Hoofdstuk 21


Kat was eindelijk in de gelegenheid om naar Research Analytics te rijden en uit te vinden hoe het echt zat met dat bedrijf. De enige plek die groot genoeg was om Harry’s bakbeest van een Lincoln te parkeren was een straat verder. Dat kwam wel goed uit, omdat ze door een eindje verder te parkeren in staat was een blik te werpen op Research Analytics zonder direct de aandacht te trekken.

Harry had er die ochtend op gestaan dat ze zijn auto zouden nemen, wat natuurlijk inhield dat zij moest rijden. Ondanks het feit dat hij zijn rijbewijs kwijt was, had hij de Lincoln na het ongeluk laten repareren en weigerde hij hem te verkopen. Hij zat naast haar in de passagiersstoel en draaide met zijn duimen. Hij was nu altijd iets aan het bewegen, hoewel hij zich daar schijnbaar niet van bewust was.

‘Kijk uit voor de banden, Kat. Je gaat tegen de stoep aan.’ Harry haalde scherp adem. ‘Waarom parkeer je altijd zo dicht op de stoep?’

Kat draaide zich naar Harry. ‘Ik sta minstens vijftien centimeter van de stoep. Doe de deur maar open en kijk zelf.’ Ze parkeerde altijd een stukje van de stoep om deze eindeloze discussie te voorkomen, maar Harry’s gevoel van ruimte en afstand leek hem te hebben verlaten.

Harry wendde zijn blik af en begon sneller met zijn duimen te draaien. ‘Waarom maak je ruzie met me, Kat?’

‘Nee, je hebt gelijk, oom Harry. Ik sta inderdaad te dicht bij de stoep.’ Kat besefte ineens waarom hij geagiteerd was – het kwam door de deurhendel. De geestelijke achteruitgang als gevolg van zijn dementie was niet op alle gebieden even groot. Harry kon zich de woorden herinneren van de hits uit zijn jeugd, maar was vergeten wat hij moest doen met een deurhendel, zelfs met een auto die hij al meer dan dertig jaar had. ‘Ik zal proberen volgende keer voorzichtiger te zijn.’

Kat sprong de auto uit en liep naar de andere kant om de deur open te doen. Ze keek naar de voorkant van de gebouwen, wachtend tot Harry was uitgestapt. Dit deel van de stad was een allegaartje van winkeletalages en flats van twee verdiepingen hoog, waarvan de meeste gebouwd waren tussen de jaren veertig en de jaren zeventig van de vorige eeuw. De straat zag er nog hetzelfde uit als in zijn glorietijd, al was veel van de glans verloren gegaan door de afgebladderde verf en de slechte staat van onderhoud. Zelfs de mensen hier straalden vermoeidheid uit. Ze deed de autodeur dicht. ‘Ben je zo ver?’

Harry knikte en ze liepen de straat in. Dit was zijn oude buurt en ze waren hier maar drie straten verwijderd van het huis waar hij was opgegroeid.

‘Waar zijn we eigenlijk, Kat?’ Harry keek verwonderd rond. ‘Ik ben hier nog nooit geweest. Het is hier wel druk.’

‘Ik weet het.’ Kat verbeterde hem niet. Het zou hem van streek maken en ze waren al bij hun bestemming. Research Analytics leek te zijn gevestigd in een appartementengebouw met pleisterwerk; voor het gebouw stond een bord met te koop erop. Ze liep naar de voorkeur en keek naar het lijstje namen van de bewoners. Geen van de namen leek in de verste verte op Research Analytics. Wat nog het dichtst in de buurt kwam van ‘suite 14’ was flat 12, die leek toe te behoren aan een zekere A. Knopf.

Precies zoals ze had verwacht, was Research Analytics volledig verzonnen. Het telefoonnummer had ook niet geklopt – het bleek een nummer te zijn dat niet meer werd gebruikt. Nietbestaande leveranciers vormden een veel voorkomende manier om interne fraude te plegen. Kat haalde haar mobieltje uit haar zak en nam een foto van het gebouw als onderbouwing van haar rapport.

Een uur later zat Kat tegenover Zachary in de directiekamer van Edgewater Beleggingen. Ze haalde een dikke stapel documenten uit haar koffer en legde die op tafel.

‘Wat heb je gevonden? Genoeg om hem erbij te lappen, hoop ik.’ Zachary leek haast blij. Een vreemde reactie aangezien hij had ontdekt dat zijn partner -– en dus zijn vader – geld van hem stal.

Kats onderzoek had meer vragen opgeleverd dan antwoorden. Eén ding was zeker: met Edgewater en de familie Barron zou het nooit meer worden zoals vroeger.

Ze haalde diep adem. Van wat ze te zeggen had zou Zachary niet blij worden. ‘Ik ben er nog mee bezig. Dit heb ik tot nu toe ontdekt.’ Kat vertelde hem hoe het geld was doorgesluisd van Edgewater naar Research Analytics.

‘Het investeringsonderzoeksbedrijf waar je me over verteld hebt? Over hoeveel geld hebben we het dan?’ Zachary keek haar strak aan.

‘Dit begrotingsjaar tot nu toe vijftig miljoen. Vorig jaar tweehonderdtwintig miljoen.’ Ze deed haar armen omhoog en haalde haar schouders op. ‘Van de jaren daarvoor weet ik het nog niet – ik ben nog bezig met het bedrag.’

Hij sprong op uit zijn stoel. ‘Dat is onmogelijk. Ik weet dat er iets aan de hand is, maar een kwart miljard? Dat kan niet kloppen.’

‘Kun je je herinneren dat je zei dat er geen geld meer op de bank stond?’

‘Maar zo veel? Het kan gewoon niet.’

‘Ik ben bang dat het wel kan, Zachary.’

De zelfvoldane uitdrukking op zijn gezicht veranderde in een uitdrukking van paniek. ‘Hoe krijgen we het geld terug?’

‘Dat probeer ik op dit moment uit te vinden. Wat ik tot nu toe weet is dat Research Analytics niet echt bestaat. Het adres op de facturen is dat van een vervallen appartementengebouw in het oostelijk deel van de binnenstad.’ Ze draaide haar mobieltje om en liet hem de foto zien van het verwaarloosde gebouw.

Zachary snoof minachtend. ‘Ik wist het. Mijn vader is een dief. Ik wil een aanklacht tegen hem indienen en hem het bedrijf uitzetten.’

‘Nathan heeft dit niet in zijn eentje gedaan, Zachary.’

Hij verstijfde en zijn ogen vernauwden zich. ‘Wat wil je daarmee zeggen?’

‘Hij heeft hulp gehad. Iemand moest de betalingen aan Research Analytics accorderen. Hij heeft niet de tekenbevoegdheid om dat te doen.’

‘Wie dan wel?’

Ze moest het wel zeggen. ‘Victoria had die bevoegdheid. De accountants van Edgewater zijn ook verdacht.’ Kat legde hem uit hoe de factuurnummers van Beecham elkaar rekenkundig opvolgden en vertelde over de relatie tussen Beecham en Nathan. Victoria was de enige andere persoon bij Edgewater die tekenbevoegd was.

‘Beecham bestaat niet? Nathan heeft een nietbestaand accountantskantoor in het leven geroepen?’ Hij leek niet al te verbaasd. Zachary’s gebrek aan emotie gaf haar te denken. Snapte hij dan niet wat dat allemaal betekende? Of misschien wist hij dat wel, maar bevond hij zich in een ontkenningsfase.

‘Het is allemaal heel ernstig, Zachary. Alles met betrekking tot Edgewater is verdacht. De financiën, de beleggingsresultaten – alles.’ Er was geen manier om hem de bittere pil niet te laten slikken. ‘Edgewater is failliet, en dat geldt ook voor jou.’

‘Wat bedoel je met failliet?’

Kat haalde het bankafschrift uit haar koffer en schoof dat over de vergadertafel. Zachary griste het afschrift van tafel en hield zijn mond terwijl hij haar analyse las. ‘Ik vermoord die klootzak.’ Hij sloeg met zijn vuist op tafel.

Kat schrok, ook al had ze die reactie wel verwacht. ‘Het moeilijkste zal zijn om het geld terug te krijgen. Heb je nog iets achter de hand? Kun je krediet opnemen?’

Zachary staarde haar aan. ‘Is er helemaal geen geld over?’

Kat schudde haar hoofd.

‘Vertel je me nou echt dat ik geruïneerd ben?’ Zachary sprong op en liep heen en weer voor de tafel.

Zachary was nog erger failliet dan Harry. Hij besefte het alleen nog niet.