in een kamer kwam die vermoedelijk de eetkamer was geweest maar nu als werkkamer was ingericht. LuAnn zette grote ogen op toen ze de krantenknipsels op het prikbord zag, en toen ze in de kamer om zich heen keek, had ze het sterke gevoel dat er hier meer aan de hand was dan een plan om haar te chanteren.

‘O, verdomme.’ Riggs dook meteen weg en keek geschrokken naar de Chrysler die hem op weg naar het huisje voorbijreed. De man zat over het stuurwiel gebogen, maar Riggs herkende hem meteen, al had hij zijn baard afgeschoren. Riggs dacht vlug na. Toen greep hij zijn geweer en liep vlug naar zijn Cherokee terug.

Zodra LuAnn de auto hoorde aankomen, vloog ze naar de achterkant van het huisje. Ze bracht haar hoofd een paar centimeter boven de vensterbank en schrok zich een ongeluk. ‘Verdomme!’ Ze zag Donovan achter het huisje stoppen en uit de Chrysler stappen. Ze keek strak naar het pistool dat hij in zijn rechterhand had. Hij liep recht op de achterdeur af. LuAnn deinsde terug, keek wild om zich heen, wanhopig op zoek naar een uitweg. Het probleem was dat er geen uitweg was, tenminste niet een waarbij ze onopgemerkt zou blijven. De voordeur zat op slot en als ze hem probeerde open te maken, zou hij haar horen. Ze had geen tijd om zich door een raam te wurmen. Het huisje was zo klein dat hij haar altijd zou zien als ze op de begane grond bleef.

Donovan stak de sleutel in het slot van de deur. Als hij door de ruit van de deur had gekeken, zou hij LuAnn meteen hebben gezien. De deur ging langzaam open.

LuAnn trok zich door de eetkamer terug en wilde net de trap op gaan om te proberen op de bovenverdieping een uitweg te vinden, toen ze wat hoorde.

De autoclaxon klonk hard en schel, en het geluidspatroon herhaalde zich. Zo te horen was het een autoalarm dat geactiveerd was. Ze sloop naar het raam terug en zag Donovan plotseling tot stilstand komen. Hij gooide de voordeur dicht en liep om het huis heen naar de voorkant.

LuAnn liet er geen gras over groeien. Ze ging op het raam af dat ze ook had gebruikt om binnen te komen, dook erdoorheen en rende meteen weg. Ze kwam bij de schuur en hurkte daar neer. De claxon loeide nog. Ze rende naar de andere kant van de schuur, gluurde om de hoek en zag Donovan over de weg lopen, van haar vandaan, in de richting van het geluid. Hij had het pistool nog in zijn hand.

Opeens voelde ze een hand op haar schouder. Ze gilde het bijna uit.

‘Waar is je paard?’ Riggs’ stem klonk kalm en gelijkmatig.

Ze keek hem aan en de angst trok zich even snel weer terug. ‘Een meter of honderd die kant op.’ Ze wees met haar hoofd naar het dichte bos. ‘Is dat je autoalarm?’

Riggs knikte en greep zijn autosleutels stevig vast. Hij keek even heen en weer tussen Donovan en hun vluchtroute, kwam overeind en trok LuAnn met zich mee. ‘Nu.’ Ze kwamen achter het schuurtje vandaan en renden over het open terrein. Omdat hij zijn blik op Donovans rug gericht hield, bleef hij met zijn voet achter een boomwortel haken. Hij verloor zijn evenwicht, kneep onwillekeurig in zijn sleutelring en zette per ongeluk het alarm af. Donovan draaide zich met een ruk om en zag hen. LuAnn had Riggs inmiddels overeind getrokken en ze renden het bos weer in. Donovan kwam achter hen aan, zwaaiend met zijn pistool. ‘Hé,’ riep hij. ‘Staan blijven.’ Donovan richtte het pistool, maar hij zou niet schieten. Hij was geen moordenaar.

LuAnn kon ongelooflijk hard rennen en het lukte Riggs niet haar bij te houden. Hij had zijn enkel een beetje verzwikt, zei hij tegen zichzelf, maar eerlijk gezegd had hij haar toch al niet kunnen bijhouden. Ze bereikten Joy, die geduldig op de komst van haar bazin stond te wachten. LuAnn maakte haar vlug los en sprong in het zadel zonder gebruik te maken van de stijgbeugel. Ze stak haar hand uit en trok Riggs achter zich aan. Het volgende moment reden ze samen op de snelle merrie over het pad. Riggs keek even achterom, maar Donovan was nergens te zien. Dat verbaasde hem niet; ze hadden erg hard gelopen. Riggs hield LuAnns middel met beide handen vast en deed zijn uiterste best om op het paard te blijven zitten. Ze liet Joy met halsbrekende snelheid over de kronkelende bospaden draven.

Ze hadden Joy al naar de stal gebracht en liepen naar het huis terug, toen Riggs de stilte verbrak. ‘Ik neem aan dat je dat soort situaties altijd op die manier aanpakt? Je breekt gewoon in en kijkt wat je kunt vinden. Ik weet niet waarom ik daar zo verbaasd over ben. Je deed het bij mij ook.’ Hij keek LuAnn kwaad aan.

Ze keek even kwaad terug. ‘Ik heb bij jou niet ingebroken. En ik kan me niet herinneren dat ik je heb gevraagd me te volgen.’

‘Ik volgde Charlie, niet jou,’ verbeterde hij haar. ‘Maar het is verdomd goed dat ik daar was, hè? Twee keer in twee dagen. Als je zo doorgaat, verbruik je je negen levens in een week.’ Ze liep door, haar armen gekruist voor haar borst, haar blik strak voor haar uit. Riggs bleef staan.

Ze bleef ook staan en sloeg haar ogen even neer. Toen ze naar hem opkeek, had ze een veel vriendelijker gezicht. ‘Dank je. Nogmaals. Maar hoe groter je de afstand tussen ons drieën en jezelf maakt, des te beter is het voor je, neem dat maar van mij aan. Laat die omheining maar. Ik geloof niet dat we hier blijven. Maak je geen zorgen, ik zal je er evengoed voor betalen.’ Ze keek hem nog even aan en probeerde gevoelens van zich af te zetten die haar zo lang vreemd waren geweest dat ze er nu alleen nog maar bang voor kon worden. ‘Ik hoop dat je een goed leven zult hebben, Matthew.’ Ze draaide zich om en liep naar het huis.

‘Catherine?’ Ze liep door. ‘Catherine,’ zei hij opnieuw.

Toen bleef ze staan.

‘Wil je me alsjeblieft vertellen wat er aan de hand is? Misschien kan ik je helpen.’

‘Ik denk van niet.’

‘Je kunt nooit weten.’

‘Geloof me, ik weet het.’

Ze liep weer naar het huis.

Riggs bleef naar haar staan kijken. ‘Hé, voor het geval je het vergeten bent: ik heb geen auto om naar huis te gaan.’

Toen ze zich omdraaide, vloog de sleutelring al door de lucht. Riggs ving hem met één hand op.

‘Neem mijn auto maar. Hij staat aan de voorkant. Hou hem zo lang als je wilt. Ik heb er nog een.’

Na die woorden draaide ze zich om en ze verdween in het huis.

Riggs liet langzaam de sleutels in zijn zak glijden en schudde van pure machteloosheid zijn hoofd.

Duister Lot
titlepage.xhtml
Duister_lot_split_0.xhtml
Duister_lot_split_1.xhtml
Duister_lot_split_2.xhtml
Duister_lot_split_3.xhtml
Duister_lot_split_4.xhtml
Duister_lot_split_5.xhtml
Duister_lot_split_6.xhtml
Duister_lot_split_7.xhtml
Duister_lot_split_8.xhtml
Duister_lot_split_9.xhtml
Duister_lot_split_10.xhtml
Duister_lot_split_11.xhtml
Duister_lot_split_12.xhtml
Duister_lot_split_13.xhtml
Duister_lot_split_14.xhtml
Duister_lot_split_15.xhtml
Duister_lot_split_16.xhtml
Duister_lot_split_17.xhtml
Duister_lot_split_18.xhtml
Duister_lot_split_19.xhtml
Duister_lot_split_20.xhtml
Duister_lot_split_21.xhtml
Duister_lot_split_22.xhtml
Duister_lot_split_23.xhtml
Duister_lot_split_24.xhtml
Duister_lot_split_25.xhtml
Duister_lot_split_26.xhtml
Duister_lot_split_27.xhtml
Duister_lot_split_28.xhtml
Duister_lot_split_29.xhtml
Duister_lot_split_30.xhtml
Duister_lot_split_31.xhtml
Duister_lot_split_32.xhtml
Duister_lot_split_33.xhtml
Duister_lot_split_34.xhtml
Duister_lot_split_35.xhtml
Duister_lot_split_36.xhtml
Duister_lot_split_37.xhtml
Duister_lot_split_38.xhtml
Duister_lot_split_39.xhtml
Duister_lot_split_40.xhtml
Duister_lot_split_41.xhtml
Duister_lot_split_42.xhtml
Duister_lot_split_43.xhtml
Duister_lot_split_44.xhtml
Duister_lot_split_45.xhtml
Duister_lot_split_46.xhtml
Duister_lot_split_47.xhtml
Duister_lot_split_48.xhtml
Duister_lot_split_49.xhtml
Duister_lot_split_50.xhtml
Duister_lot_split_51.xhtml
Duister_lot_split_52.xhtml
Duister_lot_split_53.xhtml
Duister_lot_split_54.xhtml
Duister_lot_split_55.xhtml
Duister_lot_split_56.xhtml
Duister_lot_split_57.xhtml
Duister_lot_split_58.xhtml
Duister_lot_split_59.xhtml
Duister_lot_split_60.xhtml
Duister_lot_split_61.xhtml
Duister_lot_split_62.xhtml
Duister_lot_split_63.xhtml
Duister_lot_split_64.xhtml
Duister_lot_split_65.xhtml
Duister_lot_split_66.xhtml