Hoofdstuk 59


Kat kwam even na tweeën aan bij Harry’s huis. Op de stoep aan de voorkant van het huis lag nog steeds sneeuw, in tegenstelling tot de keurig geruimde stoep bij de huizen in de rest van de straat. Ze ging de voortrap op en klopte. Als er enige kans bestond dat Hillary de koelkast nog niet had uitgeruimd, moest ze die jus d’orange te pakken zien te krijgen. Daar moest het vergif in hebben gezeten. Maar er moest nog meer aan de hand zijn. Voedselvergiftiging misschien. Ze wilde het sap laten testen om zo na te gaan of het klopte met de conclusies van dokter Konig. Als er met de jus was geknoeid, hield dat in dat zij dat gif ook binnen had gekregen. Maar dan was die vergiftiging ook al een poosje bezig.

Er kwam geen reactie. Kat slaakte een zucht van opluchting. Hopelijk had Hillary het huis nog niet verkocht aan het echtpaar of aan iemand anders. Het was onwaarschijnlijk dat de verkoop zo snel was afgehandeld, maar met Hillary was alles mogelijk. Vooral als ze dringend geld nodig had.

Het afsnijden van Hillary’s geldaanvoerlijn had desastreus uitgepakt. Zo leek het in ieder geval. Daardoor had Hillary moeten terugkeren naar Vancouver, was Harry nu geruïneerd en had hij bijna het leven verloren. Als Kat Hillary’s toegang tot Harry’s bankrekening en creditcards niet had geblokkeerd, dan zou dit allemaal niet gebeurd zijn. Maar ze had geen keus gehad. En het was natuurlijk ook zo dat het leegplunderen van Harry’s rekening al maanden geleden was begonnen en dat de ‘verbouwingslening’ en de hypotheek ook al eerder waren afgesloten. Maar het leek er wel op dat de zaak de laatste anderhalve week in een stroomversnelling terecht was gekomen. 

Ze moest echt naar binnen. Kat klopte nog een keer en dwong zichzelf nog een minuutje te wachten. Nog steeds kwam er niemand naar de deur. Ze leunde tegen de deur en luisterde of ze enig teken van leven kon horen.

De diagnose dat Harry acute vergiftigingsverschijnselen vertoonde, leek nog steeds onwerkelijk. Aangezien zij en Jace op zondag samen in Hideaway Bay waren geweest en Harry daarna niet bij haar was geweest tot gisteravond, bleef alleen Hillary over als verdachte voor de vier afgelopen dagen. Waarom was Hillary dan geen potentiële verdachte en waarom mocht zij Harry wél zonder toezicht bezoeken? Misschien had ze een verhaal bedacht om Kat verdacht te maken, nadat het ziekenhuis contact met haar had opgenomen.

Kat huiverde. Harry liep op dit moment groot gevaar, aangezien Hillary vrije en onbeperkte toegang tot hem had in het ziekenhuis. Hillary moest hem hebben vergiftigd; er was gewoon geen andere verklaring.

Kat keek door het zijraam. Nog steeds kwam er niemand naar de deur en nog steeds was er geen teken van leven te zien door de vitrages. Dat was goed.

Kat ging de voortrap af en liep over het pad naar de achterkant van het huis. Er had niemand door de sneeuw gelopen. Hier was sinds gisteravond niemand geweest.

Ze keek door het keukenraam. Niemand. Er stond nog steeds geen meubilair, net als afgelopen maandag. Ook de borden die op het aanrecht stonden, stonden daar nog. Ze deed de sleutel in het slot en ging naar binnen.

Ze liep rechtstreeks op de koelkast af en trok een grimas toen ze zich de bittere nasmaak herinnerde van het sinaasappelsap. Ze had gedacht dat de jus over de datum was en het was niet bij haar opgekomen dat er iets anders mee aan de hand was geweest, totdat de dokter de diagnose vergiftiging had gesteld. Zowel zij als Harry waren niet goed geworden nadat ze bij Harry thuis sap bij het ontbijt hadden gedronken. Harry had meer gehad dan zij en dat kon verklaren waarom zij er minder last van had gehad, maar de misselijkheid was onmiskenbaar geweest. En dat gold ook voor de bittere smaak. Kat besefte dat ze Harry’s jus d’orange al een paar weken niet voor hem had klaargemaakt. Er had de laatste tijd steeds een hele karaf in de koelkast gestaan. En dat ondanks het feit dat Harry niet thuis had gegeten, de afwas niet had gedaan en geen maaltijden in de koelkast had gezet. Waarom was haar dat niet eerder opgevallen?

De laatste paar weken had Harry steeds geklaagd over maagpijn. De dokter had daar vorige week geen aandacht aan besteed en had zich alleen geconcentreerd op zijn alzheimer. Als hij werd vergiftigd, verklaarde dat veel – zijn bleke gelaatskleur, zijn transpireren en het feit dat hij zich steeds maar niet goed voelde. Zijn symptomen fluctueerden en dat was niet wat je bij griep kon verwachten. Maaar zou Hillary echt zover gaan dat ze haar eigen vader zou vergiftigen? Er was eigenlijk geen andere verklaring.

Kat deed de koelkast open. Alles was leeg. Waar kon ze nog meer zoeken? Ze vloekte binnensmonds.

Ongetwijfeld had Hillary de bewijzen willen vernietigen nadat bij Harry de diagnose van vergiftiging was vastgesteld. Maar dat kon ze nog niet gedaan hebben. De uitslagen van het lab waren pas deze ochtend bekend geworden, en de afwezigheid van sporen in de sneeuw betekende dat de karaf al eerder dan gisteravond moest zijn weggegooid.

Kat pakte haar mobieltje en belde Connor Whitehall. De belangrijkste reden was dat ze iemand nodig had om over de zaak te praten. Iemand die haar zou begrijpen. Ze kreeg hem niet te pakken en werd doorgeschakeld naar zijn voicemail. Ze liet geen boodschap achter. In plaats daarvan liet ze zich langs de keukenmuur op de vloer zakken en begroef haar hoofd in haar handen.

Ze wist niet meer wat ze verder kon doen, maar ze wist wel dat ze íéts moest doen. Het leek erg vergezocht dat Harry was vergiftigd, maar volgens het ziekenhuis was dat wel het geval. Het voelde net alsof ze in een wrede realityshow zat waar ze nooit aan had willen deelnemen.

Ze zou een andere dokter kunnen vragen om Harry te onderzoeken. Maar ze geloofde de diagnose van de dokter in het ziekenhuis wel. Vergiftiging klopte met de symptomen. Het probleem was dat zolang ze haar verdachten, ze nooit naar iemand anders zouden kijken.

Misschien lag de karaf bij het vuilnis. Kat stond zo snel op dat ze duizelig werd. Nadat ze weer was bijgekomen, keek ze of er nog keukenafval was.

Niets.

Ze deed de keukendeur open en rende de achtertrap af. Toen ze in het straatje achter het huis was, tilde ze het deksel van de vuilnisemmer op. Zelfs ondanks de kou kwam de doordringende stank van vuilnis haar tegemoet, een stank die een aanslag deed op haar zintuigen. Ze deed de garagedeur open en pakte Harry’s tuinhandschoenen van de werkbank.

Ze ging terug naar de vuilnisemmer en begon aan haar smerige werkje: het uitzoeken van de volle vuilnisemmer. Ze graaide met haar hand door de lagen vuilnis, door de vette papieren zakken en vieze plastic zakken. Het duurde niet lang voordat ze een glasscherf tegen haar leren handschoen voelde drukken.

Ze haalde de bovenste lagen vuilnis uit de vuilnisemmer en gooide ze op het deksel, dat ze op de grond had gelegd. Toen ze nog niet halverwege was, kwam ze een hoop glas tegen. Het was de gebroken karaf.

Wat nu? Zelfs al zou ze de karaf laten onderzoeken, wat zou dat opleveren? Het zou de verdenkingen van de dokter kunnen bevestigen, maar het zou zeker niet haar onschuld bewijzen. Sterker nog, waarschijnlijk zou dat haar nog meer verdacht maken, aangezien ze er in het ziekenhuis toch al van overtuigd waren dat zij de schuldige was. Ze had immers verteld dat zij bijna altijd samen met Harry at. Ze bedacht dat het in ieder geval beter was om de scherven te bewaren dan om ze met het vuilnis mee te geven. Ze verzamelde de stukken glas en legde ze op de grond.

Ze zou Connor Whitehall kunnen vragen wat ze nu moest doen.

Kalt voelde dat iemand naar haar keek en keek het straatje af. Harry´s buurvrouw, mevrouw Brantford, stond bij haar hek en keek Kat aan met een mengeling van achterdocht en nieuwgierigheid.

Kat zwaaide.

Mevrouw Brantford stak haar arm langzaam omhoog en keek onzeker. Ze zwaaide aarzelend, draaide zich om en deed het hek dicht.

Vreemd. Mevrouw Brantford kwam gewoonlijk naar haar toe om een praatje te maken. Maar goed, ze had daar nu sowieso geen tijd voor. Ze keerde terug naar de garage en zocht naar iets om het glas in te doen. Ze zag een klein kartonnen doosje op een plank en ging op haar tenen staan om het te pakken. Kat liep terug om het glas daarin te doen en liep toen weer terug naar de garage, omdat ze op de werkbank een plastic tas van Garden Heaven had zien liggen. Ze was er zeker van dat ze die nog niet eerder had gezien.

Ze keek in de tas. Een paar kilozakken No/Gro bestrijdingsmiddel.  Ze haalde een van de zakken uit de tas en zag het symbool met de doodskop en beenderen om aan te geven dat het om vergif ging. Had Harry weleens bestrijdingsmiddel in zijn tuin gebruikt? Ze wist het niet. Hoe dan ook, een paar kilozakken was genoeg om op een kleine boerderij alles dood te maken, laat staan in een tuin van een doodnormaal huis in de stad.

Ze keek naar de kassabon. Het bestrijdingsmiddel was twee weken geleden gekocht, kort voor sluitingstijd. Waar was Harry toen? Had hij het bestrijdingsmiddel gekocht? Ze kon het zich niet voorstellen.

Garden Heaven was de naam van een tuincentrum, een half uur rijden hiervandaan. Op de datum die op de kassabon stond, kon Harry de garagedeur al niet meer opendoen. Dat betekende dat hij de Lincoln niet naar buiten had kunnen rijden. Het bestrijdingsmiddel was ook gekocht omstreeks etenstijd, en op die tijd was hij altijd bij haar en Jace.

Ze keek aandachtig naar het etiket. Net onder het vergifsymbool stond een overzicht van de bestanddelen, allemaal chemische namen die zij niet kende en die ze niet kon uitspreken.

Ze stopte de kassabon van Garden Heaven in haar zak. Wie kocht er eind november in hemelsnaam een bestrijdingsmiddel?