Hoofdstuk 53
Kat werd met een schok wakker. Iemand bonsde beneden op de voordeur. Een auto reed met grote snelheid en met piepende banden weg. Toen hoorde ze het geluid van brekend glas. Weer een brandbom? Of nog erger, probeerde er iemand binnen te dringen?
Ze liep vlug de trap af en ging naar de voordeur. Ze gleed uit over het kleedje in de hal en tegelijk hoorde ze hoe er nog meer glas brak. De wind blies door het gebroken ruitje van de voordeur. Ze zag het glas op de houten vloer liggen, maar het was al te laat: ze stapte met haar voet in het glas.
‘Au!’ Kat ging op haar andere voet staan. Ze tilde haar gewonde voet op en voelde aan haar voetzool. Er stak een glasscherf uit het zachte deel van haar zool. Ze trok hem eruit. Er druppelde bloed naar beneden op haar andere voet. Ze hield haar hand onder haar voet, zodat er tenminste geen bloed viel op het kleed in de hal. ‘Au! Wat krijgen we...?’
Ze pakte het enige wat binnen haar bereik lag – Jace’ trui – om het bloeden te stelpen. Toen ze de trui om haar voet wikkelde, zag ze de draadloze telefoon op het kleedje liggen. Het projectiel waarmee het ruitje was gebroken. Opluchting stroomde door haar heen. Het was tenminste geen brandbom.
Het was nog steeds donker buiten en ze kon niet meer dan een paar uur hebben geslapen. Was er alweer stroom? Moest ze de politie bellen? Haar instinct won het van haar gezond verstand. Ze pakte de deurknop beet en deed de deur open, in de hoop degene die hiervoor verantwoordelijk was te pakken te krijgen voor die weg kon komen.
Ze hoefde niet ver te zoeken. Oom Harry stond voor haar, in zijn eentje op de veranda midden in een winterstorm. ‘Oom Harry? Wat doe jij nou hier?’
‘Dat is wel erg hartelijk, Kat. Tjonge.’ Hij wreef zijn handen samen en rilde.
‘Het spijt me, oom Harry. Ik – ik ben gewoon verbaasd je hier te zien. Waar is Hillary?’ Die piepende banden moesten van Hillary’s Porsche zijn geweest.
Kat wreef de slaap uit haar ogen. Stel dat ze de veerboot had gemist en ze hier niet was geweest om de deur open te doen. Harry zou niet hebben geweten wat hij moest doen. Hij had de weg naar zijn eigen huis niet kunnen vinden en hij zou hier helemaal alleen voor de deur hebben gestaan. Ze probeerde het licht en dat deed het gelukkig.
‘Ik zie geen Hillary, jij wel?’ Harry zwaaide met zijn arm. ‘Mag ik nu binnenkomen?’
‘Natuurlijk.’ Kat trok hem aan zijn arm naar binnen. ‘Ik ben juist heel erg blij je te zien – ik had je gewoon niet verwacht.’
Harry’s gezondheid was er de laatste dagen beslist niet beter op geworden. Kwam dat door de stress over de terugkomst van Hillary? De dokter had gewaarschuwd voor ingrijpende veranderingen, en de terugkeer van Hillary was absoluut zo’n ingrijpende verandering.
‘Ik neem aan dat je me niet hoorde kloppen. Wat was je aan het doen?’ Harry stond te klappertanden in de hal.
‘Gewoon boven aan het werk.’ Kat deed de deur achter hem dicht. Het had geen zin Harry te vertellen hoe laat het was. ‘Heeft iemand je hiernaartoe gebracht?’
Oom Harry droeg een licht katoenen windjack en een katoenen broek en hij had geen handschoenen aan. Dat paste meer bij de late lente in Vancouver dan bij de maand december. Ondanks de lage temperaturen en de ijzel was zijn kleding nog bijna droog. Als hij langer buiten was geweest dan de tijd die nodig was voor een sprintje van de stoep naar de voordeur, dan zou hij drijfnat zijn geweest.
‘Nee, ik ben gewoon van mijn huis hiernaartoe gelopen. Wat eten Jace en jij? Ik had gedacht dat we uit eten konden gaan.’ Harry deed zijn schoenen uit en hing zijn jasje op in de halkast.
Kat liet haar schouders zakken. Ze had koffie nodig om wakker te worden. ‘Ja, eh, dat zou leuk zijn, maar Jace is op dit moment niet thuis. Zal ik iets voor je klaarmaken?’ Ze keek hem aandachtig aan. Zijn gezicht was asgrauw. ‘Voel je je wel goed? Je ziet er niet goed uit.’
‘Ik voel me prima. Wat is er met je voet gebeurd?’
‘Oh, niks. Ik ben in dat glas getrapt.’ Ze wees naar de glassplinters die in het midden van de hal lagen.
‘Dat is ook niet slim. Als je dat had opgeruimd, dan zou je jezelf niet bezeerd hebben.’
‘Ik weet het, oom Harry.’ Kat zuchtte en liep achter hem aan, waarbij ze heel zorgvuldig het glas vermeed. Hoe kon het dat hij zich niet herinnerde dat hij een paar minuten geleden zelf dat ruitje had gebroken?
‘Weet je zeker dat Hillary je niet hiernaartoe heeft gebracht? Je was bij haar, herinner je je dat nog?’ Dat herinneren flapte ze eruit voor ze het wist, maar Harry scheen het niet op te merken.
‘Nee. Ik heb haar al een hele poos niet gezien.’ Harry wreef met zijn hand over zijn voorhoofd. ‘Zullen we wat gaan eten?’
‘Oom Harry, zal ik in plaats daarvan een sandwich voor je maken? Ga zitten, terwijl ik me even opfris.’ Ze bracht hem naar de keuken en zorgde ervoor dat hij niet in het glas kon trappen.
‘Oké.’ Harry schuifelde naar de keukentafel en ging zitten.
Kat strompelde naar boven richting de badkamer en probeerde te voorkomen dat er bloed op de vloerbedekking kwam. Ze hield haar voet langs haar knie terwijl ze de ehbo-trommel in de badkamer doorzocht. Het glas was nog verder in haar voet gekomen bij het naar boven lopen, ondanks de moeite die ze had gedaan om niet op haar voet te gaan staan. Ze keek naar de snee onder haar voet. Die was zo’n acht centimeter lang. Ze kromp ineen van de pijn toen ze probeerde de het resterende glas met een pincet te verwijderen.
Ze kon het niet goed zien door al het bloed, maar het lukte haar uiteindelijk een glassplinter van een paar centimeter uit haar voet te halen.
Een kwartier later, nadat ze haar voet had schoongemaakt en verbonden, hobbelde ze naar beneden en terug naar de keuken.
Harry stond op. ‘Je loopt mank – wat is er gebeurd?’
‘Het gaat wel. Oom Harry, waarom heb je niet gewoon geklopt?’ Kat sleepte zich met haar verbonden voet naar de koelkast en haalde er kaas en tomaat uit.
‘Dat heb ik gedaan, maar je reageerde niet. Toen dacht ik dat er misschien iets mis was. Het spijt me van het ruitje.’
‘Het is al goed.’ Die alzheimer was onvoorspelbaar. Soms herinnerde Harry zich niets van een paar minuten geleden, maar als je hem dezelfde vraag een paar minuten later stelde, kon hij zich weer alles herinneren. Ze sneed plakken kaas en tomaat en legde die op twee sneden volkorenbrood.
‘Ben je hier echt naar toe gelopen? Het hele eind vanaf je huis?’ Haar voet klopte en ze vond het moeilijk om zich op iets anders te concentreren. Door de lagen wit verband heen zag ze donkerrode bloedvlekken tevoorschijn komen.
‘Dat heb ik je toch gezegd, Kat. Ben je dat al vergeten?’ Harry stond op en liep heen en weer.
‘Sorry. Ik ben moe en kan niet goed nadenken. Weet je echt niet waar Hillary is?’ Het kon niet anders dan dat Hillary hem hiernaartoe had gebracht, aangezien ze hem niet naar zijn huis kon brengen nadat ze dat helemaal had leeggeruimd en te koop had gezet. Ongeacht hoe Harry er geestelijk aan toe was, hij zou zeker hebben gezien dat al zijn spullen weg waren.
‘Hillary? Die is op haar werk.’ Harry hield zich vast aan het aanrecht. ‘Ik moet even zitten. De kamer draait om me heen. Ik voel me ziek.’
Kat hielp hem terug naar de keukentafel. Wat ze had aangezien voor regendruppels op zijn voorhoofd, waren in werkelijkheid zweetdruppeltjes. Ze voelde aan zijn voorhoofd. Hij was warm ondanks zijn gebibber. ‘Je voelt warm aan. Is alles wel goed met je?’
‘Het gaat wel.’ Harry zuchtte en liet zich in de stoel vallen.
‘Weet je het zeker?’ Ze schonk een glas water in en gaf dat aan hem. Ze zag dat zijn voorhoofd een blauwige glans had. ‘Je ziet er niet erg goed uit. Misschien dat je opknapt van een boterham.’
‘Dat lijkt me wel lekker – ik heb heel erg honger. Heb je een boterham met kaas en tomaat?’
‘Die heb ik wel. Ga maar rustig zitten.’ Ze moest onmiddellijk iemand vinden die voor hem kon zorgen. Ze sneed de sandwich doormidden, nam hem mee naar de tafel en zette die voor hem neer. Het dikke verband om haar voet was nu helemaal rood van het bloed. Telkens als ze erop ging staan, voelde ze dat er nog steeds glas in haar voet zat.
Harry nam een paar happen van de boterham en legde die toen weer neer. Hij duwde het bord weg. ‘Ik kan nu niet eten, Kat. Ik kan geen eten zien.’
‘Maar je zei dat je honger had.’
‘Nee, dat is niet zo. Hoe kan ik nu alweer honger hebben? Ik heb net mijn avondeten door mijn keel.’
Kat zuchtte. Zo ging dat met dementie. Het ene ogenblik had hij honger en het volgende lustte hij niets meer. Het had geen zin daarover met hem in discussie te gaan. ‘Oké, we gaan.’
‘Waarnaartoe?’
‘Gewoon een eindje rijden.’ Het provisorische verband was niet afdoende om het bloeden te stelpen. Haar voet moest gehecht worden. En helaas moest ze ook nog zelf naar het ziekenhuis rijden. Gelukkig was het niet de voet waarmee ze reed in haar automaat.
Toen ze de sleuteltjes van Jace’ truck van het tafeltje in de hal pakte, viel haar oog op Harry’s draadloze telefoon. Het projectiel waarmee het ruitje was ingegooid, lag nog steeds midden tussen de glasscherven. Hoe die telefoon aan de opruimoperatie van Hillary was ontsnapt was haar een raadsel, tenzij Harry hem in zijn zak had gehad. In ieder geval had je er niets aan zonder het basisstation. Kat pakte de telefoon op en legde hem op het tafeltje. Ze zou het raam morgenochtend laten repareren. Ze dacht erover om iets voor het raam te doen, maar ze had gewoon de energie niet om naar tape te zoeken.
Het maakte ook niets uit. Er was niets in het huis dat ze niet kon missen. Alles waar ze waarde aan hechtte was weg—Jace, de oude Harry voordat hij ten prooi viel aan dementie, en vooral ieder sprankje hoop. Ze was gewoon zo uitgeput dat ze niet meer kon vechten.